© Rosa Snijders

Breek Facebook op in duizend stukjes

Facebook staat aan de vooravond van ingrijpende maatregelen. In Amerika pleit het Congres voor anti-trustmaatregelen om de monopolies van Big Tech op te breken, in de EU is besloten om ‘gerichte advertenties’ te weren. Facebook probeert uit alle macht zichzelf als het beste jongetje van de klas te presenteren. Het kan er écht niets aan doen dat het zo groot is.

Nick Clegg, de voormalige vice-premier van Groot-Brittannië en tegenwoordig hoofd communicatie en publiek beleid van Facebook, maakte vorige week zondag zijn opwachting in het tv-programma Buitenhof. De interviewer van dienst was Pieter Jan Hagens, een journalist die over het algemeen weet hoe je een kritisch kruisgesprek moet voeren.

Het gesprek beloofde extra pikant te worden, omdat een scoop van The Wall Street Journal van een dag eerder eens te meer aantoonde dat Facebook niet terugdeinst voor politieke manipulatie. Volgens het artikel in de WSJ verleende Mark Zuckerberg in 2017 persoonlijk zijn goedkeuring aan een verandering van Facebooks algoritme, een verandering die ten doel had om een progressief journalistiek platform als Mother Jones uit het directe zicht van de gemiddelde Facebook-gebruiker te houden. Die operatie was dusdanig succesvol dat Mother Jones in achttien maanden tijd 600 duizend dollar aan inkomsten verloor.

De onthulling riep wederom de vraag op in hoeverre Zucks mondiale platform een verhulde pro-Trump machinerie is, zoals Jan Kuitenbrouwer hier al eens suggereerde. Met de Amerikaanse verkiezingen voor de deur en in de wetenschap dat de geheime receptuur van het bedrijf – lees: de algoritmen – extremistische uitingen bevordert, had Hagens genoeg munitie in handen om de oud-politicus het vuur aan de schenen te leggen. Vol verwachting nestelde ik mij voor de buis.

Zolang Facebook een monopolie heeft en de groei niet in gevaar is, ligt Zuckerberg niet wakker van zijn gebutste imago

Al binnen een minuut tuimelde ik van verbazing zowat van mijn stoel. Op Hagens vraag of hij de veelbesproken Netflix-documentaire The Social Dilemma had bekeken, waarin de manipulatie van het nieuws op sociale media een wezenlijk element was, antwoordde Clegg – blijmoedig leek het haast – van niet. Al snel besefte ik hoe naïef mijn verbazing was en dat deze publiekelijk beleden argeloosheid van Zuckerbergs zetbaas, verantwoordelijk voor de beeldvorming van de techreus, past bij een tech-elite die zich onaantastbaar waant.

Zolang Facebook een monopoliepositie bezit en Zuckerbergs obsessie met oneindige groei van zijn imperium niet in gevaar komt, zal men in Palo Alto nauwelijks wakker liggen van het gebutste imago bij het grote publiek. Dat de communicatie-afdeling van het concern poogde om de aantijgingen te weerleggen, doet hier weinig aan af.

Opbreken tech-monopolies

Wat de top van Facebook wel reden tot zorg geeft, is de dreiging van het Amerikaanse Congres om het bedrijf op te splitsen, zoals eerder gebeurd is toen telefonie- en oliebedrijven te monopolistisch werden. Toen Hagens daarover begon, schoot Clegg in een haast passief-agressieve kramp. We worden simpelweg gestraft omdat we succesvol zijn, luidde zijn schrale repliek. Hij zette nog een tandje bij door dat succes te wijten aan het zogeheten netwerkeffect van het internet, waardoor nieuwe diensten of innovaties in een mum van tijd explosief kunnen groeien. Oftewel: Facebooks succes – in feite een synoniem voor almacht – is geen keuze, maar het resultaat van hogere krachten waar het bedrijf geen invloed op heeft.

"Dat netwerkeffect van Facebook is vooral een opkoopeffect"

‘Pardon?’ had Hagens hier kunnen tegenwerpen, ‘uw broodheer heeft de afgelopen jaren miljarden gespendeerd aan het inlijven van WhatsApp, Instagram en tal van andere bedrijven en diensten. Dat netwerkeffect van u is vooral een opkoopeffect. Bovendien lijkt die wil tot acquisitie, in het geval van Instagram bijvoorbeeld, ingegeven door de wens om mogelijke concurrenten voortijdig de nek om te draaien. Zoals u weet is dat in strijd met de mededingingsregels, wat precies de reden is waarom uw ceo en zijn collega’s van Google, Amazon en Apple onlangs bij het Amerikaanse Congres op het matje werden geroepen. Uw suggestie dat de macht en schaalgrootte van Facebook te danken zijn aan netwerkkrachten, doet toch een beetje denken aan een notoire bumperklever of recidiverende snelheidsduivel die het wegennet de schuld geeft van zijn roekeloze gedrag.’

Helaas liet Hagens zich afschepen met het technocratische netwerkargument. Ook bij een daaropvolgend schot voor open doel, toen Clegg zich voorstander betoonde van regulering van de tech-industrie, liet zijn journalistieke behendigheid hem in de steek. Hagens had kunnen vragen waarom een bedrijf dat zich altijd hevig heeft verzet tegen elke vorm van regulering plots overstag gaat. Was het misschien onderdeel van een charme-offensief om de dreiging van opsplitsing af te wenden? Of heeft regulering wellicht als bijkomend voordeel dat die het toekomstige start-ups lastiger maakt een concurrerende plek op de markt te veroveren, zeker nu Facebook een welhaast onoverbrugbare voorsprong heeft verworven.

Als Facebook regulering zo belangrijk vindt, waarom neemt het dan zo zelden zijn verantwoordelijkheid?

Bovenal had Hagens de olifant in de kamer mogen benoemen. Als Facebook regulering echt zo belangrijk vindt, waarom neemt het bedrijf dan keer op keer zijn verantwoordelijkheid niet? Waarom heeft Facebook drie jaar lang de extreemrechtse samenzweringscultus van QAnon geen strobreed in de weg gelegd? Hoe komt het dat Zuckerberg zo vaak z’n excuses moet aanbieden voor privacy-schandalen of voor het zoveelste geval van datamisbruik? Is het verdienmodel van de multinational überhaupt wel te verenigen met welke vorm van dataregulering dan ook? En wat is er eigenlijk gebeurd met het ongenoegen van stakende medewerkers of klokkenluiders over Zuckerbergs weigering om opruiende of misleidende boodschappen van Trump of anderen van het platform te weren?

‘Wees maar liever blij met ons’

Tegen het einde van het interview toverde Clegg een konijn uit zijn hoge hoed. Hij waarschuwde dat de macht van Facebook in het niet valt bij de tech-titanen die nu uit de buik van de Volksrepubliek China tevoorschijn komen. Het onderschrift bij deze opmerking luidde: wees blij dat wij er zijn:, een westers bedrijf dat de open en democratische samenleving een warm hart toedraagt en tegengewicht kan bieden aan de totalitaire en staatsgeleide tech-molochs die in het Verre Oosten verrijzen.

"China’s staatsgereguleerde surveillancemodel steunt in essentie op dezelfde principes als de marktgerichte Silicon Valley-variant"

Facebook als baken en beschermheer van de westerse beschaving en waarden: datzelfde geluid verkondigde Zuckerberg afgelopen zomer tijdens de antitrust-hoorzitting in het Amerikaanse Congres. Daar waarschuwde hij – je zou het ook een impliciet dreigement kunnen noemen – dat democratische waarden als openheid en vrijheid van meningsuiting het onderspit delven wanneer China’s versie van het internet geëxporteerd wordt.

Destijds vond ik dat al een gotspe, al was het maar omdat inmiddels is gebleken hoezeer Facebooks monopoliepositie, in combinatie met de polariserende werking van diens in nevelen gehulde algoritmen, allerlei democratische beginselen juist ondermijnen. Bovendien zou je kunnen betogen dat China’s staatsgereguleerde surveillancemodel in essentie op dezelfde principes steunt als de marktgerichte Silicon Valley-variant. Beide zijn gebaseerd op de kunst van het Grote Gluren, met als doel het gedrag van mensen te beïnvloeden.

Als klap op de vuurpijl volgde nog een kolderieke maar veelzeggende uitsmijter, toen Clegg bijna jennerig opmerkte dat het opbreken van Facebook nutteloos is, omdat de afgeslankte onderdelen binnen de kortste keren weer tot hun obese natuurtoestand zullen uitgroeien. Oftewel: de sociale mediareus is een veelkoppig monster dat niet klein te krijgen is, een octopus die zijn afgehouwen armen weer laat aangroeien.

Een verbod op micro-targeting zaagt de poten onder Facebooks verdien- en manipulatiemodel vandaan

Misschien was het beter geweest om een kritische techjournalist of een deskundig Europarlementariër bij het vraaggesprek met Clegg te betrekken. Die had Clegg kunnen vragen of hij, gezien zijn enthousiasme voor regulering, ook zo opgetogen is over het recente besluit van het Europese Parlement om de zogeheten ‘behavioral ads’ te weren. Dat zijn reclames die op basis van datasporen uit het verleden het gedrag van individuele gebruikers proberen te beïnvloeden, ook wel micro-targeting genoemd.

Omdat een dergelijk verbod de poten onder Facebooks verdien- en manipulatiemodel wegzaagt, was ik erg benieuwd geweest naar Cleggs reactie. Ondanks de gemiste kansen om Zuckerbergs spindoctor tegen de touwen krijgen, bevestigde het interview eens te meer dat Facebooks hooghartigheid ongebroken is, dat het bedrijf er alles aan doet om zijn verantwoordelijkheden af te schuiven en dat zoiets als zelfreinigend vermogen bij Mark ‘they trust me, dumb fucks’ Zuckerberg een illusie is.

Kortom, #DeleteFacebook en #BreakThemUp.

Hans Schnitzler
Hans Schnitzler
Filosoof, publicist, auteur van ‘Het digitale proletariaat’ (2015) en voormalig columnist voor de Volkskrant.
Gevolgd door 795 leden