© Cortés

Brexit: gaat de bulldog blaffen of bijten?

3 Connecties

Onderwerpen

Verenigd Koninkrijk Brexit

Organisaties

Europese Unie
36 Bijdragen

To Brexit or not to Brexit? Op 23 juni geeft het Britse volk antwoord op de vraag of het deel wil blijven uitmaken van de Europese Unie. Wat drijft de Britten? Waar komt hun sceptische houding tegen de Europese Unie vandaan en wat zijn de gevolgen als het inderdaad tot een afscheiding komt?

Gaan de Britten historie schrijven als ze op donderdag 23 juni naar de stembus gaan? Blijft het Verenigd Koninkrijk lid  van de Europese Unie (EU) of niet? De Britten mogen het zeggen op die dag, althans de Britten die de moeite hebben genomen om zich als kiezer te registreren op een speciaal daarvoor gemaakte website, wat niet altijd even makkelijk was. 

De dreigende Brexit houdt internationaal de gemoederen flink bezig. Politiek lopen de meningen uiteen. Gedreigd wordt er ook, door niet-Britse politici. Volgens Commissievoorzitter Juncker zijn ‘deserteurs niet langer welkom in de EU’. De voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders, Donald Tusk, ziet in een Brexit zelfs ‘een bedreiging voor de westerse beschaving’ en Duitslands minister van Financiën Wolfgang Schäuble laat de Britten weten dat ze bij een Brexit niet hoeven te rekenen op toegang tot de interne Europese markt. Zelfs de Amerikaanse president Obama bemoeide zich ermee, vorige maand, in Londen. ‘Ze mogen achter in de rij aansluiten,’ zei hij.

Obama over de Britten na een Brexit: ‘Ze mogen achter in de rij aansluiten’

De druk van de gevestigde orde op de Britten om toch maar vooral lid van de EU te blijven is dus groot, en wordt nog versterkt door talloze opiniemakers en economen. In het Verenigd Koninkrijk ‘gaat het licht uit’ na de Brexit, profeteren sommigen. 

Afkeer van het Continent

In de peilingen houden voor- en tegenstanders van de Europese Unie elkaar min of meer in evenwicht, al lijkt het Leave-kamp volgens de laatste peiling een lichte voorsprong te hebben genomen. De euroscepsis van veel Britten hoeft geen verbazing te wekken. Al vanaf de toetreding was er sprake van een ongelukkig huwelijk tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU. Niet alleen bleven de Britten buiten de euro, deel uitmaken van het Schengengebied wilden ze ook al niet. Vanwaar toch die eeuwige weerstand tegen de Europese Unie? Laten we voor wat meer inzicht in dit probleem eens kijken naar wat voorafging.

Het rapport-Delors, van 17 april 1989, dat de basis vormde van de oprichting van de Economische en Monetaire Unie (EMU) in de Europese Gemeenschap werd door het Verenigd Koninkrijk heel anders beleefd dan door Frankrijk en West-Duitsland, de voornaamste architecten ervan. Het Verenigd Koninkrijk nam in Europa een geïsoleerde positie in, ook toen al, en de Conservatieve partij was niet minder verdeeld dan nu. De ministers van Buitenlandse Zaken en Financiën zaten daarbij veel meer op een pro-EU koers dan hun toenmalige premier Margaret Thatcher. Voormalig DNB-bestuurder André Szász maakt in zijn boek De euro duidelijk hoezeer een beperking van zeggenschap over de eigen overheidsfinanciën, een logisch gevolg van toetreding tot de EMU, ook gevoeld werd als een beperking van de nationale soevereiniteit. Voor de Britten is die soevereiniteit altijd een belangrijk uitgangspunt geweest bij hun politieke houding ten opzichte van de Europese Unie — zie de uitzonderingspositie die het land telkens opnieuw voor zichzelf heeft bedongen.

De toenmalige Britse regering zag een EMU totaal niet zitten. Szász beschrijft helder de gevoelens die daar leefden:

De [Britse] regering was fel gekant tegen de EMU, maar besefte dat de ontwikkeling in die richting bezig was vaart te krijgen. Bij het uitzetten van haar koers werd zij niet alleen gehinderd door de geïsoleerde positie waarin zij zich bevond, maar ook door de verdeeldheid in het kabinet. Vanaf deze tijd werd Europa een twistappel in de regerende Conservatieve partij die haar in de komende jaren steeds meer zou gaan beheersen.

Premier Margaret Thatcher formuleerde het volgens dezelfde publicatie als volgt: ‘Onze lijn was dat het rapport [Delors] zich moest beperken tot een beschrijving en geen voorstellen doen. Maar we hoopten dat er teksten in konden worden opgenomen die duidelijk maken dat de EMU helemaal niet nodig was voor de vorming van de interne markt.’ 

Voor de Britten is soevereiniteit steeds een belangrijk uitgangspunt geweest in hun Europese politiek

De Britse liefde voor Europa stopt waar het Britse eigenbelang eindigt. Daarmee voldoet het land niet aan één van de pijlers van de Europese samenwerking: onderlinge solidariteit. Als niet-euroland betalen de Britten bijvoorbeeld niet mee aan de ‘redding’ van Griekenland en andere eurozone-lidstaten via de Europese noodfondsen. De Britse weerzin tegen Brussel wordt verder veroorzaakt door de manier waarop daar onderhandeld wordt, schrijft Szász — Thatcher verweet de Italianen bijvoorbeeld ‘slinksheid’ — en doordat Europese regels er kennelijk niet zijn om te worden nageleefd.

Niet gekozen maar benoemd

Het gebrek aan democratische legitimiteit van de leiders van de Europese Unie is iets anders waar veel Britten moeite mee hebben. In eigen land zijn ze gewend hun leiders zelf te kiezen — alle ministers, inclusief de premier, zijn tevens gekozen parlementariërs — en ook zelf weer weg te sturen. Het Britse kiesstelsel, waarbij politici niet op een lijst staan maar per district worden gekozen, zorgt ervoor dat elk lid van het Lagerhuis zelf een verkiezingscampagne heeft moeten voeren om gekozen te worden. Die persoonlijke manier van politiek bedrijven, waar de meeste Britten erg aan gehecht zijn, staat heel ver af van de ondoorzichtige en volgens critici ondemocratische bureaucratie van de Europese Unie. Daar worden leiders immers niet gekozen maar benoemd, en komt de regering — de Europese Commissie — niet voort uit het Europees Parlement, dat overigens door veel Britten niet als een echt parlement wordt beschouwd omdat het geen regeringsfracties of oppositie kent en bovendien niet over de gangbare parlementaire bevoegdheden beschikt, zoals het recht van initiatief.

Tegen deze achtergronden is de Britse euroscepsis misschien wel verklaarbaar. Daarbij wijzen tegenstanders van het EU-lidmaatschap er voortdurend op dat ‘Europa’ de Britten veel meer kost dan het oplevert, ook al betalen zij niet mee aan reddingsacties voor zwakke lidstaten. Hiernaast speelt de vluchtelingencrisis een rol. Die wordt door het Leave-kamp gebruikt als argument om uit de EU te treden. Bovendien, zo stelt dit kamp, zijn de resultaten die premier Cameron bereikte tijdens de onderhandelingen met Brussel begin dit jaar te mager om van een Brexit af te zien.

Grote onzekerheid

Als er al tot een Brits vertrek wordt besloten, kan het wel twee jaar duren voor dat zijn beslag krijgt. En over één ding zijn voor- en tegenstanders het eens: dat leidt tot grote onzekerheid bij financiële markten, in de politiek en op het wereldtoneel. Over de gevolgen zijn economen het hartgrondig met elkaar oneens. Het ene rapport voorspelt een forse daling van het bbp, een koersdaling van het Britse pond en een dalende levensstandaard, het andere voorspelt juist dat de Britten er veel beter aan doen om de Unie te verlaten. Niemand die het echt weet.

"Hun persoonlijke manier van politiek bedrijven, waar de meeste Britten erg aan gehecht zijn, staat heel ver af van de ondoorzichtige en volgens critici ondemocratische bureaucratie van de Europese Unie"

Wat zou er concreet veranderen als de Britten weer helemaal op eigen benen staan? Voor andere EU-burgers waarschijnlijk niet zo veel. Als de koers van het pond inderdaad fors daalt, worden vakanties naar Engeland goedkoper. De Britten doen niet mee aan ‘Schengen,’ dus paspoortcontrole is er al. Een eventuele visumplicht voor EU-burgers zou het wel iets ingewikkelder maken om naar Engeland te reizen. Doordat het Engels een wereldtaal is, is het land een aantrekkelijk vestigingsland voor veel mensen van binnen en buiten de EU, en een Brexit zou deze status kunnen aantasten. Het zou waarschijnlijk moeilijker worden om in het Verenigd Koninkrijk te gaan wonen en werken.

En voor de Britten zelf? Een lage koers van het pond is gunstig voor de export. Grotere zeggenschap over grenscontroles zou een remmende werking hebben op de migratiecijfers. Onzeker is of het land — net als Noorwegen en Zwitserland — deel zou uitmaken van de Europese Economische Ruimte (EER). De dreigementen van Juncker en Schäuble lijken daar niet onmiddellijk op te wijzen, maar die kunnen evengoed zijn ingegeven door het verlangen het stemgedrag te beïnvloeden. Als puntje bij paaltje komt, profiteren zowel het Verenigd Koninkrijk als de EU van wederzijdse handel.

Baas over eigen munt en begroting

Het allerbelangrijkste voor de Britten was en is het behoud van hun nationale soevereiniteit. Ze blijven baas over hun munt en hun begroting, en ze houden de vrijheid om met wie dan ook handelsverdragen te sluiten. Het soevereiniteitsaspect blijft onverminderd zwaar tellen. Voor de EU liggen de gevolgen van een eventueel vertrek op een heel ander vlak. Die zijn vooral politiek. Niet alleen kan een vertrek tot gevolg hebben dat ook andere lidstaten uit de EU willen treden, mocht straks blijken dat het Verenigd Koninkrijk na de Brexit economisch floreert, dan kan dat de bestaande euroscepsis in vele landen — ook ten aanzien van de euro — verder doen toenemen. Er staat dus het nodige op het spel. Wellicht verklaart dit waarom de drie (ongekozen) leiders van de Europese Unie, Tusk, Juncker en Schäuble, zich mordicus tegen een Brexit hebben verklaard: het kan het begin van het einde zijn van het grote Europese project.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Jean Wanningen

Gevolgd door 238 leden

Jean Wanningen (Weert, 1957) is een veelkleurige persoonlijkheid. Ging na ‘verkeerde’ studies bij een gerenommeerde investmen...