Jeugdzorg in het rood

Gemeenten zouden de jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis? Lees meer

De gemeenten zouden jeugdzorg dichterbij, efficiënter en uiteindelijk ook goedkoper gaan regelen. Het tegenovergestelde gebeurde: het aantal zorgaanbieders is gestegen van 120 in 2014, naar zo’n 6.000 nu. En inmiddels ontvangt één op de tien Nederlandse kinderen een vorm van jeugdzorg.

 

In de zomer van 2020 was voor veel gemeenten de maat vol. Ze gaven zoveel geld aan jeugdzorg uit, dat zij het financieel niet meer konden bolwerken. Den Haag moet met meer budget over de brug komen, luidde de boodschap.

Maar is geld het enige probleem? Onder de werktitel "Jeugdzorg in het Rood” doet Follow the Money onderzoek naar de geldstromen in de jeugdzorg. In deze gids loodsen we je langs de belangrijkste bevindingen.

55 Artikelen

Beeld © Elise Vandeplancke

Van marktbestormer tot beerput: zo ging jeugdbeschermer Briedis ten onder

Sinds gemeenten verantwoordelijk zijn voor jeugdzorg staat ook de ‘markt’ voor jeugdbescherming open. Alleen Briedis lukte het zich tussen de gevestigde orde te wringen. Met grote idealen bestormde deze coöperatie van zelfstandig werkende jeugdbeschermers in 2018 de markt. Amper twee jaar na dato is Briedis haar certificaat kwijt en vraagt de bestuurder gedesillusioneerd faillissement aan. Gezinnen en medewerkers blijven in verwarring achter.

Dit stuk in 1 minuut
  • Samen met Pointer, De Limburger, de Gelderlander, Omroep Flevoland, de Stentor, het Noordhollands Dagblad, het Haarlems Dagblad, het Leidsch Dagblad, de IJmuider Courant, De Gooi- en Eemlander, Tubantia, het Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant onderzoekt Follow the Money waar de jeugdzorgmiljarden blijven. Deze maand komen we met onze bevindingen over de jeugdbescherming naar buiten. 
  • Met de decentralisatie veranderde jeugdzorg in een markt. Ook de jeugdbescherming krijgt sinds 2015 te maken met marktwerking. In Nederland zijn veertien gecertificeerde instellingen actief,  grotendeels regionaal georganiseerd. Zij komen in actie als de rechter een kind onder toezicht of voogdij stelt, omdat diens veiligheid of ontwikkeling in het geding is.
  • In de afgelopen zes jaar is er maar één gecertificeerde instelling bijgekomen: Briedis. Deze coöperatie van zelfstandige jeugdbeschermers wist als nieuweling in 2018 de markt te betreden. 
  • Krap twee jaar na de oprichting moet Briedis alweer het veld ruimen. Wat ging er mis? Follow the Money en Pointer reconstrueren opkomst en ondergang aan de hand van notulen, jaarrekeningen, correspondentie en gesprekken met medewerkers, cliënten en de bestuurder. 
  • Zondag 20 juni zendt Pointer vanaf 19.00 uur op NPO Radio 1 zijn bevindingen uit.
Lees verder

Op een frisse lentedag in maart 2019 drukt Monique zenuwachtig haar sigaret uit, pakt haar nette jas van de kapstok en gooit de deur achter zich dicht. In haar witte Kia Picanto rijdt ze naar de rechtbank in Breda. Ruim zeven jaar geleden, net bevallen van haar tweede kind, gaat ze met haar ex in relatietherapie. Ze wil alles doen om een gezin te blijven. Ondanks alle vastberadenheid lukt dat niet. Als haar man zijn therapie niet afmaakt, hakt Monique de knoop door: ze wil scheiden. 

Een paar maanden na haar scheiding ontdekt ze tot haar verbijstering dat haar ex-man seksueel getinte foto’s en filmpjes van haar, maar ook van andere volwassenen en zelfs van kinderen online heeft verspreid. Hoewel Monique als hulpverlener andere gezinnen begeleidt, moet ze nu zelf om hulp vragen. Ze schaamt zich rot.

Op deze rechtszitting zal de rechter haar kinderen onder toezicht stellen. Zolang haar ex-man weigert een persoonlijkheidsonderzoek te ondergaan, laat Monique de kinderen niet onbegeleid naar hem toe gaan. Om de impasse te doorbreken, moest het voormalig echtpaar een dwangtraject in. Na de ondertoezichtstelling is de jeugdbescherming verantwoordelijk voor de veiligheid van haar kinderen. 

Opvallende afwezige bij de eerste rechtszitting is Briedis, de jeugdbeschermingsorganisatie die het traject moet begeleiden. De jeugdbeschermer staat bij de verkeerde rechtbank

Gevalletje ‘opstartproblemen’? Briedis is immers nieuw op de ‘markt’ van jeugdbescherming. Sterker: sinds die markt voor eenieder toegankelijk werd, is het alleen deze coöperatie van zelfstandig werkende jeugdbeschermers gelukt die te betreden. 

Briedis begon met grote ambities: jeugdbescherming kan en moet anders. Meer tijd voor de gezinnen, standaard twee jeugdbeschermers per complexe casus en zo weinig mogelijk administratieve druk. Ook de vorm waarin was nieuw. Briedis werd een coöperatie, met jeugdbeschermers als mede-eigenaar. 

Met deze ideeën slaagt bestuurder Corina Schenk er in januari 2018 in de eerste zzp’ers aan zich te binden. Zij zien de grote gecertificeerde instellingen falen en willen, net als Schenk, meer betekenen voor gezinnen die hulp nodig hebben. Aanvankelijk steken ze vrije weekenden en avonden in het opzetten van ‘hun’ organisatie en schuiven ze bij gemeenten en andere gecertificeerde instellingen (GI´s) aan, wat normaal alleen weggelegd is voor bestuurders. Nu mogen de jeugdbeschermers zelf toelichten hoe zij denken de jeugdbescherming te verbeteren. 

De zzp’ers kopen zich ieder voor 2000 euro in als lid van de coöperatie. Daarnaast investeert bestuurder Schenk in de loop der tijd ruim 1,5 ton in de organisatie. Maar er is meer geld nodig. Schenk vraagt diverse banken vergeefs om een lening, maar die zien er geen brood in. Ook de multimiljonairs waar ze bij aanklopt, houden hun portemonnee dicht.  

Politiek steekspel

Om ook financieel de zaken draaiend te krijgen, heeft Briedis een certificaat nodig: alleen met dat brevet op zak mag de organisatie gezinnen aannemen. Briedis moet daarvoor aan een normenkader voldoen. Met de inhoud van de zorg heeft dat weinig van doen. Het normenkader is bedoeld om te toetsen of de organisatie op orde is, of de medewerkers gekwalificeerd zijn, of zij reflecteren op hun eigen handelen, of er beoordelingsgesprekken gevoerd worden en er een cliëntenraad is. 

‘We wilden niet dat de certificering over de inhoud zou gaan,’ herinnert hoogleraar jeugdstrafrecht Mariëlle Bruning zich. Zij zat in de deskundigencommissie die destijds dat normenkader opstelde. ‘Over de inhoud gaat het tuchtcollege. Het is aan de beroepskrachten zelf om professionaliteit te ontwikkelen.’   

Bruning gaf alleen schriftelijk advies, maar emeritus hoogleraar kwaliteit en certificering Teun Hardjono woonde wel sessies van de commissie bij. Hij herinnert zich dat als een politiek steekspel. ‘Van meet af aan was het doel om de gevestigde orde in stand te houden.’ Maar dat gebeurt nu eenmaal bij het bepalen van normen, vervolgt hij. ‘Toen iemand een bepaalde behandelmethode wilde doordrukken, heb ik mij daartegen verzet.’

Het Keurmerkinstituut: voor speeltoestellen en jeugdbescherming

Het Keurmerkinstituut stamt uit 1926 en werd opgericht door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen om consumentenproducten te keuren. Op dit moment keurt het instituut producten, speeltoestellen, kinderopvangorganisaties, zorgbedrijven, de jeugdbescherming en jeugdreclassering. 

Een op zijn zachtst gezegd breed palet. ‘We waren al met kinderopvang bezig toen het keurmerk Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector (HKZ) op de markt kwam. We besloten om ons ook op zorgbedrijven te gaan richten,’ verklaart directeur Wim Glorie de stap naar jeugdbescherming. ‘Hierdoor kregen we auditoren met een achtergrond in de jeugdzorg en jeugdbescherming in huis. Zodra de aanbesteding voor jeugdbescherming en jeugdreclassering in 2014 werd opengesteld, besloten we de zorgtak verder uit te breiden.’ 

Het Keurmerkinstituut beoordeelt niet of en hoe de zorg geleverd wordt, maar toetst de randvoorwaarden waaraan het kwaliteitsmanagementsysteem moet voldoen. Hierover legt het Keurmerkinstituut verantwoording af aan de Raad voor Accreditatie, die jaarlijks het werk van het instituut beoordeelt. Daarnaast houdt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd toezicht op het Keurmerkinstituut. De uitkomsten van de beoordelingen van het Keurmerkinstituut en de Raad voor Accreditatie zijn geheim

Voor de controle op de kwaliteit van de jeugdbescherming is de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd de aangewezen instantie. De IGJ deed in 2019 uitgebreid onderzoek naar alle jeugdbeschermingsorganisaties en concludeerde dat die niet in staat waren de aan hen toegewezen kinderen adequaat te helpen. Financiële onzekerheid, personeelstekorten en onvoldoende beschikbare vervolghulp waren daarbij de grootste struikelblokken. 

Hoe kunnen instellingen met zo’n slechte staat van dienst gecertificeerd blijven? Glorie vindt dat zijn Keurmerkinstituut daar kritisch naar kijkt. ‘Een certificaat is niet vanzelfsprekend. We hebben in het verleden drie keer een certificaat ingetrokken of niet verlengd. In 2014 had Jeugdbescherming Brabant de organisatie niet op orde, daarna stond het certificaat van Jeugdbescherming Overijssel en van de William Schrikker Stichting op de tocht. En nu dat van Briedis.’

De eerste drie hebben de kans gekregen om alsnog te bewijzen dat ze weer aan de eisen konden voldoen. Briedis krijgt geen herkansing. ‘Dat gebeurt als er tekortkomingen zijn die de organisatie niet binnen vier maanden kan oplossen, of als er fundamentele tekortkomingen zijn,’ zegt Glorie. Om welke tekortkomingen het precies ging bij Briedis, mag hij niet zeggen.  

Briedis gaat in verweer tegen het besluit van het Keurmerkinstituut, hoewel Schenk zegt door het ministerie van Justitie en Veiligheid onder druk te zijn gezet om dit niet te doen. ‘Als we in verweer zouden gaan, zou dat gevolgen hebben voor de hulp en steun bij de zorgoverdracht naar andere aanbieders.’

Lees verder Inklappen

Het verschil maken

Briedis krijgt in september 2018 een voorlopig certificaat, op voorwaarde dat de nieuwe gecertificeerde instelling in haar statuten vastlegt dat de coöperatieleden zichzelf geen winst mogen uitkeren. Nadat de Zeeuwse gemeenten Briedis een tijdelijk voorschot van 165.000 euro verstrekken om de wachtlijsten van de provinciale gecertificeerde instelling Intervence weg te werken, komen begin 2019 de eerste kinderen in zorg. 

‘In het begin hadden we twee kinderen en zeven begeleiders,’ zegt Schenk. ‘Bij andere gecertificeerde instellingen hebben zzp’ers zekerheid van betaling. Dat heeft ons in het eerste jaar wel opgebroken.’ 

Maar enkele jeugdbeschermers werken in dat eerste jaar fulltime voor Briedis. De meesten hebben er nog ander (zzp-)werk naast, al valt het niet mee dat met de arbeidsintensieve aanpak van Briedis te combineren. ‘Aanvankelijk maakten we veel tijd voor de gezinnen,’ zegt Barbara. ‘Daarmee wilden we echt het verschil maken. Zo gingen we soms een hele zaterdagmiddag naar een vakantiepark, om ouders met een uit huis geplaatst kind een mooie middag te bezorgen. Dan hoefden ze niet in een saai kantoor te zitten om hun kind te zien.’ 

Dat ideaal blijkt al snel niet werkbaar. Doordat Briedis veelal in het dunbevolkte Zeeland werkt, zijn de reistijden lang. ‘Tweederde van mijn tijd zat ik op de snelweg. En dat dan keer twee jeugdbeschermers per gezin.’ De kunst was zoveel mogelijk afspraken in dezelfde omgeving te maken om zo reistijd te besparen.

Eén van de eerste gezinnen onder Briedis’ vleugels is dat van Monique. Ook zij krijgt twee jeugdbeschermers toegewezen. Omdat ze via haar werk als hulpverlener professioneel betrokken is bij Jeugdbescherming Brabant en Intervence, wil Monique met Briedis in zee: daar kent ze niemand. Bij de rechtbank zou ze voor het eerst haar jeugdbeschermer ontmoeten. Maar die reed naar Middelburg in plaats van Breda. 

Zonder enige communicatie bepaalt Briedis dat de omgang voortaan onbegeleid kan 

De jeugdbeschermers moeten de omgangsregeling die de rechter oplegt, handen en voeten geven. Ook moet het verordonneerde persoonlijkheidsonderzoek van vader nu eindelijk van de grond komen. Na vier huisbezoeken ligt er, vier maanden na deze uitspraak, nog altijd geen plan van aanpak klaar. 

Na lang aandringen krijgt Monique na vijf maanden een conceptplan. Een afspraak om dat door te nemen, komt er niet. Sinds die tijd hebben Monique en de kinderen geen jeugdbeschermer meer gezien. Het enige contact was per mail, zodat Monique de afspraken zwart op wit zou hebben. 

Monique ontdekt dat de begeleide omgangsregeling juni 2019 is omgezet naar een semi-begeleid contact. Ze is het hier niet mee eens. ‘Want dit is zonder enige communicatie, zonder afspraken en zonder veiligheidsplan gebeurd. Ik heb me er altijd voor ingezet dat mijn kinderen hun vader kunnen zien, maar ik wil zeker weten dat het veilig is,’ zegt Monique. 

Tegen alle drie de jeugdbeschermers van Briedis waarmee ze tot dan toe te maken had, diende ze meerdere klachten in. ‘Ze kwamen afspraken niet na, zegden huisbezoeken af, volgden beschikkingen van de rechter niet op, vertraagden de zorg voor de kinderen en doen uitspraken over de kinderen, die ze sinds juli 2019 niet meer hebben gezien of gesproken. Ook hadden ze geen contact met school en de hulpverleners van de kinderen.’

Omdat Briedis volgens Monique de klachten niet adequaat oppakt, verslechtert de situatie. Begin januari 2020 krijgt ze twee nieuwe jeugdbeschermers van Briedis toegewezen. ‘We zijn er samen niet uitgekomen,’ constateert oprichter Schenk, die niet tot in detail op deze zaak ingaat. ‘Maar het heeft zeker onze aandacht gehad.’

Monique is niet de enige met zulke klachten over Briedis. Naast de inhoudelijke klachten tekende ze ook bezwaar aan over de interne afhandeling. Oprichter Schenk erkent dat de formele klachtenprocedure in het eerste jaar nog niet op orde was, maar zegt ook, zeker in het geval van complexe scheidingen, inmiddels te accepteren dat ‘je nooit iedereen tevreden kunt stellen.’ 

Dossier

Jeugdzorg in het rood

De gemeenten zouden jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis?

Volg dit dossier

Onbetaalde facturen

Hoewel Briedis in 2019 groeit naar zestig cliënten, staat de organisatie aan het einde van haar eerste jaar 4 ton in de min, waardoor het negatief vermogen oploopt tot 647.851 euro. Schenk gaat de boer op om voorschotten bij gemeenten te regelen. Dat lukt in de regio Gooi en Vechtstreek, waar burgemeester Pieter Broertjes van Hilversum in januari 2020 aan de raad laat weten dat Briedis van de regio 70.000 euro krijgt. ‘Wij zien Briedis graag in onze regio werken,’ schrijft hij aan de gemeenteraad. Het Gooi kampt met een tekort aan jeugdbeschermers en Briedis neemt in ruil voor het voorschot tien zaken op zich.

Bij de jeugdbeschermers loopt de werkdruk snel op. Naast hun werk met gezinnen steken de jeugdbeschermers vele onbetaalde uren in de organisatie. Dat begint te wringen. Ze beginnen zich te roeren als Briedis hun facturen van eind 2019 nog maar gedeeltelijk betaalt. Als ze Schenk om inzage vragen, krijgen ze de ene na de andere Excelsheet met telkens andere cijfers. ‘Het geld was nodig voor systemen of externen die hielpen bij de organisatie,’ zeggen ex-medewerkers over de verklaring.  

Er volgt een bijeenkomst waarbij een bedrijfskundige een groeimodel voorstelt, waarin de jeugdbeschermers tijdelijk minder verdienen. Wel ontvangen ze maandelijks een vast bedrag, waarmee de leden zelf bepalen hoeveel uren ze in de gezinnen steken. ‘De afspraak was: wij gaan naar de gezinnen, Schenk bouwt aan de organisatie, zodat Briedis uit de schulden komt. We zouden tijdelijk inleveren, maar daarna zou het goed komen’, zegt Lieke.

Avonden en weekenden doorwerken

Intern loopt de spanning bij Briedis verder op. Gaandeweg krijgen de jeugdbeschermers minder grip op de organisatie. De werkdruk neemt toe, omdat Briedis meer complexe casussen aanneemt. De medewerkers werken in de avonden en weekenden door, hoewel ze nog altijd niet volledig betaald krijgen. Van hun status als mede-eigenaar van Briedis merken ze in de praktijk bitter weinig. ‘We begonnen met een coöperatie, waarin iedereen zou meebeslissen. Dat is niet gebeurd, want de bestuurder neemt alsnog alle besluiten. Dat dat zo gelopen is, verbaast me nog steeds.’ 

Begin mei 2020 uiten de jeugdbeschermers in een brief aan Schenk hun zorgen over de gang van zaken. In haar antwoord erkent Schenk de problemen, maar schrijft ze ook dat ze erop vertrouwt er samen uit te komen. Op dat moment weten de jeugdbeschermers niet dat de schuld alleen maar toeneemt.

Een dag later horen ze dat wel, als ze met zijn allen op de hei zitten, een bijeenkomst georganiseerd door de coöperatieleden. ‘Daar hoorden we dat de schuld opgelopen was tot acht ton,’ zegt Sara. ‘Hoe kon dat gebeuren? Waar is het geld? Dat weten we nog steeds niet.’

‘Terwijl ik soms de huur niet kon betalen, reed de bestuurder in een lease-auto’

‘Waar het geld van Briedis naartoe ging, Joost mag het weten. Wij werkten meer dan 40 uur in de week en kregen onder het minimumloon betaald. En terwijl ik soms de huur niet kon betalen, reed  Schenk in een lease-auto en had een goed salaris,’ zegt Nicky. De coöperatieleden eisten inzage in de bankrekening. Die kregen ze niet.

‘Je wordt rijk, we worden groot’

Ondertussen blijven de zaken binnenstromen en werft Briedis nieuw personeel. Bij de sollicitatiebijeenkomsten moeten coöperatieleden aanwezig zijn. ‘Daar werd Briedis flink opgehemeld: “Je wordt rijk en we worden groot,” dat was het verhaal.’ 

Omdat het werk zich opstapelt, zet Schenk volgens een ex-medewerker ook ongeregistreerde jeugdbeschermers in. ‘Zij werden nog slechter betaald en moesten geld inleggen omdat ze binnen Briedis opgeleid werden. Tegen ons vertelde ze: als jullie meer zaken draaien, komt er meer geld binnen en is de kans groter dat jullie betaald krijgen. Mensen gingen eraan onderdoor.’ 

De nieuwe zzp’ers hoeven niet allemaal een inleg te betalen. ‘Dat wisten wij niet. De slogan was altijd: wat jij doet, raakt mij ook. Je moet blind op elkaar kunnen vertrouwen. Toen er steeds meer nieuwe medewerkers bijkwamen, werd dat steeds lastiger,’ zegt Barbara.  

Zo bouwt Briedis steeds meer schuld op bij haar eigen leden. Die pikken dat niet meer wanneer ze horen hoe diep de organisatie in de min staat: een deel van hen stapt op en spreekt een afbetalingsregeling af om hun achterstallige salaris, variërend van 7000 tot 40.000 euro, terug te krijgen. 

Niet alleen de medewerkers beginnen te morren, ook het Keurmerkinstituut constateert tijdens auditbezoeken in de loop van 2020 meerdere ‘kritische afwijkingen’. Maar omdat Briedis deze binnen de gestelde termijn voldoende herstelt, geeft het KMI de organisatie in januari 2021 haar definitieve certificaat.

Wethouder Jack Werkman: ‘We wilden het nieuwe concept van Briedis een kans geven’ 

Vlak daarvoor geeft een kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant Briedis nog een flinke uitbrander. In een zaak over een ondertoezichtstelling heeft Briedis verzaakt om ‘de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren’. Niet voor het eerst, schrijft de kinderrechter in zijn uitspraak, want de manier van werken en de verslaglegging is bij Briedis vaker niet op orde. Schenk zegt dat de rechter daarmee doelde op de vorm van de verslaglegging, niet zozeer op de inhoud van het werk. ‘Tijdens de eerstvolgende zittingen kregen we juist een compliment over hoe we te werk waren gegaan in de casus, en wat we bereikt hadden.’

Met het certificaat op zak zijn er kansen voor Briedis in Zeeland. Daar hebben dertien gemeenten hun vertrouwen verloren in de verlieslijdende Zeeuwse gecertificeerde instelling Intervence. De wethouders zijn gecharmeerd van Briedis. ‘Ze werken met zzp’ers, die mede-eigenaar zijn, dus het is hun kindje. Ze kunnen veel flexibeler werken dan een gewone GI en zijn meer op de zorg geënt,’ somt wethouder Jack Werkman van de gemeente Sluis de voordelen op. ‘We wilden dit nieuwe concept een kans geven.’ 

Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) en staatssecretaris Paul Blokhuis (Jeugdzorg) zijn minder gecharmeerd van het plan van de Zeeuwse gemeenten: zonder deugdelijk overgangsplan mogen de Zeeuwen geen onomkeerbare besluiten nemen. De bewindslieden schakelen hun Inspecties in om de continuïteit van zorg te onderzoeken. Beide Inspecties hebben er geen vertrouwen in dat Briedis in korte tijd de toestroom van gezinnen aan kan. ‘Het overnameplan is onvoldoende concreet, realistisch en volledig en bevat te veel risico’s die niet of niet voldoende zijn afgedekt.’

Vervanging Intervence pakt veel duurder uit

Sinds 2018 voeren de Zeeuwse gemeenten gesprekken met de Zeeuwse jeugdbeschermingsorganisatie Intervence over de kwaliteit van de zorg en de financiën. Als één van de kleinste regionale gecertificeerde instellingen (GI’s) waren de kosten voor Intervence relatief hoger dan voor andere GI’s. Vanaf maart vorig jaar gingen de gesprekken over de toekomst van Intervence. 

Volgens Intervence is één van de oorzaken van alle problemen dat gemeenten in Zeeland de vrijwillige jeugdbescherming losgeknipt hebben van de gedwongen. De vrijwillige zorg gaat onder andere naar commerciële bedrijven. ‘Geheel volgens het landelijk beleid van de Jeugdwet,’ meldt wethouder Jack Werkman, die namens de dertien Zeeuwse gemeenten een jaar lang fulltime bezig is geweest om de jeugdbeschermingsproblemen op te lossen. Volgens Intervence is de terugloop van het aantal cliënten een belangrijke oorzaak van het probleem: de inkomsten liepen terug, het personeel liep weg of kwam ziek thuis te zitten.

In 2019 komen de Zeeuwse gemeenten 56 miljoen euro tekort, voornamelijk dankzij hogere uitgaven aan jeugdzorg. Intervence is dan al langer een zorgenkind. De Zeeuwse wethouders becijferden dat zij jaarlijks minimaal 1,2 miljoen euro extra moeten betalen om Intervence overeind te houden. Te veel geld, besloten ze, en daarom willen ze via drie toekomstscenario’s uitzoeken of jeugdbescherming door een andere organisatie niet goedkoper kan. Intervence mag een plan voor de eigen redding uitwerken, Partners voor Jeugd onderzoekt een mogelijke overname van Intervence en gemeenten werken met Briedis, de William Schrikker Stichting en het Leger des Heils een plan uit om de gezinnen van Intervence over te nemen.

Op 26 november 2020 gaat de kogel door de kerk: Intervence moet sluiten, de drie andere GI’s nemen de boel over. ‘Intervence is te klein om te kunnen overleven,’ stelt Werkman. Briedis is met 128 cliënten, waarvan 75 Zeeuwse, op dat moment veel kleiner dan Intervence, dat 766 cliënten heeft. Binnen een jaar moet Briedis haar capaciteit zien uit te breiden naar zo’n 450 cliënten. 

Daar hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid geen vertrouwen in. Zij vinden het overnameplan te riskant, omdat het ‘onvoldoende concreet en realistisch’ is. Liever zien zij dat Jeugdbescherming West (JB west) uit Den Haag de mogelijkheden van een overname onderzoekt. Het plan-Briedis verdwijnt in de la, al moet Briedis wel standby staan, mocht JB west de boel niet rond krijgen.  

In haar businessplan eist JB West een omzetgarantie van 7 miljoen per jaar, hogere tarieven en een eenmalig bedrag van 3,8 miljoen euro. Maximaal kunnen deze kosten oplopen tot 5 miljoen euro.

Op 3 juni 2021 gingen de gemeenten knarsetandend akkoord met het businessplan van JB West. Wethouder Werkman blijft erbij dat Intervence voor de lange termijn niet te redden was. 

Uit onderzoek van Follow the Money blijkt echter dat JB West er in 2019 financieel slecht voor stond. Dat roept bij hoogleraar gezondheidseconomie Wim Groot vragen op. Hij bestudeerde op verzoek van Follow the Money de cijfers van JB West en het businessplan. ‘Er zijn geen garanties dat het JB West lukt om de voorgestelde besparingen te realiseren. Slagen ze daar niet in, dan kloppen ze ongetwijfeld nog een keer bij de gemeenten aan.’  

Met de inwilliging van de financiële eisen die JB West stelde, had Intervence het de komende jaren ook gered, meent diens bestuurder Sira Kamermans. ‘Het geeft een wrang gevoel dat Intervence niet de kans heeft gekregen van de wethouders om onder dezelfde voorwaarden als West verder te gaan. Dat neemt niet weg dat we blij zijn met het nieuwe perspectief waarbij Intervence de deuren niet hoeft te sluiten. Het merendeel van het personeel kan over naar JB West. Hierdoor kunnen de gezinnen ook gekoppeld blijven aan hun jeugdbeschermers.’ 

Lees verder Inklappen

De Inspecties weten dat Briedis financieel kwetsbaar is. Ze kunnen niet beoordelen of Briedis op de langere termijn in staat is de Zeeuwse kinderen adequaat te helpen. Te rade gaan bij een Raad van Toezicht kan niet: die heeft Briedis niet. 

‘Wij hebben van de Inspecties geen ruimte gekregen om vragen over ons conceptplan te beantwoorden,’ stelt Schenk. ‘Daarop heb ik verweer geschreven. Het antwoord vond ik nietszeggend. Het oordeel van de Inspectie leek van tevoren al vast te staan.’

Haar eigen leden begrepen de wens om Intervence over te nemen niet. ‘We schrokken toen we het bericht kregen dat Briedis de lead zou nemen in de overname van Intervence,’ zegt Sara. ‘We waren nog zo aan het watertrappelen. Ons was altijd gezegd dat kwaliteit voorop stond, niet kwantiteit.’ Ook vrezen ze dat de overname de nekslag is voor hun coöperatievorm: ‘Als je een grote gecertificeerde instelling overneemt, kun je een coöperatie niet in stand houden.’ 

Geen vertrouwen meer

Hoewel die overname in de winter van 2021 definitief van de baan is, verwijzen rechters uit andere regio’s meer en meer gezinnen naar Briedis. De ene na de andere aanmelding stroomt binnen. En dat terwijl jeugdbeschermers, aangeslagen door het negatieve Inspectierapport over de Zeeuwse overname, vertrekken. Dat leidt tot een onverantwoord hoge werkdruk. ‘Als de Raad voor de Kinderbescherming en de rechter een gecertificeerde instelling aanwijzen, mogen wij dat gezin niet weigeren,’ stelt Schenk. ‘We probeerden zo goed en zo kwaad als het ging de toestroom op te vangen, maar op een gegeven moment hadden we te veel kinderen en te weinig medewerkers.’ 

Net op dat moment komt het Keurmerkinstituut langs voor een audit. Dat constateert een verslechtering ten opzichte van het jaar ervoor en telt acht kritische afwijkingen. Een week later deelt het Keurmerkinstituut mee geen vertrouwen te hebben dat Briedis deze problemen op korte termijn kan oplossen. Voor het eerst trekt het Keurmerkinstituut een certificaat definitief in, nota bene amper vier maanden nadat het nog een definitief certificaat verstrekte. Wel krijgt Briedis een tijdelijk certificaat om de gezinnen over te dragen.

‘Ik zal de laatste zijn om te zeggen dat het bij die audit op orde was,’ zegt Schenk. Toch vindt ze het ‘onverdiend’ dat Briedis geen tweede kans kreeg. ‘Mij was verteld dat verlenging mogelijk zou zijn, als we konden aantonen dat we de afwijkingen binnen aantal maanden op orde hadden. Die tijd is ons niet gegund.’De penibele financiële prognose verslechtert in rap tempo zodra Briedis het certificaat verliest en de plannen in Zeeland niet doorgaan. ‘Als je niet groot genoeg kunt groeien, is het onmogelijk om financieel gezond te worden.’ 

Waar Briedis precies niet aan voldeed, vertelt zowel het Keurmerkinstituut als Briedis niet. Zelfs de minister komt het niet te weten. ‘Dat is iets tussen beide partijen,’ zegt Wim Glorie, directeur van het Keurmerkinstituut. Waar het Briedis in elk geval aan ontbrak, is een cliëntenraad. 

Meer dan een jaar salaris tegoed

Zonder certificaat is Briedis nog verder in de problemen geraakt. Inmiddels heeft Schenk faillissement aangevraagd. Dat viel de coöperatie-leden rauw op het dak. ‘Ik voelde me voor de gek gehouden,’ zegt Nicky. ‘Ik heb nog meer dan een jaar salaris tegoed.’ 

Corina Schenk kon het allemaal inspirerend brengen, vinden ze, maar uiteindelijk is hun vertrouwen geschonden. ‘Tot een half jaar geleden dachten we dat het nog goed zou komen,’ zegt Sara. ‘We stonden ook echt achter onze gezamenlijke visie. De jeugdbescherming faalt, wij wilden het anders doen. Ik zou zo weer in een organisatie stappen die dat probeert. Maar dan wel met een degelijk financieel expert erbij, want Corina heeft het geld niet goed beheerd.’ 

‘Ik schaam me diep dat ik hier onderdeel van heb uitgemaakt’

Een andere medewerker oordeelt een stuk harder. ‘Dat ik hier onderdeel van heb uitgemaakt, daar schaam ik me diep voor. Dat de gezinnen hier last van hebben, heeft mij het meeste pijn gedaan.’   

Eén van die gezinnen die de gevolgen van Briedis’ falen ondergaat, is dat van Monique. In haar twee jaar Briedis kreeg ze met zes jeugdbeschermers te maken, met als enige gevolg dat de situatie alleen maar geëscaleerd is. Haar oudste dochter is inmiddels 12 jaar. Zij ontvangt nu zelf post van de rechtbank. In één van deze brieven leest ze begin dit jaar dat Briedis overweegt haar uit huis te plaatsen. ‘Mijn dochter snapt er niets van, is verdrietig en in paniek. Zij wil niet uit huis geplaatst worden, ze wil gewoon omgang met beide ouders. Dat wil ik ook, maar wel met een duidelijk plan van aanpak en een veiligheidsplan.’  

Wederhoor Briedis-bestuurder Corina Schenk: ‘De sector wilde geen nieuwe partij in hun midden’

Briedis stond bij haar entree in de jeugdbescherming al met 1-0 achter, denkt oprichter Schenk. ‘Vernieuwing in de jeugdbescherming is onmogelijk. Dat kunnen we nu wel vaststellen. Het normenkader waaraan een GI moet voldoen, gaat uit van al lang bestaande en relatief grote organisaties, waar managers kunnen toezien op het naleven van de afspraken. Onze nieuwe organisatievorm past daar niet in.’ En daarbij, vindt ze: ‘De sector wilde geen nieuwe partij in hun midden. Briedis werd als bedreiging gezien toen bleek dat de Zeeuwse wethouders voor ons hadden gekozen.’

Over haar eigen aandeel in het falen van Briedis zegt ze: ‘Het klopt dat het tijdig kunnen beschikken over de relevante cijfers altijd met moeite is verlopen. Dat tot mijn eigen frustratie. In 2019 was het nog niet zo lastig omdat het erg overzichtelijk was en het onvermijdelijk was dat de aanloopverliezen nog zouden toenemen. Er werd immers meer uur gewerkt dan er al aan opbrengsten binnenkwamen.

Elke paar maanden bedachten of onderzochten we nieuwe schema’s om een zo eerlijk en transparant mogelijke werkwijze te kiezen die ons zou helpen de beperkte middelen te verdelen. Elk van de gekozen methoden was na enkele tijd niet meer passend.

In het eerste kwartaal van 2020 werd het nijpend. Het lid van de coöperatie dat over de cijfers ging kon door werkzaamheden elders niet altijd op tijd zijn met de cijfers. Wel klopten ze altijd. Er was echter (nog) geen geld om iemand aan te nemen die deze taak met meer tijd op zich kon nemen. En dat is – tot mijn grote spijt- eigenlijk altijd zo gebleven.

Met de jaarrekening 2019 net in handen was er alle reden om direct aan de bel te trekken en expertise in te roepen. Op besluit van de ledenvergadering is dat toen ook gedaan. Bij de start van het onderzoek was de jaarrekening 2019 wegens een afgelaste ledenvergadering (door Corona) nog niet met de leden besproken. De (onvermijdelijk) opgebouwde schuld in 2019 hakte er bij iedereen in.

Terugkijkend stel ik vast dat de situatie van het (ook voor mij) niet tijdig kunnen beschikken over relevante cijfers intern te lang heeft geduurd. Dat had ik eerder moeten doorbreken, hoewel ik nog steeds niet goed weet hoe. Extra geld uitgeven aan menskracht en betere instrumenten om ons dashboard goed te krijgen was nog niet mogelijk.

Het voorstel heeft er gelegen dat mijn dienstverband formeel omlaag zou gaan, in de verwachting dat dit voldoende middelen vrij zou maken voor iemand die deze taak op zich zou kunnen nemen. Dat had gekund zodra enkele organisatorische beleidstaken en werkzaamheden door anderen zouden worden overgenomen.

In de terugblik begrijp ik zeker ook dat mijn regelmatig uitgesproken hoopvolle verwachting over wat ‘klaar zou moeten kunnen zijn’ of ‘zou kunnen gebeuren’, eigenlijk altijd is gehoord als een concrete belofte van mij als bestuurder. Die (dus) steeds niet werd nagekomen. Ik besef dat zoiets bij sommige mensen het gevoel van vertrouwen ondermijnt.’

Op verzoek van Follow the Money heeft Schenk haar eigen inkomsten op een rij gezet. Van 2017 tot en met 2020 waren de bestuurskosten voor Briedis 386.620 euro. Hiervan heeft ze uiteindelijk netto 201.847 euro betaald gekregen. ‘Omgerekend naar uren kom ik, inclusief leasekosten voor de auto, uit op 41 euro per uur.’ Haar investering van 124.000 euro heeft ze nog niet teruggekregen.

Briedis had in die jaren een omzet van zo’n 1,4 miljoen euro. De totale personeelskosten waren 1,7 miljoen euro. Op dit moment is er nog een loonschuld bij de leden van 246.000 euro. De vraag is wat zij hier na het faillissement nog van terug gaan zien.

Lees verder Inklappen