© CC0 (publiek domein)

    In 2016 werd de farmaceutische lobby opgeschrikt: Nederland had in de Europese Unie het probleem van de hoge medicijnprijzen op de agenda gezet. Voor het eerst zou er door Brussel serieus gekeken worden naar deze opjagers van zorgkosten. Maar met het aantreden van de nieuwe Commissie blijkt er nog niets wezenlijks veranderd. De lobby heeft zich intussen herpakt.

    Dit stuk in 1 minuut

    Waar gaat dit over?

    • De kritiek op farmaceuten die exorbitante prijzen vragen voor hun geneesmiddelen neemt de afgelopen jaren flink toe. Op voorspraak van Nederland is ook in Brussel de discussie aangezwengeld. De farmaceutische lobby stelt echter alles in het werk om de touwtjes in handen te houden. Zo wordt er druk uitgeoefend op Nederland om een andere toon aan te slaan nu het Europese medicijnagentschap EMA naar Amsterdam is gekomen. Ook stromen miljarden aan Europees onderzoeksgeld nog altijd ongehinderd naar de industrie. De vraag is nu of de nieuwe Commissie het aandurft om het roer om te gooien.

    Waarom moet ik dit lezen?

    • Overheden gaan zwaar gebukt onder de hoge prijzen die sommige farmaceuten rekenen op geneesmiddelen. Dit komt mede door bepaalde Europese beschermingsmechanismen die de industrie in staat stellen lange tijd een monopolie op producten te houden. Zolang die macht niet gebroken wordt, zullen belastingbetalers zich blauw blijven betalen aan zorgkosten of moeten overheden vaker besluiten bepaalde medicijnen niet te vergoeden, waardoor patiënten de dupe zijn. Er hangt dus veel van af hoe deze discussie zich de komende jaren in Europa verder ontwikkelt.

    Hoe heeft FTM dit onderzocht?

    • Voor dit verhaal sprak FTM zowel voor- als achter de schermen met betrokkenen en werden er rapporten, beleidsstukken en lobbydocumenten doorgenomen om een beeld te krijgen van het Brusselse krachtenveld. 
    Lees verder

    Door de financiële crisis kwam het tweede kabinet Rutte er niet meer onderuit. Terwijl overal volop het mes in werd gezet, bleken enkele grote zorgposten maar niet te bedwingen. Ook de dure geneesmiddelen trokken zich nergens iets van aan en woekerden vrolijk voort, waardoor de zorg een steeds groter deel van de Rijksbegroting opslokte.

    Het was voor toenmalig minister Edith Schippers van Volksgezondheid reden om de mouwen op te stropen en die medicijnprijzen kritisch onder de loep te nemen. Ze introduceerde een reeks van maatregelen en ging in onderhandeling met de industrie om stukje bij beetje de zorgkosten omlaag te krijgen. Opeens werd het in Nederland bon ton om af te geven op de hoge winstmarges die de farmaceuten verdienen over de ruggen van de kwetsbaarste groepen. Dit tot grote ergernis van de farmacie, die zichzelf gedegradeerd zag van levensredder tot afperser.

    Doorbraak

    Maar Schippers’ ambities reikten verder. Nederland is immers maar een klein landje, dat slechts beperkt tegenwicht kan bieden aan de farmaceutische reuzen. Om echt een vuist te kunnen maken, waren er medestanders nodig. Bovendien profiteren de farmaceuten van een aantal Europese beschermingsmechanismes die hen in staat stellen hun medicijnen zo lang mogelijk tegen de hoogste prijs te verkopen.

    Schippers moest, kortom, naar Brussel. 

    De ultieme gelegenheid daartoe deed zich voor in de eerste helft in 2016. Nederland bekleedde het halfjaarlijks voorzitterschap van de Raad, wat wil zeggen dat het een dikke vinger in de pap had bij het bepalen van de agenda van de lidstaten. Prompt bombardeerde onze minister van Volksgezondheid daar de medicijnprijzen tot prioriteit. En met succes. Tegen het eind van dat halve jaar kwam de Raad tot een eensgezinde conclusie: de Commissie moest onderzoeken of de Europese beschermingsmechanismen voor farmaceutische bedrijven ‘uit balans’ waren. Oftewel, of er geen verkeerde prikkels zijn waardoor farmaceuten onredelijk dikke winsten in hun zakken kunnen steken.

    Yannis Natsis, die namens de maatschappelijke gezondheidsorganisatie EPHA al jaren strijd tegen dure medicijnen, weet nog goed wat een doorbraak dit was: ‘Het hele narratief was in een klap veranderd. Eindelijk was er erkenning dat hier sprake was van een probleem. De politieke correctheid was van tafel: alle pijnpunten lagen nu voor ter discussie, waaronder zelfs de beschermingsmaatregelen uit het intellectueel eigendomsrecht.’

    Octrooien

    Vooral die laatste zijn activisten zoals hem al jaren een doorn in het oog. Deze beschermingsmaatregelen zijn Europese octrooiregels waarop farmaceuten een beroep kunnen doen om zo lang mogelijk het monopolie op hun geneesmiddelen te behouden — en dus de hoofdprijs te kunnen vragen. Het idee erachter is dat de producent de tijd krijgt om zijn investering terug te verdienen. In de praktijk zijn sommige van die beschermingsmaatregelen echter dermate ruim opgezet, dat farmaceuten er wel heel makkelijk een beroep op kunnen doen om er vervolgens de jackpot mee te winnen.

    ‘Het is onaanvaardbaar dat Leadiant woekerwinsten probeert te maken over de rug van patiënten’

    Dit speelt met name rond de zogeheten ‘weesgeneesmiddelen’, weet Ella Weggen van Wemos, een maatschappelijke organisatie die zich richt op de verbetering van gezondheid wereldwijd. Weggen: ‘Dat zijn medicijnen voor zeldzame ziekten waarvan de prijs tot in de miljoenen kan oplopen. De EU heeft wetgeving gemaakt waarmee de ontwikkeling van weesgeneesmiddelen extra wordt beloond, en dat zien we terug in de prijzen.’

    Opvallend genoeg gaat het meestal om kankermedicijnen, toch niet bepaald een zeldzame ziekte. ‘Maar je hebt zoveel varianten, fabrikanten spelen daarop in en vragen voor iedere variant extra marktbescherming aan’, zegt Weggen. ‘Dat zie je bijvoorbeeld terug in de personalised medicine-trend, waarbij wordt getracht geneesmiddelen toe te snijden op de medische context (zoals genen) van de patiënt. Op die manier krijg je steeds kleinere patiëntenpopulaties, waar je telkens opnieuw marktbescherming voor kunt aanvragen. Hoewel het belangrijk is dat patiënten medicijnen op steeds preciezere wijze ontvangen, wordt in onze ogen daarmee ook misbruik gemaakt van de regelgeving.’

    Het is kritiek die de afgelopen jaren steeds meer weerklank vindt. Deze maand nog kwam de Italiaanse farmaceut Leadiant in het nieuws. Het bedrijf had alle producenten van een medicijn tegen een zeldzame stofwisselingsziekte opgekocht, marktbescherming van 10 jaar aangevraagd en vervolgens de prijs per pil opgejaagd van 28 cent tot 140 euro. Daarmee haalde het bedrijf zich de woede van Europese landen als Nederland en België op de hals: ‘Het is onaanvaardbaar dat Leadiant woekerwinsten probeert te maken over de rug van patiënten’, brieste de Belgische minister van Economie Wouter Beke.

    Op zijn beurt schreef minister Bruno Bruins een gepikeerde open brief in De Volkskrant. De brief was geadresseerd aan de farmaceutische industrie en ging over diens ‘extreme prijzen, woekerwinsten en een totaal gebrek aan transparantie’.

    Ook de Wereldgezondheidsorganisatie WHO concludeerde in een begin dit jaar gepubliceerd rapport dat de branche haar prijzen niet baseert op de kosten voor onderzoek en innovatie, maar op ‘commerciële doelen, met een focus op het maximale bedrag dat de koper bereid is te betalen voor een medicijn’, met als gevolg dat met name kankermedicijnen ‘onbetaalbaar’ worden. Om belangenconflicten te vermijden, hadden farmaceuten niet mogen bijdragen aan de opzet van het WHO-onderzoek.

    Rapport

    Tot dergelijke harde conclusies kwam het in Brussel tot nu toe niet. In tegenstelling tot bij de WHO lukte het de lobby hier namelijk wél zich te bemoeien met het onderzoek waartoe de Europese Raad opdracht had gegeven onder het Nederlandse voorzitterschap. Niet alleen nam de Europese Commissie Copenhagen Economics in de arm — een onderzoeksbureau dat ook regelmatig opdrachten krijgt van grote farmaceutische klanten; anti-lobbywaakhond Corporate Europe Observatory ontdekte bovendien dat het bedrijfsleven volop input had kunnen leveren, in tegenstelling tot maatschappelijke organisaties. En dat terwijl de opdracht juist was dat er sprake zou zijn van een ‘gebalanceerde’ vertegenwoordiging. Zelfs het internationale PR-bureau Hanover Communications, dat opdrachten doet voor verschillende farma-bedrijven, sprak van ‘een van de zwaarst belobbyde zaken in Brussel’.

    Het resultaat was een rapport dat zich onthield van harde conclusies over het prijzenbeleid van de grote farmaceuten en de vraag ontweek of de Europese beschermingsmechanismen nog wel in balans zijn. 'Uiteindelijk is dat een politieke afweging', stelden de onderzoekers voorzichtig. Ze suggereerden zelfs dat het misschien beter is om andere manieren te vinden om de prijzen omlaag te krijgen, dan te tornen aan het intellectueel eigendom.

    Het was precies het resultaat waar fabrikanten al op hadden geanticipeerd. Adrian van den Hoven van farmaceutenkoepel Medicines for Europe voorspelde reeds toen het Copenhagen-rapport nog in de maak was, dat het ‘kleurloos’ zou worden. Van den Hoven verwachtte dat het slechts ‘tussen de regels door’ enkele aanbevelingen zou bevatten; de belangrijkste vraag was volgens hem dan ook niet wat er precies in zou staan, maar hoe dit rapport vervolgens in Brussel zou worden opgepakt. ‘Potentieel kan de Commissie enorme impact hebben', zei Van den Hoven tegenover EU-nieuwsplatform Politico. ‘Dit hangt er niettemin van af of de Commissie overgaat tot wetgeving.’

    Lobbymacht

    Sinds het verschijnen van het Copenhagen-rapport is het echter muisstil gebleven in Brussel. Hoewel het gangbaar is dat de zittende ploeg tegen het einde van haar termijn reeds beleidsvoorstellen schetst die haar opvolgers kunnen oppakken, is nergens in de concept-stukken iets terug te vinden over het terugdringen van hoge medicijnprijzen. ‘Er zijn inderdaad nog geen concrete beleidsvoorstellen verschenen’, beaamt gezondheidsactivist Natsis desgevraagd. Desondanks blijft hij optimistisch dat verandering nakende is: ‘De nadruk ligt hier op ‘nog’. Het ijzer is heet om gesmeed te worden, zolang het maar lukt om de druk erop te houden.’

    Wel ziet hij dat nu de lobby van de ergste schrik bekomen is, de farmaceutische industrie alles in de strijd gooit om de touwtjes terug in handen te krijgen. ‘Ze verhogen hun lobbybudgetten, zowel in Brussel als in de lidstaten’, merkt Natsis op. ‘Daarmee lanceren ze campagnes — om meer goodwill te kweken, maar ook om terug te slaan waar nodig. Alles wordt uit de kast getrokken.’

    Zo haalde de Zwitserse farma-gigant Roche een kankermedicijn van de Griekse markt na onenigheid met de regering, werd de in de Brusselse bubbel populaire Europese nieuwssite Euractiv betaald om in een serie interviews de visie van de industrie op het geneesmiddelenbeleid uit te dragen en zijn Europarlementariërs doodgegooid met de boodschap dat behoud van de huidige marktbeschermingsmechanismes hoogst noodzakelijk is voor de ontwikkeling van levensreddende medicijnen. 

    EMA

    Ook Nederland kreeg de toorn van de farmacie over zich heen. De komst van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) speelt daar een sleutelrol in. Dit Brexit-kadootje werd door Amsterdam met gejuich ontvangen vanwege de verwachting dat het agentschap medische bedrijven en dus werkgelegenheid aantrekt. Farmaceutische firma’s moeten immers voor de goedkeuring van hun geneesmiddelen dikwijls intensief samenwerken met de EMA en een nabijgelegen kantoor is dan onmisbaar. 

    De farmaceutische lobby heeft een achilleshiel van de Nederlandse overheid ontwaard

    In het kielzog van de mankracht die hiervoor zal moeten verhuizen, hoopt Nederland extra bedrijvigheid te kunnen verwelkomen, bijvoorbeeld in de vorm van medische start-ups. Staatssecretaris Mona Keijzer verkondigde begin februari van dit jaar in een brief aan de Tweede Kamer: ‘De komst van het Europees Geneesmiddelen Agentschap betekent een enorme kans voor Nederland om zich tot een internationale hub voor de sector Life Sciences & Health te ontwikkelen.’ 

    De farmaceutische lobby heeft hierin echter een achilleshiel van de Nederlandse overheid ontwaard. Nog dezelfde dag dat Keijzers brief verscheen, sloeg de farmaceutische tak van de Amerikaanse bedrijfsbelangenorganisatie Amcham op de trom met het bericht dat het ‘Nederlandse vestigingsklimaat voor Farmaceutische bedrijven onder druk staat’ en wel vanwege het ‘ondermijnende Nederlandse geneesmiddelenbeleid’.

    Als voorbeeld noemde de machtige lobbyclub expliciet ‘het intensiveren van Europese discussies over beperking van stimuleringsmaatregelen en IP-rechten’, oftewel de koers die door Schippers in Brussel werd ingezet en die haar opvolger Bruins voortzette. Dreigend besloot Amcham met een oproep tot ‘waakzaamheid’: ‘Het ingezette geneesmiddelenbeleid kan op korte termijn wellicht voor besparingen zorgen, maar op de middellange en lange termijn zal het Nederland onaantrekkelijker maken voor farmaceutische bedrijven.’

    Farmakoepel

    Vlak voor deze zomer werden de aanmaningen ook direct aan de Nederlandse overheid overgebracht, blijkt uit een verslag van Politico. Bij een ontmoeting tussen de farmaceutische industrie en Nederlandse ambtenaren beklaagde de voormalige Nederlandse diplomaat Elizabeth Kuiper zich in haar nieuwe rol als farma-lobbyist over de ‘tegenstrijdige signalen’ die Nederland uitzendt ‘over het belang van innovatie’. Gerard Schouw, voormalig D66-Senator en nu voorzitter van de Nederlandse farmakoepel ‘Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen’ (wat vroeger Nefarma heette), constateerde in dat artikel eveneens bezorgd dat ondanks de recente komst van de EMA het nog wel even zal duren voordat ook ‘alle bestuurders een creatieve atmosfeer rond medicijnen creëren’.

    Inmiddels is Schouws vereniging druk doende de relatie met de Nederlandse beleidsmakers weer te versterken, vertelt plaatsvervangend directeur Carla Vos tijdens een gesprek met FTM. Met leden ogen zag de farmaclub drie jaar terug hoe Schippers de knuppel in het hoenderhok gooide, terwijl de industrie buitenspel gezet was.

    Daar hebben ze lessen uit getrokken, zeggen de farmaceuten nu. Vos: 'We kwamen van een periode dat er minder contact was tussen ons en de overheid. Dat lag ook aan de opstelling van de branche: er werd vooral gezegd wat we niet willen, in plaats van wat we wel willen. We zijn ons steeds constructiever gaan opstellen en komen vaker met concrete oplossingen, om te zorgen voor een toekomstbestendig systeem van registratie en vergoeding. Ook wij kijken nu hoe we de toegang en betaalbaarheid kunnen waarborgen.’

    Rommelen aan het intellectueel eigendom ziet haar vereniging echter als slechte optie. Vos: ‘Laten we zoeken naar een model dat zowel innovatie stimuleert, als ervoor zorgt dat de overheid niet het gevoel heeft dat er onnodig of te veel betaald wordt.’

    Door deze nieuwe houding zijn de industrie en het ministerie van Volksgezondheid weer op redelijk goede voet met elkaar, ervaart Vos. ‘De relatie is duidelijk verbeterd. Natuurlijk houden we tegenstrijdige belangen, maar we begrijpen elkaar nu beter.’ Ook probeert de farmakoepel via hun jongerenbeweging meer contacten te krijgen binnen het ministerie, en met succes. ‘In de winter heeft onze jongerentak een medicijnvisie geformuleerd die in maart werd aangeboden aan minister Bruins’, vertelt Vos. ‘Die heeft daar toen echt tijd voor gemaakt en is met ze in gesprek gegaan. Datzelfde geldt voor de contacten tussen onze jeugdtak en die van het ministerie. De jeugd heeft immers de toekomst. Dat zijn mensen die nog met een open blik met elkaar in gesprek kunnen gaan en zo ook verder kunnen komen.’

    Beleid

    De vraag is nu hoe ontvankelijk het ministerie van Volksgezondheid zich toont voor deze vernieuwde lobbyinvloeden. Hoewel het beleid op papier ongewijzigd is, hebben gezondheidsactivisten als Ella Weggen van Wemos en Yassin Natsis (EPHA) soms het idee dat de Nederlandse overheid weliswaar in de nationale media veel van zich laat horen, maar in Brussel minder vocaal is dan voorheen, terwijl het volgens hen juist hoognodig is om de druk op de ketel te houden. ‘Nu Nederland zijn EMA heeft gekregen, zie je wel dat ze pragmatischer opereren’, zegt Natsis. ‘Het is toch een inkomstenbron. Bovendien is er misschien sprake van een soort moeheid om altijd maar vooraan te staan en op dezelfde punten te blijven hameren.’

    In reactie benadrukt het ministerie van Volksgezondheid echter dat de lijn die Schippers in Brussel heeft ingezet, door Bruins onverminderd wordt doorgetrokken. ‘Onze inzet is niet veranderd’, aldus een woordvoerder. ‘Nederland is juist zeer actief. We willen samen met andere lidstaten inzetten op concrete veranderingen in het EU-systeem en pleiten ervoor dat de nieuwe Europese Commissie problemen met geneesmiddelen, van onverklaarbaar hoge prijzen tot leveringsproblemen en tekorten, hoog op de agenda zet. Nederland is actief in alle bestaande overlegstructuren om veranderingen tot stand te brengen.’

    ‘De definitie van “concurrentievermogen” lijkt in de praktijk door de industrie bepaald te worden’

    In dat kader wijst hij ook op een informele bijeenkomst die ons land eerder deze maand samen met de huidige EU-voorzitter Finland organiseerde voor lidstaten en de Europese Commissie om te spreken over gewenste wijzigingen in het EU systeem. ‘Alle grote issues en zorgen passeerden daarbij de revue’, verzekert de woordvoerder.

    Horizon

    Niettemin is er één onderwerp wat Nederland in Brussel volledig heeft laten liggen: de miljarden aan onderzoeksubsidies die de volgende Commissie weer van plan is te verstrekken aan projecten van de farmaceutische industrie in het kader van het zogenaamde Horizon-programma. Want terwijl het nog geheel ontbreekt aan voorstellen om de Europese marktbescherming aan te pakken, zijn de proposities voor de besteding van de nieuwe innovatiepotten al zo goed als uitgetekend en liggen ze klaar voor de nieuwe ploeg Commissarissen om er een klap op te geven.

    Zoals het er nu naar uitziet, zal het verstrekken van die subsidies volgens de geijkte lijnen verlopen. De prioriteit ligt bij het soort projecten waarmee de farmaceutische industrie op termijn flinke winsten kan behalen, zoals de verdere ontwikkeling van de peperdure ‘personalised medicine’-industrie. Ook blijkt uit onderzoek van maatschappelijke organisaties Wemos en Somo dat er geen voorwaarden aan de Europese onderzoeksgelden zitten die ingaan op toegankelijkheid of betaalbaarheid van medicijnen.

    Ditzelfde geldt voor de pot geld die gereserveerd is voor het Innovative Medicines Initiative, de publiek-private samenwerking voor Europees onderzoek naar innovatieve medicijnen. Tot 2024 is hiervoor 1,6 miljard beschikbaar gesteld door de Europese Commissie. Volgens het concept stelt de farmaceutische sector hier eenzelfde bedrag tegenover, ware het niet dat dit in natura betaald wordt in de vorm van laboratoria en mankracht. Bovendien komt het volledige intellectueel eigendom van de innovaties in handen van de sector, die daar vervolgens weer haar eigen prijskaartje aan kan hangen.

    Jill McArdle, van de maatschappelijke gezondheidsorganisatie GHA, heeft de afgelopen jaren tevergeefs geprobeerd nog wat te veranderen aan de onderzoeksbudgetten. 'Maar het is lastig om hieraan eisen te stellen', zegt ze. 'De Commissie heeft geen drijfveer om het onderzoeksprogramma aan te passen, omdat ze vreest dat het beoogde versterken van het Europese concurrentievermogen dan wordt aangetast. Die definitie van ‘concurrentievermogen’ lijkt in de praktijk evenwel door de industrie bepaald te worden: belangenbehartigers die financiële voordelen hebben bij het behoud van de status quo.’

    Ook vreest ze dat de lidstaten weinig oog hebben voor dit soort zorgen, waardoor de lobby vrij spel heeft. In veel landen, waaronder Nederland, zijn het immers departementen zoals Wetenschap en Economische Zaken die over de onderzoeksbudgetten gaan, waardoor het ministerie van Volksgezondheid er minder zicht op heeft. ‘Op die andere ministeries speelt de ontwikkeling van het nationale concurrentievermogen een grotere rol, meer dan de directe voordelen voor burgers’, aldus McArdle. ‘Dat kan met elkaar in conflict zijn, zoals je ziet in het afwegen van het belang van een innovatieve farmaceutische industrie, versus het probleem van de hoge medicijnprijzen.’

    De farmalobby vindt vooralsnog de EU ongehinderd aan haar zijde

    Hoewel Nederland zich er publiekelijk hard voor maakt dat bij gesubsidieerd gezondheidsonderzoek ook naar de prijsdiscussie en publieke toegankelijkheid wordt gekeken, is daar in de Brusselse onderzoeksbudgetten inderdaad weinig van terug te zien. In de Kamerbrief van afgelopen voorjaar over de Europese voorstellen rond de onderzoekssubsidies, wordt er zelfs met geen woord gerept over de doelmatigheid van de besteding van het Health-budget.

    Desgevraagd erkent het ministerie van Volksgezondheid dat het ‘helaas’ nog onvoldoende gelukt is om op dit punt voet aan de grond te krijgen in Brussel. Hoewel er in eigen land inmiddels principes zijn geformuleerd over het licenseren van geneesmiddelen die met publiek geld zijn ontwikkeld, en het plan ook is om dit internationaal uit te dragen, is het er nog niet van gekomen deze uitgangspunten binnen de Europese Unie te agenderen.

    ‘Hier speelt ook dat de vormgeving van het Horizon-programma al geruime tijd geleden gestart is en dat je in Europa/Brussel te maken hebt met veel verschillende partijen en opvattingen’, aldus de woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid, subtiel verwijzend naar de belangen van de industrie en landen met een grote farmaceutische sector zoals Duitsland en Frankrijk.

    Weesgeneesmiddelen

    Zo vindt de farmalobby vooralsnog de EU ongehinderd aan haar zijde. Hoe lang nog, is echter de vraag. Maatschappelijke organisaties en lidstaten zoals Nederland hebben nu allereerst hun hoop gevestigd op een ander belangrijk rapport dat dit najaar uitkomt. Daarin worden de Europese regels rond weesgeneesmiddelen en kindergeneesmiddelen geëvalueerd. Op basis daarvan kan de Europese Commissie besluiten om nieuwe wetgevingsvoorstellen te formuleren. ‘De vraag is dus waar ze mee komen’, aldus gezondheidsactivist Ella Weggen van Wemos, ‘en of de Commissie er ook aan wil. Dat weten we nog niet.’ Sowieso zal zo’n wetgevingstraject zeker vijf jaar in beslag nemen. 

    Aanstormend Commissievoorzitter Ursula von der Leyen gaf afgelopen week alvast aan haar gezondheidscommissaris Stella Kyriakides een dubbelhartige boodschap mee: ‘Ik wil dat je zoekt naar manieren om de toevoer aan betaalbare medicijnen voor Europa te garanderen om aan de behoeften tegemoet te komen. Daarbij moet je de Europese farmaceutische industrie ondersteunen om er verzekerd van te zijn dat het innovatief blijft en een marktleider.’

    De farmaceutische lobby is reeds begonnen piketpaaltjes te slaan over hoe de boodschap geïnterpreteerd moet worden. Zo heeft de Europese farmakoepel EFPIA deze zomer al drie keer op het hoogste niveau overleg gevoerd met de Europese Commissie, onder meer om zijn recentste manifest te presenteren. Daarin wordt niet alleen bepleit de huidige marktbeschermingsmechanismen te behouden, maar zelfs om die verder uit te bouwen. Zoals hun nieuwbakken voorman Jean-Christophe Tellier het enkele dagen na die bijeenkomst nog uiteen zette in het nieuwsmedium Euractiv: ‘De bescherming van de intellectuele eigendomsrechten is voor ons erg belangrijk, aangezien het de beste manier is om innovatie te beschermen en de beste resultaten voor de patiënten te verzekeren.’

    Aan de andere kant hebben ook veel maatschappelijke organisaties de handen ineen geslagen om samen te proberen tegenwicht te geven aan de farmaceutische lobby en om stuk voor stuk de marktbeschermingsmechanismes af te breken. Zoals altijd in de Europese Unie zal ook nu het adagium gelden: degene met de langste adem, heeft de grootste winkansen. Tot nu toe was dat de industrie.

    Het beloven dus spannende jaren te worden in de Brusselse zorgarena.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Lise Witteman

    Gevolgd door 392 leden

    Onze vrouw in Brussel. Volgt lobby's, legt netwerken bloot en bijt politici, belangenbehartigers en bestuurders in de enkels.

    Volg Lise Witteman
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Wat maakt onze zorg zo duur?

    Gevolgd door 1778 leden

    Ieder jaar geven we meer geld uit aan de gezondheidszorg, zelfs veel meer dan onze buurlanden doen. Hoe komt dat? In het d...

    Volg dossier