© JanJaap Rypkema

    Jaarlijks maken Duitse politieke partijen, wetenschappelijke bureau’s en denktanks tonnen over naar hun Europese evenknieën. Zo verschaffen zij zich invloed in het Europese debat.

    Maak kennis met de Europese Volkspartij (EPP), binnen de Europese Unie de grootste politieke familie. Tientallen centrumrechtse partijen uit heel Europa zijn eraan verbonden, met het CDA als Nederlands lid. Met 218 zetels telt de partij de meeste volksvertegenwoordigers in het Europees Parlement; EPP-leden bezetten de helft van de posities in de Europese Commissie en veroveren de beste posten binnen de Europese Raad. Nog nooit is er een richtlijn uit de EU gekomen zonder dat daar vingerafdrukken van de EPP op te vinden waren.

    Naast een politieke partij kent deze centrumrechtse club ook een wetenschappelijk bureau: het Martens Centre. Deze organisatie fungeert als de ideologische keuken van de EPP en heeft als taak het gemeenschappelijke gedachtegoed vorm te geven en uit te dragen. Gedachtegoed dat dankzij de enorme vertegenwoordiging van de Christendemocraten een grote impact heeft op het EU-beleid.

    Maar in plaats van zich bezig te houden met het gemeenschappelijk gedachtengoed, laat deze stichting zich met name door een heel ander principe leiden: wie betaalt, bepaalt. Dat blijkt uit een analyse van de financiële huishoudboekjes uit de periode 2014 tot en met 2017.

    Denktanks

    Van alle inkomsten die het Martens Centre tussen 2014 en 2018 van gelieerde organisaties ontving, was bijna een derde afkomstig van Duitse bodem. In de activiteitenrapporten is vervolgens terug te zien wat er in dat kader wordt georganiseerd. Of het nou gaat om een workshop over populisme in Rome, of een seminar over hoe om te gaan met de migratie in Macedonië: de Duitsers zaten in de organisatie, want zij trokken de portemonnee.

    Verreweg het grootste deel — 53,5 procent — van die Duitse uitgaven aan het Martens Centre kwam van één donor: de Konrad Adenauer Stiftung (KAS). De Konrad Adenauer Stiftung is het wetenschappelijk bureau van de CDU, de partij van bondskanselier Angela Merkel, en wordt zelf voor 99 procent publiek bekostigd.

    Tussen 2014 en 2018 maakte de stichting in totaal 719.104,89 euro over aan haar Europese zusterpartij. Dat gebeurde via een heel netwerk aan hoofdstedelijke dependances. Zo kwam er in 2017 bij het Martens Centre geld binnen voor lezingen en rondetafelgesprekken, georganiseerd in samenwerking met het KAS-kantoor in Litouwen, Letland, België, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Macedonië, Bulgarije, Slowakije en Kroatië. De kleinere Hanns Seidel Stiftung van het CSU, coalitiegenoot van CDU, bracht met haar dependances nog eens 159.446,77 euro in het laatje

    De Duitse contributies staan in geen verhouding tot hun representatieve positie in het Europees Parlement. Hoewel een derde van de donaties aan het Martens Centre uit Duitsland komt, worden slechts 34 van de 218 zetels die het EPP in het parlement bezet gevuld door Duitsers.

    Ton Nijhuis, directeur van het Duitsland Instituut Amsterdam, merkt op dat Duitsland met zijn dikke portemonnee een middel in handen heeft om binnen de Europese Unie aan invloed te winnen. Afgezet tegen de omvang van hun bevolking en economie zijn de Duitsers in het Europees Parlement en op andere Europese posten immers ondervertegenwoordigd. Nijhuis: ‘Duitsland heeft de mogelijkheid om eigen ideeën, in meer algemene zin over Europa, via dit soort werkgroepen en conferenties voor het voetlicht te krijgen’, aldus Nijhuis. ‘Ook hebben Duitse partijen door die enorme infrastructuur meer kennis in huis en kennis is macht.’ 

    De grootste partijen van de EU kennen grote Duitse invloed

    Het Martens Centre zelf ziet hier geen bezwaar in. Desgevraagd reageert de denktank dat de Hanns Seidel Stiftung en de Konrad Adenauer Stiftung nu eenmaal in veel Europese lidstaten aanwezig zijn, en daarom meer bijdragen aan gezamenlijke activiteiten en projecten.

    Ze zijn bovendien een betrouwbare partner: beide organisaties behoren tot de oprichters van het Martens Centre en hebben ‘een tienjarige geschiedenis van het gezamenlijk organiseren van activiteiten en een stabiele financieringsstructuur’, aldus Martens Centre-woordvoerder Anna van Oeveren. ‘Dit is helaas niet het geval bij al onze leden, aangezien de organisatie en financiën van politieke stichtingen in iedere lidstaat anders is en soms erg fragiel kan zijn.’

    Van Oeveren benadrukt dat de Duitse stichtingen ondanks hun financiële overwicht geen extra rechten hebben binnen de Europese koepel. Op het feit dat er sprake is van meer Duitse invloed aangezien zij vaker de portemonnee trekken voor vormende activiteiten, gaat ze niet in.

    Duitsers dominant

    De christendemocratische Europese familie is overigens niet de enige politieke koepel in Brussel waar de Duitsers een dikke vinger in de pap hebben. Uit een analyse van de jaarverslagen van alle Europese politieke partijen blijkt dat Duitsland in het gehele speelveld financieel de overhand heeft. Over de periode 2014 tot en met 2017 beslaat Duitsland 23,9 procent van alle inkomsten van politieke partijen en hun denktanks, voor zover deze afkomstig zijn uit de Europese Unie — de subsidie van het Europees Parlement daargelaten.

    Met name de grootste en meest bepalende partijen van de EU kennen grote Duitse invloed.Zo achterhaalde de Vlaamse politicoloog Wouter Wolfs mede dankzij gesprekken met betrokkenen dat ook PES, de sociaaldemocratische familie van Frans Timmermans die tegenover FTM weigerde inzicht te geven in de partijcontributies, zwaar leunt op Duitse subsidies. ‘De Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) levert een aanzienlijke bijdrage aan de PES’, vernam Wolfs. Hetzelfde geldt voor het wetenschappelijk bureau van de PES, het FEPS. Wolfs: ‘De inkomstenstructuur van de FEPS is sterk “activiteiten-gedreven”: er worden activiteiten opgezet in samenwerking met nationale stichtingen, die dan een deel van de activiteit betalen. De Duitse Friedrich Ebert Foundation is daarin meestal een belangrijke partner.’

    Welke partijen hebben we onderzocht?

    In ons onderzoek hebben wij gekeken naar vijftien Europese partijen, waaronder de tien die in 2018 nog in aanmerking kwamen voor subsidie vanuit het Europees Parlement. Dat zijn:

    • De Alliantie van Conservatieven en Hervormers in Europa (ACRE), met als Nederlandse lid het Forum voor Democratie (nog niet officieel);
    • De Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa (ALDE), met daarin de VVD en D66;
    • De Europese Christelijke Politieke Beweging (ECPM), met SGP en de ChristenUnie;
    • De Europese Democratische Partij (EDP);
    • De Europese Vrije Alliantie (EFA);
    • De Europese Groene Partij (EGP), met daarin GroenLinks;
    • Europees Links (EL);
    • De Europese Volkspartij (EPP), met daarin het CDA;
    • De Beweging voor een Europa van Naties en Vrijheid (MENL);
    • De Partij van Europese Socialisten (PES), met daarin de PvdA;
    • De Europese Alliantie voor Vrijheid (EAF);
    • De Europese Partij voor Democratie (EUD);
    • De Alliantie voor Directe Democratie in Europa (ADDE);
    • De Alliantie voor Vrede en Vrijheid (APF);
    • De Beweging voor een Europa van Vrijheden en Democratie (MELD).
    Lees verder Inklappen

    Wolfs heeft zo zijn bedenkingen over de constructie: ‘Het lijkt het me voor een Europese partij of stichting niet eenvoudig om tegen de eisen van een grote geldschieter in te gaan.’ In een korte reactie stelt PES slechts dat haar financiële verslaggeving voldoet aan alle regels en reglementen en dat er geen geld wordt ontvangen van niet-partijgerelateerde organisaties.

    Bij de liberalen van de ALDE-partij en hun denktank ELF is met name de Duitse Friedrich Naumann Foundation dominant. Vooral dankzij royale donaties van deze stichting is in totaal 46 procent van alle donaties en contributies van Duitse signatuur. Het wetenschappelijk bureau van de liberale Freie Demokratische Partei blijkt voor ieder wissewasje bereid de portemonnee te trekken, met een vaste extra bijdrage van 60.000 euro toe. Uitvoerend directeur van ELF is bovendien Daniel Kaddik, tot vorig jaar zelf in dienst bij de Friedrich Naumann Foundation.

    Kaddik benadrukt dat ELF een onafhankelijke organisatie is, waarbij ieder lid inspraak heeft. Wel maakt de Friedrich Nauman Stiftung gebruik van het recht op meer inspraak tegen betaling van een hogere bijdrage, waardoor de organisatie uitkomt op 12 procent van de stemrechten. ‘Dit kan moeilijk gezien worden als een dominante positie’, vindt Kaddik echter. Volgens ELF is het selectieproces voor zijn positie transparant verlopen.

    Zendingsdrang

    Het royale Duitse subsidiestelsel is debet aan de financiële overmacht, weet Nijhuis van het Duitsland instituut. Dankzij de honderden miljoenen die de wetenschappelijke bureau’s van Duitse politieke partijen uit de staatskas ontvangen, kunnen zij hun Europese families flink fêteren. Volgens Nijhuis heeft dat mede te maken met een soort naoorlogse democratische zendingsdrang: ‘Als civiele macht heeft Duitsland zichzelf de opdracht gesteld democratie en mensenrechten te exporteren. Dus wat ze hebben gedaan, is door de opbouw van vakbonden of het trainen van rechters via bureau’s in verschillende landen bij te dragen aan de ontwikkeling van democratische of rechtsstatelijke structuren.’ Dat gebeurde na de val van de muur eveneens in Midden- en Oost-Europa. Nijhuis: ‘Voor Duitsland was het dé manier om van gehaat land weer geaccepteerd te worden.’

    De denktanks van Duitse eurosceptische partijen als Alternative für Deutschland (AfD) hebben veel minder financiële armslag om op eenzelfde wijze hún Europese partijen linksom of rechtsom te helpen, weet de professor. ‘Het grootste deel van het geld dat die Duitse wetenschappelijke bureaus van de overheid krijgen, is namelijk gekoppeld aan concrete projecten. Om dat los te peuteren, heb je als denktank een goede infrastructuur nodig, terwijl AfD pas net komt kijken.’

    Ook vermoedt Nijhuis dat eurosceptisch zijn, bij overheden minder geliefd maakt en dus minder snel subsidiegeld oplevert: ‘Het kan zijn dat de Duitse ministeries minder geneigd zijn geld te geven voor het soort projecten die eurosceptische organisaties voorstellen.’ 

    De overvloed van Duits geld voor met name pro-Europese bewegingen, betekent echter niet direct dat er binnen de EU ook een pro-Europees Duits geluid overheerst. Nijhuis wijst erop dat het de Duitsers lang niet altijd lukt om hun beleid erdoor te drukken, zoals terug te zien is in het migratiebeleid en het eurobeleid. 'Eigenlijk staat Duitsland met zijn zeer pro-Europese politiek geïsoleerder dan ooit', zegt Nijhuis. 

    Nederland delft doorgaans financieel het onderspit bij de Europese partijen. Op één uitzondering na: ECPM, de kleine christelijke familie waar ChristenUnie en SGP zich binnen hebben verenigd. Die partij haalt ruim veertig procent van haar extra inkomsten uit aanverwante stichtingen van hun partijen. Verder kan de partij ruimschoots beroep doen op hun netwerk aan Nederlandse religieuze organisaties en andere Hollandse inkomstenbronnen. Wie dus verzekerd wil zijn van Hollandse invloed, kan zich het beste daar melden.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dieuwertje Kuijpers

    Gevolgd door 897 leden

    Geopolitiek junkie. Statistiek-pieler. Niet geïnteresseerd in politieke poppetjes, wel in mechanismes die deze voortbrengen.

    Volg Dieuwertje Kuijpers
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Over de auteur

    Lise Witteman

    Gevolgd door 278 leden

    Onze vrouw in Brussel. Volgt lobby's, legt netwerken bloot en bijt politici, belangenbehartigers en bestuurders in de enkels.

    Volg Lise Witteman
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Brusselse geldbronnen

    Gevolgd door 836 leden

    Waar halen Europese politieke partijen hun centen vandaan? En waar gaat dat geld vervolgens naartoe? Welke gulle gevers doner...

    Volg dossier