Burgers betalen meer energiebelasting dan bedrijven
© Boomerang

Burgers betalen ruim 150 euro energiebelasting per ton CO2. Paprikateler Alfons amper twee tientjes (en de grootindustrie nog minder)

  • Waarom is de kale prijs voor consumenten hoger dan voor alle anderen ?

Wie gas verstookt, stoot CO2 uit. Waar of door wie dat verbranden gebeurt, maakt voor klimaatverandering geen zier uit. Maar de gasrekening wordt voor een onevenredig groot deel neergelegd bij consumenten en kleine bedrijven. Grote bedrijven ontspringen de dans en betalen tot wel 27 keer minder energiebelasting over hun gasverbruik.

Alfons Slaman is paprikaboer. Of eigenlijk moet je zeggen: paprikatuinder, want zijn productie vindt volledig plaats in een kas in Zevenhuizen, een dorpje ingeklemd tussen Rotterdam, Gouda en Zoetermeer. Nog correcter zou zijn om Slaman een gelepaprikatuinder te noemen, want dat is wat hij al 30 jaar onder het gehoekte glas van zijn kas – zo’n acht voetbalvelden groot – produceert: gele paprika’s.

Louter gele paprika's, rij na rij na rij en kratten vol: 8 miljoen gele paprika’s per jaar. Geen rode, geen groene: ‘Je kan beter van één ding een heleboel weten, dan van een heleboel dingen een beetje,’ zegt Slaman. Zijn vader had in het aanpalende Waddinxveen een kas, waarin hij naast paprika ook sla en tomaten kweekte. Zijn opa deed ook in sla en tomaten, maar dan in het Westland.

In de vensterbank van zijn kantoor ligt een klein plastic paprikaatje. Geel natuurlijk. ‘Ik moet er niet aan denken dat ik iets anders zou doen,’ zegt Slaman. ‘Dan zou ik namelijk ook mijn contacten in de gelepaprikawereld verliezen.’ Hij wijst op zijn computerscherm, waarop acht grafieken zich in real time voortbewegen. Met een druk op de knop ziet hij wat op dit moment de temperatuur en de luchtvochtigheid in de kas van zijn collega is. ‘Ik zie precies wat hij doet, welke meststoffen hij zijn plantjes meegeeft, wanneer de ramen open en dicht gaan, alles.’ De gele paprikawereld is er een waarin collega-tuinders intensief met elkaar samenwerken en van elkaar proberen te leren. ‘Elke 14 dagen lopen we een rondje door elkaars kas en bespreken we wat we doen. Aan het eind van het jaar vergelijken we de productiecijfers.’ Daarin schuilt duidelijk een competitie-element: ‘Normaal gesproken zit ik bij de top-3,’ vertelt Slaman. ‘Maar ik heb meer dan de anderen last van hitte. Omdat dit een bijzonder warm jaar was, vrees ik dat ik in de middenmoot ga eindigen.’

Paprikatuinders zoals Slaman vergelijken niet alleen productietechnieken en opbrengstcijfers met elkaar. Ook kijken ze naar de kostprijs, en dan met name naar het geld dat ze kwijt zijn aan energie – na arbeid de grootste kostenpost in de glastuinbouw. Wat heet: het succes van de tuindersfamilie Slaman, en de Nederlandse glastuinbouw in het algemeen, is mede te danken aan de beschikbaarheid van goedkoop aardgas sinds de jaren ’60.

‘Als het even kan, dan wil ik alle manieren om energie te besparen wel uitproberen’

Bij zijn investeringsbeslissingen weegt Alfons Slaman de prijs van gas dan ook altijd mee. Uit het blote hoofd lepelt hij de gasprijs uit 2011 op: ‘Die was toen ongeveer 23 cent per kubieke meter.’ Met die prijs was het voor hem en veel collega’s rendabel om een extra laag temperatuurdoeken in de kas op te hangen. Die zijn gemaakt van kunststof en katoen, en kunnen bovenin de kassen worden gesloten om de warmte beter vast te houden, en zijn ademen tegelijkertijd voldoende om het overtollige vocht af te voeren. Zo is minder gas nodig om de kas te verwarmen, waardoor het extra doek voor de meeste tuinders rendabel is. ‘De jaren daarop duikelde de gasprijs ineens naar 16 cent per kubieke meter,’ herinnert Slaman zich. ‘Daarmee werd de terugverdientijd van die doeken dus ineens een stuk langer.’

Trots laat Slaman de warmtekrachtkoppeling zien die hij met zijn buurman deelt. Een intelligente samenwerking, die hem een boel kopzorgen en energiekosten scheelt en zelfs winst oplevert. Zijn buurman is rozenkweker, en rozen groeien beter als er veel extra licht is – maar aan extra warmte hebben ze niets. Bij paprika’s is het precies andersom: warmte vinden ze fijn, maar van extra licht gaan ze niet sneller groeien.

Dat is vanwege een belangrijk nadeel van dubbel glas: door de isolerende luchtlaag koelt het glas aan de binnenkant van de kas niet af, waardoor het vocht er niet condenseert. Voor tuinders in het algemeen, en paprikatuinders in het bijzonder, is vochtregulering extreem belangrijk. Te veel vocht en de plantjes gaan rotten; te weinig en de plantjes groeien niet goed. Dat is waarom kassen sinds jaar en dag een klein puntdakje hebben: het water condenseert tegen het dak en stroomt naar beneden, waar het in gootjes opgevangen en afgevoerd wordt. Als de hoeveelheid vocht in de kas dan alsnog te hoog blijft, gaan de ramen open – de vervliegende warmte ten spijt.

De vochthuishouding is de belangrijkste reden waarom tuinders niet meer aan warmte-isolatie doen. Inmiddels zijn echter technieken op de markt die een oplossing bieden. Zo is er een systeem waarbij overtollig vocht met een soort slurven mechanisch wordt afgevoerd. Ook wordt er geëxperimenteerd met een folie dat aan de binnenkant onder de glazen kassen gehangen kan worden en een isolerende werking heeft.

Een bedrijf betaalt minder belasting naarmate het meer gas of elektriciteit gebruikt

Deze technieken maken het mogelijk om met minder extra warmte (en dus een minder hoog gasverbruik) groente, fruit en bloemen te kweken. Slaman vertelt bondig waarom hij deze technieken niet gebruikt: ‘Het komt niet uit. Met de huidige gasprijs zijn de investeringskosten gewoon te hoog. Ik vind duurzaamheid belangrijk, maar het komt op de tweede plaats. Het belangrijkste is een rendabele productie van paprika’s.’

Dat Alfons Slaman zo weinig betaalt voor zijn gas, heeft alles te maken met de Nederlandse energiebelastingen. Die zijn namelijk degressief gestaffeld: een bedrijf betaalt minder belasting naarmate het meer gas of elektriciteit gebruikt. Voor de glastuinbouw geldt bovendien een speciaal tarief voor het gebruik van gas. Deze sector is immers zeer energie-intensief: uit onderzoek van de Wageningen Universiteit uit 2016 blijkt dat 15 tot 20 procent van de kosten in de glastuinbouw naar energie gingen. Daarmee is de sector op de chemie na de meest energie-intensieve sector van Nederland, maar de bedrijven zijn relatief kleinschalig. De acht miljoen paprika’s van Alfons Slaman klinken indrukwekkend, maar zijn bedrijf is piepklein in vergelijking met een olieraffinaderij of staalfabriek. Daarom is in 1996 voor de glastuinbouw een tarief in het leven geroepen dat vergelijkbaar is met dat van industriële verbruikers (tot een jaarverbruik van een miljoen kubieke meter gas), terwijl de individuele bedrijven daar in werkelijkheid meestal onder zitten.

Andere sectoren hebben weer andere fiscale vrijstellingen of kortingen. Zo kent Nederland een vrijstelling voor het gebruik van aardgas in de metaalindustrie. En als aardgas niet als brandstof maar als grondstof gebruikt wordt, bijvoorbeeld bij de productie van kunstmest, worden bedrijven vrijgesteld van het betalen van energiebelasting (ook al is de klimaatschade bij de productie van kunstmest reusachtig). In de glastuinbouw is gas dat in wkk-installaties gebruikt wordt, vrijgesteld van energiebelasting. Dat is het leeuwendeel: slechts 22 procent van het totaal wordt volgens het onderzoek van de Wageningen Universiteit buiten de wkk’s verbrand. Met andere woorden: op slechts 22 procent van het aardgasverbruik van de glastuinbouw wordt überhaupt energiebelasting geheven.

Hoeveel energiebelasting er moet worden betaald, verschilt door deze regelingen van bedrijf tot bedrijf. Maar in algemene zin kent Nederland vier tariefschalen voor bedrijven. Uit een in mei 2018 verschenen rapport van PriceWaterhouseCoopers, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, wordt duidelijk dat met name de grootste industriële gasverbruikers hiervan profiteren. Hun totale gasprijs bedraagt ruim 18 eurocent per kubieke meter. De energiebelastingen bedragen ongeveer 1,48 cent, nog geen 8 procent van het totaal. Bij het verbranden van aardgas komt CO2 vrij, namelijk 1,785 kilo per kubieke meter aardgas. Grote industriële bedrijven betalen bij het verbranden van aardgas dus amper 7,87 euro aan energiebelastingen per ton CO2-uitstoot. Het energiebelastingtarief voor middelgrote industriële bedrijven ligt omgerekend op 14,64 per ton CO2-uitstoot.

Dit bedrag ligt ruim onder de zogenaamde ‘social cost of carbon’. Het uitstoten van koolstofdioxide heeft immers zeer negatieve gevolgen: van toenemend extreem weer tot een stijgende zeespiegel. Economen hebben geprobeerd een prijskaartje op die negatieve effecten te plakken. De meest conservatieve schattingen, waarmee onder meer de Amerikaanse regering werkt, komen uit op een prijs van ongeveer 40 dollar (34 euro) per ton CO2-uitstoot. Andere schattingen komen uit op een bedrag tussen de 100 en 200 dollar per ton. De kostprijs voor de Nederlandse industrie ligt dus (ver) onder dat bedrag; de negatieve effecten van klimaatverandering moeten zodoende door anderen worden opgehoest.

Die rekening komt deels terecht bij het midden- en kleinbedrijf. Zij betalen namelijk een veel groter bedrag aan energiebelasting. Een bedrijf met een gasverbruik tot maximaal 170.000 kubieke meter per jaar betaalt ongeveer 29 eurocent energiebelasting per kubieke meter gas. Omgerekend naar een ton CO2-uitstoot is dat 153,87 euro, bijna twintig keer zoveel als een grootindustrieel bedrijf. Uit het onderzoek van Pwc blijkt dat het mkb in vergelijking met de ons omringende landen hier slecht af is. In vergelijking met België, Frankrijk en Duitsland betalen kleine bedrijven in Nederland relatief veel voor hun gas, terwijl de grootste verbruikers in Nederland relatief het goedkoopst uit zijn.

De hoofdprijs wordt ondertussen betaald door de consument. Naast de energiebelasting betaalt een huishouden ook nog eens btw, ruim 11 cent per kubieke meter. Alle belastingen tezamen – inclusief btw – betaalt de Nederlandse consument ruim 215 euro per ton CO2-uitstoot gerelateerd aan het verbranden van gas. Golden voor het bedrijfsleven vergelijkbare heffingen, dan zouden de ‘social costs of carbon’ dus al ruimschoots gedekt zijn.

Energiebelasting gaat omhoog (voor consumenten)

Het verschil tussen de energiebelasting die consumenten moeten betalen en de tarieven die voor de industrie gelden, zal de komende jaren vermoedelijk alleen maar groter worden. Tijdens de onderhandelingen voor een nieuw nationaal Klimaatakkoord werd bijvoorbeeld besloten dat de energiebelasting op aardgas de komende jaren met ongeveer 75 procent zal stijgen. Deze onderhandelingen vinden plaats aan zogeheten ‘klimaattafels’, waar het volledige maatschappelijke middenveld (politiek, vakbonden, werkgeversorganisaties, bedrijven, milieuorganisaties, enzovoort) aan deelneemt. Er zijn vijf klimaattafels, elk met een eigen thema en besparingsopdracht.

Afgelopen juli werden de voorlopige onderhandelingsresultaten gepresenteerd. De klimaattafel Gebouwde Omgeving, geleid door Diederik Samsom, wil om de besparingsopdracht te halen onder meer de gasprijs flink opschroeven. Critici vreesden dat de voorgestelde belastingverschuiving zal leiden tot een hogere energierekening voor huishoudens met een kleine portemonnee. Samsom pareerde die kritiek door te stellen dat de energierekening niet zal stijgen: ‘Als je de belasting op gas omhoog doet, dan moet je de belasting op elektriciteit natuurlijk omlaag doen en wel zoveel dat mensen dezelfde energierekening houden en gaan profiteren als ze gaan isoleren.’ De energiebelasting wordt aan deze klimaattafel dus expliciet ingezet om de consument aan te zetten tot isolatie en elektrificering.

Het gat tussen wat de consument en wat de industrie betaalt, zal de komende jaren groeien

Ook de andere klimaattafels presenteerden in juli hun voorlopige onderhandelingsresultaat. Opvallend daarbij is dat de energiebelasting als instrument om de besparingsopdracht te halen, bij zowel de klimaattafel voor Industrie (geleid door Manon Janssen) als de klimaattafel voor Landbouw (geleid door Pieter van Geel) door de sector volledig onbesproken blijft. Het lijkt er zodoende op dat het gat tussen wat consumenten aan energiebelasting betalen en wat de industrie aan energiebelasting betaalt, de komende jaren alleen maar zal groeien.

Alfons Slaman zou er overigens niet erg mee zitten wanneer hij meer energiebelasting zou moeten betalen. Hij ziet genoeg mogelijkheden om het productieproces van paprika’s wat aan te passen, zodat hij een hogere gasprijs het hoofd kan bieden. ‘Als de gasprijs te hoog wordt, zullen wij in het begin van het jaar minder produceren, omdat we de concurrentie met de Spaanse paprika’s niet aankunnen. Daar groeien de paprika's immers in de buitenlucht, zonder extra energiekosten. Maar als die concurrentie in april wegvalt omdat het dan te heet wordt voor ze, kunnen wij daar met een grotere productie juist weer van profiteren. Het maakt mij eigenlijk niet zoveel uit wat de gasprijs wordt. Als er op de lange termijn maar duidelijkheid is en eventuele stijgingen niet al te snel gaan, vinden we wel weer een manier om ermee om te gaan.’

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Ties Joosten

Gevolgd door 407 leden

Journalist. Schrijver. Haven. Klimaat. Feyenoord. Soms wat hiphop. Voorheen hoofdredacteur van Blendle.

Volg Ties Joosten
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren