Burgers hebben alle reden om boos te zijn

    Als politici gouden bergen beloven, maar niet leveren, is het begrijpelijk dat burgers boos worden. Als daarnaast slechts een klein percentage van de bevolking profiteert van het Europese macro-economische beleid en de inkomensongelijkheid verder toeneemt, worden burgers nóg bozer. Hoe kan deze negatieve tendens doorbroken worden? FTM-redacteur Jean Wanningen geeft een aanzet om de discussie over dit heikele thema op gang te brengen. Het is een van de onderwerpen in zijn volgende boek.

    Veel Europese burgers keren zich af van de gevestigde politiek en van de Europese Unie (EU). In Nederland staat de rechts-populistische PVV in de peilingen al maandenlang op grote voorsprong en verwierp de kiezer bij referendum het EU-associatieverdrag met Oekraïne. In het Verenigd Koninkrijk ging, tegen de wens van de eigen regering in, een meerderheid van de uitgebrachte stemmen naar het afscheiden van de Europese Unie. 

    Zelfs Duitsland krijgt met de partij Alternative für Deutschland een serieuze protestpartij tegen de politiek van de gevestigde orde. In Oostenrijk is de rechts-populistische partij FPÖ bezig aan een opmars, in Polen en Hongarije voeren de rechts-conservatieve partijen die nu aan het bewind zijn een beleid dat een regelrechte bedreiging is voor de rechtsstaat. Maar niet alleen onder ‘rechtse’ partijen mort het electoraat. Ook bij linkse partijen als Die Linke in Duitsland of Podemos, Syriza en de Vijfsterrenbeweging in respectievelijk Spanje, Griekenland en Italië klinkt verzet tegen het beleid van het establishment. Bij een groot deel van het electoraat heerst tegen de politiek een oprechte boosheid, die Europa en de Europese Unie ernstig dreigt te destabiliseren. Steeds meer politici lijken in verwarring en hun beleid lijkt steeds minder het resultaat van een doordachte visie.

    Eurocrisis

    Voor de Europese onvrede zijn verschillende oorzaken aan te wijzen, waarvan ik als eerste de eurocrisis noem. Toen de euro werd ingevoerd — eerst giraal, in 1999, en daarna chartaal, in 2002 — beloofden de voorstanders van de muntunie gouden bergen. De welvaart zou stijgen, de werkgelegenheid zou toenemen en de economieën van de lidstaten zouden ‘als vanzelf’ naar elkaar toegroeien. Tien jaar later blijkt er van die mooie beloften niets terechtgekomen. De economieën zijn verder uit elkaar gedreven en de werkloosheid heeft recordhoogten bereikt.

    Om de eurocrisis het hoofd te bieden, besloot Brussel de probleemlanden van de EU, Ierland, Portugal, Griekenland, Spanje en Cyprus, met belastinggeld uit de eurozone te ‘redden’. Dat was weliswaar tegen de afspraken van ‘Maastricht,’ maar een bijzondere procedure uit het Verdrag van Lissabon bood uitkomst. De financiële stabiliteit van de eurozone stond immers op het spel. Ruim zes jaar later is de eurocrisis terug van nooit helemaal weggeweest.

    De eurocrisis is na zes jaar terug van nooit helemaal weggeweest

    Pikant en pijnlijk is bovendien dat het eurozone-belastinggeld dat Brussel beschikbaar stelde in de vorm van diverse noodfondsen vooral aan de crediteuren van de probleemlanden ten goede is gekomen, de banken en beleggers dus, die zeer ruimhartig kredieten hadden verstrekt respectievelijk staatsobligaties gekocht. Wel de lusten, niet de lasten — welke belegger wil dat niet? Extra pijnlijk is ook dat die miljardenbedragen uit de noodfondsen de werkloosheid in de zuidelijke periferie niet structureel hebben weten te verminderen. Weliswaar is de werkloosheid in Portugal en Spanje iets gedaald, maar dat komt mede door een exodus aan jonge, hoogopgeleide mensen. Grote delen van de nog wel werkende beroepsbevolking zagen en zien zich geconfronteerd met scherpe loondalingen en belastingverhogingen. Zij zijn de echte slachtoffers van de bevlogen eurodroom.

    Om het allemaal nog wat wranger te maken, heeft de Europese Centrale Bank besloten om op zeer grote schaal de staats- en bedrijfsobligaties van de eurolanden op te kopen. Zogenaamd om de inflatie op te voeren tot een niveau ‘dichtbij maar onder de 2 procent,’ maar iedereen ziet dat het niet helpt. Integendeel: het algemene prijspeil is gedaald, in Nederland zelfs tot onder nul. Toch gaat de ECB door met haar grootschalig opkoopbeleid. Langdurig als het moet, heeft ECB-president Mario Draghi erbij gezegd. 

    De gevolgen van zijn beleid voor de spaarder en de pensioenfondsen zijn bekend. Met het huidige ‘nieuwe normaal’ van negatieve rentes is het moeilijker voor pensioenbeleggers om een fatsoenlijke risico-rendementsafweging te maken en zullen er steeds grotere risico’s moeten worden genomen. Dat leidt tot zeepbellen op de beurs en in bepaalde vastgoedmarkten, en het leidt tot een grotere kans op verlies van de hoofdsom door faillissementen. Pensioenbeleggers moeten nu meer risico nemen en dus investeren zij in projecten waar zij normaliter niet in zouden investeren. Dat zijn risicovolle ondernemingen met een grotere kans op faillissement.

    Het 'nieuwe normaal' van negatieve rentes leidt tot zeepbellen op de beurs en in bepaalde vastgoedmarkten

    Gepensioneerden zien zich geconfronteerd met lagere uitkeringen en met het stoppen van prijsaanpassingen. Wie nu aan pensioenopbouw doet moet maar afwachten of er straks wel voldoende vermogen is opgebouwd voor een fatsoenlijke oude dag. En dat allemaal om een munt te redden die vanaf het begin structurele fouten in zich droeg. Vriend en vijand komt intussen tot de conclusie dat de lezing van Draghi dat het opkoopprogramma de economie zal stimuleren, niet heeft gewerkt. De voornaamste reden van het opkoopprogramma is de rentes op Italiaanse en overige zuidelijke staatsobligaties binnen redelijke grenzen te houden omdat anders de eurozone uiteen valt en dus de euro valt. Je kunt nu eenmaal niet met goed fatsoen een gezamenlijke munt voeren als de benodigde politieke instituties daar niet op berekend zijn. De euro is, niet verwonderlijk, eerder een splijtzwam tussen Noord en Zuid gebleken dan dat zij voor eenheid heeft gezorgd.

    Personenverkeer

    Behalve het monetaire beleid van Brussel, heeft nog een andere EU-maatregel desastreus uitgepakt voor, met name, de onderkant van de arbeidsmarkt: het vrije verkeer van personen. Nogal wat Polen, Bulgaren, Roemenen en andere Oost-Europeanen zijn bereid om voor een appel en een ei ongeschoold werk te verrichten in landen als Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en ook ons land.

    Hoe dat er in de praktijk uitziet, heb ik onlangs zelf nog ervaren, toen ik een grensdorp bezocht tussen Breda en Antwerpen. Het aantal auto’s met een Pools, Roemeens en Lets kenteken was er niet te tellen. Ik raakte aan de praat met een Marokkaanse Nederlander die daar al meer dan dertig jaar woonde. Hij beklaagde zich over hoe de ‘buitenlanders’ de markt verpestten. Zijn zoon kon geen baan vinden, vertelde hij, omdat die ‘buitenlanders’ bereid waren om voor een paar euro per uur te werken! Ook al is loonconcurrentie tussen Nederlanders en buitenlanders officieel niet toegestaan — voor iedereen die in Nederland werkt, gelden dezelfde regels met betrekking tot beloning — in de praktijk blijkt er een ongelijk speelveld te zijn gecreëerd dat oneerlijke concurrentie in de hand werkt. De onderlinge verschillen tussen eurolanden zijn simpelweg te groot, en dat leidt tot felle prijsconcurrentie op de arbeidsmarkt. Niet alleen internationaal werkende vrachtwagenchauffeurs hebben ermee te maken, maar bomenplanters net zo goed. Het is heel begrijpelijk dat burgers zich hier boos over maken. 

    "Je kunt niet met goed fatsoen een gezamenlijke munt voeren als de politieke instituties daar niet op berekend zijn"

    Zowel de onderkant van de arbeidsmarkt als de middenstand ondervindt zo overal in de EU nadeel van het Brusselse beleid. Winnaars zijn er ook, zij het bijzonder weinig. Het zijn vooral de grote bedrijven die hun loonkosten scherp zien dalen, maar ook de middelgrote bedrijven die op ruime schaal ongeschoold werk aanbieden, bijvoorbeeld in de tuinbouw of boomkwekerijen. Ook het topmanagement van die grote bedrijven vaart er wel bij. En vergeet de banken niet, die na gered te zijn door de belastingbetaler, weer vrolijk verder gaan op dezelfde voet, al hebben ze wel een vracht nieuwe regelgeving voor de kiezen gekregen. Overigens staat diezelfde Europese bankensector er, ondanks de steunaankopen van Draghi en de noodfondsen van de eurozone-belastingbetaler, nog altijd niet goed voor. Dat de vijftig grootste banken onlangs geslaagd zijn voor de Europese stresstest, daar hecht ik niet veel waarde aan — en met mij ook andere economen en analisten niet.

    Dat de vijftig grootste banken onlangs geslaagd zijn voor de Europese stresstest, daar hecht ik niet veel waarde aan

    De uiterste consequentie van globalisering, technische vernieuwing en financialisering van de economie is een race to the bottom. Lagelonenlanden zullen convergeren in een globaliserende economie. Dit gegeven, gevoegd bij de hervormingen van de arbeidsmarkt, zorgt voor veel onrust en onzekerheid bij de lagere- en middeninkomens. Bestaat mijn baan straks nog wel, vraagt de laag- en gemiddeld geschoolde werkende zich af. De pas afgestudeerde academicus ziet zich geconfronteerd met moordende concurrentie met navenante loondalingen.

    In de zuidelijke periferie van de EU is het al zó erg dat een groot deel van de jonge intelligentsia het thuisland verlaat op zoek naar een baan. Mijn Portugese nichtje vraagt mij of ik een stageplaats econometrie of corporate finance voor haar kan regelen in Nederland. Al haar afgestudeerde neven en nichten wonen al buiten Portugal, in Engeland, Angola of Brazilië. Het is werkelijk schrijnend, niet alleen omdat deze jonge mensen gedwongen zijn hun land te verlaten, maar ook omdat deze landen worden beroofd van hun hoger opgeleiden en daarmee van hun intellectuele toekomst. In Griekenland, Spanje en Italië gebeurt hetzelfde.

    Dit zijn de gevolgen van een starre structuur van een politieke muntunie, in combinatie met het gevoerde austerity-beleid van Brussel. Extra bezuinigen bij een krimpende economie werkt averechts, zo is inmiddels duidelijk gebleken. Daarbij steekt het bovendien dat dit ondoordachte beleid wordt uitgevaardigd door bestuurders die niet gekozen zijn. De Eurogroep van ministers van Financiën van de eurozone bestaat formeel niet eens. De Europese Commissie bestaat uit benoemde personen, evenals de Europese Minsterraad. Het Europees Parlement is weliswaar gekozen, maar het is vooral een applausmachine van de Commissie. Commissievoorzitter Juncker mag dan strikt formeel ‘gekozen’ zijn door het Europees parlement, iedereen met een beetje inzicht in de Brusselse wegen weet dat dit een democratisch doekje voor het bloeden is.

    Vluchtelingen

    En dan is er natuurlijk nog die ándere crisis: de ‘vluchtelingencrisis’. Vooral na de beruchte woorden van bondskanselier Angela Merkel, ‘wir schaffen das,’ is er een enorme stroom op gang gekomen van mensen uit Syrië, Iran, Afghanistan, Noord-Afrika en zelfs uit verder weg gelegen Afrikaanse landen als Nigeria en Ghana. Allemaal zijn ze op zoek naar een beter leven. Wie neemt ze dat kwalijk? Tegelijkertijd zorgt dit voor een enorme druk op de westerse verzorgingsstaten. De problemen in landen als Duitsland en Zweden zijn niet alleen financieel van aard, de toestroom zorgt er tevens voor dat het zorgstelsel onder druk komt te staan, alsmede het onderwijs, de woningmarkt en, last but not least, het politieapparaat.

    De criminaliteitscijfers zijn hoog, ook al worden niet alle misdaden meegenomen in de officiële statistieken. En als er dan na eindeloos procederen besloten wordt tot uitwijzing, komt dat er in veel gevallen niet van. Van degenen die wél mogen blijven, eindigt een grote meerderheid in een uitkering. Het migratiebeleid en het monetaire beleid van Brussel en Berlijn zorgen volgens de bekende Duitse econoom Hans-Werner Sinn dan ook voor een ongekende en permanente ‘transferunie’ van Noord naar Zuid.


    Hans-Werner Sinn

    "Het migratie- en het monetaire beleid van Brussel en Berlijn zorgen voor een ongekende en permanente ‘transferunie’ van Noord naar Zuid"

    Het merendeel van de vluchtelingen, migranten dan wel mensen op zoek naar een beter leven, is afkomstig uit islamitische landen. De Commissie had bedacht dat de vluchtelingen via een verdeelsleutel over ‘Europa’ verdeeld zouden moeten worden, maar Oost-Europese landen als het voornamelijk katholieke Polen en Hongarije willen helemaal geen migranten met een islamitische achtergrond opnemen — en al helemaal niet na de hevige aanslagen van de laatste tijd in met name Frankrijk, België en Duitsland. Intussen hebben naast Polen, Hongarije, Slowakije, Tjechië en Denemarken ook de drie Baltische staten zich bij het rijtje landen gevoegd dat niets moet weten van de herverdelingsvoorstellen van de Commissie. Spleet de euro Noord en Zuid, het Brusselse migratiebeleid splijt Oost en West.

    Mensen zijn ook boos omdat vluchtelingen voorrang krijgen bij het toewijzen van woningen

    Burgers in de lidstaten worden geconfronteerd met de problemen die de massale immigratie van voornamelijk islamitische migranten oplevert. Zij zijn daar boos en bezorgd over. Boos omdat hun niets is gevraagd, bezorgd omdat we niet weten wie we allemaal binnen laten. Zo bleken meerdere aanslagplegers jihadstrijders uit Syrië te zijn. Mensen zijn ook boos omdat vluchtelingen voorrang krijgen bij het toewijzen van woningen. De nieuwkomers moeten natuurlijk ergens wonen, maar de ergernis is heel goed te begrijpen. Wie tien jaar of langer moet wachten op een sociale huurwoning, valt het niet uit te leggen dat iemand die nog maar net in het land is, bovenaan de lijst belandt. Daarbij heeft het verleden aangetoond dat het integreren van minderheden in de Nederlandse samenleving bepaald geen eenvoudige opgave is.

    Mensen zijn dus niet alleen boos omdat ze voorgelogen zijn over de euro, maar ook omdat ze vrezen dat hun veiligheid in het geding is als gevolg van immigratie. Velen voelen zich onzeker over hun toekomst, vooral de lager opgeleiden die hun banen kunnen kwijtraken aan goedkopere arbeidskrachten uit Oost-Europa of aan migranten uit Afrika en het Midden-Oosten. Goedkope arbeidskrachten zijn fijn voor de (grote) bedrijven, maar vormen een bedreiging voor de laaggeschoolde autochtoon. Daar komt bij dat het stelsel van sociale voorzieningen verder wordt versoberd. Dat betekent extra druk, want wie nu zijn baan verliest heeft minder rechten dan voorheen.

    Het wordt voor bedrijven ook makkelijker om mensen te ontslaan, dus het risico om sterk terug te vallen in inkomen bij ontslag is groot. Dat geldt zeker voor 40-plussers. Menige werknemer die na zijn 45ste op straat komt te staan, heeft het weinig opwekkende vooruitzicht tot zijn pensionering werkloos te blijven — een pensionering die toch al geleidelijk aan steeds verder opschuift. Dan kan het zomaar gebeuren dat je ruim twintig jaar in de bijstand zit, na een kwart eeuw aan het arbeidsproces te hebben deelgenomen.

    De komst van grote groepen laaggeschoolden die bereid zijn om voor een zeer laag loon te werken, maakt de kans op ontslag voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt er bepaald niet kleiner op. Het is dus maar de vraag of migratie wel zo goed uitpakt voor landen met een goed functionerend collectief systeem van sociale voorzieningen. Ik vermoed van niet. Het zorgt in elk geval voor onrust en onzekerheid bij de autochtone burger. De recente onrust rond AZC’s is hiervan een duidelijk voorbeeld.

    "Goedkope arbeidskrachten zijn fijn voor bedrijven, maar vormen een bedreiging voor laaggeschoolde autochtonen"

    Middelmatige politici

    Samenvattend concludeer ik dat er een gigantische kloof gaapt tussen de (Europese) politiek en de burger. Uiteindelijk is de macht in handen van mensen die geen enkele democratische verantwoording hoeven af te leggen, en burgers worden geconfronteerd met dalende koopkracht, baanonzekerheid, onder druk staande pensioenen, negatieve spaarrentes en bezorgdheid en interculturele spanningen door de toestroom van grote groepen immigranten.

    Je vraagt je af wat onze leiders bezielt om met dergelijk beleid door te gaan. Het vertrouwen in politiek en politici is niet voor niets zo sterk gedaald. Volgens de Peruviaanse schrijver en filosoof Mario Vargas Llosa komt dat doordat de politiek mensen van middelmatige kwaliteit aantrekt. Dat zei hij drie jaar geleden in tv-programma Buitenhof. Hij noemde daar de EU ‘een democratische utopie’. Weliswaar vond hij het belangrijk dat Europa een sterk continent blijft in een geglobaliseerde wereld, daarbij wijzend op de enorme bijdrage die Europa had geleverd aan de westerse beschaving, maar juist in die verscheidenheid ligt haar kracht. Vargas Llosa wees op het gebrek aan inspirerende Europese politieke leiders, die met een op onze westerse waarden gebaseerde visie burgers nieuwe hoop zouden kunnen geven.

    Mario Vargas Llosa noemde de EU ‘een democratische utopie’

    De enige manier om het vertrouwen te herstellen is luisteren naar de zorgen en de woede bij de burger. Gaat de bestuurlijke en politieke macht in Den Haag en Brussel op dezelfde voet verder, dan kan er een moment komen dat de opgebouwde spanning zich ontlaadt. Onder het motto ‘voorkomen is beter dan genezen’ zal er een beleid moeten worden uitgerold dat bijdraagt aan de stabiliteit van de samenleving. Er zullen zeker de nodige taboes voor moeten wijken en de nodige lastige vragen moeten worden gesteld en beantwoord voordat er common ground bereikt kan worden. Een veenbrand stopt nu eenmaal niet vanzelf.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jean Wanningen

    Gevolgd door 230 leden

    Jean Wanningen (Weert, 1957) is een veelkleurige persoonlijkheid. Ging na ‘verkeerde’ studies bij een gerenommeerde investmen...

    Volg Jean Wanningen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren