© CC0 (Publiek domein)

Laat iedere student bedrijfskunde een maatschappelijke stage doen

    Waarom lijkt het Nederlandse topmannen- en vrouwen zo vaak aan een moreel kompas te ontbreken? Docent-promovendus aan de Vrije Universiteit Jelle van Baardewijk schreef er een proefschrift over. Daar komt een duidelijke trend uit naar voren: het begint in de schoolbanken.

    Onlangs plofte er een vuistdik proefschrift bij mij op de deurmat. De omineuze titel: The Moral Formation of Business Students. Wie wil begrijpen waarom het morele kompas van onze financiële en bedrijfskundige elites zo vaak hapert of eenvoudigweg afwezig is, doet er goed aan kennis te nemen van dit promotieonderzoek. En wie niet verrast wil worden dat de volgende generatie  dividendstrippers in krijtstreeppak, olieboerende winstbelastingweigeraars of de zoveelste stiekem uit de bonuspot snoepende bankiersboef alweer klaarstaat, doet er eveneens verstandig deze academische proeve van bekwaamheid ter hand te nemen.

    In het voorwoord stelt Jelle van Baardewijk, docent-promovendus wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en auteur van het stuk, droogjes vast dat het aantal ethische misstanden in het bedrijfsleven gelijke tred houdt met de landelijke toename van cursussen bedrijfsethiek. Maatschappelijk verantwoord ondernemen — ofwel ‘corporate social responsibility’ — behoort al jarenlang tot het standaardrepertoire van elke multinational, business schools dompelen hun studenten onder in lessen ethiek, en tegelijkertijd lijkt dit alles geen invloed te hebben op de handelswijze van de heren (en een enkele dame) in de wereld van haute finance en het internationaal grootbedrijf.

    Om deze ongerijmdheid te onderzoeken, besloot Van Baardewijk de ethische grondhouding van studenten bedrijfskunde aan een systematische analyse te onderwerpen. Met andere woorden: hoe verhouden de bedrijfskundigen en managers van morgen zich tot de wereld? Wat zijn hun opvattingen over het goede leven? Zijn zij in staat om op adequate wijze te reflecteren op hun rol in de samenleving? Oftewel, wat is hun ethos en hoe krijgt dit gestalte binnen de lesprogramma’s? 

    Docenten en studenten denken misschien dat hun vakgebied objectief is, maar in de studieboeken zitten allerlei (vrijemarkt)waarden verstopt

    Wat de aanpak van Van Baardewijk bijzonder maakt, is dat hij zijn bevindingen staaft met empirisch onderzoek (vrij ongebruikelijk voor een filosoof) en dat hij tevens de curricula van bedrijfskundestudies in wijsgerig én historisch perspectief plaatst. Die bevindingen zijn even genuanceerd als ontnuchterend. Ja, veel studenten geven aan sociaal en ethisch zakendoen belangrijk te vinden en bij faculteiten leeft breed de behoefte om studenten kritischer op te leiden. Helaas blijken deze mooie intenties op de weerbarstige onderwijspraktijk stuk te lopen. Wie denkt dat de gemiddelde ‘business school’ of studie bedrijfskunde iets wezenlijks bijdraagt aan een maatschappelijk verantwoord(er) zakenethos, weet na het lezen van dit promotieonderzoek wel beter.

    Daar bestaan verschillende redenen voor. Zo blijkt uit de dissertatie dat vakken als ethiek geïsoleerde eilandjes zijn in een curriculum dat waarden als winstmaximalisatie en efficiency centraal stelt. Dit is des te problematischer gezien de academische pretentie van waardevrijheid: docenten en studenten denken misschien dat hun vakgebied objectief is en de werkelijkheid neutraal beschrijft, maar in de studieboeken en lesprogramma’s zitten wel degelijk allerlei normatieve (vrijemarkt)waarden verstopt. Dit fenomeen staat ook wel bekend als het hidden curriculum. Opleidingen bedrijfskunde dragen zo impliciet een (Angelsaksisch) arbeidsethos over waarin het spreadsheet- en doelmatigheidsdenken de boventoon voert, ten koste van de morele en maatschappelijke aspecten van bedrijfsvoering. Samengevat: de illusie van waardevrije wetenschap zorgt voor een onkritische houding ten aanzien van het eigen vakgebied. 

    De conclusies van Van Baardewijk liegen er dan ook niet om. ‘Business school’-studenten ontberen de bagage om op fundamentele wijze te reflecteren op de samenhang tussen economie en samenleving. Zij zijn vooral toegerust om zo efficiënt en productief mogelijk te opereren en missen een meta-perspectief op zakendoen. Bovendien zijn ze niet of nauwelijks in staat ethische dilemma’s te beoordelen of na te denken over hun eigen normatieve positie.

    Noem me naïef, maar ronduit onthutsend vond ik de observatie van de auteur dat studenten goeddeels onwetend zijn over het maatschappelijk debat inzake mismanagement en andere wantoestanden in het bedrijfsleven. 

    Deze verwrongen en bijkans wereldvreemde toestand hangt nauw samen met het feit dat theorievorming op universiteiten in het algemeen en bedrijfskundige opleidingen in het bijzonder losgezongen is van de alledaagse werkelijkheid — oftewel: van concrete praktijken en beroepen. Dat men in menig directiekamer het contact met de samenleving is kwijtgeraakt, zoals het cliché wil na de zoveelste morele miskleun of schaamteloze poging tot zelfverrijking, hoeft dus niet te verbazen. Dat contact stopt op het moment dat de toekomstige bedrijfselites in de collegebankjes plaatsnemen. Zodra ze academische sferen binnentreden, verdwijnt de rommelige realiteit — en alles wat daar leeft — achter een kunstmatige horizon van wetenschappelijke modellen en theorieën. Aldus raakt de samenleving, gereduceerd tot een verre abstractie, uit zicht. 

    Laat de corporate elite in spe meelopen met deurwaarders

    Wat de analyse van Van Baardewijk eens te meer duidelijk maakt, is dat universiteiten tekortschieten in datgene wat in de Nederlandse Wet op Hoger Onderwijs (artikel 3 lid 1, om precies te zijn) voorgeschreven staat: namelijk dat ze naast het opleiden voor een beroep aandacht dienen te besteden aan persoonlijke ontplooiing en de ontwikkeling van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef. Voor Van Baardewijk is Bildung, een begrip dat al langer in onderwijsland rondzingt, dan ook het sleutelwoord ter beslechting van deze lacune. Dat wil zeggen dat ‘business schools’ serieus aan algemene vorming moeten gaan doen en studenten moeten faciliteren bij het vormgeven van hun morele identiteit. 

    De vraag is natuurlijk hoe je zoiets aanpakt. Wat mij betreft valt of staat Bildung bij het vermogen (en de moed!) om diametraal tegen je eigen gedachten en gedragingen in te denken en te handelen. Ter cultivering hiervan is het noodzakelijk om in aanraking te komen met denk- en leefwerelden die ver buiten de eigen kring vallen. Dat is niet louter een geestelijke activiteit, maar vereist dat we de bedrijfskundigen en managers van de toekomst uit hun comfort-zone halen en de ‘echte’ wereld insturen. 

    Kortom, maak een maatschappelijke stage tot een verplicht onderdeel van het studieprogramma van ‘business schools’. Laat de corporate elite in spe meelopen met deurwaarders, maatschappelijk werkers, psychiaters, schuldsaneerders en al die andere beroepsgroepen die dag in dag uit geconfronteerd worden met de afvallers van de economische ratrace. Of oefen ze in dienstbaarheid en nederigheid door ze een tijdje in een verpleeghuis, de 24-uurs opvang van het Leger des Heils of op een vmbo-school mee te laten draaien.

    Zolang de mens, om Nietzsche te parafraseren, makkelijker in het reine komt met een slecht geweten dan met een slechte naam, zullen ethische wantoestanden en immoreel gedrag blijven bestaan. Maar universiteiten hebben de wettelijke en morele plicht om een zakelijke kaste op te leiden met een zo robuust mogelijk arbeidsethos. 

    Dus, hooggeleerde dames en heren in de leer der bedrijfsvoering, jaag uw studenten eens het universiteitsgebouw uit, leer ze hun verbeeldingskracht en inlevingsvermogen aan te spreken, en maak ze bewust van de wereld waarin ze leven.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Hans Schnitzler

    Gevolgd door 300 leden

    Filosoof, publicist, auteur van Het digitale proletariaat (2015) en voormalig columnist voor de Volkskrant.

    Volg Hans Schnitzler
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren