business as usual-mentaliteit kweekt politiek extremisme

    Het is beangstigend dat het politieke midden geen antwoord meer heeft op de economische problemen binnen Europa. Columnist Jesse Frederik schetst hoe extreemrechts op kan komen in tijden van economische crisis aan de hand van Duitsland eind jaren twintig.

    Het zat eraan te komen. Duitsland was na de Eerste Wereldoorlog op de pijnbank gelegd en moest een exorbitant bedrag aan reparaties betalen aan de geallieerde mogendheden. Toen in 1923 echter de Duitse hyper­inflatie uitbrak begonnen de geallieerden te beseffen dat het reparatie­betalingsbeleid niet werkbaar was. Een nieuw reparatieplan werd daarom van kracht: het Dawes-plan.

    Om te garanderen dat de Duitse economie weer kredietwaardig werd kregen private crediteuren in het Dawes-plan voorrang. Pas als alle private crediteuren betaald waren, werden de reparatiebetalingen voldaan. Zoals te verwachten sloeg Duitsland roekeloos aan het lenen. ‘Hoe meer commercieel krediet Duitsland binnen zou vloeien, hoe minder reparatie­betalingen Duitsland waarschijnlijk zou moeten betalen’, stelt economisch historicus Albert Ritschl vast. Duitsland betaalde tussen 1921 en 1931 19,1 miljard mark aan reparaties, in dezelfde periode vloeide er 27 miljard aan – met name Amerikaans – krediet Duitsland binnen.

    Een enorme kredietbubbel ontwikkelde zich, en, zoals dat gaat met krediet­bubbels, op een gegeven moment liep deze leeg. Toen eind 1928 de geallieerden geïrriteerd raakten over de preferente status van private crediteuren en er discussie ontstond over aanpassing van het plan begonnen de kapitaalstromen rechts­omkeert te maken. De pleuris brak pas echt goed uit toen in 1929 de Amerikaanse beurs in elkaar donderde.

    Bezuinigen

    Om het vertrouwen van buiten­landse crediteuren te herwinnen moest Duitsland de handrem aantrekken. Bezuinigen, bezuinigen, bezuinigen, was het credo. Duitsland, dat na de val van de regering in 1930 onbestuurbaar was geworden, werd per decreet geregeerd door Heinrich Brüning, beter bekend als ‘de Honger­kanselier’. Via noodverordeningen wist Bruning in samenspan met de bejaarde rijkspresident Hindenburg de belastingen te verhogen, de salarissen te korten en de werkloosheids­uitkeringen te verminderen.

    Democratisch was het niet, maar als het volk het voor het zeggen had gehad, dan zou wat ‘objectief’ verstandig was niet mogelijk blijken. Bovendien, zelfs de reguliere oppositie had geen beter antwoord. Ook Rudolf Hilferding, de voormalig minister van Financiën voor de sociaal-democratische SDP, steunde het bezuinigings­beleid van kanselier Brüning. Economische crises waren een onvermijdelijke en ongeneesbare kwaal van het kapitalisme, dacht de marxist.

    'Tegen 1932 was de Duitse werkloosheid gestegen van 7,5 procent begin 1929 naar ruim dertig procent'

    Tegen 1932, toen de – zoveelste – verkiezingen werden georganiseerd, was de Duitse werkloosheid gestegen van 7,5 procent begin 1929 naar ruim dertig procent. De industriële productie was in dezelfde periode met ruim 42 procent gedaald. Het was in dit beroerde economische klimaat dat de nazi’s electoraal succes begonnen te behalen. Avraham Barkai merkt in zijn boek over nazi-economen op dat alle plannen om de werkgelegenheid te bevorderen via – al dan niet verhulde – overheids­uitgaven van extreem-rechts kwamen, niet van links. ‘Onze economie lijdt niet aan een gebrek aan productie­middelen, maar aan een gebrek aan het gebruik van onze productie­middelen’, zo stond in het Wirtschaft­liches Sofort­programm van de nazi’s.

    Het Sofortprogramm pleitte onder meer voor rechtstreekse banen­schepping, nationalisering van de financiële sector en monopolies en autarkie. Een boodschap die ingang vond bij de miljoenen werkloze Duitsers en de middenklasse die hun lonen zagen dalen onder druk van het grote ‘reserveleger van werklozen’. De grootschalige werkloosheid hielp Hitler enorm bij zijn electorale successen. De Duitse economisch historicus Christian Stogbauer laat op basis van regionale gegevens over werkloosheid en nazi-aanhang zien dat voor elk procentpunt werkloosheid de nazi’s 0,79 procent meer stemmen kregen. ‘Wat zou er zijn gebeurd als Duitse regeringen, economen en beleids­makers zich eerder hadden verlost van de ketenen van de oude economische theorieën?’ vraagt historicus Barkai zich af.

    Voor elk procentpunt extra werkloosheid kregen de nazi’s 0,79 procent meer stemmen

    Het is deze geschiedenis waar ik aan dacht bij de Europese verkiezingsuitslag, waarin extreem-rechts fors won. Nee, de politieke disfunctie is lang niet zo groot als in Weimar Duitsland. Goddank. Maar het is beangstigend dat het politieke midden eigenlijk geen serieus antwoord meer heeft op de meest acute economische problemen binnen Europa, op de mensonterende werkloosheid en de stagnerende levensstandaard.

    Laat de coalitie van verstandige mensen haar heilzame werk doen, wacht rustig af en het zal goed komen, dat is ongeveer het antwoord. Hoewel menigeen staat te juichen bij de lichtpuntjes die er zijn – laten we wel zijn: sinds de jaren dertig is er geen tijd meer geweest dat we zo lang economische stagnatie hebben meegemaakt. En dat is een vette onvoldoende. Zo’n business as usual-mentaliteit van het politieke midden kweekt politiek extremisme.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jesse Frederik

    In de zomer van 2011 ontvingen we per email een open sollicitatie van de 22-jarige Jesse Frederik uit Nijmegen die zichzelf o...

    Volg Jesse Frederik
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren