De Zuidas, Amsterdam.

De Zuidas, Amsterdam. © Berlinda van Dam

Rechter buigt zich over fiscale constructies van partners op de Zuidas

4 Connecties
15 Bijdragen

Als je partner bent bij een groot accountantskantoor, ben je dan in dienst of zelfstandig ondernemer? Over deze vraag buigt de rechter zich naar aanleiding van een conflict tussen Deloitte en een oud-partner. Als het Hof oordeelt dat deze een verkapt dienstverband had, betekent dat een financiële aardverschuiving voor alle partners op de Zuidas.

Op het oog lijkt er een groot verschil te zitten tussen een bezorger van Deliveroo die voor een tientje per uur de stad rondfietst, en een partner van een groot accountantskantoor die honderden euro’s per uur verdient. Toch zijn er belangrijke overeenkomsten, aldus Martine Lem, advocaat van Guido Lübbers (51). 

Op zijn LinkedIn-pagina noemt hij zichzelf nog steeds partner van Deloitte. Volgens Deloitte werkt hij er niet meer. Deliveroo stelde tegenover de rechter dat bezorgers geen dienstverband hebben met bijbehorende rechten, maar dat zij op opdrachtbasis werken. Deloitte zegt min of meer hetzelfde over zijn partners. Zij zijn onafhankelijke opdrachtnemers, en niet in dienst.

Grote accountants-, advies- en advocatenkantoren als PwC, KPMG, Pels Rijcken of De Brauw Blackstone Westbroek werken met een systeem van partners. Aan rechtbanken is nu in twee zaken, deze van Deloitte en een eerdere rond EY, de vraag voorgelegd of de benoeming tot partner een arbeidsrelatie is. Zo ja, dan zijn de fiscale gevolgen voor veel partners groot: het kan een individuele partner bij vele Zuidas-kantoren tot wel tonnen per jaar kosten.

Lübbers, die vanaf  2006 werkt als fiscalist bij Deloitte, is sinds juni 2014 partner. Dat houdt in dat hij niet langer op de loonlijst staat. Elke partner heeft een eigen bv, die zich aansluit bij het partnerschap. Wie het tot partner weet te schoppen, krijgt een dikke ‘toetredingsmap’ vol papieren en contracten, en wordt vriendelijk verzocht bij het kruisje te tekenen. 

32.000 euro per maand

Vooral fiscaal is deze bv-constructie aantrekkelijk. Partners krijgen een vaste vergoeding. In het geval van de fiscalist bij Deloitte was die vastgesteld op 175.000 euro, zo bleek maandagochtend 15 november bij het hof in Den Haag. Daarnaast kreeg Lübbers’ bv een voorschot op de winstdeling overgemaakt. Al met al kwam er zo 32.000 euro per maand binnen. 

Omdat die vergoeding binnenkomt bij de bv, is de belastingdruk een stuk lager. Een bv betaalt vennootschapsbelasting. Die belasting ligt een stuk lager dan de loonbelasting, tot 70.000 euro per jaar 37 procent en daarboven 49,5 procent. Wel moet de bv een zogenoemd DGA-salaris uitkeren. DGA staat voor directeur-grootaandeelhouder. Alleen over dat salaris moet de ontvanger loonbelasting betalen, oplopend tot 49,5 procent .

‘Deloitte sluit grote overeenkomsten met klanten af, waar ook veel risico aan zit’

Zo’n DGA-salaris is niet het volledige bedrag dat maandelijks binnenkomt. De hoogte van het salaris wordt bepaald door de fiscus. Om over het overgebleven geld te beschikken, kunnen partners aan zichzelf dividend uitkeren, waarover ze 15 procent belasting betalen. Of nog beter, ze kunnen het geld aan zichzelf lenen, bijvoorbeeld in de vorm van een hypotheek voor een nieuwe serre of dakkapel.

Van die fiscale geneugten moest ook Guido Lübbers gebruikmaken. Tegelijkertijd wil de fiscalist worden gezien als een werknemer. Zo is hij ook altijd behandeld en dus geniet hij ook de bijkomende bescherming van een werknemer, beweerde Lübbers maandagochtend tegenover de rechter. Nu Deloitte hem heeft ontslagen heeft hij naar eigen zeggen recht op een ontslagvergoeding van 2,8 miljoen euro.

Deloitte denkt daar heel anders over. Het accountantskantoor stelt dat de voormalige partner geen dienstverband had, maar zelf ondernemer was. ‘De resultaten van de bv’s hangen samen met hoe het met het kantoor gaat, dat is ondernemersrisico,’ betoogde advocaat Johan Zwemmer namens Deloitte. ‘Het is geen eenmanszaak. Deloitte sluit grote overeenkomsten met klanten af, waar ook veel risico aan zit.’

Lübbers is ten tijde dat hij zijn bv optuigde, nog gevraagd of hij zijn openstaande vakantiedagen wilde opnemen of dat hij die uitbetaald wilde krijgen, vertelt Zwemmer. Zodoende had Lübbers moeten weten dat zijn rechten als werknemer daarmee vervielen. Was er wel sprake van een dienstverband, dan had hij immers recht op vakantiegeld, vakantiedagen en vooral: ontslagbescherming. 

Daar had de fiscalist afstand van gedaan, aldus advocaat Zwemmer. Door partner te worden, ging hij ermee akkoord dat Deloitte het contract simpelweg kon opzeggen, zolang het de zes maanden opzegtermijn in acht neemt. 

Met ‘handen en voeten’ gebonden

Martine Lem, de advocaat van Lübbers, ziet dat anders. Partners zijn met ‘handen en voeten gebonden’ aan Deloitte, zegt zij, dus van ‘gezamenlijk ondernemen’ is geen sprake. Deloitte eist immers dat de partner persoonlijk de werkzaamheden uitvoert. Hij mag niemand anders aanwijzen dat te doen. 

Verder mogen aangesloten partners voor niemand anders werken dan voor klanten van Deloitte, ze moeten orders opvolgen en ze moeten offertes indienen volgens de uitgangspunten van Deloitte. De bv’s lopen geen aansprakelijkheidsrisico, want klanten sluiten een contract met Deloitte, niet met de bv van de partner. Die partner krijgt daarnaast sowieso een minimum-fee (in dit geval bij Deloitte 175.000 euro), dus er is geen groot inkomensrisico.

‘Als zelfstandig ondernemer kan ik besluiten vijf lease-auto’s te nemen. Maar dat mag niet van Deloitte’

Lübbers vertelt de rechter dat hij de benoeming tot partner zag als een simpele promotie met een flinke loonsverhoging. Zijn werkzaamheden veranderden feitelijk niet. Voor hem was het niets anders dan een dienstverband. Met die bv mocht hij verder niks. ‘Als ik zelfstandig ondernemer was, zou ik bijvoorbeeld mogen besluiten vijf lease-auto’s te nemen. Maar dat mag niet van Deloitte.’ 

De rechter doet uitspraak in februari. Als de analogie met Deliveroo overeind blijft, trekt Lübbers aan het langste eind, dan is hij als partner dus ook gewoon werknemer. Dat kan grote gevolgen hebben voor veel andere kantoren en vooral hun partners. Als de fiscus hen als gewone werknemer gaat zien, is het de vraag of ze nog in aanmerking komen voor de  fiscale voordelen van uitbetaling via een bv.