Elektriciteitscentrale op zonne-energie in de Atacama-woestijn in Chili. Het Nederlandse Adyen compenseerde met terugwerkende kracht een deel van zijn uitstoot door CO2-kredieten van een vergelijkbare elektriciteitscentrale in hetzelfde land te kopen.

Vergroening en verduurzaming zijn nodig als klimaatoplossing. Pakken ze ook zo uit of zijn het nieuwe verdienmodellen? Lees meer

Terwijl de noodzaak om klimaatverandering tegen te gaan evidenter is, bloeit de markt voor vergroening op. Wie verdient er aan de wens voor een groenere wereld? Follow the Money onderzoekt of vergroening en verduurzaming uitpakken zoals ze bedoeld zijn, of dat het enkel leidt tot nieuwe verdienmodellen.
 

4 artikelen

Elektriciteitscentrale op zonne-energie in de Atacama-woestijn in Chili. Het Nederlandse Adyen compenseerde met terugwerkende kracht een deel van zijn uitstoot door CO2-kredieten van een vergelijkbare elektriciteitscentrale in hetzelfde land te kopen. © Alex F. Catrin / DPA

Afkopen van CO2-uitstoot is gouden handel en een grote mislukking

De handel in CO₂-kredieten is booming business. Met deze kredieten kunnen armere landen bomen planten of windmolens neerzetten. Door de emissie van een bedrijf weg te strepen tegen de milieuwinst van zo’n project kan een bedrijf in één klap klimaatneutraal worden. Maar de CO₂-markt is zo gemankeerd, dat het klimaat er niet veel mee opschiet.

Dit stuk in 1 minuut
  • Bedrijven uit rijke landen kunnen hun uitstoot compenseren door in armere landen klimaatvriendelijke projecten te financieren via de handel in CO2-kredieten.
  • Deze CO2-markt raakte al snel overspoeld met projecten van tot wel een decennium oud, en door projecten die ook zonder de kredieten van de grond waren gekomen. Zo wordt het wegstrepen van uitstoot tegen vergroening nattevingerwerk. 
  • Handelaren als het Nederlandse STX Commodities noteren de afgelopen jaren flinke winsten met hun handel in ‘klimaatoplossingen’ van de ‘allerhoogste integriteit’. In werkelijkheid verhandelen ze verouderde kredieten waarvan de milieuwinst uiterst discutabel is.
Lees verder

Gehandeld wordt er al lang niet meer in De Bazel, het imposante rijksmonument dat zich uitstrekt tussen de Keizersgracht en de Herengracht en ooit het hoofdkantoor vormde van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, later ABN Amro. 

Om nieuwe groeimarkten te ontdekken, moet je tegenwoordig aan de overkant van de straat zijn, in een onbeduidend kantoorpand boven een hypotheekverstrekker. Op de vierde verdieping zitten tientallen jonge handelaren achter rijen monitoren vol spreadsheets, op zoek naar nieuwe kansen. 

Dit is de handelsvloer van STX Commodities, een relatief onbekend bedrijf dat verrassend grote winsten noteert. Tussen 2021 en 2022 zag het handelsbedrijf zijn nettowinst bijna verzesvoudigen, van 10,5 naar ruim 58 miljoen euro.

De koopwaar waar STX sinds 2005 rijk mee is geworden, zijn ‘klimaatoplossingen’ van de ‘allerhoogste integriteit’ voor bedrijven die hun voetafdruk willen verkleinen. Oprichter, eigenaar en voormalig beurshandelaar Tim van der Noordt is niet aanwezig wanneer we op een middag langskomen op de handelsvloer om te vragen hoe klimaatoplossingen zo winstgevend kunnen zijn. Geen enkele andere medewerker is bereid ons inhoudelijk te woord te staan, ondanks herhaaldelijke verzoeken. 

Zijn Amsterdamse stadsvilla verraadt echter dat Van der Noordt dankzij klimaathandel de wind in de zeilen had. Met een geschat vermogen van 140 miljoen euro komt hij met stip binnen in de nieuwste Quote 500

De klimaatoplossingen die STX onder meer aanbiedt, zijn CO2-compensatiecertificaten. Want naast het terugdringen van de uitstoot is CO2 compenseren ook een manier om de klimaatdoelen te halen. Met name voor uitstoot die echt moeilijk te reduceren is, bijvoorbeeld omdat er nog geen alternatieve technieken voorhanden zijn. In de praktijk blijkt uitstoot afkopen vooral ook een makkelijke – en goedkope – manier om groen over te komen.

Na enkele jaren licht te groeien, verdubbelde de wereldwijde vraag naar zogenoemde CO2-kredieten tussen 2020 en 2021 plots. De totale marktwaarde van deze certificaten kwam daarmee uit op 2 miljard dollar, een stijging van bijna 400 procent. Naar verwachting groeit deze markt door naar 10 tot 40 miljard dollar in 2030. Kortom: business is booming. 

Dat merkt ook een broker als STX, die momenteel vierhonderd werknemers in dienst heeft, verspreid over tien kantoren in onder meer New York, Singapore, Lyon en Hamburg. 

Netto nul uitstoot

STX dankt dit succes aan een groeiend aantal bedrijven dat klimaatneutraal wil worden. Meer dan een derde van ’s werelds grootste beursgenoteerde bedrijven heeft de ambitie uitgesproken de komende jaren naar ‘net-zero’ te gaan, oftewel netto nul CO2-uitstoot. Ruim de helft van deze bedrijven, waaronder grote namen als Microsoft, Amazon en Shell, leunt daarbij expliciet op CO2-compensatie. Strenge eisen worden daar vaak niet aan gesteld.

Neem bijvoorbeeld het succesvolle Nederlandse betaalbedrijf Adyen, eerder door Quote bestempeld als de ‘nieuwe hofleverancier’ van de Quote 500. Het bedrijf met een beurswaarde van 42 miljard euro schakelde in 2019 het Zwitserse milieuadviesbureau South Pole in om in een oogwenk klimaatneutraal te worden. 

Jaarlijks stoot het bedrijf naar eigen zeggen bijna 18.000 ton CO2 uit, vergelijkbaar met de uitstoot van zo’n duizend Nederlandse huishoudens. Op een speciaal ontworpen pagina vertelt Adyen hoe het met energiebesparingen en compensatie-projecten deze emissies naar netto nul wist terug te brengen.

Dit deed Adyen door met terugwerkende kracht alle uitstoot sinds haar oprichting in 2006 te compenseren via bos- en energieprojecten in onder andere Vietnam, Brazilië en Chili. Zo droeg Adyen bij aan Luz del Norte, een elektriciteitscentrale op zonne-energie, die levert aan het Chileense stroomnet. Het zonnepark staat midden in een Chileense woestijn, op ruime afstand van de stad Copiapó. 

‘Hierdoor hebben we voorkomen dat er miljoenen tonnen aan CO2 de lucht in zijn gegaan. [...] Dit zorgt volgens ons voor echte duurzaamheid,’ schrijft Adyen.

kader

Het dak erop

Naast vrijwillige CO2-compensatie kent de Europese Unie sinds 2005 een systeem van verplichte emissiehandel, het zogenoemde Emission Trading System (ETS). Alle grote fabrieken en elektriciteitscentrales vallen onder dit handelssysteem, samen goed voor ongeveer de helft van de Europese CO2-emissies. Omdat het daarnaast een ‘cap and trade’-systeem is, verschilt ETS fundamenteel van de vrijwillige markt. 

De Europese Unie stelt een uitstootplafond (‘cap’) vast waar alle bedrijven gezamenlijk onder moeten blijven. Vervolgens krijgen zij uitstootrechten toebedeeld. Een bedrijf dat meer uitstoot dan het rechten heeft, kan rechten bijkopen (‘trade’). Andersom kan een bedrijf zijn rechten verkopen wanneer het minder uitstoot. 

Doordat het totale uitstootplafond geleidelijk omlaag gaat, worden bedrijven gedwongen steeds minder uit te stoten en gaat de handelsprijs omhoog. Ook Californië en China hanteren een dergelijk regionaal cap and trade-systeem.

De vrijwillige CO2-markt, die parallel functioneert aan deze verplichte markten, is wereldwijd en kent geen maximum-uitstoot die geleidelijk omlaag gaat.

Lees verder Inklappen

Veel compensatieprojecten zijn goedgekeurd aan de hand van certificeringen als de Gold Standard, wat ze een stempel van betrouwbaarheid moet geven. Maar dat geldt niet voor alle projecten. 

Zowel Adyen als STX gebruikt namelijk oude compensatieprojecten van de Verenigde Naties (VN), die al lang over hun houdbaarheidsdatum zijn. Met als risico dat de uitstoot slechts gedeeltelijk of helemaal niet is gecompenseerd. 

Als onderdeel van het verouderde Kyoto Protocol tuigde de VN aan het begin van deze eeuw een nieuwe handelsmarkt op om klimaatverandering aan te pakken. Het onderliggende idee om dit marktfalen te herstellen, is simpel. Via het zogenoemde Clean Development Mechanism (CDM) konden armere landen duurzame projecten opzetten en die laten financieren door rijkere landen op zoek naar manieren om hun uitstoot te compenseren. Afkoop dus, in ruil voor duurzame projecten. 

Het verhandelde product bestond uit waardepapieren met de naam CER, elk goed voor een ton (1000 kg) CO2-besparing. Sinds de start van het CDM in 2004 registreerde de VN meer dan 9 miljard kredieten, afkomstig van bijna achtduizend projecten uit met name China en India. Al gauw werd de CDM-markt zo de grootste CO2-markt ter wereld. Maar ook de meest bekritiseerde.

Discutabele kwaliteit

Het VN-systeem bleek verre van waterdicht. Onder het Kyoto-verdrag moesten geïndustrialiseerde landen verplicht hun uitstoot terugdringen. Veel reductieverplichtingen waren bescheiden, waardoor landen hun doelen makkelijk konden halen. De door ontwikkelingslanden aangeboden ongebruikte CDM-kredieten stapelden zich op, met als gevolg een lagere prijs per ton CO2

Door de lage prijs waren nieuwe projecten minder interessant voor projectontwikkelaars en banken. Projecten die desondanks van de grond kwamen, leunden vaak op extra subsidies of andere vormen van financiering, waardoor de bespaarde uitstoot van het project niet meer volledig kon worden geclaimd door de koper van het krediet. De lage prijs zorgde daarmee ook indirect voor een instroom van kredieten van een lagere kwaliteit. 

Dit risico werd onderschreven door het ministerie van Infrastructuur en Milieu, dat namens Nederland het aankoopprogramma van CDM-kredieten leidde. In een evaluatie uit 2014 constateerde het ministerie dat de CDM-markt, waarop het 31 miljoen kredieten kocht, nogal wat ‘freeriders’ had die ‘meer belang blijken te hechten aan het financiële gewin dan aan de milieu-integriteit’. 

Financiële analisten noemen de huidige markt ‘onduurzaam goedkoop’

Het ministerie refereerde daarbij aan een schatting dat 40 tot 70 procent van de CDM-projecten ook zonder deze financiering van de grond waren gekomen. Om zeker aan de afgesproken klimaatverplichtingen te kunnen voldoen, besloot Nederland daarom anderhalf keer zoveel kredieten te kopen dan het Kyoto-verdrag verplichtte. 

Eerder dit jaar noemden financiële analisten van Bloomberg in een marktanalyse de huidige markt dan ook ‘onduurzaam goedkoop’. Wil de markt effectief CO2 uit de lucht halen, dan moet de prijs van vrijwillige CO2-kredieten de komende zeven jaar met bijna 3000 procent toenemen, voorspellen zij. 

Goedkoopste optie in de markt

Ondanks deze kritiek gebeurt er in de zomer van 2015 iets bijzonders: de VN stelt de database met miljoenen CDM-projecten open voor het bredere publiek, zodat iedereen er op een ‘transparante’ manier vrijwillig zijn of haar uitstoot kan compenseren. Maar de VN-organisatie achter het Kyoto Protocol heeft er ook zelf belang bij dat CDM-rechten niet links blijven liggen: voor elke verkochte ton ontvangt het 0,2 dollar om de eigen administratie te bekostigen.

Voor handelaren als STX was dit een gouden kans. De VN had de projecten namelijk al geselecteerd, goedgekeurd en gemonitord. Met als kers op de taart dat de CDM-kredieten een van de goedkoopste opties in de markt waren – en nog altijd zijn. 

Zo zijn er momenteel kredieten te koop van wind- en waterkrachtprojecten in China voor 1,1 of 1,5 dollar per ton. Voor iets meer dan een dollar kun je evenveel CO2 afkopen als een Nederlands huishouden gemiddeld uitstoot met acht maanden aan elektriciteitsgebruik. Deze kredieten kunnen vervolgens met een flinke marge worden doorverkocht: andere kredieten op de vrijwillige markt zijn gemiddeld drie tot vier keer zo duur

Op het moment is er op de vrijwillige CO2-markt al ruim drie keer meer aanbod dan er vraag is

Terwijl steeds meer handelaren de CDM-markt in het vizier kregen, nam de kritiek erop alleen maar toe. In 2016 concludeerde het Duitse onderzoeksbureau Öko-Institut dat driekwart van de aangeboden CDM-certificaten waarschijnlijk niet de beloofde CO2-uitstoot compenseerden. Dit gold in het bijzonder voor energieprojecten, zoals windmolenparken en waterkrachtcentrales. 

Deze projecten hadden lokale autoriteiten of bedrijven ook zonder financiering vanuit het CDM wel opgezet. Van ‘additionaliteit’ is er dus geen sprake. De uitstoot-reductie door het project komt niet (volledig) op het conto van het CDM. En dus ook niet aan de uiteindelijke koper van de certificaten. 

Op het moment is er op de vrijwillige CO2-markt al ruim drie keer meer aanbod dan er vraag is. Als alle potentiële CDM-rechten worden aangeboden, raakt de markt overspoeld met nog eens miljarden kredieten van lage kwaliteit, becijferde het Britse adviesbureau Trove Intelligence. ‘Dit maakt de vrijwillige markt effectief achterhaald als een middel om de wereldwijde koolstofemissies te reduceren,’ schreven ze daarbij.

Milieu-economen van de Universiteit van Georgetown lieten vorig jaar zien hoe dit in de praktijk mis kan gaan. Na een analyse van 1350 Indiase windparken concludeerden zij dat minstens de helft van de windparken ook zonder financiering van het CDM zou zijn gebouwd. ‘Deze projecten zijn deels gefinancierd met de verkoop van CO2-rechten,’ zegt hoofdonderzoeker Raphael Calel. ‘Maar onze studie laat zien dat dat in minstens de helft van de gevallen zeer waarschijnlijk niet noodzakelijk was.’ 

De CO2-reductie die bedrijven of overheden met deze kredieten inkochten, bestond in werkelijkheid dus niet. Door dit door te trekken naar de hele CDM-markt schatten de onderzoekers dat er mogelijk onbedoeld ruim 6 miljard ton CO2-reductie is geclaimd, die waarschijnlijk niet heeft plaatsgevonden. Dit is grofweg gelijk aan wat twintig kolencentrales gedurende vijftig jaar uitstoten. ‘Het idee van compenseren is in theorie geweldig,’ zegt Calel. ‘Maar deze aanpak is vatbaar voor te veel fouten, omdat niemand van tevoren precies kan aantonen of een project werkelijk additioneel is.’ 

Lage prijs, weg prikkel

De vele kritiek bleef niet onopgemerkt. Op de vorige klimaattop in het Schotse Glasgow werd besloten dat overheden CDM-projecten van voor 2013 niet meer mogen gebruiken om de nationale klimaatdoelen uit het akkoord van Parijs te halen. 

Als projecten al tien jaar lopen, is de kans klein dat ze nu nog voor extra CO2-reductie zorgen, was de gedachte. Het overaanbod zou de prijs ondertussen omlaag drukken, waarmee elke prikkel om zelf CO2-uitstoot te vermijden verdwijnt. 

Maar deze beperking geldt niet voor bedrijven die hun uitstoot willen compenseren op de ongereguleerde vrijwillige markt. En dus kocht STX recent nog honderdduizenden kredieten van projecten, die ruim voor 2013 startten. Zo nam het handelsbedrijf in maart 2022 ruim 220.000 CDM-kredieten over van twee Chinese projecten uit 2009 en 2011 die methaangas uit vuilnisbelten opvangen en omzetten in energie voor het lokale stroomnet. 

Gilles Dufrasne

De vrijwillige markt creëert nu een hoop mogelijkheden voor greenwashing, waarbij bedrijven zich groener voordoen dan ze werkelijk zijn

De vraag aan wie de CDM-kredieten zijn doorverkocht en voor welke marge, wil STX ook na meerdere verzoeken niet beantwoorden. Maar gezien de hogere prijzen op de vrijwillige markt en de lage inkoopprijzen binnen het CDM zou het zomaar kunnen dat STX deze met flinke winst wist door te verkopen aan bedrijven die klimaatneutraal willen worden. 

In het verleden had STX bijvoorbeeld de Amerikaanse gasleverancier IGS Energy en het crypto mining-bedrijf Argo Blockchain als klanten, blijkt uit een database van wereldwijde CO2-rechten. Het ‘minen’ van bitcoins kost grote hoeveelheden energie, maar inmiddels claimt Argo Blockchain ‘klimaatpositief’ te zijn dankzij CO2-compensatie en duurzame energie. 

Toen een stuk minder inzicht

Ook Adyen compenseerde eind 2019 een deel van zijn uitstoot via CDM-kredieten van het Luz del Norte zonnepark in Chili. In zijn jaarverslag vermeldt Adyen dat het kredieten uit dit project gebruikt, zonder te noemen dat het een verouderd CDM-project is waarvan de additionaliteit sterk betwijfeld kan worden. 

Een woordvoerder van Adyen laat weten dat het bedrijf toentertijd niet op de hoogte was van de problemen met het CDM. ‘We hebben toen volledig op het advies van South Pole geleund en zo goed mogelijk geprobeerd een aantal projecten te kiezen.’ Adyen zegt dat het drie jaar geleden nog aan het begin zijn verduurzamingsopgave stond. ’We hebben destijds dit project wel onderzocht, maar met een stuk minder inzicht dan we nu hebben.’  

South Pole, wereldwijd een van de grootste adviesbureaus voor CO2-compensatie, verklaart in een reactie dat de CO2-rechten van het Luz del Norte project nog steeds additioneel zijn, omdat het geld toentertijd nodig was om het project op te zetten. ‘Projecten die tussen 2013 en 2015 werden opgezet, konden niet adequaat gefinancierd worden door lokale banken. Extra financiering met behulp van CO2-kredieten was dus absoluut noodzakelijk.’ 

Dit geldt ook voor de uitstootrechten die nu nog beschikbaar zijn op basis van oudere projecten, zegt South Pole. ‘Er is geen reden om de kredieten van een robuust en additioneel zonneproject in Chili geen onderdeel van Adyens portfolio te laten zijn.’

Maar volgens Gilles Dufrasne, expert op het gebied van koolstofhandel bij de ngo Carbon Market Watch, worden CDM-projecten momenteel te vaak misbruikt voor ongefundeerde groene claims. ‘Zoals de vrijwillige markt momenteel is opgezet, doet ze niet wat ze belooft. Wel creëert de markt een hoop mogelijkheden voor greenwashing, waarbij bedrijven zich groener voordoen dan ze werkelijk zijn.’ Dufrasne vindt dat de meeste CDM-kredieten helemaal niet meer mogen bestaan.

Breder probleem dan CDM-kredieten

Andere typen CO2-compensatie binnen de vrijwillige markt vertonen vergelijkbare problemen. Het aantonen van additionaliteit is bijvoorbeeld ook extreem lastig bij projecten die ontbossing moeten tegengaan. Thales West, milieu-econoom aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, onderzocht twaalf van dit soort projecten in de Braziliaanse Amazone en concludeerde dat ze systematisch overschatten hoeveel uitstoot er is gereduceerd. 

‘Ik heb er geen vertrouwen in dat de vrijwillige markt het veel beter doet’

Toch claimen veel bedrijven op basis van investeringen in dergelijke bosprojecten dat ze klimaatneutraal zijn. Fundamenteel fout, legt West uit, omdat de impact van ontbossing nooit vooraf te voorspellen valt. ‘De opzet van deze projecten is niet geschikt om exact te meten hoeveel CO2 ze compenseren. Want hoe preciezer je meet, hoe complexer het wordt om zo’n project van de grond te krijgen.’ 

Ook onderzoeker Calel denkt dat het probleem breder is dan alleen CDM-kredieten: ‘Veel projecten op de vrijwillige markt zijn gebaseerd op oude CDM-rekenmethodes. Er is alleen nog minder toezicht op. Dus ik heb er geen vertrouwen in dat de vrijwillige markt het veel beter doet.’

Betrouwbaarheid staat daarmee op gespannen voet met de groeiende vraag naar compensatiemogelijkheden. ‘De logica van de vrijwillige markt is om wereldwijd de goedkoopste kredieten te vinden,’ benadrukt Dufrasne van Carbon Market Watch. ‘In de praktijk betekent dit vaak de laagste kwaliteit. Dat werkt alleen maar contraproductief.’

Koolstofhandel binnen het akkoord van Parijs

In het klimaatverdrag van Parijs is afgesproken dat landen onderling mogen handelen in emissierechten, om zo aan hun nationale doelen te voldoen. Deze handel in zogenoemde Internationally Transferred Mitigation Outcomes, vastgelegd in Artikel 6.2, berust op afspraken tussen landen. 

Het akkoord stelt ook een nieuwe handelsmarkt voor die de VN centraal zal moeten gaan leiden. Deze markt, die bekendstaat als Artikel 6.4, moet de opvolger worden van de handel in CDM-kredieten binnen het verlopen Kyoto-protocol. Artikel 6.2 en 6.4 zijn gelinkt, waardoor landen straks ook aan hun nationale verplichtingen kunnen voldoen door kredieten op de centrale VN-markt te kopen. 

Om werkelijk CO2-reductie te garanderen, hebben landen daarnaast afgesproken dat ten minste 2 procent van alle kredieten standaard moet komen te vervallen: niemand mag deze claimen. Om dubbeltelling te voorkomen, stellen beide artikelen daarnaast dat er altijd een correctie plaats moet vinden, waarbij de behaalde CO2-reductie niet meetelt voor de eigen klimaatdoelen van het verkopende land. 

Naast deze twee officiële manieren van koolstofhandel staat de ongereguleerde vrije markt. De regels van het klimaatakkoord gelden hier (nog) niet voor. Deze markt geeft dus geen garantie dat CO2-kredieten niet onterecht dubbel meetellen voor zowel de koper als het verkopende land. 

Lees verder Inklappen

Op de klimaattop, die zondag 6 november begint in Egypte, zullen honderden klimaatonderhandelaars zich het hoofd breken over dit dilemma. Landen als China, India en Brazilië hebben belang bij de verkoop van CDM-kredieten, omdat ze er in het verleden veel hebben gegenereerd. Andere landen willen er juist helemaal vanaf. Momenteel is er nog meer dan 320 miljoen ton CO2 uit ruim achthonderd CDM-projecten als handelswaar beschikbaar voor nationale overheden.

Internationale koolstofhandel dreigt zelf een marktfalen te worden, voor zover het dat niet al is

En wat te doen met het risico op dubbeltellen? Mogen de CO2-kredieten van een bosproject in de Amazone bijvoorbeeld ook meetellen voor de nationale doelen van Brazilië, wanneer een Nederlands bedrijf ze opkoopt om klimaatneutraal te zijn? Of moet daarvoor worden gecorrigeerd – en hoe dan?

De vraag is of het kopen en verkopen van emissierechten, zoals STX doet, helpt bij het tegengaan van klimaatverandering, of dat het vooral een lucratieve handel is. Omdat de spelregels voor de ongereguleerde, vrijwillige compensatiemarkt nog ontbreken, ligt juist daar misbruik op de loer. Internationale koolstofhandel dreigt na klimaatverandering zo zelf een groot marktfalen te worden – voor zover het dat niet al is.

Adyen pleit nadrukkelijk voor meer regulering van de compensatie-markt. ‘Zodat je geen appels met peren aan het vergelijken bent zonder dat je doorhebt dat je appels met peren aan het vergelijken bent,’ geeft de woordvoerder aan. ‘Maar dat er nu nog geen regulering is betekent niet dat we nu niet al iets willen doen.’

Genoeg redenen dus voor Follow the Money om te starten met een nieuw dossier: Groene beloften, gouden business. Wie verdient er aan de wens voor een groenere wereld? Welke rekenmodellen worden toegepast om de uitstoot te compenseren? En kloppen die wel? We onderzoeken een systeem dat is bedoeld is als klimaatoplossing, maar het risico in zich draagt om de klimaatdoelen alleen maar verder weg te brengen. 

Met een bijdrage van Léopold Salzenstein