De CDA Business Club dineert op Paleis Soestdijk
© Via Peter Arensman

De financiering van onze politieke partijen

Al sinds 2003 waarschuwt de Europese anti-corruptiewaakhond GRECO dat de financiering van politieke partijen in Nederland risico’s in zich draagt. Met name het veelvuldige gebruik van stichtingen leidt tot schimmigheid over de vraag wie de bronnen van het geld zijn. En dat opent de weg naar het ‘kopen’ van politieke invloed en kan zelfs tot corruptie leiden. In dit dossier leggen we de financiering van alle Nederlandse politieke partijen onder de loep.

4 Artikelen

CDA Business Club: tegen betaling aanschuiven bij politici

Het gaat het CDA financieel slecht. Het ledenaantal holt al jaren achteruit en van de 54 Kamerzetels uit 1989 zijn er slechts 19 over. De ‘Business Club’ biedt een welkome oplossing. Ondernemers kunnen voor een fors bedrag lid worden en krijgen vervolgens toegang tot besloten diners, waar ze dineren met ministers, Kamerleden en andere partijprominenten.

Dit stuk in 1 minuut
  • Neveninstellingen spelen een belangrijke rol bij de financiering van het CDA. Uit onderzoek van FTM blijkt dat het CDA drie neveninstellingen heeft die evenementen organiseren voor donateurs.

  • Een daarvan is de CDA Business Club, een netwerk van succesvolle ondernemers. De club organiseert jaarlijks vijf evenementen op prachtige locaties. Leden dineren daar samen met  ministers, staatssecretarissen en Kamerleden, met wie ze hun ondernemerszorgen kunnen delen.

  • Peter Arensman is de oprichter van de Business Club. Hij vertelt FTM hoe zijn organisatie het CDA ondernemersvriendelijker heeft gemaakt.

  • Voorts beschikt het CDA over twee beleggingsfondsen: het Fonds WI en het Steenkamp Fonds. Uit onderzoek van FTM blijkt dat Fonds WI eerste belangen heeft in grote Nederlandse bedrijven, zoals Shell, Heineken en de ING. Ook het  CDJA, de jongerenorganisatie, heeft een stichting om de kas te spekken.

Lees verder

Op 3 februari 2020 verzamelt een groep ondernemers en Kamerleden zich in de dinerzaal van Paleis Soestdijk. De zaal stamt uit de tijd van Willem II, die van 1840 tot 1849 koning was, en is tegenwoordig te huur voor besloten diners. De avond begint met een praatje van Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, gevolgd door een diner. De gasten netwerken, praten bij met oude bekenden en sluiten hier en daar een deal. Ook bespreken ze het ondernemersleven met politici en luchten ze hun hart.

De aanwezige ondernemers zijn lid van de CDA Business Club. Die organiseert jaarlijks vijf evenementen voor haar leden, waar zij met partijprominenten van gedachten kunnen wisselen.

Peter Arensman is de oprichter van de Business Club. Wanneer we hem in zijn kantoor spreken, aan de vooravond van de coronacrisis, vertelt hij er trots over: ‘Toen ik in 2008 begon, hadden 40 van de 42 Kamerleden helemaal niets met ondernemers. Nu zitten er 19 Kamerleden die in de gaten hebben dat ondernemers gave mensen zijn. Hoe komt dat? Omdat ze af en toe eens naar zo’n CDA Business Club-avond gaan. Als ze de hele avond met een ondernemer praten, horen ze wat die meemaakt en wat het betekent om ondernemer te zijn.’

Arensman is een boomlange vent. Hij zit in zijn bureaustoel, zijn rug ietwat gekromd, terwijl hij vertelt over de club die hij heeft grootgebracht. Tussendoor komen zijn zoons binnen, die in het kantoor aan het studeren zijn, om te vragen of hij iets van de supermarkt wil.

De journalist vroeg of hij anoniem 15.000 euro kon schenken. Het CDA legde hem keurig uit hoe dat kon

De Business Club is een neveninstelling van het CDA, wat betekent dat zij erop is gericht om de activiteiten van de partij te ondersteunen. Neveninstellingen zijn onmisbaar voor de financiering van het CDA; het grootste deel van donaties hoger dan 4500 euro (vanaf dat bedrag moet de herkomst openbaar worden gemaakt) vindt er zijn oorsprong. Het CDA heeft vijf neveninstellingen. Drie daarvan zijn clubs die avonden organiseren waar donateurs in select gezelschap met partijprominenten in contact komen, zoals de CDA Business Club. De andere twee zijn beleggingsfondsen.

Afgelopen zomer wist De Telegraaf via een undercover-onderzoek aan te tonen dat het CDA, net als een aantal andere partijen, open stond voor anonieme donaties boven het wettelijk maximum van 4500 euro. Boven dit bedrag moeten giften worden geopenbaard. De journalist deed zich voor als potentiële donateur, en vroeg of hij anoniem 15.000 euro kon schenken. Het CDA legde hem keurig uit hoe hij dat kon doen, en beloofde hem dat hij met ‘een selecte groep mensen’ mocht komen praten over wat hij belangrijk vond.

‘Gestructureerd ondernemerszaken agenderen’

De CDA-website beschrijft de organisatie, die in 2008 werd opgericht, als ‘een netwerk van circa 100 directeur-grootaandeelhouders dat geregeld contact heeft met politici, in een informele sfeer’. Het lidmaatschap kost 1500 euro, al betalen kleine ondernemers minder. De website belooft de leden ‘een zakelijk netwerk van gelijkgestemden’ en de mogelijkheid om ‘op gestructureerde wijze ondernemerszaken op de politieke agenda te krijgen’.

In de statuten van de Business Club staat dat de opbrengsten zoveel mogelijk ten goede moeten komen aan het CDA. FTM kreeg inzage in de jaarstukken. Nagenoeg alle inkomsten bestaan uit bijdragen van leden; in 2018 waren dat er 84. In 2012 en 2013 organiseerde de Business Club een fondsenwervingsdiner. Arensman zegt hierover: ‘Dit waren diners met onze vaste leden in wat kleinere groepen. Zo konden we langer doorpraten over bepaalde onderwerpen.’ Deze twee diners brachten elk ruim 50.000 euro in het laatje. In 2014 nam de partij de organisatie van de fondsenwervingsdiners over.

screenshot van de website van de CDA Business Club

Het grootste deel van de uitgaven zijn organisatorisch van aard: huur van locaties, bureaukosten etc. Van het geld dat overblijft gaat het meeste naar kiezersonderzoek. In 2012 en 2013 doneerde de Business Club ook aan het fonds voor verkiezingscampagnes, beide jaren ruim 40.000 euro. In 2014 stopte de Business Club daarmee, omdat Arensman liever wilde doneren aan ‘zaken die de partij structureel verbeteren’.

In 2012 en 2013 lagen de inkomsten veel hoger, omdat de Business Club beide jaren een fondsenwervingsdiner organiseerde. Nu gebeurt dat niet meer. Volgens Arensman is dat vanwege de invoering van de Wfpp, die sinds 2013 van kracht is. Daarin staat dat alle donaties aan partijen en hun neveninstellingen boven de 4500 euro openbaar moeten zijn. ‘Ik ken via mijn netwerk best wat mensen die geld zouden willen geven aan bijvoorbeeld een wetenschappelijk instituut. Dat doen ze nu niet meer.’

Koeien in de wei

Arensman vertelt over de ontstaansgeschiedenis van de Business Club. In 2005 deed hij een project met Joop Atsma, indertijd Kamerlid, om meer koeien in de wei krijgen. Boeren hielden hun koeien steeds vaker op stal, om kosten te drukken. Atsma zocht vijf boeren uit en Arensman sponsorde hen met 25.000 euro om 400 koeien buiten te laten grazen. Het project trok veel aandacht. ‘Uiteindelijk ben ik op alle radiozenders en in kranten geweest.’

Arensman: ‘Naar aanleiding van alle media-aandacht organiseerde men een rondetafelgesprek over de weidegang, onder leiding van Paul Schnabel, die toen directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau was. Ik mocht ook aanschuiven. Toen zat ik daar ineens, samen met politici en de bazen van Campina en Friesland Foods.’ Nog datzelfde jaar besloot Campina boeren een toeslag te betalen voor de melk van koeien die weidegang kregen. Friesland Foods volgde een jaar later. Arensman: ‘Ik was helemaal flabbergasted. Een klein project groeide uit tot iets dat ik zelf nooit had kunnen regelen. Zoiets kun je van de grond krijgen als je gebruik maakt van de media, en wanneer politiek en bedrijfsleven samenwerken. Daar was ik zo enthousiast over.’

‘Ik heb een groot netwerk in Nederland, dus ik kan overal binnenkomen’

Het weideproject maakte Arensman een graag geziene gast bij CDA-politici. Joop Atsma stelde hem, in Arensmans woorden, ‘trots als een pauw’ voor aan alle Kamerleden en hij mocht af en toe een diner bijwonen. In 2008, tijdens een van deze diners, beklaagde Arensman zich over de kabinetsplannen voor een villabelasting, of ‘jaloeziebelasting’, zoals hij het noemde.

‘Toen ik zei dat ik daar razend over was, begonnen ze me een beetje uit te lachen. Ik vroeg waarom, en daar kwam uit naar voren: “Ja, jij bent een ondernemer, jij bent eigenlijk niet te vertrouwen. Alle ondernemers moeten aangepakt worden.” Nou, ik was in shock. Dat de linkse partijen zo denken: daar kan ik me iets bij voorstellen. Maar mijn eigen CDA? Toen dacht ik: ik moet iets doen. Ik ben naar de partijvoorzitter gegaan, Peter van Heeswijk, en heb drie voorstellen gedaan; een daarvan was een business club.’ Arensman hoopte daarmee ‘een realistischer beeld van ondernemers’ te creëren.

De financiering van onze politieke partijen

Al sinds 2003 waarschuwt de Europese anti-corruptiewaakhond GRECO dat de financiering van politieke partijen in Nederland risico’s in zich draagt. Met name het veelvuldige gebruik van stichtingen leidt tot schimmigheid over de vraag wie de bronnen van het geld zijn. En dat opent de weg naar het ‘kopen’ van politieke invloed en kan zelfs tot corruptie leiden. In dit dossier leggen we de financiering van alle Nederlandse politieke partijen onder de loep.

Lees verder Inklappen
Inschrijven

Op de CDA-website prijken de vele uitjes en avonden die de Business Club heeft georganiseerd. De locaties lopen uiteen: Paleis Soestdijk, het hoofdkantoor van KPN, de Amerikaanse ambassade (inclusief een praatje van Pete Hoekstra). Arensman: ‘Ik heb een groot netwerk in Nederland, dus ik kan overal binnenkomen.’ Op de diners zijn Kamerleden aanwezig. Er is ook altijd wel een minister of staatssecretaris die een praatje houdt; de afgelopen vijf keer waren dat Hugo de Jonge, Raymond Knops, Jan Kees de Jager, Wopke Hoekstra en Sybrand Buma. Arensman: ‘Ministers zeggen altijd: “Ik kom even spreken en daarna ben ik weer weg.” Maar meestal blijven ze hangen, omdat ze merken dat er een heel ontspannen sfeer is.’

Ad Koppejan zat van 2006 tot 2012 voor het CDA in de Tweede Kamer. Tegenwoordig is hij ondernemer en lid van de club. Hij vertelt FTM: ‘Als Kamerlid vond ik het al interessant om aanwezig te zijn bij de bijeenkomsten, omdat je er kennis kunt nemen van wat er in het bedrijfsleven speelt. Er is toch wel een kloof tussen de politiek en het bedrijfsleven. De CDA Business Club brengt met haar bijeenkomsten deze twee werelden in verbinding.’

screenshot van de website van de CDA Business Club

Naast de reguliere avonden is er elk jaar een ‘expertmeeting’. Een groep van 10 tot 15 ondernemers praat dan met Kamerleden die economie in hun portefeuille hebben. De Kamerleden lichten de aankomende plannen toe en de ondernemers kunnen thema’s aansnijden die zij belangrijk vinden.

De leden komen uit allerlei sectoren. Arensman: ‘Voor Kamerleden is dat fijn. Als ze iets over een bepaalde sector willen weten, dan vragen ze mij of ik iemand in mijn club heb die daar iets over weet.’ Dat laatste gebeurt echter maar zelden, voegt hij later toe. De leden variëren van eenmanszaken tot multinationals. Één van de leden heeft maar liefst 60.000 werknemers. Wie dat is, wil Arensman niet zeggen: ‘Ik heb iedereen beloofd dat ik nooit zonder toestemming zal vertellen wie lid is, want dat ligt gevoelig in Nederland. Als je je associeert met een bepaalde partij, kan dat je business kosten.’

Kamerleden hebben te weinig assistenten om zich te verdiepen in alle complexe dossiers. ‘Daardoor zijn ze genoodzaakt met lobbyisten te praten’

Wel of geen lobbyclub?

Inmiddels is Arensman een heuse Haagse insider. Hij kent alle CDA-politici en noemt ze bij de voornaam. ‘Soms neem ik contact op als ik denk dat ik iets moet doen voor het algemeen belang.’ Zo keerde Arensman zich fel tegen het overheidsadvies aan werknemers om zoveel mogelijk thuis te werken. Hij schreef er  namens de Business Club een ‘brandbrief’ over, zo meldde het Algemeen Dagblad op 15 mei. Die brief ging naar alle CDA-kopstukken, inclusief Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra. Het komt niet vaak voor dat Arensman het kabinetsbeleid zo direct probeert bij te sturen: ‘Ik zou de hele dag kunnen beïnvloeden, maar daar heb ik geen tijd voor. Ik moet een bedrijf in de lucht houden.’  Hij doelt op BAS consultancy, zijn eigen bedrijf.

Arensman vindt dat partijen te weinig geld krijgen. Kamerleden hebben te weinig assistenten om zich te verdiepen in alle complexe dossiers. ‘Daardoor zijn Kamerleden genoodzaakt om met lobbyisten te praten.’

Valt de CDA Business Club ook in die categorie? Nee, zegt Arensman: ‘Het is natuurlijk een fine line tussen invloed kopen en praten over het algemeen belang. Ik probeer altijd afspraken te maken met mijn leden. De mores van onze club is: je gaat niet lobbyen voor je eigen bedrijf. Maar stel je voor dat je in een belangrijke sector zit en daar is een probleem, dan mag je dat natuurlijk wel bespreken met een Kamerlid dat naast je zit.’

De penningmeester van de Business Club, Rob Meines, is lobbyist. Toch opvallend voor een niet-lobbyclub. Meines is de oprichter van Meines Holla, volgens de Volkskrant ‘het deftigste lobbykantoor van Den Haag’. Het bedrijf heeft oud-politici van statuur in dienst, zoals Ben Bot, oud-minister van Buitenlandse Zaken (CDA) en Fred Teeven, oud-staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (VVD). Meines lobbyde onder andere voor de aankoop van de Saab Gripen, een Zweeds gevechtsvliegtuig en JSF-concurrent. Arensman vindt het niet problematisch dat Meines bij zijn club zit, maar juist bewonderenswaardig: ‘Toen hij lid werd, zei ik: “Rob, waarom wil je dat? Lid worden is slecht voor je business, want als jij openlijk CDA’er bent, zijn er misschien Kamerleden die minder zin hebben om met jou te praten.” Maar hij had de afweging gemaakt, en wilde het toch doen.’

In zwaar weer 

De giften van neveninstellingen en andere stichtingen zijn de laatste jaren belangrijker dan ooit. Sinds 2010 zag het CDA een groot deel van zijn inkomstenbronnen verdampen. In 2010 waren de totale inkomsten van de partij, het wetenschappelijk instituut en de jongerenafdeling 7,6 miljoen; in 2018 was dat nog maar 5,7 miljoen. Subsidies namen een snoekduik na het zetelverlies in 2010 en 2012 (het zetelaantal bepaalt mede de hoogte van partijsubsidies).

In 2017 stegen de subsidies enigszins, maar ze bereikten niet meer het oude niveau. De contributies zijn lichtelijk gezakt door de ledenterugloop. Partijen vangen dit gedeeltelijk op door de contributietarieven te verhogen, zoals FTM al eerder beschreef.

‘Bij het CDA zien ze hoe Baudet (FvD) een paar ton stuk slaat aan marketing en vervolgens de grootste partij wordt’

Wanneer klassieke inkomsten afnemen, zijn neveninstellingen en stichtingen een handig vehikel om daarvoor te compenseren. In februari van dit jaar richtte het CDA een nieuwe neveninstelling op: de CDA Club van 100. De stichting is bedoeld als ‘een permanente stut onder het CDA wat betreft fondsenwerving voor de verkiezingskas,’ zo staat op de CDA-website. Arensman hierover: ‘Bij het CDA zien ze hoe Baudet (FvD) een paar ton stuk slaat aan marketing en vervolgens de grootste partij wordt.’

De kersverse Club van 100 lijkt in veel opzichten op de Business Club van Arensman. Ook deze organisatie biedt haar leden toegang tot prominente CDA-bestuurders: eens per jaar is er een bijeenkomst, waar ook ministers en Kamerleden aanwezig zijn. Je hoeft alleen geen ondernemer te zijn: wie 2500 euro per jaar betaalt, kan lid worden.

De Club van 100 is een initiatief van Hans van der Wind, een ondernemer die zijn vermogen dankt aan de verkoop van zijn schoolboekhandel Van Dijk. Volgens zakenblad Quote was zijn vermogen in 2019 88 miljoen. Van der Wind draagt het CDA een warm hart toe: hij is sinds 2008 lid van de Business Club, en in 2017 schonk hij de partij 177.000 euro. Het is de op een na grootste particuliere donatie die we tijdens ons onderzoek aantroffen. Alleen vastgoedman en 50Plus-fan Chris Thünnessen gaf meer. Van der Wind heeft geen behoefte aan een gesprek over zijn stichting: ‘Aangezien je al met Arensman hebt gesproken, denk ik niet dat een gesprek met mij zinnig is.’

Schimmigheid rond oorlogskas voor jongeren

Ook het CDJA heeft een stichting om de kas te spekken: de stichting Bevordering Christen Democratische Jongeren Activiteiten, opgericht in 1995. Het doel ervan, zo meldt het CDJA aan FTM: de bekostiging van campagne-uitgaven en de promotie van jonge kandidaten op de kieslijst.

Dat de stichting geen jaarrekening hoeft te publiceren speelt daarbij geen rol, aldus het bestuur

De stichting wil niet vertellen hoeveel geld erin omgaat of waar dat vandaan komt. ‘Daar doen wij geen uitspraken over,’ zegt een bestuurslid.Volgens de statuten haalt de stichting haar vermogen uit ‘bijdragen van deelnemers aan de door de stichting georganiseerde activiteiten, donaties, subsidies, giften en erfstellingen’.

Waarom het CDJA überhaupt een aparte stichting nodig heeft, is onduidelijk. Het bestuur ervan bestaat volledig uit (oud-)CDJA-bestuurders. Het CDJA zou dit campagnefonds makkelijk intern kunnen bijhouden. Het CDJA-bestuur heeft geen verklaring voor het bestaan van de stichting, anders dan dat het historisch zo is ontstaan. Dat de stichting geen jaarrekening hoeft te publiceren – in tegenstelling tot het CDJA – speelt daarbij geen rol, aldus het bestuur.

De beleggingsmarkt op

Het CDA heeft twee beleggingsfondsen die de partij jaarlijks steunen: het Fonds Wetenschappelijk Instituut (Fonds WI) en het Prof. Steenkamp Fonds. Het Fonds WI is de grootste van de twee. Het stamt uit 1974 en beschikt over ongeveer 3 miljoen euro; de beleggingsopbrengsten gaan, niet geheel onverwacht, naar het Wetenschappelijk Instituut. Elk jaar doneert het fonds 150.000 euro. Opvallend is dat het Fonds WI aandelen heeft in grote Nederlandse bedrijven: in 2018 belegde het fonds onder andere in Shell, Heineken en de ING.

Het Prof. Steenkamp Fonds is aanzienlijk kleiner, een krappe 2 ton. Naast beleggingsopbrengsten krijgt het fonds ook donaties. Wie 500 euro of meer doneert, wordt ‘vriend van het Steenkampfonds’ en is welkom op de jaarlijkse lunch tijdens het partijcongres. Tussen 2013 en 2018 doneerde dit fonds 145.000 euro aan het CDA. Dit geld was bedoeld voor de opleiding van CDA-politici en voor wetenschappelijk onderzoek.

‘Het is mede dankzij mijn huis dat in het regeringsakkoord staat dat alle bebouwde omgeving verduurzaamd moet worden’

Van bekende naar beleidsmaker

Arensman is een groot voorstander van duurzaamheid. Hij was de eerste Nederlander met een Tesla en zijn huis is energieneutraal. ‘Het is mede dankzij mijn huis dat in het regeringsakkoord staat dat alle bebouwde omgeving verduurzaamd moet worden. Ik zat in de commissie van het CDA die het hoofdstuk duurzame energie voor het verkiezingsprogramma schreef. Sybrand [Buma, de toenmalige fractievoorzitter van het CDA – red.] had niet zoveel met duurzaamheid, maar ik ben naar hem toegegaan en heb verteld over mijn huis.’ Vervolgens belandde de verduurzaming van de bebouwde omgeving in het verkiezingsprogramma. Volgens Arensman heeft het CDA het plan vervolgens het regeerakkoord ingeloodst. ‘D66 was natuurlijk voor, de VVD niet per se, dus was het CDA bepalend.’ Met de juiste contactens kun je een verschil maken, wil Arensman maar zeggen.

Persoonlijk profiteren van zijn invloed doet hij naar eigen zeggen nauwelijks: ‘Ik heb maar één agenda: het algemeen belang.’

Dennis l’Ami
Dennis l’Ami
Freelance onderzoeksjournalist. Duikt het liefst langere tijd onder in een onbekende wereld, en doet daar verslag van.
Gevolgd door 210 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Jeroen Wijnen
Jeroen Wijnen
Data-nerd. Politiek. Zoekt naar de verhalen achter de cijfers.
Gevolgd door 233 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren