De toekomst van vrijhandelsverdrag CETA is onzeker nu nota bene het Gewest Brussel het jarenlange onderhandelingsproces van de Europese hoofdstad Brussel torpedeert. Morgen komen de Europese regeringsleiders in, jawel, Brussel bijeen in een poging om uit de impasse te komen.

    In Brussel, op de hoek van Stoofstraat en de Eikstraat, staat een manneke. Het is geen mensje van vlees en bloed, het is vervaardigd uit brons. Dagelijks vergapen toeristen uit de hele wereld zich aan de almaar voortdurende waterstraal die het manneke produceert van tussen z’n benen. Bij feestelijkheden wordt het water weleens vervangen door bier of krijgt het mannetje een raar pakje aan, maar voorlopig is er geen reden tot feest. Dat vinden ze althans tweeënhalve kilometer verderop, aan de Wetstraat, in de ‘Europese wijk’. Daar staan de belangrijkste kantoren van de Europese Unie, waar jarenlang is gezwoegd op vrijhandelsverdrag CETA.

    Morgen proberen de Europese regeringsleiders in Brussel opnieuw om de handtekeningen van alle lidstaten onder CETA te krijgen. Dinsdag mislukte een eerste poging omdat onze zuiderburen niet door de pomp gingen. De reden voor de huidige impasse is de curieuze politieke constructie in België, waardoor het Europese handelsbeleid een van haar grootste crises ooit beleeft.

    Canada-EU

    Het draait dus allemaal om CETA, het Comprehensive Economic and Trade Agreement. Het is een reeds uitonderhandeld verdrag tussen Europa en Canada dat gaat over handel — en van meer handel worden we beter, zo is de heersende gedachte in de EU. Bijna iedereen die zich bevindt op de belangrijkste politieke posten is voorstander van CETA: de Europese Commissie die de onderhandelingen voerde is voorstander, het Europees Parlement dat goedkeuring moet geven is voorstander, de Canadese regering is voor en dat geldt eveneens voor de meeste Europese regeringen, waaronder de Nederlandse. Ook de Belgische federale overheid is voorstander van CETA.

    In België heeft de federale overheid niet altijd het laatste woord

    In België heeft de federale overheid echter niet altijd het laatste woord bij ingrijpende beslissingen, en daardoor hebben de hoge piefen nu een groot probleem. Volgens de Belgische wet moet een handelsverdrag als CETA niet alleen worden goedgekeurd door de federale overheid, maar ook door de drie deelstaatregeringen: Vlaanderen, Wallonië en het Gewest Brussel. In die laatste twee landsdelen heeft de linkse Parti Socialiste de meerderheid, en daar ontpopt met name de Waalse minister-president Paul Magnette zich als criticus van CETA. De Brusselse minister-president Rudi Vervoort (eveneens van de Parti Socialiste) is ook fel gekant tegen CETA. Daarmee ontstaat dus de opmerkelijke situatie dat Brussel — het centrum van de Europese macht — de voet wordt dwarsgezet door dat andere Brussel: het gewest en de stad.

    Voor- en tegenstanders

    Volgens de Parti Socialiste zorgt CETA voor onduidelijkheid wat betreft de voedselveiligheid en de positie van boeren, en geeft het verdrag via investeerdersbescherming te veel macht aan multinationals. In een open brief van eerder deze week, gericht aan het Waalse parlement, wijzen verschillende Canadese hoogleraren — onder wie de eerder door Follow the Money geïnterviewde Gus van Harten — op de in hun ogen oneerlijke ISDS-praktijk: bedrijven hebben via de ISDS-clausule, die onder de naam ‘ICS' onderdeel uitmaakt van CETA, de mogelijkheid een land aan te klagen als ze investeringen mislopen. In de brief schrijven de hoogleraren:‘The “Investment Court System” (ICS) in the CETA does not remove the financial threat posed by foreign investor claims to democratic regulation.’


    Geert Bourgeois

    "De PS voert blijkbaar liever wapens uit naar Saoedi-Arabië dan appelen en peren naar Canada"

    Voorstanders van CETA verwijten de Parti Socialiste (PS) en boegbeeld Paul Magnette juist de vooruitgang tegen te houden. De Vlaamse minister-president Geert Bourgeois zei gisteren in Belgische krant De Standaard: ‘Alle belangen die we moeten vrijwaren zijn gevrijwaard, onze gezondheidsnormen, onze productnormen, onze arbeidswetgeving, en vooral: we gaan veel meer kunnen exporteren naar Canada. En daar begrijp ik de PS niet. Magnette gaat met mij op pad naar het buitenland en zegt tegen “ik wil me spiegelen aan Vlaanderen, jullie doen dat formidabel goed” en als er een goed akkoord voorligt, dan zeggen ze neen. De PS voert blijkbaar liever wapens uit naar Saoedi-Arabië dan appelen en peren naar Canada.’

    Telefoontjes en bezoeken

    Hoe groot de druk op de eerste ministers Magnette en Vervoort intussen is, blijkt uit de reeks telefoontjes en bezoeken die de politici de afgelopen dagen voor de kiezen kregen: de Franse president François Hollande, de Europese handelscommissaris Cecilia Malmström, de Canadese handelsminister Chrystia Freeland, de Belgische premier Charles Michel en de Belgische minister van buitenlandse zaken Didier Reynders. Allemaal probeerden ze de plooien glad te strijken. Of dat gaat lukken, horen we morgen na afloop van de Europese top in Brussel. Dan weten we of dat manneke op de hoek van de Stoofstraat en de Eikstraat, dat de eigenzinnigheid en de spotgeest van de Brusselaars moet verbeelden, zijn straaltje heel symbolisch heeft laten neerdalen op het jarenlange werk voor een Europees handelsverdrag met Canada.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Mitchell van de Klundert

    Mitchell van de Klundert (1990) onderzoekt voor Follow the Money internationale handels- en investeringsverdragen, de voeding...

    Volg Mitchell van de Klundert
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Internationale vrijhandelsverdragen

    Gevolgd door 458 leden

    Tegen vrije handel tussen burgers, landen en continenten valt weinig in te brengen. Grote internationale vrijhandelsverdragen...

    Volg dossier