China, een oorlogseconomie in vredestijd

    China wist de economie na het uitbreken van de crisis snel weer aan de praat te krijgen. Hoe? Door een enorm stimuleringsprogramma op te tuigen. Dat levert enorme misinvesteringen op, maar er schuilt ook een les in: crises zijn niet onvermijdelijk.

    Vooruitgang kan niet onbestraft blijven. Met enige regelmaat wordt dan ook de ineenstorting van het Chinese groeimirakel aangekondigd. Er zijn genoeg cijfers voorhanden om de aankomende hel en verdoemenis mee te voorspellen. Zo is de Chinese schuldenberg in minder dan vijf jaar gestegen van ongeveer 120 procent van het bbp naar 200 procent van het bbp. En als de financiële crisis ons iets heeft geleerd, dan is het dat zulke zulke kredietexpansie zelden goed eindigt. De huidige schuldenberg is met name het gevolg van het unieke crisisbestrijdingsbeleid van de Chinezen. Toen in 2008 de crisis uitbrak, kreeg China als exporteconomie een zware klap te verduren. Sterker nog, gezien haar afhankelijkheid van de export, zo laten twee economen van de Amerikaanse centrale bank Lees hier hun onderzoek naar het Chinese stimuleringsprogrammazien, had China een veel hardere klap kunnen verwachten dan bijvoorbeeld Europa. Toch wist China de economische machine al snel weer aan de praat te krijgen. Hoe? Door een enorm stimuleringsprogramma op te tuigen.
    China wist de economische machine al snel weer aan de praat te krijgen. Hoe? Door een enorm stimuleringsprogramma op te tuigen
    De zichtbare hand van de overheid gaf staatsbanken opdracht de kredietsluizen te openen. Eigenlijk alles wat aan de communistische partij gelieerd was, een hartslag had en over een manier beschikte om snel geld uit te geven, kon een lening krijgen. Met name lokale overheden en staatsondernemingen zagen een enorme groei van hun schulden. Resultaat van zulk ongericht kredietbeleid zijn spooksteden en wegen die nergens heen leiden, maar ook hogesnelheidstreinen en een rap groeiend aandeel hernieuwbare elektriciteit. Deze projecten zijn op korte termijn dikwijls totaal onrendabel. De leningen moeten echter wel afbetaald worden. In wat niet tot de meest degelijke bancaire praktijken mag worden gerekend, worden leningen van Chinese staatsbedrijven in de regel afgelost met nieuwe leningen. ‘Banken zijn bereid geld te lenen om bedrijven in financiële moeilijkheden overeind te houden, ondanks het feit dat hun kasstromen richting de nul gaan, of zelfs negatief zijn,’aldus de Chinese politicoloog Victor Shih. Nu zult u denken: dat kan niet goed gaan. Maar China is anders dan het Westen. Badend in het zweet wordt menig westers econoom wakker bij het idee dat de overheid slecht gedrag zal belonen. Moral hazard, zoals het in economenjargon heet, ligt altijd en overal op de loer en moet altijd en overal bestreden worden. Als Griekenland zich heeft misdragen, voeren we liever de werkloosheid tot 25 procent op, dan dat we de pijn verhelpen en het land belonen voor haar wangedrag. Chinese beleidsmakers hebben echter een broertje dood aan moral hazard. Allereerst omdat ze, in tegenstelling tot het Westen, macro-economische uitkomsten, een groeiende economie en lage werkloosheid, belangrijker vinden dan ‘de juiste prikkels’ afgeven. Ten tweede zijn de scheidslijnen tussen de slecht presterende bedrijfsleiders en de politiek nogal dun. Je tongzhi uit het Partijcomité afstraffen door leningen op te zeggen getuigt natuurlijk niet van goed kameraadschap.

    De Chinese kredietruimingsdienst

    Ook eind jaren negentig klapte er een fikse kredietbubbel. In 2003 zei de Chinese gouverneur van de Centrale Bank publiekelijk dat er zo’n 2,3 biljoen yuan aan niet-presterende leningen uitstonden. Dat was 23 procent van het totaal aan leningen. Westerse kredietbeoordelaars schatten dat het eerder zo’n 33,5 procent was. De oplossing? Voor ieder van de grootste staatsbanken werd een nieuwe bank opgericht, zogenoemde asset management companies (amc’s). Alle radioactieve leningen werden vervolgens bij deze amc’s over de schutting gegooid. In totaal namen de amc’s ongeveer 20 procent van alle leningen van de grootste banken over. Probleem opgelost en doorlenen maar! Hoe de amc’s precies die leningen afwikkelen blijft, zoals dat gaat in China, in nevelen gehuld. Wel is duidelijk dat de Chinese autoriteiten behoorlijke steun verleenden en blijven verlenen. In 2004 kocht de Chinese centrale bank bijvoorbeeld voor 320 miljard aan slechte leningen van staatsbanken op om deze vervolgens voor 128 miljard door te verkopen aan de amc’s. Dit gebeurde opnieuw in 2005 en 2006. De boodschap van de Chinese overheid is duidelijk. Zoals Carl Walter en Fraser Howie, twee bankiers van de Amerikaanse zakenbank JP Morgan, het in hun boek Red Capitalism zeggen: Chinese staatsbanken worden niet bestraft als ze slechte leningen verstrekken, ze worden wel bestraft als ze weigeren leningen in opdracht van de overheid te verstrekken. Uiteindelijk is het Chinese financieel systeem ondergeschikt aan de overheid en haar doelstellingen.

     Een oorlogseconomie in vredestijd

    Gaat China dan nu een kredietkrach tegemoet, zoals Japan in 1990? Zoals de Verenigde Staten in 2008? Ik denk van niet. De Chinese beleidsmakers laten het niet gebeuren. Als puntje bij paaltje komt zullen ze ongetwijfeld opnieuw een gigantisch reddingsplan uit de hoge hoed toveren.
    Kredietverlening op basis van politieke willekeur geeft natuurlijk geen prikkel tot efficiënte omgang met productiemiddelen. Je krijgt gigantische misinvesteringen
    Dat wil niet zeggen dat China geen problemen gaat krijgen. Kredietverlening op basis van politieke willekeur geeft natuurlijk geen prikkel tot efficiënte omgang met productiemiddelen. Je krijgt gigantische misinvesteringen. En op den duur, zeker als China tegen de technologische barrière aanloopt, zal de Chinese productiviteitsgroei afnemen als ze niet iets aan dit onzalige systeem doet. Bovendien heeft China nog wel meer problemen: de bevolking vergrijst in rap tempo, de ecologische vernietiging is enorm en China moet omschakelen van een investeringsgerichte naar een consumptiegerichte economie. Maar dat zijn echte problemen, niet de financiële problemen waar iedereen voor vreest. Aan de andere kant, waar China geen last van heeft is onderbesteding. China is een oorlogseconomie in vredestijd. Alle productiemiddelen worden gebruikt. Dit in tegenstelling tot Europa en de Verenigde Staten, waar we het niet aandurven zulke grootste stimuleringsprogramma’s te ontvouwen als China. Niemand zou het Chinese stimuleringsprogramma, vol van corruptie en inefficiëntie, als een lichtend voorbeeld moeten zien. Maar het land laat wel zien dat het principe werkt. Dat een crisis niet onvermijdelijk is. En daar kunnen we hier nog wel wat van leren.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jesse Frederik

    In de zomer van 2011 ontvingen we per email een open sollicitatie van de 22-jarige Jesse Frederik uit Nijmegen die zichzelf o...

    Volg Jesse Frederik
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren