Beeld © JanJaap Rypkema

FTM lanceert nieuw dossier: China’s opmars op het wereldtoneel

Het is een kwestie van tijd voordat China’s economie die van de Verenigde Staten voorbijstreeft. Chinese bedrijven slaan hun vleugels uit en zijn in toenemende mate actief in Europa. Op alle mogelijke manieren is China bezig kennis en hoogwaardige technologie in handen te krijgen; het wil in 2025 een onafhankelijke technologische grootmacht zijn. Wat dat voor Nederland betekent, onderzoekt FTM in een nieuw dossier dat we vandaag aftrappen.

Frederique vraagt door logo

Luister naar de podcast bij dit artikel

Frederique de Jong in gesprek met Siem Eikelenboom



Op zaterdag 22 maart 2014 verwelkomen koning Willem-Alexander en koningin Máxima rond het middaguur de Chinese president Xi Jinping en zijn echtgenote, de voormalige zangeres Peng Liyuan, op Schiphol. Op uitnodiging van Willem-Alexander brengt het paar een tweedaags staatsbezoek aan Nederland. Het bezoek wordt door vrijwel alle media omschreven als historisch: het eerste staatsbezoek van een Chinese regeringsleider aan Nederland. 

Later die de middag reist het presidentiële paar per escorte naar Amsterdam, waar een audiëntie plaatsvindt in het Koninklijk Paleis. Daar vindt een merkwaardig incident plaats. Op de Dam wordt gedemonstreerd voor een vrij Tibet. Betogers tonen posters met een trucagefoto van Xi Jinping die de hand van de Dalai Lama schudt, met daarboven de oproep ‘President Xi, meet the Dalai Lama’.

Op videobeelden is te zien hoe Chinese beveiligingsagenten in de sterke wind schutteren met vier schermen die ze zo willen neerzetten dat Xi de demonstranten niet ziet wanneer hij uit de auto stapt. Dit alles gebeurt onder de ogen van Willem-Alexander en Máxima, die voor het paleis klaarstaan om het presidentiële echtpaar te ontvangen. Later zou minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken (PvdA) verklaren dat hij niets wist van de schermenactie. Op de beelden is te zien hoe Nederlandse beveiligers en politieagenten toekijken en niets doen.

In het kielzog van het presidentiële echtpaar reist een omvangrijke delegatie mee: 20 Chinese ministers en 249 ondernemers van 189 Chinese bedrijven. Zij nemen op de tweede dag van het staatsbezoek deel aan het Sino-Dutch Economic Forum, dat plaatsvindt in het Noordwijkse hotel waar het presidentiële echtpaar ook overnacht.

Maar voor het zover is, wordt Xi op het Catshuis ontvangen door premier Mark Rutte om te spreken over het aanhalen van de handelsbetrekkingen. Xi omschrijft Nederland bij die gelegenheid als de ‘toegangspoort’ tot Europa.

Bij de opening van het Sino-Dutch Economic Forum houdt de koning een toespraak waarin hij zijn vreugde uit over de komst van Xi. ‘Die vreugde wordt nog versterkt door het uitgelezen gezelschap dat met U is meegereisd. We verwelkomen de leden van de Chinese delegatie van harte. U vertegenwoordigt de veelzijdigheid en de dynamiek van de Chinese economie. Een economie die bewondering wekt niet alleen door haar omvang, maar ook door de snelheid waarmee zij zich ontwikkelt.’

Willem-Alexander zegt trots te zijn dat Nederland tot de belangrijkste economische partners van China in Europa behoort. Hij somt op: in China zijn 1200 Nederlandse bedrijven actief, 360 Chinese ondernemingen hebben een vestiging in Nederland, en er zijn 36 stedenbanden tussen Chinese en Nederlandse steden: ‘Samen creëren we welvaart, banen, culturele uitwisseling en creatieve oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken.’

Tijdens het staatsbezoek is voor 1,5 miljard euro aan contracten met het Nederlandse bedrijfsleven getekend

De koning noemt de agro-sector, de gezondheidszorg, transport en logistiek en de energievoorziening als gebieden waarop Nederlanders en Chinezen al nauw samenwerken. Hij sluit af met de lovende woorden: ‘Meneer de President, onder Uw leiding zoekt China naar de beste manier om het ongekende succes van de afgelopen decennia veilig te stellen voor de toekomst. Economische groei en een duurzame sociale ontwikkeling gaan daarbij hand in hand. [..] Nederland verheugt zich erop de samenwerking die tussen onze landen is gegroeid, te intensiveren. Deze bijeenkomst is daarvoor een uitstekende gelegenheid.’

Na afloop van deze toespraak vertrekken het koninklijke en het presidentiële echtpaar voor een bezoek aan de Keukenhof, waar Peng Liyuan een nieuw wit-paars tulpenras doopt: de Tulipa Cathay.

De dagen daarna melden de media dat tijdens het staatsbezoek voor 1,5 miljard euro aan contracten met het Nederlandse bedrijfsleven is getekend. Zo sloot Air-France KLM een overeenkomst met de Bank of China over de financiering van vliegtuigen.

Zeven jaar later kunnen we constateren dat de samenwerking tussen China en Nederland inderdaad is geïntensiveerd, zoals Willem-Alexander hoopte. Sinds het staatsbezoek vestigden zich meer Chinese bedrijven in Nederland, trokken de Nederlandse universiteiten en hogescholen meer Chinese studenten en promovendi, rolde Nederland de loper uit voor de Nieuwe Zijderoute en veroorzaakten Chinese toeristen in bootjes files op de smalle Giethoornse waterwegen.

Van porseleinhandel tot ingehuurde stakingsbrekers

De relatie Nederland-China gaat terug tot begin zeventiende eeuw. De Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) probeerde al langer een handelspost te krijgen op het Chinese vasteland. Dat lukte niet, maar in 1624 veroverde de VOC grote delen van het eiland Formosa (het huidige Taiwan) voor de zuidkust van China.

Als ‘coorenschuyr’ was het eiland belangrijk voor de voedselvoorziening van de VOC. Maar vanaf Formosa werd ook druk en lucratief gehandeld met China. Zo ging onder meer zijde en porselein per schip naar Nederland. Na 38 jaar kwamen de Chinezen van Formosa in opstand en werden de Nederlanders van het eiland verjaagd.

Pas in 1728 kreeg Nederland een handelspost in de Chinese stad Kanton (het huidige Guangzhou). Hier werd gehandeld in thee en porselein, en wisselden Nederlanders en Chinezen de laatste scheepstechnologie uit. Toen het Chinese keizerrijk in de tweede helft van de negentiende eeuw verzwakte door invallen van vooral Britse troepen, kon ook Nederland eindelijk handelsverdragen afsluiten.

In Peking kwam een diplomatieke missie, die rond 1900 tijdens een beleg door leden van de nationalistische beweging Vuisten der Gerechtigheid en Eensgezindheid werd beschadigd. Na een interventie door een internationale troepenmacht moest China forse geldboetes betalen aan de acht landen die de troepenmacht hadden gestuurd. Hoewel Nederland slechts een bijrolletje had gespeeld, ontving het 0,17 procent van de boete van 400 miljoen euro (toenmalige waarde) die in 39 jaar moest worden betaald.

Tien jaar later verschenen de eerste Chinezen in het Nederlandse straatbeeld. Hun komst had alles te maken met een staking die in 1911 losbarstte bij de Nederlandse koopvaardij. Om die te breken, huurden Nederlandse reders in de Chinese provincie Guangdong verse arbeidskrachten in. Deze ‘waterchinezen’ werkten vooral als stokers en ‘kolentremmers’ op de grote vaart en werden in Rotterdam en Amsterdam gehuisvest in logementen vlakbij de haven. Die verblijven werden meestal door Chinezen gerund. In de loop der jaren groeiden veel van de logementen uit tot restaurants.

Door de economische crisis in 1929 raakten veel Chinezen werkloos. Om in hun levensonderhoud te voorzien, trokken ze langs de huizen om pindakoekjes (tengteng) te verkopen. Deze ‘pindaman’ dook in de jaren dertig herhaaldelijk op in romans en liedjes. In 1932 scoorde Willy Derby een geweldige hit met Pinda! Pinda! Lekka! Lekka!

De Chinezen in Rotterdam kregen vanaf 1934 te maken met hoofdcommissaris Louis Einthoven, die een grote hekel had aan de verarmde immigranten. Einthoven maakte een onderscheid tussen Chinezen met een economische waarde en de zogenaamde ‘overtolligen’. Die laatste groep had in zijn ogen geen rechten en werd zonder pardon op schepen richting China gezet. Van de naar schatting drieduizend Rotterdamse Chinezen waren er na de schoonveegacties van Einthoven nog maar twaalfhonderd over. Onder hen bevonden zich veel zieken en armen, in wie de commissaris een nieuwe prooi vond. De grote deportaties waren voorbij, maar de politie zette kleine groepjes op de boot naar China, waar ze de hele reis aan dek moesten doorbrengen en in China aangekomen zonder enig bezit aan wal werden gezet.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam een tweede immigratiegolf op gang, door de repatriëring van Chinese Indonesiërs. Zij begonnen vaak een Chinees-Indisch restaurant, omdat ze in Nederland het oosterse eten misten.

In de jaren ’60 tot ’80 kwamen aanvankelijk vooral inwoners van Hongkong naar Nederland, later ook mensen het vasteland. Een deel van hen kwam als illegaal terecht in een van de vele restaurants, die het door de toegenomen concurrentie steeds moeilijker kregen.

Groeiende invloed

Vanaf 2000 is sprake van een nieuwe groep, voornamelijk hooggeschoolde studenten en kennismigranten. Terwijl er in 2000 bij elkaar 185 studenten uit China waren, telden de Nederlandse universiteiten en hogescholen in het studiejaar 2018/2019 4.475 Chinese studenten en 400 promovendi. De meeste promovendi studeren aan de TU Delft, de TU Eindhoven, de Wageningen Universiteit en de Universiteit van Twente.

In augustus 2011 publiceerde het Centraal Planbureau een omvangrijke studie, getiteld Honderd jaar Chinezen in Nederland. Volgens het CPB telde Nederland dat jaar rond de 100.000 Chinezen. Een opmerkelijk feit uit die studie: de tweede generatie Chinese Nederlanders is hoogopgeleid, en daarbinnen is het opleidingsniveau van de vrouwen hoger dan dat van de mannen. In het onderwijs presteren Chinees-Nederlandse kinderen ‘zeer goed’. De waarde die in de Chinese cultuur wordt gehecht aan hard werken en goed presteren, komt hier tot zijn recht. Waar de eerste generatie Chinezen veelal nog problemen heeft met de Nederlandse taal, zijn er onder de tweede generatie mensen die geen Chinees spreken: dat geldt voor een op de vijf.

De studie gaat niet in op de ontwikkelingen in China: de CCP poogt steeds nadrukkelijker Chinezen in het buitenland onder haar hoede te nemen. In hun boek Hidden Hand, exposing how the Chinese Communist Party is reshaping the world (2020), laten de Australische hoogleraar Clive Hamilton en de Duitse China-deskundige Mareike Ohlberg zien dat de CCP een reeks organisaties in het leven heeft geroepen om de leden van de Chinese diaspora onder haar invloedssfeer te brengen.

Die invloed loopt onder andere via de Confucius Instituten, waarvan er een verbonden is aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dit instituut ligt al enige tijd onder vuur vanwege zijn innige banden met de Chinese overheid. In het jaarverslag over 2002 waarschuwde de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) al voor bemoeienis van de Chinese inlichtingendienst met de Chinese gemeenschap in Nederland.

Uit de meest recente Internationaliseringsmonitor China 2020-II van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt hoe belangrijk China voor Nederland is geworden. Xi Jingpings compliment tijdens zijn staatsbezoek dat Nederland voor China de toegangspoort naar Europa is, lijkt te kloppen: in 2019 importeerde Nederland voor 43 miljard euro aan goederen uit China. Daarvan werd ruim tweederde in vrijwel onbewerkte staat doorgevoerd naar andere (Europese) landen. Omgekeerd exporteerde Nederland dat jaar voor circa 12,8 miljard euro naar China. Vooral Nederlandse hightech-machines en voeding (vlees en babymelk) zijn erg gewild in China. Ter vergelijking: in 2019 importeerde Nederland voor 37,7 miljard aan goederen uit de VS en exporteerden we goederen ter waarde van 26,6 miljard. Aan die rechtstreekse export naar China verdiende Nederland in 2018 5,6 miljard euro. Met die export zijn ongeveer 51.000 banen gemoeid.

Dossier

Dossier China

China neemt nadrukkelijk zijn plaats op het wereldtoneel in. Naar verwachting streeft het de Verenigde Staten binnenkort voorbij als de grootste economie. Op allerlei manieren is China bezig kennis en hoogwaardige technologie in handen te krijgen; het wil in 2025 een onafhankelijke technologische grootmacht zijn. Wat betekent dit voor Nederland, dat al innig met China is verbonden?

Volg dit dossier

In het najaar van 2019 publiceerde het CBS een analyse van buitenlandse bedrijven in Nederland. Daaruit blijkt dat het aantal Chinese bedrijven hier in vijf jaar tijd is verdubbeld: van 245 in 2012 naar 470 in 2017. Het betreft bedrijven waarvan het meerderheidsbelang in Chinese handen is.

Van een tsunami van Chinese bedrijven lijkt overigens geen sprake. Zo becijfert het CBS dat het aantal Chinese bedrijven hier even hoog is als het aantal Japanse en Zwitserse bedrijven. De Verenigde Staten hebben met 2.875 nog altijd de meeste bedrijven in Nederland. Maar de trend is onmiskenbaar: het belang van Chinese bedrijven neemt toe.

Politiek omstreden

Sinds Xi Jinpings aantreden in 2013 zet de Nederlandse regering flink in op uitbreiding van de economische betrekkingen met China. Niet alleen de centrale overheid doet dat: veel steden en regio’s zonden de afgelopen jaren delegaties naar China in de jacht op vette contracten voor het bedrijfsleven en de komst van Chinese ondernemingen.

Hoe soepel de betrekkingen ook lijken, op de achtergrond speelt permanent de kwestie van de mensenrechten. Hoewel China, zoals Amnesty International stelt, ‘een hele reeks’ internationale mensenrechtenverdragen heeft ondertekend, probeert het land de daarin verankerde verplichtingen te omzeilen met een eigen ‘visie’. In 1991 kwam de Chinese regering met het witboek Human Rights in China. Daarin wordt uiteengezet dat mensenrechten afhangen van de politieke, economische, sociale, historische, culturele en religieuze situatie in een land. Met dit standpunt viel China de universaliteit van de mensenrechten frontaal aan.

"Volgens China moet eerst aan de basisbehoeften voor een menselijk bestaan worden voldaan, voordat er sprake kan zijn van burgerlijke en politieke rechten"

In de decennia daarop introduceerde het regime het begrip ‘mensenrechten met Chinese karakteristieken’. Kort gezegd stelt China dat eerst aan de basisbehoeften voor een menselijk bestaan moet worden voldaan, voordat er sprake kan zijn van burgerlijke en politieke rechten. Verder zijn collectieve rechten belangrijker dan individuele en zijn plichten even belangrijk als rechten, of wegen misschien wel zwaarder.

In 2017 zei Xi tijdens het negentiende congres van de CCP dat China een wereldwijd bestuurssysteem wil ontwikkelen, waarin geen plaats is voor universele, ondeelbare en verplichtende mensenrechten.

Onder de huidige partijleiding is de situatie van de mensenrechten verslechterd. Stond China al decennia bekend om de onderdrukking van de Tibetanen en dissidenten, de laatste jaren is daar de behandeling van Oeigoeren bijgekomen. Naar schatting zijn minimaal een miljoen leden van deze islamitische minderheid overgebracht naar zogenoemde ‘heropvoedingskampen’ en zouden veel Oeigoeren gedwongen in fabrieken zijn tewerkgesteld.

Voeg daarbij de vervolging van democraten in Hongkong, de strenge censuur, de invoering van een immens surveillance-apparaat en de vervolging van gelovigen zoals leden van de Falun Gong, en het is duidelijk dat China een compleet ander land is dan de Westerse democratieën. Vorige week bestempelde een meerderheid van de Tweede Kamer de Chinese omgang met de Oeigoeren als genocide. Nog diezelfde dag noemde een woordvoerder van de Chinese ambassade de beschuldiging van genocide een ‘absolute leugen’. De motie ‘besmeurt de reputatie van China en bemoeit zich met binnenlandse aangelegenheden’.

Gelekte documenten laten China‘s gevangeniskampen voor de Oeigoeren zien | The China Cables / CBS News: The National

Een florerende economie betekent niet vanzelf meer democratie

China maakt een enorme opmars op het wereldtoneel. De afgelopen decennia steeg de economische groei met gemiddeld 10 procent, en in 2011 passeerde het land Japan: China is nu de tweede economische grootmacht. Het is een kwestie van tijd voordat China de VS zal aflossen als grootste economie ter wereld.

Lang werd gedacht dat met die economische groei en de opkomst van een middenklasse China steeds democratischer zou worden, maar het tegendeel is waar. Onder Xi Jinpings bewind is China steeds meer een dictatuur geworden, waarin de communistische partij alle facetten van het leven bepaalt: van wat je niet mag denken of zeggen, tot hoe en waar je onderneemt.

Dat geen enkele ondernemer too big to jail is, ondervond Jack Ma. Hij richtte e-commerce gigant Alibaba op en is topman van de Ant Group, Alibaba’s financiële partner. Bij zijn afscheid van Alibaba in september 2019 doste de flamboyante Ma zich uit als een rock star, compleet met leren jasje, kettingen, pruik en gitaar, en trakteerde met de A Band op een aanhangwagen de 80.000 werknemers van Alibaba op enkele nummers. Na zijn vertrek bij Alibaba wilde Ma zich volledig richten op de beursgang van de Ant Group, waarvan de waarde werd geschat op 313 miljard dollar. Kort voor de beursgang werd het proces opeens gestopt. 

Volgens de Wall Street Journal zou president Xi er in eigen persoon een stokje voor hebben gestoken, omdat Ma openlijk kritiek leverde op de financiële waakhond en hij zich steeds onafhankelijker opstelde jegens de partij waarvan hij al zo lang lid was. Eind oktober 2020 verdween Ma van de radar. Maandenlang bleef het volslagen stil rond China’s succesvolste zakenman. Drie maanden later doken weer beelden van hem op; een officiële uitleg over zijn ‘verdwijning’ is nooit gegeven.

Eind vorige eeuw kon China groeien vanwege de gigantische productie van goedkope consumentengoederen en kleding. Maar net als Korea en Japan wil Xi meer dan dat. In 2015 kwam de partij met het ambitieuze programma Made in China 2025. Het doel is China te veranderen in een slimme superstaat, die leidend moet worden in moderne technologie als robotica, kunstmatige intelligentie, chipproductie en schone energie. Het Chinese ruimtevaartprogramma past in dit streven.

Bestaande bedrijven werden samengevoegd tot enorme staatsbedrijven die wereldwijd de concurrentie moeten aangaan, gesteund door de schier oneindige geldzakken van de overheid en de staatsbanken.

In zijn boek De nieuwe zijderoute: China op het economische strijdpad (2019) beschrijft de Brusselse universitair docent Jonathan Holslag welke enorme uitdagingen westerse bedrijven staan te wachten. Zo moeten de Belgische en Nederlandse baggeraars, die de afgelopen decennia vrijwel wereldwijd actief waren, nu de concurrentie aangaan met de China Harbour Engineering Company, inmiddels het grootste baggerbedrijf ter wereld. Waar in het Westen ‘staatssteun’ taboe is verklaard, worden de Chinese bedrijven juist ten volle ondersteund door hun overheid.

Holslag wijst niet alleen op deze oneerlijke concurrentie; hij beschrijft ook hoe onevenwichtig de handel met China is. Europa voert veel meer Chinese producten in dan het Europese producten exporteert, een handelsoverschot dat de EU-lidstaten inmiddels 1,4 biljoen euro heeft gekost. En met een project als de Nieuwe Zijderoute, waarmee China ook in Europa fors investeert, wordt de economische – en dus politieke – invloed van China nog groter.

Hoewel de Europese Unie al jaren met China onderhandelt om tot een gelijk speelveld te komen en China verbeteringen heeft doorgevoerd, is nog altijd sprake van een ongelijke verhouding. Simpel gezegd: waar Chinese bedrijven in Europa vrijwel onbelemmerd hun gang kunnen gaan, moeten Europese bedrijven zich in China houden aan allerhande restricties. Na zeven jaar moeizaam onderhandelen bereikten China en de EU afgelopen december een nieuwe investeringsovereenkomst, waar het Europees Parlement zich later dit jaar over moet buigen. Of deze overeenkomst het ongelijke speelveld zal effenen, valt te betwijfelen. De reputatie van China wat betreft de naleving van internationale afspraken is niet best.

China’s streven om een technologische grootmacht te worden, gaat volgens veiligheidsdiensten en denktanks gepaard met omvangrijke spionage, diefstal van intellectueel eigendom en de overname van Westerse bedrijven die over unieke kennis beschikken. Kort geleden waarschuwden de NCTV en de veiligheidsdiensten AIVD en MIVD in Dreigingsbeeld Statelijke Actoren (DBSA) dat Nederlandse bedrijven, kennisinstituten en onderwijsinstellingen een aantrekkelijk doelwit vormen voor spionage door onder andere China en Rusland.

In Het Financieele Dagblad zei AIVD-baas Erik Akerboom onomwonden dat de Nederlandse economie wordt bedreigd door digitale spionage vanuit China en Rusland. Om die beter te bestrijden, willen de veiligheidsdiensten meer geld. Bijna dagelijks betrappen ze Chinese en Russische hackers die bij bedrijven en universiteiten pogen binnen te dringen. Ook worden regelmatig aanvallen uitgevoerd op energie- en drinkwatervoorzieningen, banken en telecomnetwerken. Volgens Akerboom wordt het gevaar vanuit China ‘onderschat’. Bedreigde sectoren zijn de maritieme branche, landbouw, lucht- en ruimtevaart, kunstmatige intelligentie en quantumtechnologie.

Het verhaal van Akerboom is niet nieuw, integendeel. De AIVD waarschuwt al langer voor deze dreiging. In het jaarverslag over 2010 wijdde de dienst een hele pagina aan (economische) spionage door China. In het jaarverslag 2008 wordt gewag gemaakt van ‘digitale aanvallen op computernetwerken bij overheid en bedrijfsleven in Nederland die vanuit China werden geregisseerd’.

Ook de Nederlandse overheid weet al langer dat de handelsbetrekkingen met China niet louter koek en ei zijn. In de notitie Investeren in Waarden en Zaken (2013) waarschuwde het ministerie van Buitenlandse Zaken voor de toenemende concurrentie met Chinese bedrijven op derde markten en ‘zelfs op de Nederlandse markt’: ‘Die wordt vaak gesubsidieerd, waardoor geen sprake meer is van een level playing field. Denk daarbij aan baggerschepen of energiezuinige bussen.’


Ministerie van Buitenlandse Zaken, 2019

"In de samenwerking met China blijkt het lastig om bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting en respect voor eigendom en data overeind te houden"

Zes jaar later, in mei 2019, kwam het ministerie van Buitenlandse Zaken met een nieuwe China-notitie. De titel is veelzeggend: Nederland-China: een nieuwe balans. Het kabinet betoont zich nu ‘constructief-kritisch’ ten aanzien van China. Op basis van gedeelde belangen wil de regering met China samenwerken, maar tegelijkertijd wil het kabinet Nederland ‘weerbaarder’ maken tegen de risico’s waaraan China ons blootstelt: ‘Het is logisch dat China zijn plek in de wereld inneemt, maar het kabinet vindt dat dit op een eerlijke manier, op een gelijk speelveld en volgens internationaal afgesproken regels zou moeten gebeuren. [..] we moeten niet accepteren dat Europese en Nederlandse bedrijven concurrentienadeel ondervinden.’

Uit deze nota komt een veel realistischer beeld naar voren dan in die van 2013. Het kabinet ziet dat China ambities en belangen heeft die Nederland direct raken: ‘Het gaat daarbij om reële dreigingen die kunnen raken aan de nationale veiligheid en de belangen van bedrijven, zoals intellectueel eigendom.’ Het land blijft volgens de notitie relatief ondoorzichtig, heeft andere waarden, en woorden en daden komen in onze beleving niet altijd overeen. We moeten risico’s daarom beheersbaar maken.’ Maar: ‘in de samenwerking met China blijkt het lastig om bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting en respect voor eigendom en data overeind te houden’.

De recente notitie van Buitenlandse Zaken bevat ook deze passage: ‘Over China wordt veel gezegd en geschreven. Sommige Nederlanders zijn kritisch, anderen willen vooral kansen grijpen. Het is belangrijk dat we ons blijven baseren op feiten, kennis en nuances, niet op een onderbuikgevoel.’

En dit is precies wat Follow the Money dit jaar, misschien langer, wil doen. In een reeks artikelen zullen we de rol onderzoeken die China in Nederland speelt en de banden van Nederland en de Europese Unie met het land. Daarbij kijken we naar alle facetten: onderwijs, bedrijfsleven, diplomatie, mensenrechten, kennisuitwisseling, cybersecurity, (bedrijfs)spionage, religie, toerisme, infrastructuur, transport, enzovoorts.

Zondag trappen we de serie af met een interview met Frans-Paul van der Putten, coördinator van de China Desk van Instituut Clingendael.