© Jarmoluk, Pixabay

Chinese onderzoekers uitgeknepen door Nederlandse universiteiten

Momenteel werken bijna tweeduizend Chinese onderzoekers in Nederland aan hun wetenschappelijke promotie. Ze doen dat met een beurs die ver onder het minimumloon ligt. Bovendien worden ze niet beschermd door een cao en kunnen ze geen gebruik maken van kinderopvang- of andere toeslagen. Nederlandse universiteiten werken graag met deze onderzoekers: ze hoeven die immers geen salaris te betalen. Maar de onderzoekers leven in armoe. ‘Ook ’s avonds eet ik alleen broodjes kaas.’

Dit stuk in 1 minuut
  • Bijna 2000 Chinese promovendi doen onderzoek in Nederland met een beurs van de Chinese overheid: de China Scholarship Council-beurs.
  • Het lijkt een mooie kans om in het buitenland onderzoek te doen, maar er is één probleem: het bedrag van de beurs ligt flink onder het Nederlandse minimumloon. Promovendi komen daardoor niet of met moeite rond. 
  • De CSC-promovendi worden bovendien niet beschermd door een cao en kunnen geen aanspraak maken op kinderopvangtoeslag of andere financiële tegemoetkomingen.
  • Nederlandse universiteiten zijn hiervan op de hoogte, maar doen weinig om de situatie van CSC’ers te verbeteren. Sterker nog: zij hebben de afgelopen jaren juist vol ingezet op het aantrekken van CSC-promovendi. Ze zijn goedkope arbeidskrachten, en de universiteit ontvangt per gepromoveerde onderzoeker 83 duizend euro. 
  • Chinese promovendi vinden dat ze oneerlijk worden behandeld, maar weten niet waar ze moeten aankloppen. ‘Ik voel me zó machteloos,’ zegt een van hen.
Lees verder

Enigszins gespannen kijkt de 27-jarige Zirong naar de goudgele letters van het Shangri-La Hotel in Beijing, de hoofdstad van China. Vandaag staat er veel op het spel. In het hotel heeft ze ‘speeddates’ met hoogleraren uit Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Als ze de komende uren goed uit de verf komt, krijgt ze een door de staat betaalde beurs van de China Scholarship Council (CSC) om in het buitenland te promoveren

Zo’n buitenlands promotietraject zou welkom zijn. Zirong verdient al een paar jaar goed als onderzoeker voor een Chinese denktank, maar de academische wereld lonkt. Ze haalt diep adem en loopt door de draaideur. In een ovale, met goudkleurige gordijnen versierde conferentiezaal krioelen honderden leeftijdsgenoten rond de tafeltjes van de buitenlandse hoogleraren. Die zijn op hun beurt zeer geïnteresseerd in de Chinese promovendi. Nederlandse universiteiten hebben in het hotel zelfs gezamenlijk een Holland Science House opgezet, met loterijen, presentaties en wervende filmpjes. 

Een paar uur later stapt Zirong met een goed gevoel naar buiten. Vooral met een Groningse hoogleraar klikte het goed. Binnen een paar weken krijgt ze de verlossende e-mail: ze krijgt de promotieplaats. Zirong zegt haar goedbetaalde baan op en stapt vol goede moed op het vliegtuig. Maar al na een paar maanden in Nederland begint het te knagen: is deze deal wel zo goed als ze dacht?

Geen vetpot

Jaarlijks krijgen tienduizenden Chinese onderzoekers via een CSC-beurs een promotieplaats aan een buitenlandse universiteit. Momenteel werken er in Nederland 1919 Chinese onderzoekers aan hun wetenschappelijke promotie.

Promoveren is een serieuze fulltime baan, maar ze zijn niet in loondienst. Eenmaal hier belanden ze in een juridisch niemandsland. Ze worden niet beschermd door een cao, bouwen geen pensioen op en kunnen geen aanspraak maken op kinderopvangtoeslag of andere financiële tegemoetkomingen. Als klap op de vuurpijl verdienen ze ver onder het wettelijk minimumloon, dat op 1756 euro ligt: de CSC-beurs bedraagt 1350 euro per maand, en de universiteiten passen het verschil niet bij.

Niet alle promovendi worden gelijk beloond

Ter vergelijking: een promovendus in loondienst – en dat is 48 procent van alle promovendi in Nederland – verdient bruto tussen de 2541 en 3247 euro per maand.

Niet alle promovendi worden dus gelijk beloond. Dat is onacceptabel, vindt belangenorganisatie Promovendi Netwerk Nederland (PNN). ‘Beurspromovendi [de categorie waar onderzoekers met een CSC-beurs onder vallen, red.] en werknemer-promovendi doen precies hetzelfde werk. Universiteiten moeten ze daarom gelijk belonen en de beurspromovendi in dienst nemen,’ zegt Joanna Rutkowska van PNN.

Follow the Money interviewde vijf Chinese beurspromovendi* en sprak uitgebreid met belangenorganisaties en deskundigen.

Promovendus Haoran (29): ‘Elk aspect van mijn leven wordt wel een beetje door geldgebrek belemmerd.’ Hij kan alleen rondkomen door op zijn maaltijden te beknibbelen. ‘Ik eet kaasbroodjes of cornflakes als ontbijt, lunch en avondeten.’ Promovendus Bo heeft met veel moeite een contract gekregen om les te geven aan zijn universiteit. ‘Zo ontvang ik wat extra geld.’ Hij kan net rondkomen.

Tel daarbij op dat betaalbare huisvesting moeilijk te vinden is. Al in 2017 trokken begeleiders van Chinese promovendi aan de universiteit Utrecht hierover aan de bel. Ook Haoran is het overgrote deel van zijn beurs aan huisvesting kwijt: 850 euro per maand. De inflatie en oplopende prijzen voor energie verergeren de zaak. ‘Ik maak me zorgen om mijn levensonderhoud komende winter,’ zegt Bo.     

Hoewel de promovendi van tevoren weten dat hun beurs geen vetpot is, komen ze toch op deze voorwaarden naar Nederland. Vaak hebben ze geen keus, zeggen ze. ‘Mijn onderzoek kan ik moeilijk in China doen, omdat mijn onderwerp daar nogal gevoelig ligt. Nederland is liberaler, dus hier kan het wel,’ vertelt Haoran.

Twee andere promovendi zeggen dat ze geen kans dachten te maken op een plek als werknemer-promovendus. ‘De eisen om in loondienst te komen zijn strenger. Ik wilde zo graag promoveren dat ik besloot het via een CSC-beurs te doen. Dat ik dan minder zou verdienen, nam ik voor lief; zegt Bo. Dat strookt met wat Rutkowska van PNN ziet. ‘Ze zijn doorgaans enorm gemotiveerd om onderzoeker te worden. Zodoende besluiten ze dan maar onder mindere voorwaarden te promoveren.’

Geen salaris, dus goedkoop

Van die intrinsieke motivatie maken Nederlandse universiteiten en de Nederlandse overheid gretig gebruik. Sinds zeker 2010 proberen zowel Nederlandse universiteiten als het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) zoveel mogelijk CSC-promovendi naar Nederland te halen. Ze gaan samenwerkingen aan met de China Scholarship Council, tekenen contracten met Chinese universiteiten waarin targets voor het aantal CSC-promovendi zijn vastgelegd en zetten support offices en onderwijsdétachées strategisch in voor CSC-onderzoekers.

Ook op het jaarlijkse speeddate-evenement waar Zirong was, zetten de Nederlandse universiteiten alles op alles in de concurrentieslag met andere buitenlandse universiteiten. Zo organiseerden ze jarenlang het Holland Science House, waar medewerkers in oud-Hollandse klederdracht flyers uitdeelden en Nijntje-knuffels werden verloot. Wie dan nog niet over de streep was, kreeg een wervingsfilmpje en presentaties van voormalige Chinese promovendi over Nederland voorgeschoteld. De boodschap: Nederland is dé plek om te promoveren.

De afgelopen jaren hebben universiteiten bij OCW keer op keer het nut van het aantrekken van CSC’ers bepleit. Vlak voordat minister Jet Bussemaker (PvdA) in 2014 China bezocht, drukte de VU haar op het hart dat zulks ook financieel interessant is: ‘China investeert de laatste jaren enorm in het onderwijs, als investering in de toekomst. Nederlandse universiteiten spelen daar nu op in door zoveel mogelijk betalende studenten en promovendi uit China aan te trekken.’

Een opleidingscoördinator van de Universiteit Utrecht legde de NOS in 2014 uit waarom universiteiten zo graag CSC-promovendi willen hebben: de universiteiten hoeven ze geen salaris te betalen. Ze vervolgde: ‘Ze krijgen een vliegticket, een visum en vier jaar levensonderhoud. Dat is voor ons aantrekkelijk, want dat is goedkoop.’

In 2020 benadrukte Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in een rapport dat het voor een universiteit financieel gunstig is met Chinese beurspromovendi te werken. Universiteiten sparen niet alleen loonkosten uit, ze ontvangen daarnaast 83 duizend euro van de Nederlandse overheid per afgeronde promotie. Onderzoek van Argos liet in 2018 zien dat de universiteit Tilburg dankzij deze ‘bonus’ goed verdiende aan buitenpromovendi.

Nederlandse universiteiten ontkennen tegenover Follow the Money dat ze winst maken op de Chinese beurspromovendi, maar vrijwel geen enkele universiteit kan of wil een sluitend kostenoverzicht geven. Alleen de Universiteit Twente kwam met een schatting, al stamt die uit 2012: ‘Destijds werden deze [kosten] geschat op 50.000 tot 500.000 euro per promovendus, afhankelijk van de infrastructuur (lab-ruimte etc.) en de intensiteit van de begeleiding.’ Ter vergelijking: een gemiddeld loon over vier jaar kost een universiteit volgens de cao zo’n 142 duizend euro. Daar komen dan ook nog werkgeverslasten bovenop. Een beurspromovendus levert een universiteit dus een aanzienlijke besparing op.

De strijd van promovendi om een officieel dienstverband te krijgen, gaat tientallen jaren terug: al in de jaren negentig spanden beurspromovendi een rechtszaak aan tegen ‘hun’ universiteit, in dit geval de Universiteit van Amsterdam. Ook in 2006, 2009 en 2013 bogen rechters zich over de positie van beurspromovendi. Met steeds wisselende uitkomsten: De ene keer kregen beurspromovendi gelijk, de andere keer de universiteit.

Voorwaarden CSC lijken een papieren werkelijkheid

De China Scholarship Council valt onder het Chinese ministerie van Onderwijs. De beurzen zijn met name bedoeld voor promovendi die zich op onderzoeksgebieden richten die binnen China’s nationale strategie passen. Uit de analyse die Follow the Money maakte, blijkt dat exacte wetenschappers favoriet zijn, hoewel er ook beurzen naar geesteswetenschappers gaan.

De beurs is in het verleden herhaaldelijk door academici en denktanks bekritiseerd. Volgens hen druisen de eisen die de CSC aan kandidaten stelt, tegen de academische vrijheid in. Een van de voorwaarden is bijvoorbeeld dat de promovendus in kwestie ‘loyaal moet zijn aan de Communistische Partij van China, het socialistische moederland moet liefhebben, en een goed politiek karakter moet hebben’. 

Volgens een rapport van de Amerikaanse overheid uit 2020 valt niet goed te beoordelen of promovendi daadwerkelijk op deze voorwaarden worden gescreend. Een Chineestalig aanvraagformulier dat Follow the Money vond, lijkt het er niet heel nauw mee te nemen: op het formulier is ‘politiek karakter’ een vrij in te vullen vakje.

Ten minste één voorwaarde wordt nauwelijks nageleefd. In het contract dat de CSC-promovendi tekenen, staat dat ze na hun promotieceremonie minimaal twee jaar in China moeten werken. Wie dat niet doet, riskeert een boete tot 30 procent van het totaal van de uitgekeerde beurs.

Dat komt na vier jaar beurs neer op maximaal 19.440 euro: een aanzienlijk bedrag voor wie jarenlang onder het minimumloon heeft geleefd. Toch blijkt uit zowel Nederlands als Amerikaans onderzoek dat het overgrote deel van de promovendi niet van plan is na afloop naar China terug te gaan. Nederlandse onderzoekers van het Leiden Asia Centre becijferden in 2017 dat het om 79 procent ging. Volgens Amerikaanse onderzoekers wil liefst tussen 85 en 90 procent van hen in de VS blijven.

Lees verder Inklappen

Het lage salaris is niet hun enige probleem. Doordat ze geen dienstverband hebben, bouwen ze geen pensioen op en vallen ze niet onder een cao. Zodoende ontberen ze elke bescherming bij langdurige ziekte of arbeidsconflicten. ‘Wat als een beurspromovendus het slachtoffer wordt van machtsmisbruik binnen de faculteit. of wordt gepest binnen zijn vakgroep en daarna uitvalt?’ vraagt Haoran zich af.

Tot slot kunnen CSC-promovendi geen aanspraak maken op financiële regelingen die wel openstaan voor promovendi in loondienst. Neem de corona-vertragingsregelingen: die staan op een aantal universiteiten alleen open voor werknemer-promovendi. De energietoeslag voor lage inkomens? Daar vallen ze buiten. Ook naar kinderopvangtoeslag kunnen ze fluiten, met verregaande gevolgen. [zie kader].

Verborgen leed

Beurspromovendi houden met moeite hun eigen hoofd boven water; een gezin kunnen ze al helemaal niet onderhouden. Toch beginnen sommigen tijdens hun promotie aan een gezin: promovendi zijn gemiddeld 33 jaar wanneer ze klaar zijn.

Belastingadviseur Diana Oord, die zich op expats richt, weet hoe zwaar beurspromovendi met een gezin het hebben. ‘Ik ben bij twee beurspromovendi met een gezin thuis geweest. Dat is pure armoede. Ze hadden nauwelijks meubels en konden hun kinderen nauwelijks voeden.’ Ze heeft de afgelopen jaren meerdere promovendi bijgestaan om alsnog aanspraak te maken op een toeslag voor kinderopvang.

Oord vermoedt dat het probleem vele malen groter is dan het handjevol beurspromovendi dat bij haar heeft aangeklopt. ‘Ze praten er niet graag met anderen over en willen niet “ondankbaar” overkomen,’ zegt ze. ‘Dit is echt verborgen leed. Een zware onderzoeksbaan, stress om van je schamele beurs je kinderen te voeden en dan ben je daar bovenop overgeleverd aan de oppasmogelijkheden van kennissen en vrienden om daadwerkelijk te kunnen werken.’

Promovendi Netwerk Nederland heeft er herhaaldelijk op aangedrongen kinderopvangtoeslag ook open te stellen voor beurspromovendi. Tevergeefs, tot hun grote ergernis. ‘Promoveren is een zware, fulltime baan. Het is bijna ondoenlijk als je dan ook nog elke dag een oppas voor je kinderen moet vinden,’ zegt Rutkowska.

Lees verder Inklappen

Machteloos 

De Chinese promovendi die met Follow the Money spraken, voelen zich gemarginaliseerd en machteloos. ‘We worden als tweederangsburgers behandeld,’ zegt Bo. Ziyun vertelt haar collega’s wel eens dat ze nauwelijks kan rondkomen. ‘Ze hebben medelijden met me.’ Haoran: ‘Ik wil graag iets aan mijn situatie doen, maar deze ongelijkheid zit in het systeem ingebakken. Ik weet niet waar ik moet beginnen. Bij de universiteit? Het parlement? De Nederlandse maatschappij? Het voelt alsof niks zou helpen.’ 

De situatie van beurspromovendi is niet volledig onopgemerkt gebleven. Begin 2019 stelde Lisa Westerveld (GroenLinks) Kamervragen over de kinderopvangtoeslag en de arbeidsrechtelijke positie van beurspromovendi. Moeten universiteiten niet gewoon alle beurspromovendi in dienst nemen, wilde ze weten.

Toenmalig OCW-minister Ingrid van Engelshoven (D66) vond dat niet nodig. Beurspromovendi voldeden volgens haar niet aan alle criteria voor een volwaardige arbeidsverhouding en daarmee was voor haar de kous af, al liet ze na te specificeren op welke voorwaarden ze doelde. Ook zag Van Engelshoven geen noodzaak om de regels voor kinderopvangtoeslag aan te passen, want: ‘Universiteiten kunnen bij de vormgeving van het promotietraject hiermee rekening houden.’ Voor de duidelijkheid: dat doen ze niet.

Belastingadviseur Diana Oord kent buitenlandse beurspromovendi die een kinderopvangtoeslagen kregen, maar die achteraf in één keer moesten terugbetalen; dat ging om tienduizenden euro’s. Kenniscentrum ITEM noemde beurspromovendi daarom zelfs ‘de tweede categorie gedupeerden bij de kinderopvangtoeslag’.

Universiteiten trekken hun handen ervan af

Terwijl universiteiten alles uit de kast trekken om de CSC-onderzoekers binnen te halen, doen ze weinig voor hen zodra ze in Nederland zijn, zeggen promovendi en deskundigen. Wie aanklopt voor officiële financiële hulp, krijgt vaak nul op rekest.

‘Bij mijn promotor [onderzoeksbegeleider, red.] kan ik altijd terecht voor bijvoorbeeld psychische of wetenschappelijke hulp, maar mijn eigen universiteit kijkt niet naar me om,’ zegt Haoran. Rutkowska van PNN en belastingadviseur Oord onderschrijven dat. Oord: ‘Begeleiders van promovendi bewegen hemel en aarde om ze te helpen. Ik heb bijvoorbeeld contact met een hoogleraar die zelfs op de kinderen van zijn promovendi wilde passen. Maar hij en andere begeleiders lopen tegen een muur van onmogelijkheden aan zodra ze voor hun promovendus officiële universitaire hulp proberen te krijgen.’

Slechts drie universiteiten tasten structureel in de buidel. De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) verhoogt de beurs sinds september tot 2010 euro per maand. Maastricht University betaalt het eerste jaar huisvesting voor promovendi, tot een maximum van 400 euro per maand. De Universiteit van Amsterdam laat Follow the Money weten dat zij een mogelijkheid hebben uitgewerkt om, op kosten van de faculteit, de beurs aan te vullen met maximaal 680 euro per maand. Universiteitsblad Folia noemt dit bedrag alsnog schamel. De TU Delft koos in het verleden – toen het bedrag nog lager lag – voor een aanvulling van de beurs, maar heeft die inmiddels weer teruggedraaid. De Radboud Universiteit zit in een werkgroep om te kijken ‘wat ze er op nationaal niveau mee kunnen doen’.

Het gros van de universiteiten stelt de beurzen niet te kunnen verhogen. Het is belastingtechnisch ingewikkeld of onmogelijk

Bijkomend voordeel van de constructie die de RUG hanteert, is dat die beurspromovendi ook recht op kinderopvangtoeslag geeft. ‘Wij werken met een zogeheten fictief dienstverband. Wij houden loonheffing in en betalen premies. Dat is juist om zulke problemen als met de kinderopvangtoeslag te voorkomen,’ legde een woordvoerder in 2019 uit aan het Hoger Onderwijs Persbureau.

Het gros van de universiteiten waarmee Follow the Money sprak, stelt de beurzen niet te kunnen verhogen. Het is belastingtechnisch ingewikkeld of onmogelijk, zeggen woordvoerders. Een van de obstakels is dat elke regio de belastingregels anders uitlegt. Ze zijn daardoor overgeleverd aan de willekeur van de belastinginspecteur, stellen ze. Toch kan in principe elke universiteit voor eenzelfde oplossing als de RUG kiezen, zegt onderzoeker Pim Mertens van kenniscentrum ITEM, die zich al langer verdiept in de sociale (on)zekerheid van beurspromovendi. 

‘De regeling is belastingtechnisch problematisch en moet gelden voor alle binnenkomende beurspromovendi. We vinden dat te kostbaar’

Er lijkt dus iets anders mee te spelen: het prijskaartje. Drie universiteiten geven dat ronduit toe in hun antwoorden aan Follow the Money. Maastricht University schrijft bijvoorbeeld: ‘De regeling is belastingtechnisch problematisch en moet gelden voor alle binnenkomende promovendi met een beurs. We vinden de situatie niet gewenst en te kostbaar.’

Rutkowska van de PNN vindt het kwalijk dat universiteiten nog steeds geen stappen hebben genomen om beurspromovendi financieel te ondersteunen. ‘Iedereen die met een Chinese promovendus werkt, kan je vertellen: ze leveren hetzelfde werk als anderen. Ze komen naar onze labs, onze kantoren, onze vergaderingen. En toch worden ze ongelijk behandeld. Dat is wrang.’

Afgelopen september diende CDA een motie in om landelijke afspraken te maken over de beurspromovendi, die unaniem is aangenomen. 

Intussen komen universiteiten in beweging. De Universiteit Maastricht is een eigen werkgroep begonnen om de beurspromovendi-problematiek aan te pakken, die dit najaar met een advies zal komen. De Universiteit Utrecht wil – naar aanleiding van dit artikel – opnieuw navraag doen bij de belastinginspecteur naar de mogelijkheid voor een fictieve verloning. ‘Wij zijn het ermee eens dat een CSC-beurs erg laag is in verhouding tot de kosten van levensonderhoud in Nederland. Het gebrek aan mogelijkheden hier iets aan te doen, was één van de redenen om in 2017 als UU uit het programma [afspraken met CSC over een vast aantal beurspromovendi] te stappen.’

Onderzoeker Zirong ontvangt van de RUG de aanvulling op haar beurs, en dat geeft haar lucht. Ze heeft inmiddels hier haar plek gevonden. Ze werkt hard, geniet van het onderzoek dat ze doet en hoopt na haar promotie in Europa te blijven. Wat haar betreft moeten alle promovendi minstens een aanvullende beurs krijgen. ‘Dat extra geld maakt het leven voor mij een stuk makkelijker. Alle universiteiten zouden dit moeten invoeren, zodat alle beurzen daadwerkelijk voorzien in de kosten van levensonderhoud.’

Haoran is het roerend met haar eens. ‘Universiteiten zouden beurzen minstens tot het minimumloon moeten aanvullen. Nederland heeft daar toch niet voor niets afspraken over. Waarom gelden die niet voor ons?’


* Uit angst voor repercussies wilden de promovendi niet bij hun echte naam worden genoemd. Daarom heeft Follow the Money de namen gefingeerd. Daarnaast is andere herleidbare informatie weggelaten, zoals hun vakgebied en (meestal) de naam van hun Nederlandse universiteit. Hun volledige namen zijn bij de redactie bekend.

Reacties

De Universiteiten van Nederland (UNL), de koepelorganisatie van de universiteiten, schrijft:

‘Promovendi met een beurs hebben een ander takenpakket dan werknemerpromovendi. Beurspromovendi houden zich enkel bezig met promoveren, terwijl een promovendus in loondienst bijvoorbeeld ook onderwijs geeft en organisatorische taken heeft. In veel andere landen betalen promovendi om te promoveren en zijn zij dus niet in loondienst. De financiële middelen van universiteiten zijn beperkt. Het is daarom niet mogelijk om alle promovendi in loondienst te hebben. Aangezien de wetenschap bij uitstek een internationale bezigheid is, zijn de verschillende typen promovendi, waaronder de internationale beurspromovendi, belangrijk voor universiteiten en de wetenschap. Het is daarom begrijpelijk dat universiteiten afspraken hebben met internationale beursverstrekkers. Sommige universiteiten hebben een afspraak met CSC, maar dat verschilt per universiteit.

Het klopt dat internationale beurspromovendi niet voor alle sociale voorzieningen in aanmerking komen. Universiteiten maken zich daar zorgen over en zetten zich daarom al jaren in om voor beurspromovendi goede sociale voorzieningen te regelen, zoals kinderopvangtoeslag en een basiszorgverzekering. Het is daarom goed dat dit signaal is opgepakt en de Tweede Kamer een motie heeft aangenomen waarin het kabinet wordt gevraagd om landelijke afspraken te maken tussen de betrokken ministeries, uitvoerende diensten, waaronder de Belastingdienst, UWV en de Sociale Verzekeringsbank.

Daarnaast zouden universiteiten graag zien dat internationale beursverstrekkers een hogere beurs toekennen, zodat een belastingtechnisch lastige top-up, niet nodig is. Mede daarom is er nu een werkgroep ‘Verkenning basisvoorwaarden internationale promovendibeursverstrekkers’ gestart, om onder andere advies te geven over de mogelijkheid voor een minimale omvang van internationale beurzen voor promovendi. Als hier landelijke afspraken over komen, dan kunnen we sterker staan in onderhandelingen met internationale beursverstrekkers.’

Ook van individuele universoteiten ontvingen we reacties. Zij kunnen zich niet vinden in de classificatie van promoveren als baan en de beurspromovendus als besparing. De Radboud Universiteit stelt: ‘Promoveren is een serieuze aangelegenheid. Het is in de eerste plaats een opleiding tot zelfstandig wetenschapper. Voor sommigen in de vorm van een baan, maar voor anderen niet per se.’ De instelling ontkent winst te maken met promovendi. ‘Universiteiten zijn er om kennis te ontwikkelen en te delen, niet om winst te maken.’ 

Ook de Universiteit Leiden benadrukt dat. ‘We herkennen ons niet in kwalificaties als “gretig” en “zo veel mogelijk” aantrekken van beurspromovendi. [..] het gaat ons met name om de kwaliteit van jonge onderzoekers met het oog op de verrijking van het onderzoek. [..] Wat betreft ‘veel mogelijk’: het moet ook passen in de onderzoeksagenda en voor onderzoeksgroepen en voor begeleiders die hier ook tijd in investeren.’

De Universiteit Utrecht en de TU Delft verwerpen de term ‘besparing’. Delft: ‘Dat gaat ervan uit dat het loon aan een promovendus door de universiteit betaald wordt. Dat is in vrijwel alle gevallen aan onze universiteit een misvatting. Wij hebben heel weinig promovendi die rechtstreeks door ons betaald worden: het overgrote deel wordt bekostigd via de 2e of 3e geldstroom.’

Tilburg University herkent zich niet in het geschetste beeld. ‘Tilburg University heeft geen actief beleid gericht op het werven van beurspromovendi in het algemeen en op CSC beurspromovendi in het bijzonder. [..] Bij Tilburg University zijn er promovendi in loondienst actief, externe promovendi en een kleine groep bursale promovendi waaronder 12 met een CSC-beurs.’

De Rijksuniversiteit Groningen meldt: ‘Vanwege de fictieve verloning is de situatie van onze beurspromovendi aanzienlijk beter dan die van internationale beurspromovendi die alleen van hun eigen beurs moeten leven. De RUG kan dit doen vanwege afspraken met de lokale Belastingdienst.’

Andere universiteiten wachten vooralsnog landelijke maatregelen af. De Universiteit Twente: ‘Het zou zeer wenselijk zijn daar als universiteiten gezamenlijk in op te trekken, mochten universiteiten tot de conclusie komen dat dit gedaan moet worden.’ Leiden: ‘De Universiteit Leiden wacht voor nu eerst de resultaten van de landelijke werkgroep af.’

 

Lees verder Inklappen