Internationale vrijhandelsverdragen

Over de winnaars en verliezers van globalisering. Lees meer

Internationale handels- en investeringsverdragen als TTIP en CETA bevorderen de vrije handel tussen burgers, landen en continenten, leveren nieuwe banen op en geven het bedrijfsleven een impuls. Althans, dat is het idee. In werkelijkheid vinden de onderhandelingen achter gesloten deuren plaats en werken lobbygroepen hard om hun belangen veilig te stellen.

Er bestaan dan ook grote zorgen dat de verdragen niet de belangen van (EU-)burgers dienen, maar vooral die van grote ondernemingen. Wat zijn bijvoorbeeld de gevolgen voor de kwaliteit van ons voedsel? Ons energiebeleid? Gaat de belastingbetaler straks opdraaien voor claims van Amerikaanse multinationals als we chloorkippen en -eieren uit onze schappen weren? Of als we kerncentrales sluiten? Follow the Money zoekt het antwoord op die vragen.

77 Artikelen

Claim 4: Democratie blijft gewaarborgd door #TTIP. Feit of fabel?

6 Connecties

Na TTIP kunnen de Europese Unie en de Verenigde Staten elkaars wetten toetsen op handelsbelemmeringen. De democratie komt niet in gevaar, stelt Handelscommissaris Malmström. Echt waar?

De nieuwe raad waarin de VS en de EU gezamenlijk nieuwe regels afstemmen, zal worden gedomineerd door het bedrijfsleven. Wetsvoorstellen worden vooral beoordeelt vanuit het oogpunt wat het betekent voor de handel. Mens en milieu staan lager in de rangorde.

Feiten & Fabels_CONCEPT 31-8-2.pdf (pagina 13 van 29)-1

Om handel en investeringen te bevorderen willen de EU en de VS via TTIP toewerken naar harmonisering en/of wederzijdse erkenning van elkaars wetten en regels. Europa erkent dat die regels er zijn om mensen te beschermen tegen risico’s, bijvoorbeeld op het gebied van volksgezondheid of een schoon leefmilieu. Maar regels, hoe noodzakelijk ook, kunnen de internationale handel beperken.
Op dit moment is er volgens de Europese Commissie geen prikkel voor nationale politici om te kijken naar de gevolgen van binnenlandse regels op buitenlandse handels- en investeringsstromen. Dat moet anders, zeggen de EU en de VS. TTIP moet een instrument worden dat beide blokken dwingt om hier bij het ontwikkelen van nieuwe regels wel rekening mee te houden en ook bestaande regelgeving hierop aan te passen. Op samenwerking voor betere regelgeving kan niemand tegen zijn. Maar de grote vraag is: beter voor wie?

Een nieuwe bureaucratische laag erbij

TTIP wordt een ‘levend verdrag’. Dit betekent dat alle regels en wetten die na TTIP worden gemaakt eerst langs de andere verdragspartij moeten om ervoor te zorgen dat de handel er zo weinig mogelijk door wordt belemmerd. De VS mag dan formeel commentaar geven op onze wetten en regels, en omgekeerd. Om dit te kunnen doen willen de verdragspartijen een nieuwe raad oprichten: de zogenaamde Regulatory Cooperation Body (RCB). Dit orgaan gaat toezicht houden op de ontwikkeling en invoering van wet- en regelgeving in de VS en de EU. Een groot probleem met het RCB is dat het een extra bureaucratische laag vormt die kan zorgen voor eindeloze vertragingen in het invoeren van nieuwe regels en wetten. ‘Stakeholders’ − het bedrijfsleven voorop − mogen namelijk te allen tijden bezwaar aantekenen tegen de plannen van overheden. Die moeten aantonen dat de bezwaren serieus worden meegewogen. Zelfs bestaande regelgeving kan op verzoek van een stakeholder worden doorgelicht op hoe handelsbelemmerend deze is. In het voorstel van de EU moet elk regelgevend proces in de EU, de VS, de lidstaten of de Amerikaanse federale staten vergezeld gaan van een stakeholderconsultatie en moet worden bekeken wat de impact zal zijn op handel en investeringen. Welke gevolgen een regel heeft op bijvoorbeeld consumentenbelangen of het milieu wordt veel minder belangrijk gevonden. In het huidige voorstel wordt het meewegen daarvan slechts in een voetnoot genoemd.

Bedrijvenlobby aan het roer?

Het voorstel van de Europese Commissie om in deze nieuwe raad te gaan samenwerken met de VS leunt sterk op de ideeën van de Europese en de Amerikaanse bedrijvenlobby, verenigd in BusinessEurope en de US Chamber of Commerce. Die zijn er groot voorstander van dat lobbygroepen via de RCB rechtstreeks inspraak krijgen in de vormgeving van wetten regelgeving. De machtige bedrijvenlobby aan weerszijden van de oceaan zal het proces van ‘regelgevende samenwerking’ gemakkelijk kunnen domineren. Ook kunnen internationaal opererende bedrijven al in een heel vroeg stadium dreigen met investeringsclaims (zie claim 5) om zo wetsvoorstellen die hen niet aanstaan van tafel te krijgen. Hiermee raakt het bedrijfsleven rechtstreeks aan nationale en Europese regelgevende bevoegdheden en democratische besluitvorming. Regelgevende samenwerking wordt ook wel het legaliseren van lobby genoemd.
Parlementen worden zo buitenspel gezet: zij mogen zich straks alleen nog uitspreken over de minst handelsbelemmerende beleidsopties. Enkel wat wordt voorgekookt door de RCB, in samenspraak met het bedrijfsleven, bereikt nog de parlementen. Bredere maatschappelijke belangen komen op de tweede plaats. Meerdere Europarlementariërs noemen regelgevende samenwerking dan ook een van de gevaarlijkste onderdelen van TTIP. Zij vrezen dat hun werk min of meer zinloos wordt. Feiten&fabels_claim4_pag2.jpg

Wereldproblemen vragen om betere regels

De grote vraagstukken waar we nu in de wereld voor staan, zijn klimaatverandering en de verdeling van welvaart. Om daar iets aan te doen, is meer en betere regulering nodig in het belang van mensenrechten, welzijn, duurzaamheid en democratie. De maatschappij is niet gebaat bij vergaande deregulering die verdragen als TTIP willen opleggen, waardoor er nieuwe druk op lonen en arbeidsomstandigheden ontstaat; milieunormen, standaarden voor volksgezondheid en consumentenbescherming worden uitgehold; en waardoor democratische zeggenschap ondermijnd wordt. En dat enkel en alleen omwille van nog meer en intensievere concurrentie  
Deze publicatie kwam tot stand door de samenwerking tussen de journalisten Sophia Beunder, Bas van Beek en Jilles Mast van Platform Authentieke Journalistiek (PAJ), Roos van Os van Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en Hilde van der Pas van het Transnational Institute (TNI) en Roeline Knottnerus (SOMO/TNI). Illustraties: Milo. noten:
 1) bron: coleurope.eu