Toenemende concurrentie op renteswapclaims; Lijesen versus Lakeman

Ondernemers die klachten hebben over hun renteswap bij Rabobank, kunnen sinds gisteren bij twee claimclubs terecht. Pieter Lakeman en Pieter Lijesen vissen in dezelfde vijver, maar wat zijn de verschillen tussen hen? En waar halen ze hun geld vandaan? 'Wij moeten elkaar niet bestrijden, maar wij hebben wel een verschillende insteek. De Liborfraude als grond gebruiken, daar zien wij niets in.'

Beide heten ze Pieter, beiden werken op basis van no cure, no pay, halen regelmatig de media met diverse claimprocedures en overladen elkaar met complimenten als 'aardige man,' 'eerlijke man' en 'serieuze man.' Maar er zijn ook grote verschillen in de manier waarop Pieter Lakeman en Pieter Lijesen de Rabobank aanpakken op het gebied van renteswaps. Banken verkochten in de jaren rond 2008 op grote schaal rentederivaten aan middelgrote en kleine bedrijven. Veel ondernemers kwamen door die producten echter in de problemen, of hebben nu het gevoel dat zij veel te veel geld hebben betaald. Banken nemen op dit moment op last van de Autoriteit Financiële Markten duizenden dossiers door van ondernemers aan wie de banken renteswaps hebben verkocht. De toezichthouder komt op korte termijn met een rapport over de voortgang daarvan. Honderden ondernemers klaagden daarnaast bij hun bank, Ook liggen er al diverse gerechtelijke uitspraken.

Renteswap ontbinden vanwege Euriborfraude?

Midden vorig jaar kondigde Pieter Lijesen van Stichting Renteswapschadeclaim daarnaast een massaclaim aan tegen Rabo. De bank had een paar maanden daarvoor aangekondigd voor 774 miljoen euro te hebben geschikt vanwege fraude bij het vaststellen van de Libor- en Euribor rentetarieven. Omdat de Euriborrente een cruciaal onderdeel uitmaakt van de rentederivaten, stelde Lijesen dat de derivatencontracten van mkb’ers op basis van bedrog of dwaling tot stand zijn gekomen en dus moeten worden teruggedraaid.
De ene Pieter pakte de staatsbank aan, de ander de co-operatieve bank
Een halfjaar lang was Lijesen de enige met een collectieve klacht vanwege rentederivaten. Totdat Pieter Lakeman in januari bekend maakte de klachten van diverse ondernemers tegen ABN Amro over swaps te bundelen en ABN Amro te dagen. Daarmee waren twee van de drie grootbanken gedaagd: de ene Pieter tegen staatsbank ABN, de andere Pieter tegen de coöperatieve bank. De derde bank, ING, verkocht op minder grote schaal rentederivaten aan mkb’ers. Gisteren meldde Lakeman, die opereert met Swapschade B.V., dat hij eenzelfde procedure als tegen ABN, ook gaat voeren tegen lokale Rabobanken.

Keuze uit twee partijen

Daarmee hebben ondernemers die een swap hebben bij Rabobank en die zich willen aansluiten bij een collectief, de keuze uit twee partijen. Kiezen zij voor de BV van Lakeman, of voor de stichting van Lijesen? En willen zij zich richten op misstanden bij Rabo International, of focussen zij liever op hun lokale bank?
'De Euriborfraude inzitten als basis voor serieuze claim zien wij niet zitten'
'Wij moeten elkaar niet gaan bestrijden,' zegt Lakeman, die in het verleden samenwerkte met Lijesen bij Stichting Hypotheekleed. 'Lijesen is een eerlijke, serieuze man, wij gaan elkaar niet op kwalijke wijze beconcureren en tegenwerken.' Wel wil Lakeman een inhoudelijk verschil wijzen tussen de twee. 'Er is een duidelijk verschil in insteek. De Euriborfraude inzetten als basis voor een serieuze claim, zien wij niet zitten.' Volgens hem hebben de lokale Rabobanken die de swaps afsloten geen weet gehad van de Euriborfraude. 'Je kunt hun niet die kennis toedichten. Zij zijn geen dochterondernemingen, maar juist aandeelhouders van Rabobank.'
'Dat kan hij roepen. Iedereen zijn mening'
'Dat kan hij roepen. Iedereen zijn mening,' reageert Lijesen op de kritiek van zijn concullega. 'Dat weet je altijd pas achteraf. Lakeman is geen rechter, hij is niet eens jurist,' zegt Lijesen over Lakemans oordeel over de kansrijkheid van de Euriborfraude als grond voor ontbinding van de renteswaps. Volgens Lijesen is zijn claim daarnaast opgebouwd rond veel meer dan alleen de Euriborfraude, zoals bijvoorbeeld de problemen met de overhedge [een swap die groter is dan de onderliggende lening, red.], verhoogde renteopslagen en het zogenoemde 'afgesproken bedrag'. 'Er zitten 1200 advocaaturen in. Ik wil Lakeman niet afzeiken, maar hij doet het wel kort door de bocht. Als hij in maart aankondigt dat hij in april met een dagvaarding komt, dan kan hij er nooit veel uren in hebben gestoken.'

Lakeman zet in op rentecap

Volgens Lakeman hebben ABN Amro en Rabobank hun zorgplicht geschonden doordat zij ondernemers een swap hebben verkocht en niet hebben gewezen op een alternatief product dat minder risico met zich meebracht: een rentecap. Daarmee wordt in ruil voor een premie een renteplafond ingesteld. Een ondernemer kan dan nooit meer kwijt zijn dan de premie die hij betaald heeft, of die hij betaalt door middel van een iets hogere renteopslag. Critici uit de bankensector wijzen er echter op dat een cap in sommige gevallen relatief duur is.
Lakeman zegt 130 ondernemers bij te staan, Lijesen ruim 500
Lakeman zegt dat ruim 100 klanten van ABN zich bij hem hebben gemeld. Bij Rabobank gaat het om een stuk of tien ondernemers. 'Maar met de klacht over Rabobank zijn wij ook nog niet zoveel in de publiciteit geweest.' In totaal hebben zo’n 130 ondernemers zich bij Lakeman gemeld, goed voor renteswaps met een totale hoofdsom van 200 miljoen euro, zegt Lakeman. Lijesen zegt ruim 500 Rabo-klanten onder zich te hebben, die goed zijn voor een hoofdsom van 2,5 miljard euro.

Verschil tussen bundeling en massaclaim

Formeel gezien is de bundeling van de klachten, zoals Lakeman het doet, iets anders dan de massaclaim die Lijesen is gestart. Bij de massaclaim behartigt een vereniging, of een stichting, de zaak via het zogeheten 'artikel 3:305a' van het Burgerlijk Wetboek. Lakeman treedt met zijn swapclaim niet op met een stichting of een vereniging, maar wil de rechter vragen om individuele zaken te bundelen, omdat zij zoveel overeenkomsten hebben. Lijesen zegt sceptisch te zijn over de kansen van Lakeman om de klachten inderdaad te kunnen bundelen. 'Als je het zo doet, dan moet je het wel stevig onderbouwen.' Volgens de voorman van Stichting Renteswapclaim moet de rechter namelijk wel akkoord gaan met de bundeling. 'Mijn inschatting is dat de zaken niet gelijk genoeg zijn. Het zou ijdele hoop kunnen zijn [om de claims te kunnen bundelen, red].' 'Oh, nou ja, volgens ons kan het wel,' reageert Lakeman. 'Er zijn namelijk enorm veel overeenkomsten. Juist meer dan er verschillen zijn. Ik heb regelmatig gebundelde klachten gedaan. Er is een hele propaganda aan de gang van banken dat er zoveel verschillen zouden zijn.'

Mysterieuze financiers

Beide claimclubs rekenen grofweg hetzelfde no cure, no pay tarief. Bij de Stichting Renteswapschadeclaim moeten ondernemers bij succes 25 procent van de schadevergoeding betalen aan de stichting. Maar de ondernemers kunnen ook kiezen voor een vast bedrag, of voor een combinatie van de twee. Bij kleine renteswaps is no cure, no pay niet mogelijk. Bij Lakemans Swapschade B.V. wordt over een bedrag tot een miljoen euro 30 procent betaald, over het meerdere geldt een tarief van 20 procent.
Wie betaalt de juridische kosten?
Maar wat gebeurt er met het geld dat ondernemers - bij succes - afdragen? Bij Lakeman gaat een deel naar een ondernemer die 'deels op ideële gronden, en deels op materiele gronden,' geld beschikbaar stelt om de procedures te kunnen voeren. Want het is nog maar de vraag of de no cure, no pay-inkomsten er daadwerkelijk komen en zo ja, wanneer. Dat kan jaren duren. Tot die tijd moeten er flinke juridische kosten gemaakt worden. Lijesens 1200 advocaaturen zullen bij een uurtarief van enkele honderden euro’s al snel vele tonnen hebben gekost. Maar er valt ook veel geld te halen. 'Van de 2,5 miljard euro aan swaps is, als het meezit [bij het oordeel van de rechter, red.], eenderde schade. Dat is 800 miljoen euro. Dat is veel geld.' Lakeman wil de naam van zijn financier niet noemen - 'hij hoeft geen bekende Nederlander te worden' - maar stelt dat deze persoon tonnen, of, indien nodig, miljoenen euro’s in de strijd wil gooien om de banken aan te pakken vanwege de verkoop van rentederivaten aan mkb’ers. De ondernemer zou er vertrouwen in hebben dit geld uiteindelijk weer terug te krijgen, doordat hij een percentage krijgt van de opbrengst. Lakeman en zijn medebestuurder Peter Fonkert zijn daarnaast ieder voor de helft eigenaar van Swapschade BV.
Financiering om 'tot de Hoge Raad en terug te procederen'
Lijesen heeft een stichting, en kan dus niet net zoals Lakeman als aandeelhouder profiteren van een mogelijk succesvolle procedure. Wel kan hij zijn uren declareren bij de stichting. Daar kan hij ‘goed van leven’, zoals hij het zelf zegt. Ook Lijesen zegt externe financiering te hebben aangetrokken om 'tot de Hoge Raad en terug' te procederen tegen Rabobank. Hij wil, net als Lakeman, niet zeggen van wie de financiering afkomstig is, maar benadrukt dat het geld van 'meer dan een partij' komt.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Joris Heijn

Joris Heijn (1985) studeerde Internationale Betrekkingen in Groningen, maar wilde eigenlijk liever journalist worden. Deed da...