Claimstichtingen , van kwaad tot erger….

    Het wordt hoog tijd dat er een 'claimcode' wordt opgesteld om te voorkomen dat slimme professionals hun zakken vullen of naïeve consumenten in de rompslomp ten onder gaan.

    Het regisseren van collectieve claims is sinds de effectenlease-affaire een lucratieve business in Nederland. Waren het aan het begin van dit millennium nog slechts een handje vol gespecialiseerde advocaten en juristen die optraden voor de gedupeerde belegger, direct na de val van DSB schoten er zo’n tien belangenbehartigers uit de grond. Al dan niet met kennis van zaken en ervaring met het sturen van een collectieve claim. Eerder deze maand publiceerde de site van de Nederlandse Orde van Advocaten het oordeel van DSB-curator Rutger Schimmelpenninck: "De krachten bundelen in een stichting om daarmee de hoge kosten te spreiden is een prima gedachte. Probleem is nu echter dat de governance voor claimstichtingen niet is geregeld. Iedereen kan in een dag een stichting oprichten zonder dat er enig toezicht is op bijvoorbeeld deskundigheid en beloningsafspraken. Het risico bestaat dus dat gedupeerden “in verkeerde handen” vallen en zo opnieuw benadeeld worden."

    Tegen het licht

    De curator is niet de eerste die deze spijker op z’n kop slaat.  Eerder onderzochten Rob Okhuijsen (specialist in crisiscommunicatie) en advocaat Jurjen Lemstra de statuten van zeventien claimstichtingen, waaronder die van Stichting Woekerpolis Claim, Stichting Spaarders DSB en Stichting Koersplandewegkwijt. Volgens het duo voldeed geen enkele stichting aan de claimcode die zij hadden opgesteld.
    Claimstichtingen kunnen ook op een andere manier tegen het licht worden gehouden. Wanneer naar de ontwikkeling van de stichting wordt gekeken is al vrij snel duidelijk wat je kan verwachten. Een claimstichting kan zich top-down of bottom-up ontwikkelen afhankelijk van de hoedanigheid van de initiatiefnemers.


    Top-down?

    De top-down stichting is doorgaans opgezet door professionals die zelf niet het slachtoffer zijn van het product of organisatie waartegen wordt opgetreden. Deze stichtingen zijn uitsluitend opgetuigd om de betrokkenen te laten profiteren van het leed van de doelgroep. Denk hierbij aan de woekerpolisstichtingen die namens hun vele honderdduizenden leden schikkingen troffen met verzekeraars en vele miljoenen zagen binnenstromen.  De stichtingen beloven geen winstoogmerk na te streven en stellen  eventuele restbedragen over te maken aan “een algemeen nut beogende instelling”. Een loze belofte natuurlijk want de betrokkenen declareren zich suf richting de stichting. Uurtje-factuurtje, waarbij het uurtarief doorgaans lijkt mee te vallen, maar het aantal gedeclareerde uren niet te controleren is.

    Voor de woekerpolisstichtingen leek het een kort en lucratief traject:  ombudsman Wabeke kwam met een norm die makkelijk bestempeld werd als "het hoogst haalbare compromis". Op mijn verjaardag sprak ik de voorzitter van zo’n stichting en die beweerde dat DNB over de schouders meekeek of de betrokken partijen de gevolgen van de regelingen wel konden dragen. "Meer konden we niet bereiken Paul".?In hun boek 'Woekerpolis, Hoe kom ik er vanaf?' stellen Eric Smit en René Graafsma dat de woekerpolisstichtingen een wanprestatie hebben geleverd door de Wabeke-norm als hoogst haalbare te prediken richting de slachtoffers. Een wanprestatie! Momenteel is er naast Niek Hoek van Delta Lloyd en ex-ombudsman Wabeke niemand meer die het bereikte resultaat kan uitleggen.


    Bottom-up?

    De bottom-up stichting laat zich vooral kenmerken door opstartproblemen en administratieve drama’s. Gedupeerden die zich met vallen en opstaan organiseren in een stichting en vervolgens op zoek gaan naar professionals die hun belangen willen behartigen. Wat mij betreft de eerlijkste vorm om een claimstichting om te tuigen.?De problemen waarmee deze stichtingen te kampen hebben is gebrek aan ervaring en de onderschatting van de administratieve lasten. De lijdensweg die een stichting voor gedupeerden van Lehman-notes moest doormaken is hiervan een goed voorbeeld. Los van het feit dat  de rechtszaak tegen vermogensbeheerder Wijs & Van Oostveen werd verloren kampt de leiding van de stichting met een onophoudelijke stroom van mail, telefoon etc. waardoor de initiatiefnemer nauwelijks nog aan zijn reguliere werk komt.
    Wat mij betreft wordt er serieus werk gemaakt van een claimcode, waarin het zo georganiseerd wordt dat er voor ‘top-down’ georiënteerde stichtingen nauwelijks nog ruimte is. Voor de bottom-up stichting is er maar een wijze raad: zit boven op het budget en besteedt als het even kan alles uit.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Paul van Straaten

    Vermogenmonitor van Van Straaten is in Den Haag gevestigd. Van Straaten bracht voor honderden klanten zaken tot een bevredige...

    Volg Paul van Straaten
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren