Coke & Co.

Hoe de cocaïne-business een onstuitbare vijand werd. Lees meer

Cocaïne is van een legaal medicijn uitgegroeid tot een illegaal succesproduct waarmee heel veel geld wordt verdiend. Waarom is de handel in cocaïne zo gegroeid? En waarin schuilt het gevaar voor de samenleving? Heeft bestrijding op nationaal niveau wel zin? FTM verdiept zich in de internationale cocaïnehandel.

3 Artikelen

Beeld © Lisa van Casand en Rinus Bot

De harde waarheid over cocaïnehandel

Follow the Money duikt in de internationale wereld van de cocaïne-business. Het dossier schetst in zes afleveringen het probleem van een onstuitbare vijand. De geschiedenis van de drug verklaart hoe cocaïne wereldwijd kon uitgroeien tot een legaal en later illegaal succesproduct waarmee heel veel geld wordt verdiend. Een analyse van de business erachter toont dat onderschatting van dat systeem voor Nederland risico’s met zich meebrengt. Vandaag het eerste deel: ‘Alle inzet van politie ten spijt is de drugshandel in Nederland alleen maar toegenomen.’

Over hun avonturen met cocaïne zullen collega’s op maandagochtend bij de koffieautomaat niet snel vertellen. Waar smakelijk gelachen wordt over alcoholische escapades in de nasleep van de vrijdagmiddagborrel, blijven de ‘pakjes’ en de ‘nakkies’ onbesproken.

Cocaïne gebruiken is niet bon ton. Toch komt het in veel kringen, van hoog tot laag, in de provincie en in de stad, veel voor. Gebruikers onderling herkennen elkaar en het bijbehorende gedrag. Op een feestje wendt iemand zich een paar minuten af om even geconcentreerd te appen. Een half uurtje later loopt hij al bellend naar de gang. Misschien hoort iemand op het toilet hem nog zeggen: ‘Waar sta je dan?’ De één zal er niks achter zoeken, een ander weet genoeg.

In de stad weten sommige jonge vaders en moeders die op het schoolplein van de basisschool hun kinderen opwachten dat je bij die leuke vader van dat blonde jongetje nauwelijks versneden coke kunt bestellen. Even verderop staan vaders en moeders die denken dat je bij diezelfde leuke vader moet zijn als je je badkamer wilt laten opknappen.

Cocaïnegebruik, je ziet het pas als je het door hebt.

Schrik over corona

Van alle Nederlandse volwassenen in 2018 had 1,6 procent in het afgelopen jaar cocaïne gebruikt. Dat zijn ongeveer 220.000 mensen, een vergelijkbaar aantal dat (bijna) dagelijks cannabis consumeert. In 2019 gebruikte ruim 1 op de 5 Amsterdamse cafébezoekers in de voorgaande maand cocaïne, en er lijkt daarin een stijgende trend te zijn. Veel twintigers en dertigers zien coke bij een feestje als de gewoonste zaak van de wereld. Even wat gas bijtanken voor de voortzetting van de vrijdagmiddagborrel in het café in de stad.

Covid-19 heeft vooralsnog geen blijvend effect op de cocaïnehandel gehad. Na een korte hapering in het voorjaar van 2020, bij aanvang van de pandemie, functioneert het mondiale cocaïne-systeem weer als vanouds. Toch leek het er even op dat Covid-19 de wereldwijde cocaïnehandel zou treffen. In de zomer van 2020 ontstond in Zuid-Amerika rumoer in de media over dalende prijzen van cocabladeren. De schrik over de coronacrisis en de lockdown hielden opkopers van deze bladeren – de grondstof voor cocaïne – van de markt. Maar niet voor lang; reeds een paar maanden later was alles stilaan bij het oude. In december was het in de coca-regio’s van Peru en Colombia gewoon weer business as usual.

Covid-19 heeft vooralsnog geen blijvend effect op de cocaïnehandel gehad

Of de collega’s bij de koffieautomaat en de vaders en moeders op het schoolplein minder cocaïne zijn gaan gebruiken, valt te betwijfelen. De dealer komt gewoon opdraven. ‘Het enige verschil is dat hij geen hand geeft,’ vertrouwde een recreatieve gebruiker vorige zomer toe aan de Volkskrant.

Straatwaarde

Op 23 maart jl. werden er ergens in de Rotterdamse haven een paar pakketten cocaïne van een zeeschip in het water gegooid. De politie had dat in de gaten. Agenten van de Douane en Zeehavenpolitie pikten een Belg uit het water die de pakketten aan het opduiken was. Twee van zijn kompanen die op de kade stonden te wachten, werden ook gearresteerd. Het was maar klein bier: volgens het Rotterdamse parket 26 kilo.

Berichten over inbeslagnames van cocaïne lijken wel scheepvaartberichten of meldingen van hoogwaterstanden. Vrijwel wekelijks brengen douane, politie of justitie persberichten naar buiten over inbeslagnames in Nederland van enorme voorraden cocaïne. Trouw wordt daarbij de duizelingwekkende straatwaarde vermeld.

Vrijwel wekelijks brengen douane, politie of justitie persberichten naar buiten over inbeslagnames in Nederland van enorme voorraden cocaïne

Iets minder frequent komen persberichten naar buiten over criminele organisaties die voor de rechter verschijnen. Eind januari eiste een officier van justitie tegen een Brabander, die zijn transportbedrijf ter beschikking had gesteld voor de smokkel van vijf ton cocaïne, negen jaar cel. De officier sprak streng dat zulke grootschalige smokkel ‘wat het Openbaar Ministerie (OM) betreft stevig moet worden bestraft’. Volgens het OM lopen de uitwassen van de georganiseerde cocaïnehandel ‘namelijk de spuigaten uit’. De verdachte had volgens de officier bijgedragen ‘aan het in stand houden van de internationale cocaïnehandel’.

De clichés zijn in zulke zaken niet van de lucht. Soms zijn de frases van de officieren en rechters letterlijk kopieën uit vorige zaken. De uitgesproken verontwaardiging werkt vaak komisch; dergelijke rechtszaken zijn lopendebandwerk.

"Journalisten tonen over de decennia heen een welhaast ontroerende en hoopvolle toewijding aan de inspanningen van de politie tegen het kwaad van de drugshandel"

Clichés

‘Politie deelt flinke klap uit aan Utrechtse drugshandel,’ zo meldde het Algemeen Dagblad in februari. Het ritueel is al tientallen jaren hetzelfde: zendingen met drugs worden onderschept, verdachten worden soms gegrepen, journalisten maken stukjes. Soms vertellen media, het OM of de politie dat er sprake was van een ‘flinke klap’ voor de drugshandel. Het AD en een politiewoordvoerder deden dat hier ook. Die woordvoerder toonde zich tegelijk ‘realistisch’ en voegde toe te weten ‘dat er nieuwe spelers klaar staan om dit ‘gat’ te dichten’. Journalisten tonen over de decennia heen een welhaast ontroerende en hoopvolle toewijding aan de inspanningen van de politie tegen het kwaad van de drugshandel. Er verandert niettemin weinig.

Al sinds de tijd van hasjhandelaar Klaas Bruinsma verdwijnen er in Nederland criminelen. Bruinsma’s lijfwacht en kickbokser André Brilleman (25) werd in 1985 in stukken gesneden, in beton gegoten en uiteindelijk bij de veerpont Brakel-Herwijnen uit de Waal opgedregd. Anderen werden op een rijtje gezet en door het hoofd geschoten en gedumpt bij het Brielse Meer. Ook waren er criminele ontvoeringen en zijn mensen met boormachines bewerkt. De recent met veel verbazing en verontwaardiging beschreven ‘martelcontainers’ die de politie ontdekte, zijn slechts meer van hetzelfde.

De feiten die de media vandaag de dag brengen over drugshandel en crimineel geweld zijn geenszins nieuw. Toegegeven, er zijn wel ‘innovaties’ zoals het afgesneden hoofd op de stoep voor een shisha-lounge op de Amstelveenseweg in Amsterdam in 2016. In Mexico komt zoiets vaker voor, voor Nederlandse begrippen was het uniek. Ook vergismoorden met onschuldige slachtoffers zijn een nieuwe, hartverscheurende ontwikkeling. Het laatste decennium valt tevens het aantal jonge daders onder de huurmoordenaars op.

Cryptocommunicatie

De politie is de laatste jaren steeds beter in staat om geheime PGP-communicatie – speciale cryptotelefoons waarmee vertrouwelijke informatie versleuteld verstuurd kan worden – van criminelen te ontcijferen. Daardoor kan het grote publiek nu thuis op de bank meelezen en gruwelen over moordenaars die overleggen over rivalen die moeten ‘slapen’ of ‘na hell’ geschoten moeten worden. De liquidaties zijn geen nieuws. Ze worden in deze netwerksamenleving alleen beter uitgelicht en hebben een aanzienlijk groter bereik dan vroeger – een snéller bereik vooral ook.

Journalistiek over zware misdaad is een economie op zichzelf geworden – zie de vele crime-websites, de misdaadprogramma’s op tv en de ruim bemeten aandacht in de kranten. Journalisten en publiek lijken geen genoeg te krijgen van anekdotes over bloeddorst en details over het kwaad. Het publiek streamt speelfilms en series over cocaïne-baronnen als Pablo Escobar en El Chapo, en over Nederlandse drugsbazen in bijvoorbeeld Penoza, Undercover en Mocromaffia. De angst voor het kwaad gaat hand in hand met fascinatie en angst voor de slechte ‘ander’. Zo bezien leveren cocaïne-bazen de media ook flink veel geld op.

Journalisten en publiek lijken geen genoeg te krijgen van anekdotes over bloeddorst en details over het kwaad

Alle inzet van politie ten spijt is de drugshandel in Nederland alleen maar toegenomen. Ook de omvang van de wereldhandel in cocaïne en van het aantal in beslag genomen kilo’s vertoont een stijgende trend. Recent bleek de politie in Hamburg en Antwerpen twee transporten van samen liefst 23 ton in beslag te hebben genomen, een nieuw Europees record. Maar waarom is er die groeiende stroom van cocaïne? Die hamvraag krijgt helaas vrijwel geen aandacht tegenover de oneindige reproductie van anekdotes over gruweldaden van zware criminelen en de eindeloze reeks berichten over inbeslagnames.

De stelling dat er een causaal verband is tussen cocaïnehandel en allerlei ellende en geweld, is niet zo relevant. Veel belangrijker is te kijken naar hoe het proces verloopt dat alle ellende veroorzaakt. Hoe werkt de cocaïne-economie waar criminelen puissant rijk mee kunnen worden? Op welke manier is die handel een gevaar voor de samenleving?

Dossier

Coke & Co.

Hoe de cocaïne-business een onstuitbare vijand werd.

Volg dit dossier

Derk Wiersum

Terug naar Amsterdam. Op 18 september 2019 werd strafrechtadvocaat Derk Wiersum vlak voor zijn huis in de wijk Buitenveldert vermoord. Voor Nederlandse begrippen was deze kille moord op een deelnemer aan een strafproces een ongehoorde schennis van de rechtsstaat. Breed in de samenleving klonk verdriet. Er was diepe verontwaardiging en woede over de brutaliteit van deze aanslag op een advocaat en vader van twee jonge kinderen.

De link met criminelen uit de cocaïnehandel werd snel gelegd. Maar wie dacht dat dan ook initiatieven zouden volgen voor een uitputtende zoektocht naar diepere achtergronden van deze vergaande misdaad, had het mis. De nadruk lag vooral op beschuldigingen tegen Ridouan Taghi, momenteel verdachte van een serie andere moorden. Diverse media suggereerden dat Taghi ook achter deze moord zou zitten. Wiersum was immers advocaat van kroongetuige Nabil B. die tegen ‘cocaïne-baron’ Taghi is ingezet. Maar bewijs tegen Taghi is in deze zaak na anderhalf jaar vooralsnog niet geleverd, laat staan dat er een link met cocaïnehandel is vastgesteld.

Inmiddels demissionair minister Ferd Grapperhaus (CDA) van Justitie en Veiligheid beloofde dat in de toekomst meer criminele cocaïne-organisaties zullen worden ontmanteld. Een speciaal team – het Multidisciplinaire Interventie Team (MIT) – zou nu de cocaïnehandel gaan aanpakken. Anderhalf jaar later lijkt de recherche zelf hier al niet meer in te geloven, getuige gelekte e-mails over grote kritiek op het MIT.

De dood van Wiersum heeft geleid tot een nog hogere prioritering van de strijd tegen cocaïnehandel en drugshandel in het algemeen

Twee maanden na de dood van Derk Wiersum maakte het kabinet bekend 110 miljoen euro extra te gaan spenderen aan drugsbestrijding. Deze extra investering komt bovenop het anti-ondermijningsfonds van 100 miljoen euro en de 291 miljoen euro extra die de politie van het kabinet eerder als steuntje in de rug kreeg. De dood van Wiersum heeft geleid tot een nog hogere prioritering van de strijd tegen cocaïnehandel en drugshandel in het algemeen. Grapperhaus noemt dat ‘intensivering’ van de strategieën tegen ondermijning. Hij roept daarnaast Nederlanders op te stoppen met drugs te gebruiken en stelt zich vierkant op tegen iedere vorm van legalisering.

Ondermijning

‘Ondermijning’, zo heet inmiddels de strijd tegen de drugs van de Nederlandse overheid. Gezien de snelle inburgering van het woord bij (politie)ambtenaren is ondermijning in beleidstermen al een succes – hoewel uit nota’s blijkt dat de organisaties binnen de Rijksoverheid die de strijd aansturen zelf niet precies weten wat de term inhoudt. 

Wetenschappers hebben gewaarschuwd dat de slagkracht van de overheid tegen georganiseerde criminaliteit met het begrip niet wordt vergroot. Het duo Jan Tromp (Volkskrant-journalist) en Pieter Tops (docent Politieacademie) munt het fenomeen ondermijning publicitair desalniettemin met veel succes uit. Ze schreven boeken en geven ambtelijke organisaties adviezen over de aanpak van die ondermijning. In lezingen bepleiten ze een meer intelligente aanpak van georganiseerde criminaliteit en effectievere samenwerking tussen overheidsorganisaties.

Over cocaïnehandel brengt het duo in hun boeken evenwel geen nieuws. Ze citeren politiebronnen en plaatsen (anonieme) extreem rijke cocaïne-baronnen op een voetstuk die zouden kunnen doen wat ze willen. Verder dan de stelling dat de uiterst lucratieve cocaïnehandel in Nederland prominent aanwezig is en een ernstige verwevenheid met de bovenwereld vertoont, komen ze niet. Wel komen Tromp en Tops met een feitelijke onjuistheid (naast verschillende andere) over de prioriteit die drugshandel in Nederland heeft gehad. De aanpak van cocaïne, xtc en wietteelt zou bij de politie ‘een ondergeschoven kindje’ zijn.

De aanpak van cocaïne, xtc en wietteelt zou bij de politie ‘een ondergeschoven kindje’ zijn

Niets is minder waar. Sinds 2004 publiceert de politie over georganiseerde (drugs)criminaliteit vierjaarlijks het ‘Nationaal Dreigingsbeeld Georganiseerde Criminaliteit’. Voordat de parlementaire commissie-Van Traa in 1996 zijn inventarisatie van de georganiseerde misdaad in Nederland publiceerde, begonnen al in 1989 interregionale rechercheteams dit tegen te werken. In de nationale Veiligheidsagenda is het thema vanaf begin 2015 prioriteit. En voor de miljoeneninjectie van 2019 slokten de kostenverslindende drugsonderzoeken al decennialang zo’n 70 procent van de opsporingscapaciteit op.

"Cocaïne houdt zich net als andere handelsgoederen strikt rationeel aan één wet: die van vraag en aanbod"

Emotie

Cocaïne is een (illegaal) product met een waarde en een prijs. En het heeft ook een sterk imago. Sommige mensen associëren cocaïne met succes of geld. Anderen worden door cocaïne emotioneel omdat het gebruik en de handel erin ellende veroorzaakt, zoals de moord op Wiersum.

In Nederland en (bijvoorbeeld) de Verenigde Staten roept cocaïne hier en daar felle weerstand op. Men vindt het terecht dat voor bestrijding (met onzekere effectiviteit) honderden miljoenen worden uitgetrokken. In Zuid-Amerika treft men daarentegen vaak meer nuchterheid. Naast de negatieve gevolgen van de handel in cocaïne vinden velen daar tegelijk dat het probleem toch vooral een consumentenprobleem is in de verschillende landen. De boeren die in de Andes-landen cocabladeren telen of cocapasta maken, willen daar niet mee stoppen omdat dit hun dagelijks brood is. In die landen is de discussie over coca en cocaïne soms ook ronduit emotioneel.

‘Je ziet hier dat er in Nederland weerstand is om de drugsproblematiek in al zijn facetten aan de orde te stellen’

Ondanks alle emotie – en wetteloosheid – rond de cocaïnehandel houdt cocaïne zich net als andere handelsgoederen strikt rationeel aan één wet: die van vraag en aanbod. Een analyse over cocaïnehandel moet hoe dan ook rationeel worden gemaakt. Zo viel een groep Harvard-economen die zich verdiepte in de effecten van een miljarden verslindende coca-vernietigingscampagne in Colombia de emotionele (en soms moralistische toon) in de discussie over cocaïne op: ‘Evidence based arguments are usually absent.’ De Nederlandse criminoloog Hans Boutellier kaartte recent in NRC Handelsblad eveneens de noodzaak aan voor een op feiten gebaseerd drugsbeleid. ‘Je ziet hier dat er in Nederland weerstand is om de drugsproblematiek in al zijn facetten aan de orde te stellen.’

Een mondiaal systeem

De verschrikkelijke moord op Wiersum heeft helaas niet geleid tot grondige analyses van de cocaïnehandel – waar de moord toch uit voort zou komen. Dat is opmerkelijk. De dood van Wiersum vormt immers juist bij uitstek aanleiding te onderzoeken hoe cocaïnehandel nu precies samenhangt met dodelijk geweld. Demissionair minister Grapperhaus had de aanzet kunnen geven voor solide (internationaal) academisch onderzoek. In plaats daarvan is zijn antwoord meer repressie. Zoals hij in EW Magazine zei: ‘Door een keiharde aanpak van criminele netwerken gaan we ervoor zorgen dat de rol van Nederland kleiner wordt. Dat doen we door meer crimineel vermogen af te pakken en een betere internationale samenwerking. Ook komen er hogere straffen voor deelname aan een criminele organisatie.’ 

In de publieke beeldvorming is Ridouan Taghi de zondebok en daarmee is de kous af. Maar al heeft Taghi deze misdaad begaan: zijn figuren zoals hij dan het probleem of is er heel veel meer aan de hand?

De verschrikkelijke moord op Wiersum heeft helaas niet geleid tot grondige analyses van de cocaïnehandel

Wie zich verdiept in de internationale cocaïnehandel, ziet een veel gevaarlijkere vijand opdoemen: het mondiale cocaïne-systeem. Transportland Nederland trekt met de haven van Rotterdam een internationaal immense stroom cocaïne aan. Dat is geen verschijnsel dat we hier in Nederland simpelweg een halt kunnen toeroepen. Cocaïnehandel is een mondiaal systeem dat alleen in die samenhang is te begrijpen – en dus ook internationaal bestreden dient te worden.

Vanaf het moment dat na de Tweede Wereldoorlog de internationale strijd tegen cocaïne werd ontketend, is het aantal landen en mensen dat bij cocaïnehandel betrokken raakt explosief gegroeid. Er is heden ten dage meer (illegale) cocaïne op de wereldmarkt dan ooit. In dat almaar voortgaande proces corrumpeert de cocaïne-economie legale bedrijfstakken en overheidsdiensten, ook in Nederland. In iedere grote cokezaak in het nieuws is sprake van corrupte douaniers en/of politiemensen. Ons land ligt op de route van een onstuitbaar globaliserende vijand – en die vijand is niet een persoon, niet iemand als Ridouan Taghi. Het is een economisch systeem dat altijd attractief zal blijven voor mensen die snel geld willen verdienen.

De geschiedenis van de cocaïnehandel leert dat er weinig reden is te veronderstellen dat de bestrijding hier in Nederland niet dezelfde nare gevolgen kan hebben die landen in Zuid- en Midden-Amerika hebben getroffen. Cocaïne is een niet te onderschatten tegenstander.

Een wereldprobleem

Wat kan er worden geleerd van de geschiedenis van de globalisering van cocaïne? Hoe zouden de honderden miljoenen beschikbare euro aan de war on cocaine moeten worden gespendeerd? Om te weten hoe we de weerbarstige cocaïnehandel kunnen aanpakken, moeten we die beter leren kennen. Eerst moet de geschiedenis van het product erbij worden gehaald. Vervolgens moeten de mechanismen worden ontleed die de productie en handel van cocaïne sturen. 

Het succes van de legale cocaïne is onderwerp van het tweede deel van deze serie. Cocaïne kwam in de tweede helft van de negentiende eeuw op als een vuurpijl: een lucratieve business voor chemiebedrijven. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, was de handel in cocaïne morsdood. Toch maakte het spul vanaf 1949 een comeback, als een uit een lab ontsnapt virus. Wat veroorzaakte die comeback? En waarom is het meest succesvolle product dat Zuid-Amerika ooit heeft voortgebracht illegaal geworden? Hoe hangt dat samen met de politieke geschiedenis van Noord- en Zuid-Amerika? En hoe met de geschiedenis van The Coca-Cola Company dat zonder cocaïne nooit zou hebben bestaan? De geschiedenis van cocaïne, zo zal blijken, zit vol paradoxen en dubbele bodems. 

Hoe kon cocaïne exploderen tot het illegale succesproduct dat het nu is? Dat is onderwerp van deel drie. Cocaïne lijkt de wereld te gaan veroveren, met alle schade van dien. Opvallend genoeg maakten juist de allereerste schuchtere pogingen om de cocateelt in Peru te verdrijven de weg vrij voor de grootschalige illegale cocaïne-productie: die van het Medellín-kartel van de wereldberoemde Pablo Escobar. 

Nadat de Amerikanen met alle macht de Colombiaanse kartels hadden ontmanteld werd een proces van bestrijding en ontwijking ontketend. Steeds als politiediensten dachten de cocaïnehandel de pas te hebben afgesneden, doken productie en handel elders opnieuw op. Zo begon het systeem van de cocaïnehandel zich wereldwijd te vertakken en verspreiden. Dat staat centraal in het vierde deel van deze serie.

Hoe stuwt de werking van het economische systeem de productieketen en handel in cocaïne voort? Oost-Europa en Azië ontpoppen zich inmiddels als groeimarkten en de gigantische capaciteit van de havens van de Lage Landen zijn een knooppunt. Dat mondiale systeem is er de oorzaak van dat cocaïnehandel zo onstuitbaar is en heel moeilijk effectief te bestrijden. Deel vijf gaat daar dieper op in.

In hoeverre zijn de Nederlandse opsporing en het Nederlandse strafrecht tegen dit mondiale systeem opgewassen? Welke methoden zet de overheid in? Wat zijn de onvolkomenheden van die methoden? Wat zijn de oorzaken waarom ze niet werken? Slechts doorgaan op de ingeslagen weg van repressie lijkt onverstandig, zo zal het zesde en afsluitende deel laten zien.

Lees verder Inklappen