Hoe wetenschappers zich prostitueren

    De onthulling dat Coca-Cola obesitas-onderzoek financiert heeft de reputatie van zowel het merk als de wetenschap beschadigd. Het is geen incident: talloze wetenschappers laten zich inhuren door de voedingsindustrie om gunstige onderzoeksresultaten te leveren. Ook Nederlandse.

    Tot ver in de jaren zestig werd het roken van sigaretten gepromoot als sportief en stoer, passend bij een moderne, energieke levensstijl. Zelfs dokters deden het. Die tijd is definitief voorbij. Dat is niet het geval bij frisdrank. Het drinken van cola, Sprite, Fanta en andere bruisende drankjes staat nog steeds voor gezelligheid, sport en vriendschap. Ook al zijn er wetenschappelijke bewijzen dat suikerhoudende frisdrank een van de belangrijkste oorzaken is van zowel obesitas al diabetes 2, de pogingen om de consumptie aan banden te leggen stranden telkens weer op politieke onwil en verzet. En op wetenschappelijke twijfel over de schadelijkheid.

    Dat is geen toeval. De frisdrankindustrie doet er alles aan om verkoopbeperkingen, in welke vorm dan ook, tegen te houden. Daarvoor wordt alles uit de kast getrokken, van ouderwets lobbywerk, het ‘verslaafd’ maken van consumenten tot aan de wetenschap. Niets leent zich beter om twijfel te zaaien dan de wetenschap. De tabaksindustrie deed het met onderzoek naar de schadelijkheid van tabak, de fossiele brandstofindustrie doet het door klimaatsceptici te financieren. De frisdrankindustrie doet precies hetzelfde.

    Steeds meer Amerikanen zien het drinken van frisdrank als het nieuwe roken: ongezond, zeer slecht voor de gezondheid en zelfs asociaal

    Maar Coca-Cola heeft daarbij nu een flinke bloedneus opgelopen. In zijn pogingen om aan te tonen dat suikerwater met een smaakje prima past bij een gezonde leefstijl, is het bedrijf net iets te ver gegaan, vinden critici. Daarvan zijn er steeds meer: zowel Coca-Cola als Pepsi kampen in de VS met teruglopende omzet. Steeds meer Amerikanen zien het drinken van frisdrank als het nieuwe roken: ongezond, zeer slecht voor de gezondheid en zelfs asociaal. De inspanningen om het drinken van frisdrank te associeren met een gezonde levensstijl lijken steeds vaker een tegengesteld effect te hebben.

    Energie-balans

    Coca-Cola is een belangrijke donateur voor wetenschappers die zich bezighouden met onderzoek naar obesitas. Vooral voor wetenschappers die zeggen dat vetzucht eigenlijk niet zozeer te maken heeft met een slecht dieet of het drinken van frisdrank, maar vooral is te wijten aan iemands energiebalans. Obesitas zou volgens die wetenschappers primair te verklaren zijn met te weinig beweging. Natuurlijk, beweging is gezond, dat weet iedereen. Maar het effect van beweging op overgewicht is minimaal in vergelijking met wat een mens aan calorieën consumeert.

    De discussie over die vraag is zeer actueel.  Overal neemt de druk toe om suikerhoudende frisdranken te weren, bijvoorbeeld op scholen en sportclubs. Na Mexico zijn er meer landen die een speciale frisdrankbelasting overwegen om de toenemende kosten voor de zorg wegens de sterke stijging van obesitas en diabetes 2 te kunnen betalen. Slecht nieuws voor frisdrankfabrikanten, zeker nu zelfs de consumptie daalt op Coca-Cola's thuismarkt Amerika . De fabrikanten hebben er dus belang bij om twijfel te zaaien over de precieze oorzaak van obesitas.

    Overal neemt de druk om suikerhoudende frisdranken te weren toe, bijvoorbeeld op scholen en sportclubs

    De New York Times onthulde onlangs dat Coca-Cola eind vorig jaar een miljoen dollar doneerde aan de Global Energy Balance Network (GEBN), een jonge internationale organisatie waarbinnen wetenschappers elkaar op de hoogte houden van de laatste ontwikkelingen in ‘de wetenschap van de energie-balans’. GEBN doet geen eigen onderzoek, het is meer een soort debatplatform dat wil wijzen op het belang van beweging bij obesitas. Het richt zich op zowel wetenschappers als geïnteresseerde consumenten. Daar is niet zoveel mis mee, zolang duidelijk is wie er belang hebben bij die boodschap en wie dat debat financieren. En juist dát was niet het geval. Volgens oprichter James Hill – een voedingswetenschapper – heeft Coca-Cola geen enkele invloed op de discussie in het netwerk. Maar op de vraag waarom Coca-Cola dan niet werd genoemd als sponsor van GEBN, stamelde Hill niet veel meer dan: ‘foutje’.

    Geldstromen

    Hill is typisch zo’n voedingswetenschapper die zich heeft gespecialiseerd in onderzoek dat wordt gefinancierd door de industrie. Vorig jaar stond zijn naam onder een onderzoek waarin zou zijn aangetoond dat mensen die suikervrije frisdrank drinken meer afvielen dan mensen die alleen water drinken. Financier van dat onderzoek: de American Beverage Association (ABA), waarvan ook Coca-Cola en PepsiCo lid zijn.

    Hills naam stond onder een onderzoek dat zou aantonen dat mensen van suikervrije frisdrank meer afvielen dan mensen van alleen water

    Natuurlijk is het in theorie mogelijk dat dit en ander door frisdrankfabrikanten gefinancierd onderzoek wetenschappelijk verantwoord is verricht en dat er integer verslag van de resultaten is gedaan. Maar een meta-studie naar dergelijke onderzoeken laat wel degelijk zien dat de resultaten de financier opmerkelijk vaak goed uitkomen. De kans dat er een gunstige conclusie uitrolt is vijf keer groter dan wanneer een onderzoek niet is gefinancierd door de ABA of de suikerindustrie.

    Het komt dan ook niet echt als een verrassing dat een collega-bestuurder van Hill bij GEBN vorig jaar een onderzoek presenteerde waaruit bleek dat er geen verband was tussen de consumptie van suikerhoudende frisdrank en obesitas. Het zijn wetenschappers van het type ‘u vraagt, wij draaien’. Hun witte laboratoriumjas verleent hun broddelwerk autoriteit en de pr-afdelingen van hun opdrachtgevers weten het resultaat handig in de ontbijt tv-shows te katapulteren.

    Kritiek

    De onthulling in de New York Times over Coca-Cola en de steun aan het netwerk voor de studie naar de energiebalans leidde tot een golf van kritiek. Ook al is Coca-Cola zeker niet de enige die onderzoeken financiert: KraftFoods, McDonald’s, Pepsi en Hershey doen precies hetzelfde. De resultaten van het onderzoek dat zij financieren hebben min of meer een gemeenschappelijke noemer. Ze omarmen het idee van een healthy lifestyle, waar product X of Y prima in past, mits met mate genoten en natuurlijk is het dan vanzelfsprekend dat je wel beweegt. En voor wie twijfelt is er altijd wel een onderzoek dat heeft aangetoond dat het helemaal niet zo slecht is.

    Dat soort onderzoeken is de basis van de nieuwe boodschap die frisdrankfabrikant Coca-Cola c.s. sinds 2012 uitdraagt: het is helemaal niet erg om een frisdrankje te drinken, zolang je er maar voldoende bij beweegt. Dan verbrand je calorieën en is er niets aan de hand. Nog beter: beloon jezelf na inspanning. En oh ja – knipoog –  met zoenen en sex verbrand je er ook een heleboel, wetenschappelijk bewezen. Dus frisdrank is nog sexy ook.

    Zo kan de frisdrankindustrie altijd wel een onderzoek uit de kast trekken. Wetenschappers zoals Hill leveren het graag, ze hebben er miljoenen mee verdiend. Dergelijk onderzoek heeft uiteindelijk maar één doel: voorkomen, op welke manier dan ook, dat de verkoop van frisdrank aan banden wordt gelegd.

    Zijn wetenschap en wetenschappers überhaupt nog te vertrouwen?

    Maar aan die wat louche praktijk lijkt een abrupt einde te komen, in elk geval wat Coca-Cola betreft. In reactie op de storm van kritiek op de financiering van dergelijk onderzoek, heeft het bedrijf beloofd om zijn investeringen op dat gebied te openbaren. Ook belooft Coca-Cola's ceo Muhtar Kent een panel van onafhankelijke adviseurs voor de financiële steun aan de academische aandacht voor hun product in te stellen. Meer transparantie dus. En meer open discussie over het onderzoek en de resultaten ervan.

    Het is een stap in de goede richting, een stap die uiteindelijk onvermijdelijk werd, nu elk onderzoek vrijwel onmiddellijk op internet is te verifiëren. Maar de kwestie legt ook de vinger op de zere plek: in hoeverre is wetenschappelijk onderzoek eigenlijk nog onafhankelijk? Zijn wetenschap en wetenschappers überhaupt nog te vertrouwen? En waarom moet een frisdrankfabrikant zo nodig onderzoek naar obesitas financieren?

    Strontschip

    De financiering van wetenschappelijk onderzoek is niet iets wat alleen aan Amerikaanse instellingen en onderzoeksinsitituten speelt. In de enquête die Follow The Money vorig jaar hield onder hoogleraren van Wageningen Universiteit zei bijna zestig procent van de ondervraagde wetenschappers dat het binnenhalen van financiering doorslaggevend is bij het bepalen van hun onderzoeksonderwerpen. Eenderde van de inkomsten van de landbouwuniversiteit komt tegenwoordig van externe opdrachtgevers. Dat wil niet zeggen dat al dat onderzoek per definitie corrupt is, maar het geeft wel aan dat er steeds minder tijd en financiële middelen zijn voor onafhankelijk en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Van de ondervraagde hoogleraren gaf 70 procent aan dat daarvoor op dit moment te weinig ruimte is.

    ‘als Wetenschapper moet je namelijk aan de opdrachtgever beloven welke resultaten je gaat leveren'

    De zorg daarover wordt gedeeld door wetenschapper Hans Clevers. Als president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) zei hij in een interview met Follow The Money dat de afhankelijkheid van derde geldstromen te ver is doorgeslagen. ‘Wetenschappers gaan andere onderzoeksvragen stellen om die schaarse financiering binnen te kunnen halen. De vragen worden defensiever: van risicovol naar risicomijdend. Je moet namelijk aan de opdrachtgever beloven welke resultaten je gaat leveren. De opdrachtgever controleert ook of een onderzoeker zich aan de afspraken houdt. Terwijl de uitkomst bij wetenschappelijk onderzoek eigenlijk per definitie onzeker is.’ Het is een slechte ontwikkeling voor de innovatiekracht van Nederland, vindt Clevers. ‘De Nederlandse wetenschap zit gevangen in een contract.’

    Wetenschappers die zich daarmee inlaten, lopen het gevaar, soms zelfs zonder zich daar volledig van bewust te zijn, te fungeren als vlag op strontschip. Ze ‘witten’ resultaten, of formuleren de vraagstelling van het onderzoek dusdanig dat het wel positief móet uitvallen voor de financier. De resultaten van dat onderzoek vormen een warme grabbelton voor de belanghebbende, die als financier meestal het recht heeft afgedwongen om er naar willekeur citaten uit te kunnen plukken.

    Skoll

    De internationale voedingsindustrie en de wetenschap zijn nauw met elkaar verweven. Het Global Energy Balance Network waarmee Coca-Cola zijn neus stootte geeft daarvan een aardig voorbeeld. De expert en board member voor Europa is de Deense prof. dr. Arne Astrup. Het toeval – of juist niet – wil dat de Deen ook bestuurslid is van het Nederlandse Kennisinstituut Bier. Astrup erkent dat hij van bier houdt, maar beweert dat zijn werk voor het instituut voortkomt uit louter wetenschappelijke interesse.

    ‘De gezondheidseffecten van gematigde bierconsumptie is een interessant onderwerp. Het is belangrijk om te communiceren wat we vandaag weten over gematigde bierconsumptie, dat we de gaten in onze kennis vullen en meer research mogelijk maken om onze kennis te vergroten,' zegt hij op de site van het Kennisinstituut. Astrup geldt als specialist op het gebied van obesitas en is president van The International Association for the Study of Obesitas. Misschien heeft hij niet zoveel verstand van bier, maar hij heeft wel een interessant netwerk, met toegang tot een mer-a-boire aan interessante data voor fabrikanten van drank.

    ‘De gezondheidseffecten van gematigde bierconsumptie is een interessant onderwerp’

    Wie het Kennisinstituut financiert is geen geheim. Dat zijn Nederlandse brouwers. Het overzicht van het onderzoek van het Kennisinstituut Bier laat zien dat er warme banden bestaan met onderzoekers te Wageningen. Dat is geen wonder: voorzitter Frans Kok is hoogleraar Voeding en Gezondheid aan deze universiteit. Ook weet het Kennisinstituut voor de financiering van onderzoek andere partners te vinden. Zo deed het onder meer samen met het European Foundation for Alcohol Research (ERAB) onderzoek naar ‘Drankvoorkeur en eetpatronen’. Zeer handige informatie voor drankproducten en daarvoor stelde ERAB 70.000 euro ter beschikking.

    De stichting ERAB is gevestigd te Brussel en noemt zichzelf een ‘onafhankelijke Europese alcohol onderzoeksstichting’, opgericht om biomedisch en psychosociaal onderzoek naar bier en andere alcoholische dranken te financieren. Onderzoekers verbonden aan een universiteit of onderzoeksinstelling kunnen een aanvraag doen. En wie dat betaalt? De ‘onafhankelijke’ stichting ERAB blijkt een initiatief van The Brewers of Europe, ‘de stem van de bierbrouwerijsector, die meer dan 90 procent van de Europese bierproductie vertegenwoordigt’.

    Wat je ook van ERAB kunt zeggen, onafhankelijk is deze stichting niet. Hetzelfde geldt voor onderzoek dat gefinancierd is door deze brouwersclub, ook al hangt er een keurig Wageningen University-labeltje aan.  Als u binnenkort leest dat bier helemáál niet dik maakt (zoals hier en hier), dan weet u waardoor dat komt. En niet vergeten: beweeg voldoende en eet gezond.


    Bent u ook op dubieus onderzoek of wetenschappers met een dubbele agenda gestuit? Laat het ons weten. Mail naar FTM Voedingsindustrie
    Over de auteur

    Arne van der Wal

    Gevolgd door 227 leden

    Mede-oprichter van Follow the Money. Houdt zich onder meer bezig met technologie-ontwikkeling en de voedingsindustrie.

    Lees meer

    Volg deze auteur

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid