Lockdown in Parijs; de starten langs de Seine zijn verlaten.
© EPA / Yoan Valat

Coronacrisis

De redactie van FTM volgt de coronacrisis op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde.

Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie. Wereldwijd gingen landen 'op slot';  beurzen maakten een enorme duikvlucht. Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan.

De uitwerking van de coronamaatregelen op de wereldeconomie is, net als het virus zelf, nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. Die zal overal pijn opleveren, en de maatregelen die we nu nemen zullen bepalen hoe de economie van de toekomst eruit zal zien. 

Nieuwe vragen doemen op: welke oplossing dient welke belangen; welke vragen raken ondergesneeuwd; hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? 

117 Artikelen

De comfortzone zit in lockdown

1 Connectie

Onderwerpen

Coronavirus
73 Bijdragen

Filosoof Hans Schnitzler realiseerde zich al snel: als er iets is waarmee we nu collectief worden geconfronteerd, is het de wetenschap dat ons bestaan grillig en kwetsbaar is. We zitten ineens allemaal in hetzelfde gammele schuitje en zijn hierdoor inniger dan ooit aan elkaar verwant. Nu de illusie dat veiligheid en gezondheid maakbaar zijn onder onze voeten is weggetrokken, kunnen we ons maar beter leren verhouden tot de grilligheid van het noodlot.

Afgelopen zaterdag, in de rij voor de incheckbalie op het vliegveld van Barcelona, de stad die op het punt stond om in lockdown te gaan, verslikte ik me in een Fisherman’s Friend. Mijn luchtpijp reageerde naar behoren, wat wil zeggen dat ik in een onbedaarlijke hoest- en proestbui schoot.

Dat had ik beter niet kunnen doen. De menigte om ons heen – ik stond daar met mijn 15-jarige dochter, die in Barcelona woont, en met wie ik halsoverkop de stad verliet – reageerde als door een wesp gestoken. Alle mondkapjes draaiden onze kant op: we werden getrakteerd op een tableau vivant van ontzette, passief-agressieve en soms ronduit grimmige blikken. Omdat ik weet dat elke groep bij toverslag in een meute kan veranderen (wie daarover meer wil weten: lees vooral Elias Canetti’s meesterwerk Massa en macht), gooide ik beide armen in de lucht onder luide aanzegging van de bezweringsformule: ‘Don’t worry! I just choked on a piece of candy, no corona!’  

Terwijl ik krampachtig probeerde de volgende hoestaanval te onderdrukken, spookte de gedachte ‘niets is vanzelfsprekend, alles is mogelijk’ door mijn hoofd. Dat is meteen een adequate samenvatting van mijn gemoedstoestand sinds dat overhaaste vertrek uit de Catalaanse hoofdstad. Hoe clichématig ook: als er iets is waarmee we nu collectief worden geconfronteerd, dan is het dat ons bestaan grillig en kwetsbaar is. Voor hele volksstammen is hun kwetsbaarheid een dagelijkse realiteit, maar voor het meer gefortuneerde deel van de mensheid – dat zich comfortabel en veilig waande en dacht het noodlot zo’n beetje bezworen te hebben – is deze crisis een ontnuchterende ervaring. Waren het tot voor kort vooral loopbaancoaches of zelfhulpgoeroes die je aanmoedigden om uit je comfortzone te stappen, nu zijn het moedertje natuur en vadertje staat zelf die, ieder op hun eigen wijze, duidelijk maken dat de comfortzone tot nader orde gesloten blijft.

We waanden ons immuun. Maar nu blijkt dat zelfs technologie en wetenschap even geen antwoord hebben op het noodlot

In die comfortzone waren God en de Grote Verhalen naar de periferie verbannen en hadden we veiligheid en gezondheid tot centrale geloofsbelijdenis verheven. Omdat de illusie bestaat dat veiligheid en gezondheid in de post-ideologische ruimte maakbaar zijn, waanden we ons immuun voor het noodlot. En als het noodlot dan toch toesloeg, dan betrof het altijd de Ander. Nu deze illusie wordt doorgeprikt, nu blijkt dat zelfs technologie en wetenschap even geen antwoord hebben op het noodlot, krijgen de woorden van de dichter Lucebert een wel heel pregnant karakter: ‘Alles van waarde is weerloos.’

Hoe kun je deze woorden op waarde schatten? Wat betekent deze dichtregel in de context van de coronacrisis? Hoe te handelen naar deze wijsheid? In hetzelfde gedicht schrijft Lucebert: ‘Wordt van aanraakbaarheid rijk.’ Die aanbeveling moet uiteraard niet letterlijk worden genomen – zeker nu niet – maar is een aansporing om ontvankelijk te zijn voor de breekbaarheid van het alledaagse leven. In een mooi interview uit 2016 zei filosoof Awee Prins hierover: ‘We moeten accepteren dat het leven niet beheersbaar en begrijpelijk is. Het leven is broos. Als je die broosheid omarmt en ook de broosheid van anderen, dan is er een nieuwe hartelijkheid mogelijk. En een nieuwe solidariteit. Er is alleen de broze alledaagsheid: laten we die omhelzen. Het gaat niet om zegevieren, het gaat om dulden.’

"Er bestaan geen eenduidige of snelle oplossingen voor problemen zonder precedent"

Die houding van dulden staat natuurlijk lijnrecht tegenover het meritocratische maakbaarheidsideaal dat zo kenmerkend is voor onze samenleving. Sterker nog, die vergt een haast oneigentijdse levenshouding, die nog het meest in de buurt komt van de manier waarop men in de christelijke traditie trachtte het noodlot te bezweren. Dat wil zeggen: het heeft geen zin je te verzetten tegen de goddelijke Voorzienigheid, we zijn allemaal onderworpen aan Zijn wetten en je kunt je maar beter schikken in je lot. Een seculiere vertaalslag hiervan zou kunnen luiden: aanvaard dat de feiten onvoorspelbaar en ongrijpbaar zijn, we zitten allemaal in hetzelfde gammele schuitje en zijn hierdoor inniger dan ooit aan elkaar verwant.

Een flinke scheut solidaire deemoed, aangelengd met een plens eigentijds heroïsme, is wat we nu moeten cultiveren

Tegelijkertijd vraagt het ethos van dulden in tijden van corona om een archaïsche vorm van moed zoals we die uit de Griekse tragedies kennen. Daar temmen de tragische helden het noodlot door het onversaagd tegemoet te treden en de verantwoordelijkheid op hun schouders te nemen. Deze heroïsche levenshouding, die vandaag massaal beoefend wordt door zorgverleners, vinden we in de westerse denktraditie terug bij Nietzsche: met zijn amor fati, de liefde voor het lot, zocht hij de grootheid van de mens in diens vermogen het noodlot te omarmen.

Een flinke scheut solidaire deemoed aangelengd met een plens eigentijds heroïsme; dat zijn de ingrediënten waarmee we ons kunnen trainen in de kunst van het dulden – een gave die we nu meer dan ooit nodig hebben. Dat we (voorlopig) niet zullen zegevieren, maar moeten dulden, vereist nog één onmisbaar ingrediënt: het vermogen je oordeel op te schorten. Er bestaan geen eenduidige of snelle oplossingen voor problemen zonder precedent. We tasten allemaal in het duister en elke beslissing leidt tot ongewisse uitkomsten. Een gezonde dosis twijfel kan uiteraard geen kwaad, maar wie zijn onzekerheid en broosheid probeert te smoren met een dikke saus van stellige opinies, doet zichzelf, zijn medemens en deze noodsituatie te kort.

‘Niets is vanzelfsprekend, alles is mogelijk,’ dacht ik in die vertrekhal waar de sfeer even beklemmend als surrealistisch was, zoals die dat nu overal is. Ergens schonken die woorden houvast. Misschien omdat ze hoopvol en troostrijk zijn, en raken aan de essentie van wat er nu van ons gevraagd wordt. Ik geloof dat ik die woorden de komende tijd als een mantra ga herhalen.

Hans Schnitzler
Hans Schnitzler
Filosoof, publicist, auteur van ‘Het digitale proletariaat’ (2015) en voormalig columnist voor de Volkskrant.
Gevolgd door 756 leden