Snapshot van live mobile data, zie https://www.nytimes.com/interactive/2019/12/19/opinion/location-tracking-cell-phone.html
© The New York Times

Ga het gevecht met de control freaks aan

2 Connecties

Onderwerpen

Smartphone surveillance
30 Bijdragen

In elke control freak schuilt een tiran, stelt Hans Schnitzler; in het gunstigste geval tiranniseert hij vooral zichzelf, in de meeste gevallen ook zijn omgeving. Die controle leggen we onszelf en elkaar op, soms uit vrije wil. We zijn zo de mede-ontwerpers van ons eigen huis van bewaring geworden, een huis waarin zelftoezicht en toezicht door anderen naadloos in elkaar over lopen. Toch gloort er hoop: Naarmate meer mensen in hun dagelijkse bestaan hinder ondervinden van de tirannieke tengels van de control freak, begint het tech-activisme vleugels te krijgen.

Er zijn mensen – wie kent ze niet – die niets liever willen dan heer en meester zijn over elke situatie die zich voordoet. Dergelijke types noemen we control freaks; ze zijn behekst door het verlangen om volledig grip te krijgen op hun eigen en andermans doen en laten. In elke control freak schuilt een tiran; in het gunstigste geval tiranniseert hij vooral zichzelf, in de meeste gevallen ook zijn omgeving. Dat heeft alles te maken met zijn behoefte om op elk moment in te grijpen, voordat fouten of vergrijpen zich kunnen voordoen.

In digitale tijden wordt de control freak op zijn wenken bediend. Of het nu gaat om het in kaart brengen van zijn hartritme, calorieverbruik, stressniveau, eetgewoonten of slaap- en bewegingspatronen: er is een app of gadget voor. Door zichzelf te monitoren en zichtbaar te maken wat voorheen onzichtbaar was, hoopt hij meer grip op zijn bestaan te krijgen en het noodlot te bezweren.

Controledrift is per definitie tomeloos; wie niets aan het toeval wil overlaten, zal ook andermans gangen moeten nagaan

Maar zelfsurveillance is niet genoeg. Controledrift is per definitie tomeloos; wie niets aan het toeval wil overlaten, zal ook andermans gangen moeten nagaan. Op die behoefte heeft de markt van gluurapparatuur gretig ingespeeld. Er bestaan allerlei apps waarmee je de handel en wandel van vrienden, geliefden of kinderen kunt volgen. Dat track & trace-producten met omineuze merknamen als mSpy, FlexiSpy of Glympse hun weg naar de consument weten te vinden, maakt vooral duidelijk dat het surveillance-kapitalisme spionage salonfähig heeft gemaakt.

Tegelijkertijd zijn de ach- en weeklachten niet van de lucht wanneer we voor de zoveelste keer bevestigd zien dat ook overheden en bedrijven ons voortdurend bespieden. Maar nadat de homo smartphonicus van zijn verontwaardiging is bekomen, stelt hij vervolgens blijmoedig zijn data beschikbaar om zo snel mogelijk van a naar b te komen of besluit hij zonder scrupules zijn kroost digitaal te begluren. Zou het kunnen zijn dat de tech-industrie ons het afgelopen decennium heeft weten te verleiden om de voorwaarden van de surveillancerealiteit stilzwijgend te accepteren? Hebben we ons als samenleving laten brainwashen en zijn we stilletjes gaan geloven dat de nadelen van surveillance niet opwegen tegen de voordelen ervan?

Daar heeft het alle schijn van. Zo verkondigde Piet Hein Coebergh, lector aan de Hogeschool Leiden, dat het leven in een Big Brother-samenleving meer voordelen dan nadelen oplevert en dat het te grabbel gooien van onze privégegevens daar de ‘best schappelijke’ prijs voor is. In het radioprogramma Met het oog op morgen ging ik met hem in discussie. Coebergh liet daar een staaltje intellectuele lenigheid zien: het zou in de menselijke natuur zitten om steeds meer gezien te willen worden. Waar hij deze evolutionaire wijsheid vandaan haalde weet ik niet, maar om uit het feit dat de surveillance-industrie ons almaar zichtbaarder maakt te concluderen dat de mens van nature geneigd is tot vergaande vormen van exhibitionisme, lijkt mij een nogal perverse omkering van oorzaak en gevolg. Verderop in het gesprek bleek dat Coebergh zijn dochters met zijn smartphone trackt – hij verklaarde daar ‘buitengewoon tevreden’ over te zijn.

Dat er bij de datamens een dode hoek dreigt te ontstaan die hem blind maakt voor de gevaren van het surveillancemodel, bleek eveneens uit de reacties op de indringende film Sorry We Missed Youvan de Britse regisseur Ken Loach. Loach laat erin zien hoezeer flexwerk en nulurencontracten – oftewel: de liberalisering en flexibilisering van de arbeidsmarkt – mensen in een wurggreep houdt en, in dit geval, een gezin ten gronde richt. De tragische Werdegang van pakketbezorger Ricky (de hoofdpersoon van de film) blies de discussie over de werkomstandigheden in deze sector nieuw leven in. Voor de Volkskrant was het zelfs aanleiding om tips te geven die het leed van de koerier moeten verzachten.

"Techwerkers komen steeds vaker in opstand tegen de onterende condities waaronder zij moeten werken"

Maar dat deze film tevens de relatie bevraagt tussen de moderne mens en zijn technologie, en laat zien hoezeer geavanceerd surveillancespul ons langzaamaan in slaven transformeert, kreeg veel minder aandacht. Hét apparaat dat Ricky van zijn waardigheid berooft, is een scanner die hem volgt en minutieus vastlegt wat hij doet. ‘This decides who lives and who dies,’ stelt de lompe opdrachtgever wanneer hij Ricky zijn scanner overhandigt. Met deze sleutelzin houdt de film ons een spiegel voor: we zijn in zekere zin allemaal Ricky geworden.

Onder het mom van zelfbeschikking en bewegingsvrijheid zijn we in digitale werkmieren veranderd, dag in dag uit in touw om alle informatie- en communicatiestromen in goede banen te leiden. We zijn, net als Ricky, allemaal in een digitaal maatpak genaaid dat ons opjut, uitput en bespiedt. Sorry We Missed You is daarmee een parabel over onze digitale conditie; slimme technologieën vervolmaken moderne vormen van uitbuiting en laten deze tot in de kleinste haarvaten van samenlevingen doordringen. Sterker nog, je zou zelfs kunnen stellen dat de digitale dwangbuizen die ons ‘gratis’ ter beschikking worden gesteld, voorwaarde zijn voor het ontstaan van een parasitair soort hyperkapitalisme dat uiteindelijk niemand onberoerd laat. Werk mee, monitor jezelf of verdwijn, is het credo. Jammer genoeg heeft geen enkele recensent of commentator zich aan een dergelijke bespiegeling van de film gewaagd.

Ergens is het alsof dit ethos als een virus is overgeslagen naar de samenleving als geheel, alsof we allemaal stukje bij beetje in control freaks zijn veranderd

Dat technologie een belangrijke katalysator kan zijn voor machtsmisbruik en mensontwaarding, blijkt uit een ronduit huiveringwekkend stuk van The New York Times over smartphone-tracking. Wat deze knappe journalistieke productie laat zien, is dat we ons hebben uitgeleverd aan microscopische zichtbaarheid en controle. Na lezing van dit artikel is er geen ontkomen aan: we zijn de mede-ontwerpers van ons eigen huis van bewaring geworden, een huis waarin zelftoezicht en toezicht door anderen naadloos in elkaar over lopen.

De kunst om alles tot een geautomatiseerd systeem te reduceren, een beheersstructuur waar inefficiënties en toevalligheden uit verbannen zijn, komt niet uit de lucht vallen. In zijn boek De coders beschrijft tech-denker en programmeur Clive Thompson de obsessie van programmeurs met voorspelbaarheid, efficiency en optimalisering. Op het gevaar van stereotypering af: deze ‘onzichtbare architecten van de maatschappij’ hebben zich toegelegd op het bouwen van een wereld waarin niets aan het toeval wordt overgelaten. Totale controle is het devies. Ergens is het alsof dit ethos als een virus is overgeslagen naar de samenleving als geheel, alsof we allemaal stukje bij beetje in control freaks zijn veranderd.

De jaren ’10 van deze eeuw hebben in het teken gestaan van het optuigen van een controlfreakerig surveillance-apparaat. Wat mij betreft zouden de jaren ’20 in het teken moeten staan van de gestage ontmanteling ervan. Wat dit aangaat zijn de voortekenen best gunstig. Zo begint Nederland het decennium met een spannende uitspraak in de SyRI-rechtszaak. Een groep belangenorganisaties en bezorgde burgers (waaronder de schrijvers Maxim Februari en Tommy Wieringa) hebben de Nederlandse staat gedaagd om het Systeem Risico Indicatie een halt toe te roepen. Dit frauderisicosysteem maakt het mogelijk om – in theorie althans – de belastingontduiker te ontmaskeren nog voordat hij aangifte heeft gedaan. (De praktijk blijkt een stuk weerbarstiger: mensen worden door SyRI wel bovenmatig in de gaten gehouden, maar het systeem heeft nog niemand ‘gevangen’.) Worden de klagers in het gelijk gesteld, dan heeft dat in potentie vergaande gevolgen voor de digitale surveillancebevoegdheden van de overheid. 

Ook elders in de wereld komen politici, ngo’s en burgers in beweging om de alziende blikken van publieke en private partijen te beteugelen. Naarmate meer mensen in hun dagelijkse bestaan hinder ondervinden van de tirannieke tengels van de control freak, begint het tech-activisme vleugels te krijgen. Uit onderzoek van The Guardian blijkt dat techwerkers (een steeds groter deel van de beroepsbevolking) steeds vaker in opstand komen tegen de mensonterende arbeidsomstandigheden waaronder zij geacht worden te werken. Met name tech-titanen als Google en Amazon worden bovengemiddeld vaak van zulke praktijken beticht.

Het zijn allemaal hoopgevende berichten, zo op de grens van het nieuwe decennium. Tegelijkertijd zullen we ook het gevecht met de kleine tiran, de control freak die in potentie in ons allemaal huist, moeten aangaan. Dit kleine beest is het afgelopen decennium vetgemest door de tech-industrie. Met allerlei track & trace-middelenheeft men de illusie gewekt dat controle en toezicht nastrevenswaardige idealen zijn. Vertrouw niet op jezelf of je intuïties, maar luister naar wat je alziende en alwetende tech-buddy je influistert; alleen zo krijg je grip op je leven, luidt de boodschap. Deze ‘mindset’ zie je ook terug bij de overheid die haar eigen burgers amper nog vertrouwt en hen liever tot op de vierkante millimeter controleert. Maar de prijs die we voor de fictie van alwetendheid betalen – als samenleving en als individu – is juist de afschaffing van vertrouwen. Want als je van tevoren alles weet (of denkt te weten), maak je vertrouwen overbodig. ‘Vertrouwen is slechts mogelijk in een toestand tussen weten en niet-weten,’ aldus de filosoof Byung-Chul Han in zijn essay De transparante samenleving. Voor de control freak mag dat een huiveringwekkende gedachte zijn, voor de mens is deze wijsheid het meer dan waard om geleefd te worden.

Ik wens u dan ook een vertrouwenwekkend 2020 toe, en een decennium waarin we de valse beloften van grote en kleine control freaks weten te weerstaan.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Hans Schnitzler

Gevolgd door 546 leden

Filosoof, publicist, auteur van Het digitale proletariaat (2015) en voormalig columnist voor de Volkskrant.