https://pixabay.com/nl/illustrations/mobiele-telefoon-corona-app-virus-5308834/
© iXimus via Pixabay

Coronacrisis

De redactie van FTM volgt de coronacrisis op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde.

Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie. Wereldwijd gingen landen 'op slot';  beurzen maakten een enorme duikvlucht. Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan.

De uitwerking van de coronamaatregelen op de wereldeconomie is, net als het virus zelf, nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. Die zal overal pijn opleveren, en de maatregelen die we nu nemen zullen bepalen hoe de economie van de toekomst eruit zal zien. 

Nieuwe vragen doemen op: welke oplossing dient welke belangen; welke vragen raken ondergesneeuwd; hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? 

117 Artikelen

Met een app bestrijd je corona niet (maar ondermijn je mogelijk wel burgerrechten)

Het ministerie van VWS wil via telecomdata in kaart brengen hoe en waar burgers zich bewegen, om zo het nieuwe virus beter te kunnen volgen. Minister Hugo de Jonge heeft aangekondigd binnenkort met een wet te komen die het mogelijk maakt zulke data op te vragen bij telecomproviders. Ook wordt nog gewerkt aan een tracking-app; die wordt waarschijnlijk op korte termijn gelanceerd. Gastauteur en jurist Jacob van Kokswijk brengt de haken en ogen van zulke technologische oplossingen in kaart en vraagt zich af of de overheid niet afstevent op het zoveelste ict-debacle.

Kunnen vaststellen waar een persoonsgebonden apparaat – zoals een mobieltje – zich bevindt, lijkt waardevolle informatie tijdens een pandemie. Men denkt zo te kunnen zien wie wanneer waar was. Maar waar een telefoon is, zegt niet alles over de bewegingen van de gebruiker(s) van die telefoon; en niet de bewegingen van mensen zijn belangrijk, maar die van het virus. En het virus kunnen we minder makkelijk volgen: het is tot nu toe onmogelijk om via elektronische locatie-en contactgegevens exact te bepalen aan wie een besmet persoon het virus mogelijk heeft doorgegeven. De overheid wil daarvoor graag technologie inzetten: telecomdata, om mensen te volgen, en een tracking-app, om besmettingen te volgen.

Vanwaar die verzameldrift van bewegingsgegevens van burgers? Simpel: het lijkt handig. Omdat het virus zijn sporen achterlaat bij mensen, en veel mensen een telefoon bij zich dragen, ligt het gebruik van telefoonnetwerken voor de hand. Bijna overal om ons heen staan zendmasten met meerdere richtingsgevoelige sectorantennes, die elk 120 graden horizontaal bestrijken, waarmee telefoons frequent in verbinding zijn.

Zo wordt iemands dagelijkse gedrag bekend. Dat maakt dit soort volgtechnologie tot angstaanjagend gereedschap

Telecomproviders weten op elk moment welk 06-nummer met welke zendmast in verbinding is. Door middel van signaalvergelijking kan een positie worden berekend, met een nauwkeurigheid van enkele tientallen meters (Precise Subscriber Location, PSL). Zo kan worden ingeschat waar de telefoon zich bevindt en waarheen die zich verplaatst. Via die locatiepeiling zijn de coördinaten van de telefoon getraceerd, in breedte- en lengtegraad. Telecommunicatiebedrijven in veel landen monitoren op grote schaal mobiele telefoons en registreren de locaties daarvan (DCM). Dat is nodig voor technische doeleinden, maar er kan meer mee worden gedaan. De daaruit voortkomende informatie wordt geanonimiseerd en beschikbaar gesteld, veelal tegen betaling, aan bedrijven en overheden, bijvoorbeeld voor filemeldingen en crowd control.

Individueel volgen via een PSL- of DCM-navraag gebeurt in westerse landen alleen onder strikte voorwaarden door politie of veiligheidsdiensten. Ondanks de restricties bieden handige ondernemers en hackers soelaas voor wie wil weten waar een specifieke telefoon (en diens gebruiker) zich bevindt. Uit de verplaatsingen van die telefoon kun je patronen afleiden, waarmee het dagelijkse gedrag van de gebruiker bekend wordt. Dat maakt dit soort volgtechnologie tot angstaanjagend gereedschap.

Wil de overheid rechtmatig gebruik kunnen maken van de telecomdata van burgers om het aantal besmettingen met het nieuwe coronavirus in te dammen, dan moet eerst een aantal vragen beantwoord worden. Zijn telecomdata nauwkeurig genoeg om de verspreiding van het virus te volgen? Dragen die telecomdata echt bij aan het verminderen van het aantal geïnfecteerde mensen? Hoe verhouden zulke plannen zich tot de privacy? Kan de overheid überhaupt dit soort informatie wel verwerken?

Met burgergegevens ben je de man

Op 24 maart 2020 meldde de Europese Commissie dat zij van plan is telecomdata van miljoenen Europeanen op te (laten) vragen bij telecombedrijven. Eurocommissaris voor de interne markt Thierry Breton wees ter toelichting op ‘de noodzaak om geanonimiseerde metadata van mobiele telefoons te verzamelen, teneinde inzicht te krijgen in de patronen van de verspreiding van het coronavirus.’ Yvo Volman, hoofd ‘Data Policy and Innovation’ van de EC, vulde aan: ‘De huidige crisis laat het enorme potentieel zien van data; de impact van data-analyse op de beleidsbeslissingen is groot. Data maken een groot verschil in deze crisis.’

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moet echter de bescherming van ieders privéleven en persoonsgegevens waarborgen. Europarlementariër Sophie in ’t Veld wilde meteen de verzekering van Breton dat de informatie die telecommunicatiebedrijven verstrekken, geanonimiseerd is en blijft. Breton antwoordde op 25 maart ‘dat het in het gevecht tegen deze gezondheidscrisis van eminent belang is dat we kunnen anticiperen op de verspreiding van het virus, en kunnen voorspellen wanneer dat in een land zal pieken. Dat is cruciaal om de beschikbaarheid van medische apparatuur en uitrusting te kunnen plannen’. Breton beloofde dat alle gegevens verwijderd zouden worden zodra de crisis ten einde liep, en dat alle opgehaalde informatie volledig ‘geanonimiseerd’ zou zijn, maar gaf niet gedetailleerd aan hoe dat kon worden gegarandeerd.

"Dat weerhield de Nederlandse overheid er niet van de telefoongegevens van burgers te willen vergaren"

Privacy-organisaties hadden forse kritiek op het plan. Hun argumenten: het schendt de privacy en is disproportioneel, het levert onbetrouwbare data op, en bovendien te veel om te analyseren. Op 1 april 2020 publiceerde de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) een uiterst kritische reactie: het precieze doel van het opvragen van de data acht zij onduidelijk, en een wettelijke basis ervoor ontbreekt. Er is een nieuwe wet nodig, stelt de AP, die dan wel binnen de strenge Europese privacyregels moet passen.

Dat weerhield de Nederlandse overheid er niet van om de telefoongegevens van burgers te willen vergaren. Op 6 mei meldde minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge aan de Tweede Kamer dat het kabinet zo de beweging van mensen in kaart wil brengen. Deze data moeten, in combinatie met informatie van huisartsen en onderzoek naar de aanwezigheid van het virus in rioolwater, het RIVM inzicht geven in het verloop van de besmettingen. Het kabinet meldt nu dat het ‘een wijziging van de Telecomwet voorbereidt om een gedegen wettelijke basis te creëren voor het delen van telecomdata tijdens een pandemie’.

Apps om besmettingen in kaart te brengen

Behalve mensenstromen in kaart brengen, willen overheden ook via mobiele apps potentiële besmettingen achterhalen en een waarschuwingssysteem opzetten. VPNgids publiceerde begin april een uitputtend overzicht welke apps overheden nu (willen) inzetten om verspreiding van het virus tegen te gaan, en hoe die landen daarbij omgaan met privacy. Bij de meeste van deze tracking-apps is het doel om snel te achterhalen wie gedurende langere tijd in contact is geweest met een coronapatiënt. Maar hoe betrouwbaar is dat? En tegen welke prijs komt dat voordeel?

De overheid wil snel handelen, de wetenschap is kritisch en de overheid past dan maar de regels aan, totdat de rechter haar terugfluit

Zelfs wanneer je zou kunnen bepalen wie in iemands potentieel besmettelijke zone verkeerde, is het cruciaal om te weten op welke plek die mensen waren, en onder welke omstandigheden. Was dat op aanraakafstand of op ruim anderhalve meter? Zat er een muur of een perspex plaat tussen deze mensen? Gebeurde het binnenshuis of buiten? Droegen ze een mondkapje? Was er sprake van ventilatie, wind of lichaamsvocht?

En het is maar de vraag of regeringen na de coronacrisis afstand doen van de data die ze nu zouden vergaren over waar hun burgers zich allemaal ophouden. De vraag of de mensenrechten wel geborgd zijn, slaan overheden makkelijk over.

De overheid wil snel handelen, de wetenschap is kritisch en de overheid past dan maar de regels aan, totdat de rechter haar terugfluit. De gang van zaken in Australië en het Verenigd Koninkrijk belooft niet veel goeds. Nadat de regering van Australië liet blijken interesse te hebben in de TraceTogether-app die in Singapore wordt gebruikt, publiceerden onderzoekers van de universiteiten van Melbourne en Macquarie een privacy-review van die app.

De privacy van de andere appgebruiker waarmee contact was geweest, was goed geregeld, evenals de maatregelen tegen kwaadwillende gebruikers. De telefoon slaat via bluetooth alle (radiografische) contacten binnen bereik op. Zodra een gebruiker positief is getest, moet die (verplicht) toestemming geven aan de server om de log van al zijn contacten in de voorgaande 3 weken te decoderen. De overheidsserver beschikt dan over de privégegevens van een gebruiker, ook als die niet is geïnfecteerd. Zo kan de server de identiteit van de TraceTogether-gebruikers verkrijgen die in contact zijn geweest met de geïnfecteerde gebruiker. Deze – mogelijk niet-geïnfecteerde – gebruikers hebben niet langer controle over hun privacy. Ook bleek de overheid makkelijk misbruik te kunnen maken van de gegevens.

De Australische overheid heeft desondanks eind april 2020 de CovidSafe-app geïntroduceerd, gebaseerd op TraceTogether. Het downloaden en gebruiken van de app is vrijwillig. Op 13 mei 2020 hadden 5,7 miljoen Australiërs de app op hun smartphone gezet. Volgens de Australische regering moet minimaal 40 procent van de bevolking de app installeren voor een afdoende effect. Het land telt zo’n 25 miljoen inwoners.

Dossier: Coronacrisis

De maatregelen om de verspreiding van het coronavirus in te dammen zijn ongekend; de uitwerking ervan nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. De maatregelen die we nu nemen zullen bepalen hoe de economie van de toekomst eruit zal zien. Hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? Welke oplossing dient welke belangen? Die vragen staan centraal in dit dossier.

Wil je niets missen? Schrijf je in, dan sturen we je een seintje als er een nieuw artikel online staat.

Lees verder Inklappen
Inschrijven

Eenzelfde traject liep in het Verenigd Koninkrijk. Daar besloten de regering en de National Health Service (NHS) een eigen app te ontwikkelen, waarbij de NHS een minimum van 80 (later bijgesteld tot 60) procent gebruikers hanteert. Het Ada Lovelace Institute (ALI), gespecialiseerd in data, algoritmen en kunstmatige intelligentie, concludeert in Exit through the App Store? klip en klaar: ‘Momenteel is er onvoldoende bewijs om te stellen dat digitaal contacten traceren een effectief technologisch middel is in deze pandemie. De technische beperkingen, de obstakels voor effectief gebruik en de sociale impact ervan, verdienen meer aandacht vooraleer digitaal traceren kan worden ingezet.’

Het ALI waarschuwde dat mensen verlokken om – in ruil voor meer bewegingsvrijheid – de app te gebruiken tot perverse keuzes kan leiden. Omgekeerd voorziet het instituut dat de jeugd met een vals alarm een vrije schooldag kan regelen. Het ALI verwerpt het idee van digital immunity certificates, onderdeel van de voorgestelde app: misbruik, discriminatie en stigmatisering liggen voor de hand. Een andere kritische noot kwam van de Open Society Foundation, die deskundige juristen vroeg om vanuit de optiek van mensenrechten een voorlopig advies te geven over het juridische kader met betrekking tot het recht op privacy en bescherming van persoonsgegevens. Zij fileerden het NHS-plan. Desondanks startte de Britse regering op 8 mei een pilot met hun corona-app op het eiland Wight. Na afloop daarvan concludeerden de Britten dat er nog veel technische problemen zijn op te lossen.

Het blijkt bijvoorbeeld mogelijk te zijn iemand via een valse besmetmelding te isoleren

Er is meer krom dan recht 

Is er nog recht op privacy in de digitale wereld? De Information Commissioner in het VK stelde zich bij het NHS app-project aanvankelijk positief op, met de opmerking dat een decentrale aanpak de privacy het beste zou beschermen, maar lijkt na alle commotie over misbruikvoorbeelden (het blijkt bijvoorbeeld mogelijk om iemand via een valse besmetmelding te isoleren) haar handen in onschuld te wassen.

Hoewel het waarschijnlijk is dat er maatregelen moeten worden genomen die de mensenrechten schenden – bijvoorbeeld het recht op vrijheid (art. 5 EVRM) en het recht op eerbiediging van het gezinsleven (art. 8 EVRM) – moet dit worden gedaan op een manier die evenredig en proportioneel is. In het Verenigd Koninkrijk is het Comité Mensenrechten van het Britse parlement in actie gekomen om de regeringsmaatregelen te toetsen. De ICO, een zusterorganisatie van onze AP, leverde ook commentaar op zowel de regerings-app als het Apple/Google-initiatief.

Het gebrek aan kennis over en het grote vertrouwen in technologie leidt tot een hybride kruising tussen natuurkundige wetten (hoe gedraagt een radiosignaal als bluetooth zich, afhankelijk van demping, reflectie, propagatie), biochemische wetten (hoe gedraagt een virus zich in de lucht, afhankelijk van temperatuur, luchtvochtigheid en luchtstroming), juridische wetten (kun je een burger verplichten met het appgebruik zijn privacy op te geven als voorwaarde om zich vrij te mogen bewegen) en technosolutionisch denken. Tel daarbij op dat er bij dit soort crisisbesluiten in hoofdzaak gebruik wordt gemaakt van nieuwe technologieën die niet bewezen hebben bij massaal gebruik de gewenste nauwkeurigheid op te leveren, en je hebt de ideale broedplaats voor fouten – met vergaande consequenties voor de mensenrechten van burgers. En uit het toeslagenfiasco bij de belastingdienst blijkt: wie eenmaal een stempel of etiket krijgt, raakt dat niet meer kwijt, zelfs al word je nadien 100 procent onschuldig verklaard.

Wat we al weten, zijn we vergeten

Wie dit alles leest, zal zich afvragen waarom er vooraf geen onderzoek is gedaan. Het pijnlijke is dat er veel wetenschappelijk onderzoek is gedaan, met meerdere praktijktesten, over vele jaren. Het testen van de verspreiding van een virus via contact en wind gebeurde al in de Tweede Wereldoorlog in Schotland, met het miltvuurvirus (antrax). Desalniettemin werd deze kennis genegeerd bij de uitbraak van bijvoorbeeld de Q-koorts.

"In diverse onderzoeken is beschreven hoe (on)veilig bluetooth is, en de tekortkomingen werden snel duidelijk"

De ontwikkeling van bluetooth in 1998 leidde wereldwijd tot studies naar bluetooth based positioning services,met een waslijst aan wetenschappelijke presentaties, verslagen en artikelen als resultaat. In diverse onderzoeken is beschreven hoe (on)veilig bluetooth is, en de tekortkomingen werden snel duidelijk. De specificatie biedt geen cryptografisch mechanisme dat kan worden ingezet om te verzekeren dat data niet tijdens de verzending kunnen worden veranderd. Bluetooth-contactherkenning via telefoons werd gebruikt om bezoekersstromen te volgen tijdens een jaarlijks festival in Gent (vanaf 2010) [bron 1, bron 2]. De uitkomst was dat de betrouwbaarheid te wensen liet. Heel vreemd was dat niet: bij de ontwikkeling van bluetooth was afstands- en positiebepaling alleen van belang als er onderling storing zou kunnen ontstaan, vertelde bluetooth-uitvinder Jaap Haartsen in 2004.

Heb je een slecht signaal, dan krijg je slechte data

Onderzoek naar de bruikbaarheid van bluetooth bij het determineren van sociale gemeenschappen vond plaats in 2012. Vedran Sekara en Sune Lehmann bestudeerden de kracht van vriendschapsbanden met behulp van nabijheidssensorgegevens, om te begrijpen hoe belangrijk onderlinge omgang en socialiseren zijn in veel contexten, van ziektebestrijding tot stadsplanning. Zij onderzochten gedurende 119 dagen in 2012-2013 in hoeverre de bluetooth signaalsterkte-parameter iets zegt over netwerkeigenschappen en (online) vriendschappen. Ze combineerden bij de meeste deelnemers de via de telefoons verzamelde gegevens (wie is bij wie waar en hoelang in de buurt geweest) met online gegevens, zoals sociale grafieken van Facebook, en valideerden de vriendschapskwaliteit. De onderzoekers toonden aan dat het verwijderen van de telefoons met zwakke bluetooth-ontvangst de netwerkstructuur beïnvloedt. Heb je een slecht signaal, dan krijg je slechte data.

Inmiddels hebben Apple en Google de handen ineengeslagen om hun besturingssystemen geschikt te maken voor track- en trace-apps, waarbij gebruikersgoedkeuring en privacy centraal zouden staan. Ze willen daarvoor gebruikmaken van bluetooth. Maar pas over enkele jaren komt, met de geplande upgrade van het bluetooth-protocol naar versie 6, een generatie smartphones met nauwkeuriger afstandsbepaling op de markt.

"Onderzoek naar de juridische grondslag om bluetooth te gebruiken als ‘snuffelpaal’ is naar mijn weten nooit verricht"

Er zijn wel verkenningen geweest naar de rechtmatigheid van dataverzameling in het algemeen, maar onderzoek naar de juridische grondslag om bluetooth te gebruiken als ‘snuffelpaal’ of het afstaan van je eigen contactgegevens via een (verplichte?) virus-app is naar mijn weten nooit verricht, net zo min als onderzoek naar wie nu formeel de eigenaar is van de via deze radioverbinding uitgewisselde gebruikerskenmerken in je telefoon. Als de data in, uit en naar een telefoon door combineren en deduceren tot een persoon te herleiden zijn, vallen ze, zoals telecomjurist en hoogleraar Ian Lloyd in zijn handboek betoogt, onder de AVG en mag de overheid die niet zonder toestemming aftappen. Vooralsnog lijkt elke wettelijke grondslag voor het inzetten van deze apps te ontbreken.

De weg terug naar normaal 

Medio mei 2020 publiceerde de Europese Commissie een Europese exit-strategie voor de pandemie. Volgens de EC moeten we vooruit kijken, zodat de lidstaten de inperkingsmaatregelen stap voor stap kunnen opheffen en we onze samenleving en economie nieuw leven kunnen inblazen. Het uitgangspunt: ‘Er bestaat geen geleidelijke, wetenschappelijk onderbouwde en doeltreffende exit-strategie die overal werkt, maar in ieders belang moeten de EU-landen hun aanpak wel zo goed mogelijk onderling coördineren.’ Of we de maatregelen kunnen afbouwen, hangt af van drie criteria: 

  • verspreidingstempo: het aantal ziekenhuisopnames en/of nieuwe gevallen moet langere tijd dalen of stabiel blijven; 
  • zorgcapaciteit: er moeten genoeg ziekenhuisbedden, geneesmiddelen, beschermingsmiddelen enzovoorts zijn; en 
  • monitoringcapaciteit: er moet op grote schaal kunnen worden getest om besmette mensen snel te identificeren en isoleren, en het moet mogelijk zijn besmettingen te volgen en traceren. ‘Hiervoor kunnen mobiele apps worden gebruikt, mits de privacy niet in het gedrang komt,’ aldus de EC. 

Met het dramgedrag van het ministerie van VWS om Nederland aan de tracing-app te ‘helpen’, zouden we bijna vergeten dat ook grote werkgevers er een handje van hebben om controlemiddelen en volgtechnieken te gebruiken. Via stille verkoopkanalen bieden bedrijven uit China, Israël en de VS onder de vlag van covid-19 allerlei bestaande (online) surveillance-apparatuur en -technieken aan, die nu een opgepoetst doel hebben. Terwijl ze enerzijds nabij contact voorkomen, dienen ze anderzijds veelal ook hun basisdoel: spioneren, controleren en surveilleren.

Een covid-19-app die waarschuwt dat de vergaderzaal vol is, dat een collega te dichtbij staat, of dat de lift bezet is, lijkt een bijdrage te leveren aan het anderhalvemetertijdperk, maar biedt ook een controlemiddel voor wantrouwende werkgevers die precies willen weten waar hun medewerkers uithangen. Tel daarbij bedrijven als ASML en Nedcar op, die in strijd met alle privacyregels de voorhoofdstemperatuur van hun werknemers meten voordat zij het gebouw in mogen, en je hebt het nieuwe normaal van de Brave New World.

Geen technofix

Draconische maatregelen bij een pandemie zijn niet nieuw. Ook de Grieken en Romeinen troffen al preventieve maatregelen. Test, trace and isolate werd al vanaf 1347 toegepast `– alleen is de uitvoering in 2020 uiteraard anders.

Ik constateer dat de huidige regeldrift, in combinatie met technologische onkunde en de misschatting van menselijk gedrag, onze grondrechten aantast. De (vaak niet eens formeel vastgelegde) nieuwe regels beperken onze bewegingsvrijheid, ons recht op samenkomst, onze vrijheid van demonstratie vergaand. Er is ingegrepen op diepgewortelde rituelen. Zo konden we veelal geen bezoek brengen aan stervenden, geen afscheid nemen van doden. Fysiotherapeuten en sportscholen moesten de deuren sluiten. Ziekenhuizen hielden normale behandelingen af. Privacy-waarborgen die we hebben bevochten, dreigen met alle dataverzameling en -opslag zonder democratisch proces met voeten te worden getreden. Er worden surveillancemiddelen voorbereid die disproportioneel zijn, en die – gezien de foutkansen – minder zullen bijdragen dan de inzet van mensen (het aloude contactonderzoek). Zoals Paul Frissen het uitdrukte: ‘In coronatijd glorieert de regelmaker. Bestuurders zitten stevig in het zadel, want het debat is omwille van de noodtoestand verstomd.’

Betrouwbare software ontwikkelen duurt even lang als een betrouwbaar vaccin ontwerpen

Datagestuurde technologieën kunnen in een mitigatiestrategie effectieve instrumenten zijn, maar zijn geen vervanging van beleid. Informatie- en communicatietechnologie lijken met het internet wel het karakter van een buffet te hebben – voor elk wat wils, pak wat je nodig hebt – maar de complexiteit en interoperabiliteit ervan vergt dat we, op vele fronten, multidisciplinair en zorgvuldig te werk gaan. Wie een technofix in gedachten heeft om een tekort aan mensen, middelen of tijd in recordtempo te verhelpen, moet geen technisch hoogstandje verwachten. Laat staan dat je zoiets vernuftigs à la minute kunt laten maken. Betrouwbare software ontwikkelen duurt even lang als een betrouwbaar vaccin ontwerpen.

Als het ministerie van VWS met apps wil pionieren en daarbij kwaliteit, bruikbaarheid, veiligheid en privacy oprecht serieus neemt, ligt een prachtig oefenterrein braak bij het nog altijd heersende Q-koortsvirus. Nu uit jarenlang onderzoek duidelijk is dat het Q-koortsvirus zich met de wind tot wel 2 kilometer rondom een geitenhouderij verspreidt, en er nog altijd mensen ziek van worden (en vaak definitief arbeidsongeschikt), zou minister De Jonge zijn stoute schoenen eens moeten aantrekken om een app te laten ontwikkelen die anonieme passanten anoniem waarschuwt als ze de geiten naderen. Als je longen je lief zijn, fiets je de andere kant op. Bluetooth-stations (beacons) en een eenvoudige app (trigger: You are about to enter an area that might disperse Q-fever) zijn snel geregeld. De handleiding en wetenschappelijk getoetste praktijkvoorbeelden staan op internet.

De overheid heeft een track record in tracing, maar raakt ondanks (of wellicht: juist dankzij) alle data toch vaak het spoor bijster. De bewegingsvrijheid die ons wordt beloofd als we een tracing-app gaan gebruiken, is een schijnvrijheid. Zij veroorzaakt ontwijking en uitsluiting. Ook het Apple/Google-initiatief is een wolf in schaapskleren. Mocht ons het duivelse dilemma ‘neem de app of blijf thuis’ worden opgelegd, raad ik iedereen burgerlijke ongehoorzaamheid aan, bijvoorbeeld door prepaid simkaarten te hamsteren en *21 in te schakelen.

Jacob van Kokswijk
Jacob van Kokswijk (71) was hoogleraar virtualisatie (onderdeel van cybernetica) aan de medische faculteit van de KU Leuven.
Gevolgd door 27 leden