Vanaf 2016 mag een nieuwe directeur/bestuurder van een woningcorporatie nooit meer verdienen dan een minister. Uit een KPMG-rapport blijkt dat veel zittende bestuurders bang zijn voor de effecten van de Wet Normering Topinkomens. Behalve beloningen kan ook de kwaliteit van het corporatiebestuur dalen, denken velen. Dat is maar de vraag, vindt Peter Hendriks.

    Directeur/bestuurders van een woningcorporatie noemden zichzelf tot voor kort graag maatschappelijk ondernemer. Daar hoorde natuurlijk ook een ondernemer waardig salaris bij. Dat ze werkten met maatschappelijk bestemd vermogen en niet failliet konden gaan, deed daar in hun ogen niets aan af. Op 1 januari 2016 wordt de maatschappelijke ondernemer symbolisch te grave gedragen. De tweede fase van de Wet Normering Topinkomens (WNT) treedt dan in werking. Vanaf  dat moment mag een nieuwbenoemde directeur/bestuurders, van een corporatie met meer dan 50.000 woning en in een gemeente met minimaal 100.000 inwoners, maximaal 178.000 euro per jaar verdienen. Dat is inclusief pensioenopbouw, bijtellingen en onkosten.

    Ministerssalaris

    Dat bedrag is de absolute bovengrens en komt overeen met een ministerssalaris. Sinds begin 2013 gold al dat deze kopgroep van bestuurders nog maar 130 procent van een ministerssalaris mocht verdienen. Dat kwam neer op 230.434 euro. Aan de onderkant is ook een grens getrokken. Zeer kleine corporaties - organisaties tot 750 woningen en actief in gemeenten tot 100.000 inwoners - zien in 2016 het maximum salaris dat ze een nieuwe directeur/bestuurder kunnen bieden, dalen van 82.100 euro tot ruim 70.000 euro. In het recente verleden werden er heel andere bedragen neergelegd voor een topman. Vestia’s Erik Staal de man die verantwoordelijk was voor de gigantische derivatencrisis, spande de kroon met een jaarinkomen van bijna een half miljoen euro.
    Maserati-man Hubert Möllenkamp van Rochdale toucheerde een (officieel) jaarsalaris van 365.000 euro
    Maserati-man Hubert Möllenkamp van Rochdale toucheerde een (officieel) jaarsalaris van 365.000 euro.

    Krijg je apen?

    In het echte bedrijfsleven wordt uitgegaan van een zeker verband tussen de kwaliteit van de bestuurder en het salaris: If you pay peanuts, you’ll get monkeys. De grote vraag is of deze wijsheid ook op gaat voor de corporatiesector? Met andere woorden: willen getalenteerde managers nog steeds verantwoordelijk zijn voor een organisatie met vele tienduizenden woningen en vele honderden werknemers voor een ‘schamel’ ministerssalaris? Vera Nijwening deed onderzoek naar deze vraag en studeerde hierop af aan de Universiteit van Amsterdam. KPMG Advisory publiceerde op basis van Nijwenings onderzoek een rapport. Follow The Money publiceerde op 6 januari 2015 al een artikel over dit onderwerp Nijwening heeft haar onderzoek grondig aangepakt. Zo’n 20 procent van alle circa 375 directeur/bestuurders deed er aan mee. Daarvan stonden er 41 aan het hoofd van een corporatie met minder dan 10.000 woningen, 20 bestuurden een corporatie met tussen de 10.000 en 25.000 woningen en 14 hadden de eindverantwoordelijkheid over een corporatie met meer dan 25.000 woningen. De grote corporaties zijn wel oververtegenwoordigd in het onderzoek. Er zijn er 17 met meer dan 25.000 woningen.

    Geen graaizucht

    Een eerste vaststelling van Nijwening is dat hoe hoger de functie in een publieke sector is, hoe vaker  de bestuurder het maatschappelijke belang als zwaarwegende motivatie noemt en hoe minder belang wordt gehecht aan een verdere verbetering van het inkomen. Dit in tegenstelling tot wat gangbaar is in het bedrijfsleven, waar het verlangen om steeds meer te verdienen bijna grenzeloos is. De vraag die zich meteen opdringt, is of topmanagers van corporaties werkelijk tot op het bot maatschappelijk gemotiveerd zijn en inderdaad zo weinig waarde hechten aan een verdere stijging van hun  inkomen. Misschien aanvaarden ze gewoon dat  ze met hun loopbaan de top hebben bereikt en dus ook financieel aan het plafond zitten. Datzelfde verschijnsel zie je bij veel professionele mensen in een publieke of semipublieke omgeving. Ze beoordelen hun inkomen aan de hand van wat in hun sector haalbaar is.  
    Je scoort als topman niet door rond te bazuinen dat je als organisatiedeskundige  toevallig in een maatschappelijke sector bent beland
    Dat hameren door directeur/bestuurders op hun maatschappelijke gemotiveerdheid, is misschien ook een beetje de verplichte riedel in een semipublieke organisatie. Je scoort als topman van een woningcorporatie geen pr-punten door rond te bazuinen dat je gewoon een organisatiedeskundige bent, die toevallig in een maatschappelijke sector is beland.

    Geldelijke verlokkingen

    De deelnemers aan het onderzoek werd onder meer gevraagd of lagere salarissen een uitstroom naar de private sector tot gevolg kunnen hebben. Daar was 59 procent voorlopig niet zo bang voor. Maar op de langere termijn, na het aflopen van de overgangsregeling, voorzagen veel respondenten weldegelijk problemen. Men vroeg zich af of, als de corporaties alle bestuurders eenmaal volgens de WNT betalen, het maatschappelijke belang nog wel opweegt tegen de geldelijke verlokkingen van de private sector. Dat is een relevante vraag. Misschien zijn er inderdaad corporatiebestuurders die de verlokking ervaren. Maar is de belangstelling wederzijds? Vanuit het bedrijfsleven gezien missen corporatiemanagers nogal wat essentiële ervaring.
    Vanuit het bedrijfsleven gezien missen corporatiemanagers nogal wat essentiële ervaring
    Een manager in een commerciële organisatie moet voortdurend vechten om de klant, streven naar verhoging van de winst per aandeel, scherp op de kosten letten en de balansverhoudingen in de gaten houden. Dit zijn stuk voor stuk zaken waarmee een directeur/bestuurder van een corporatie niet of nauwelijks te maken heeft. Hij opereert in een omgeving zonder concurrentie, zonder het risico van een faillissement, zonder grote innovatiedruk en met op afroep beschikbare, zeer goedkope leningen. Erik Angenent, de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Bestuurders Woningcorporaties (NVBW) is wat realistischer dan veel van zijn leden. Angenent wijst erop dat de uitstroom uit de corporatiesector naar de private sector altijd al zeer gering was en dat hij daarin geen verandering verwacht.

    Recessie

    Wel is Angenent bang dat de opkomende trend om managers uit de private sector aan te trekken, nu zal keren. Dat vindt hij jammer. Zulke mensen brengen immers nieuw elan en nieuwe ideeën in de sector. De vraag is wel in hoeverre die instroom van managers uit de private sector structureel was of meer een gevolg van de langdurige recessie. Voor managers die ontslag vrezen of al ontslagen zijn, is een woningcorporatie misschien wel een aardige uitwijkmogelijkheid. Maar of die interesse voor de sector ook blijft bestaan bij een aantrekkende economie, is zeer de vraag. Het is sowieso onwaarschijnlijk dat echt toptalent de overstap maakt.

    Omvang bepaalt status

    Er bestaat bij de respondenten ook bezorgdheid over de mobiliteit binnen de sector. Van de ondervraagden denkt 76 procent dat door de WNT gedurende de komende overgangsjaren maar weinig bestuurders van baan wisselen. Tijdens die overgangsperiode blijft het oorspronkelijke salaris vier jaar gehandhaafd. Dan volgt er een driejarige afbouwperiode tot 130 procent van een ministerssalaris, of een aan de omvang van de corporatie aangepaste afgeleide daarvan. Tot slot is er een tweejarige periode waarin dat niveau wordt teruggeschroefd tot een afgeleide van 100 procent van een ministerssalaris. Is die angst voor een beperkte mobiliteit binnen de sector reëel? Waarschijnlijk niet. Er zijn bijvoorbeeld volop directeur/bestuurders die corporaties leiden met een omvang van tussen de 10.000 en 20.000 woningen en die tussen de 120.000 en 160.000 euro verdienen. Daarvan zijn er waarschijnlijk genoeg die willen overstappen naar een grotere corporatie. Daar gaan ze niet alleen 178.000 euro verdienen, maar ze verhogen ook hun aanzien binnen de sector. Dat laatste motief wordt nergens genoemd in het onderzoek, maar is zonder twijfel van belang bij een overstap naar een grotere corporatie. Vergelijk het met een voetbalscheidsrechter. Die wil heus niet alleen in de eredivisie fluiten om dat beetje extra geld, maar vooral om de status en de zichtbaarheid.

    Plucheplakken is passé

    Heen en weer gaan tussen corporaties van een vergelijkbare omvang zal wel minder frequent plaatsvinden. Maar is het rondpompen van dezelfde mensen het soort mobiliteit waarop een sector zit te wachten? Er is onlangs ook een nieuwe regel ingevoerd waarbij een directeur/bestuurders niet meer automatisch contractverlenging krijgt, maar na 4 jaar moet worden geëvalueerd. Na acht jaar moet hij sowieso opstappen. De mobiliteit in de sector zal daardoor na verloop van tijd juist enorm toenemen. Zeker als de raden van commissarissen die evaluatie na vier jaar serieus echt serieus nemen. Bestuurders die 20 jaar op dezelfde stoel blijven zitten, zijn in ieder geval passé. De nieuwe regel geeft voormalige directeur/bestuurders, die bij een fusie hun positie zijn kwijtgeraakt, ook de kans om op een bepaald moment weer in te stromen. Er is een aanzienlijk stuwmeer van dergelijke ervaren mensen.

    Verantwoordelijkheden

    Een andere interessante uitkomst is dat 47 procent verwacht dat vooral kleinere corporaties moeite krijgen om nieuwe directeur/bestuurders aan te trekken. Het salaris zou volgens deze groep niet meer in verhouding staan tot de verantwoordelijkheden die horen bij de functie.
    je kunt je afvragen of de leidinggevende van een lokaal opererend  sociaal verhuurbedrijfje meer dan 70.000 euro per jaar moet verdienen
    Maar je kunt je afvragen of de leidinggevende van een lokaal opererend  sociaal verhuurbedrijfje, met maximaal 750 woningen en hoogstens 8 fte, meer dan 70.000 euro per jaar moet verdienen. Het gaat gewoon om een manager die op de winkel past en heel af en toe een aannemer met geborgd geld een paar huizen laat bouwen. Zolang hij een goede boekhouder heeft, kan er weinig mis gaan.

    Daling van kwaliteit?

    Moet de sector in de toekomst rekeninghouden met een daling van de kwaliteit van het bestuur? Iets minder dan de helft van de ondervraagden houdt daar rekening mee. Ze verwachten dat de high potentials de sector zullen verlaten. Ze zullen volgens hen door jongere en minder ervaren mensen uit de sector worden vervangen. Er heerst over deze laatste vraag veel verschil van mening, want 33 procent denkt dat de kwaliteit van het bestuur ongeveer gelijk blijft. En er is ook nog een groep van 23 procent die zegt dat de functie van bestuurder de afgelopen jaren erg is veranderd en dat de taken van een bestuurder nieuwe stijl onvergelijkbaar zijn met die van zijn voorgangers. Daarmee bedoelen ze waarschijnlijk dat het type van de volkshuisvestelijke mannetjesputter uit de tijd  is. De nieuwe topman is sober, wordt beter in de gaten gehouden door het interne en externe toezicht, is dienend aan de gemeente en luistert goed naar zijn huurders.

    Verongelijkte bestuurders

    Misschien overschat een deel van de respondenten het belang van hoge salarissen voor hun sector. De ministeries hebben meestal uitstekende topambtenaren, universiteiten vinden steeds opnieuw goede professoren en alle gemeenten hebben een burgemeester. Dergelijke mensen verdienen allemaal minder dan een minister. Zou het voor corporaties dan opeens onmogelijk zijn om binnen de WNT-normen goede bestuurders aan te trekken? De uitkomsten van het onderzoek wekken vooral de indruk dat er nog steeds veel boze en verongelijkte bestuurders rondlopen. Maar de dagen van de zelfregulering zijn echt voorbij. Een goede corporatiebestuurder is eerder rentmeester dan maatschappelijk ondernemer. Daarbij hoort ook een ander inkomen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Peter Hendriks

    Gevolgd door 986 leden

    Redacteur Woningmarkt. Signaleert en analyseert problemen waarmee Nederlanders op zoek naar woonruimte worden geconfronteerd.

    Volg Peter Hendriks
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Woningmarkt

    Gevolgd door 1017 leden

    In de afgelopen jaren kwam bij verschillende woningcorporaties het ene schandaal na het andere naar boven. Het bekendste geva...

    Volg dossier