CPB ramingen niet 'hard' genoeg voor politieke besluitvorming

    Sargasso vergelijkt de ramingen van economische indicatoren door het Centraal Plan Bureau met de daadwerkelijke cijfers. Zijn de prognoses wel geschikt om politiek beleid te bepalen?

    Weblog Sargasso onderzocht de juistheid van de ramingen van het Centraal Plan Bureau (CPB). De voorspellingen van vijf economische indicatoren zijn vergeleken met de achteraf vastgestelde cijfers. De ramingen spelen een centrale rol in het nemen van veel politieke besluiten, maar blijken erg relatief te zijn en niet altijd overeen te komen met de werkelijke waarden. 
     
    Het CPB brengt jaarlijks drie tot vier ramingen uit over economische indicatoren. De twee belangrijkste zijn het Centraal Economisch Plan (CEP), dat in het voorjaar verschijnt, en de Macro Economische Verkenning, gepubliceerd op Prinsjesdag. In juni en december brengt het CPB twee kortere en bijgewerkte ramingen, iets wat naar eigen zeggen nodig is. Op de website van het CPB is te lezen dat: 'In tegenstelling tot hetgeen vaak wordt gedacht, zijn ramingen geen harde voorspellingen. Het zijn op het moment van publicatie de beste beschikbare inzichten. Beseft moet worden dat de economie van veel verschillende en voortdurend veranderende factoren afhankelijk is, zowel nationaal als internationaal.'
     
    Ondanks dat het Planbureau zelf al aangeeft dat voorspellingen niets meer zijn dan de 'best beschikbare inzichten op dat moment', bepalen de prognoses wel grotendeels de inhoud van het politieke beleid. Sargasso nam daarom vijf indicatoren onder de loep: economische groei (gemeten door het bruto binnenlands product), de eurokoers, de olieprijs, de relevante wereldhandel en de koopkrachtontwikkeling (de mediaan van alle huishoudens). 
     
    Onder- en overschatting van economische indicatoren
    Uit het onderzoek blijkt dat het CPB indicatoren vaak onder- of overgeschat. De economische groei en de olieprijs zijn tot en met 2007 onderschat en daarna overschat. Wat opvalt aan de grafieken van Sargasso is de variatie van voorspellingen binnen hetzelfde jaar. Desondanks raakt de vastgestelde waarde meestal een onder- of bovengrens van de bandbreedte. De ramingen van de economische groei varieerden bijvoorbeeld in 2009 van -4 procent tot +2 procent. Achteraf bleek de groei ongeveer -3,5 procent. Hetzelfde is zichtbaar in de ramingen van de eurokoers: in 2008 liepen deze uiteen van ongeveer $1.25 tot $1.55. De achteraf vastgestelde waarde lag rond de $1.25.
     
    Ook de olieprijsvoorspellingen varieren binnen een jaar met wel 60 dollar. De relevante wereldhandel bevindt zich ook in elk jaar aan een onder- of bovengrens van de voorspelde waarden. Uitgezonderd van de koopkrachtontwikkeling is er geen eenduidig patroon te ontdekken in de CPB- ramingen. Onder- en overschatting wisselen elkaar af, waardoor ze waarschijnlijk niet te wijten zijn aan de meetmethodes. De koopkrachtontwikkeling wordt  wel structureel overgeschat in de periode 2005 tot 2012.
     
    Sargasso blijft echter mild in het oordeel over het CPB. Het CPB geeft zelf aan dat het geen harde cijfers voortbrengt, maar grijpt alleen niet in zodra de ramingen aan de basis van politiek beleid staan. Dit terwijl de interpretatie van economische cijfers en vooral voorspellingen altijd een mate van voorzichtigheid vereist. Volgens Sargasso is het CPB niet de enige statistische instantie die er vaak naast blijkt te zitten. Uit het boek van de Amerikaan Nate Silver blijkt dat economen in de VS sinds 1968 bij meer dan de helft van de voorspellingen achteraf ongelijk hadden.  Dit is volgens Silver te wijten aan de overvloed aan data en de moeilijkheid om te bepalen wat relevante indicatoren zijn. Ook is er sprake van een sterke wederzijdse beïnvloeding tussen de economie en de politiek, die continu op elkaar reageren. 
     
    Problemen met statistische meetmethodes
    Statistiek en werkelijkheid staan wel vaker op gespannen voet met elkaar. Makers en gebruikers van statistiek proberen de werkelijkheid in kaart te brengen of deze zo dicht mogelijk te benaderen. In wat Alain Desrosieres het 'empirisch realisme' noemt is deze werkelijkheid echter eigenlijk niets meer dan de database waar makers toegang toe hebben. Een statistische instantie als het CPB vertrouwt op deze bron van cijfers en op de consistentie en plausibiliteit van de resultaten die hieruit voort komen.
     
    Naast de vraag wat de werkelijkheid is, zijn er ook problemen met de meetmethodes. In de economische en financiële wetenschap is er veelal geen sprake van een vaststaande eenheid die precies de gewenste indicator weerspiegelt. Dit is bijvoorbeeld in de natuurkunde vaak eenvoudiger: de eenheid van warmte is temperatuur, meetbaar met een thermometer. Maar hoe meet je economische groei, in wezen een 'artificieel' begrip? De economische wetenschap lost dit op door een onderliggende eenheid vast te stellen, in dit geval het bruto binnenlands product.  Dit is echter een keuze, weliswaar gefundeerd door wetenschappelijke argumenten en een causaal verband, maar een absoluut oordeel over de geschiktheid is vrijwel onmogelijk.
     
    Een ander probleem waar economische statistici zich mee geconfronteerd zien is het dynamische karakter van alle sociale wetenschappen. Indicatoren zijn beïnvloed door menselijk handelen, veronderstellingen en keuzes, maar beïnvloeden op hun beurt ook weer dit mensenlijk handelen en politiek of economisch gedrag. De werkelijkheid wordt dus gereflecteerd door de statistiek, terwijl de statistiek ook deze werkelijkheid beïnvloedt.
     
    Het is daarom enigszins terecht dat Sargasso relatief mild blijft in het oordeel over het CPB. Maar het planbureau zou wel iets meer de nadruk mogen leggen op de tekortkomingen van de metingen en politici en beleidsmakers mogen wat voorzichtiger zijn bij het gebruik van deze rekbare cijfers. 
     

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Redactie

    Gevolgd door 219 leden

    Volg Redactie
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren