Crisis in de zuivelsector: hoe steeds meer melk in overheidspakhuizen verdwijnt

    Met de afschaffing van het melkquotum zou de Europese melk de wereldmarkt gaan bedienen. Maar de extra productie zorgt alleen maar voor misère in de zuivelsector, juist omdat die wereldmarkt tegenvalt. De extra melk gaat grotendeels richting de pakhuizen van de Europese Unie — bekende praktijken van voor de invoering van het melkquotum. Follow the Money werpt een blik op de productiecijfers van de Europese zuivelsector.

    Zoals te verwachten viel heeft de Europese afschaffing van het melkquotum, per 1 april 2015, geleid tot een flinke toename in het melkaanbod. De toegenomen melkvolumes kunnen echter maar moeilijk worden afgezet op de wereldmarkt. Sinds de afschaffing van het quotum heeft de Europese Commissie (EC) dan ook ruim 1 miljard euro steun verleend aan melkveehouders. Daarnaast speelt ook het Europees opkoopprogramma voor zuivelproducten een rol, bekend van de boterbergen en melkplassen uit de jaren ’80. De EC kan ‘interventies’ plegen op de markt van een aantal landbouwproducten, waaronder rijst, vlees en zuivel.

    Sinds de afschaffing van het melkquotum heeft de EC ruim 1 miljard euro steun verleend aan melkveehouders

    Dit programma is niet nieuw, maar het heeft lange tijd in de ijskast gestaan. Niet lang na de afschaffing van het melkquotum is het weer in werking gesteld. Er is een limiet aan de volumes die de EC zelf opneemt, de zogenoemde publieke interventies, hoewel die limiet eerder dit jaar wel is verhoogd naar 350 duizend ton (voor magere melkpoeder). Daarmee komt de totale capaciteit in de buurt van de volumes uit de jaren negentig.

    Van de melk die niet op de markt gebracht wordt, gaat de ene helft, het vette gedeelte, als boter naar private pakhuizen. De andere helft, het magere gedeelte, gaat als melkpoeder richting de publieke pakhuizen. De handelaren die eigenaar zijn van de private pakhuizen, krijgen een vergoeding voor het tijdelijk opslaan van de melk. Eigenlijk is de regeling bedoeld om de zuivelproducten een tijdje uit de markt te halen. In Nederland beheert door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de publieke pakhuizen. Lidstaten mogen zelf bepalen wanneer ze de voor bodemprijzen opgekochte melkpoeder weer op de markt brengen. 

    De extra productie

    Volgens voorlopige cijfers van Eurostat, de database van de EU, is er in 2015 ruim 150 miljard kilo melk geproduceerd. Dat is een toename van ruim 3 miljard kilo ten opzichte van 2014. Hieronder zijn de procentuele veranderingen per lidstaat te zien voor de jaren 2016 en 2015:

     

    Die extra melk heeft gezorgd voor een kelderende melkprijs. Het is immers niet de eerste, maar de laatste liter melk die de prijs bepaalt. De EU begint met het opkopen van zuivelproducten op het moment dat er een bepaald prijsniveau is bereikt, de zogenoemde interventieprijs. Wie een ton magere melkpoeder bij de EU aanbiedt, krijgt net geen 1700 euro terug, omgerekend komt dat neer op 20 cent per liter melk. Boeren worden niet bepaald rijk door hun waar aan de EU te verkopen, want een melkveebedrijf heeft ongeveer 40 cent per liter melk nodig om wat te kunnen verdienen. De huidige marktprijs voor melk is overigens 25 cent per liter.

    Boeren krijgen 20 cent per liter van de EU maar hebben 40 cent nodig om wat te verdienen

    In tabellen van de Milk Market Observatory is te zien hoeveel melk er per lidstaat voor interventie is aangeboden. De meeste melk wordt opgekocht door de donkerblauw gekleurde lidstaten in de grafiek hierboven: Ierland, Litouwen, Polen, Bulgarije en sinds januari van dit jaar ook Nederland. In ons land beheert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland de pakhuizen. Er is sinds het begin van 2016 een volume van ruim 28 ton magere melkpoeder opgekocht, wat overeenkomt met een bedrag van ruim 47 miljoen euro. De EU bepaalt echter zelf wanneer ze de boel weer verkoopt. Zo heeft de EU in 2009, de vorige periode waarin melk werd opgekocht, volgens Van Keimpkema ‘honderden miljoenen’ winst gemaakt.

    Hoeveel melk belandt er in de Europese pakhuizen?

    De voorlopige capaciteit van de overheidspakhuizen in de EU ligt op 350.000 ton. Momenteel is er voor bijna 300.000 ton aan magere melkpoeder opgeslagen. De verwachting is dat de limiet in september wordt bereikt. Het totaalbedrag van die 350.000 ton komt overeen met 594,3 miljoen euro. Dit staat los van de twee extra steunprogramma’s die eurocommissaris Phil Hogan sinds de afschaffing van het melkquotum introduceerde.

    Om te kunnen bepalen hoe veel melk daadwerkelijk in de pakhuizen belandt, moet er teruggerekend worden. Er bestaan verschillende rekenformules om de afzonderlijke zuivelproducten terug te rekenen naar hun basisgrondstof: melk. De een rekent op basis van de proteïnes, de ander gaat uit van het droogstofgehalte. De rekenmethodes zijn dus niet onbetwist en zijn altijd een benadering. De formule die de EC hanteert voor één kilo melkpoeder is vijf kilo melk. De International Dairy Federation gaat echter uit van ruim zeven kilo melk, de berekening op basis van het zogenaamde droogstofgehalte. Volgens Sieta van Keimpema, voorzitter van belangenvereniging Dutch Dairymen Board, is dat de internationale standaard.

    De rekenmethodes zijn niet onbetwist en zijn altijd een benadering

    Als we van de laatste rekenmethode uitgaan (maal 7,4803), ligt er straks voor ruim 2,1 miljard kilo aan melk in publieke pakhuizen. Gaan we uit van de rekenmethode die de EC zelf hanteert, maal vijf, komt dat neer op net geen anderhalf miljard kilo melk. De productiecijfers voor 2016 zijn nog niet bekend. De toename van 2015 ten opzichte van 2014 wel. Dat was in totaal ruim 3,2 miljard kilo. De productie zal in 2016 waarschijnlijk nog verder stijgen. Maar voor zover nu bekend is, ligt er dus bijna tweederde van de toegenomen melkproductie van het eerste quotumvrije jaar in de pakhuizen van de EU-lidstaten.

    Aandeel Nederlandse pakhuizen stijgt

    Uit een analyse van de productiecijfers van de melksector van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de melkvolumes die volgens het Milk Market Observatory per maand naar de pakhuizen gaan, blijkt dat het aandeel van pakhuizen in Nederland steeds groter wordt. In maart van dit jaar werd er in totaal ruim 1,2 miljoen ton melk geproduceerd. In diezelfde maand noteerde het MMO een opkoop van ruim 9000 ton melkpoeder. Uitgaande van de droogstofgehalteberekening was het aandeel 5,5 procent. De maand daarop was dat aandeel gestegen naar 7,4 procent en in de maand mei (de meest recente cijfers) bleek dat het aandeel van melkproductie voor de pakhuizen was gestegen naar maar liefst 12,7 procent.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Sem van den Brink

    Schrijft voor Follow the Money over Wageningen en alles wat daarmee te maken heeft.

    Volg Sem van den Brink
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren