De hoofdverdacht die kroongetuige werd
© Correctiv / The CumEx Files

CumEx-handelaar: ‘Wij waren de vossen, de staatskassen de kippenren waarvan de deuren wijd open stonden’

    Een van de ingewijden in het Duitse CumEx-schandaal werd in maart 2016 opgepakt door justitie. Toen hij begreep dat hem zeven jaar gevangenisstraf boven het hoofd hing, besloot hij kroongetuige te worden. Benjamin Frey hielp de Duitse justitie de puzzel op te lossen. Hieronder zijn verhaal.

    ‘Ik stond net onder de douche toen de bel ging. Ongewoon vroeg. De deur sloeg open en opeens liepen er agenten door mijn huis. Ik mocht me niet meer bewegen, niet telefoneren. Ze doorzochten alles wat te doorzoeken viel: mijn bureau, mijn tassen, zelfs mijn kledingkast. Dat duurde ongeveer drie, vier uur. En toen dat voorbij was, moest ik mee naar het bureau.’

    Aan het woord is Benjamin Frey, hoofdverdachte in het onderzoek naar de grootste belastingfraude uit de Duitse geschiedenis. Frey behoorde lange tijd tot de inner circle van ongeveer honderd advocaten, fiscalisten, brokers, investeerders en financieel adviseurs die de schatkisten van Europese landen beroofden voor een bedrag van ruim 55 miljard euro.

    Op het politiebureau in Keulen voelt Frey zich hulpeloos. En hij voelt haat: ‘Destijds had ik nog een helder vijandbeeld. Voor mij en alle anderen uit mijn kring was de staat de vijand. En nu sloeg die vijand toe en ik had enorme zin om terug te slaan.’

    Nog diezelfde dag mag hij weer naar huis; het is maart 2016. Op 4 november 2016 krijgt Frey te horen dat hij zich moet melden bij het Huis van Bewaring: ‘Als je daarheen rijdt met je tandenborstel, je thuis van iedereen afscheid hebt moeten nemen en niet zeker weet of je daar moet blijven of niet, weet je dat je uur geslagen heeft. En dan weet je ook dat aan die zaak niets goed kan zitten.’

    Veertien maanden zit Frey vast. In die tijd verandert hij van een vijand in een vriend van de staat. Nadat hij zorgvuldig door officier van justitie Anne Brorhilker en haar staf is gemasseerd, besluit hij kroongetuige te worden.

    Op de eerste dag van zijn bewaring wordt hij een zaaltje binnengeleid van acht vierkante meter. Daar zitten naast Brorhilker twee andere officieren van justitie, twee politiecommissarissen, vijf opsporingsambtenaren en een stenotypiste. Frey heeft twee advocaten bij zich. Naar buiten kijken lukt niet, vanwege het melkwitte glas. Al snel is de lucht met al die mensen in die kleine kamer niet meer te harden.

    ‘Die eerste dag werd me duidelijk gemaakt dat ik op minstens zeven jaar cel moest rekenen. Toen ik dat hoorde, voelde ik me als door de bliksem getroffen. Zeven jaar is veel.’ Maar justitie geeft hem een kans. Als Frey bereid is om tegen zijn collega’s te getuigen, kan hij strafvermindering krijgen.

    ‘Aan de duivelsmachine die wij met zijn allen hadden ontwikkeld, werkten alleen mannen’

    Brorhilker weet het respect van Frey te winnen. Niet alleen door haar tact maar ook door haar kennis. Frey heeft door dat met deze vrouw niet valt te spotten. ‘Ik had veel respect voor haar. En dat ik dat ooit over een vijand zou moeten zeggen, had ik nooit gedacht.’

    Dat een vrouw zo’n zwaar onderzoek leidt, brengt hem tot het inzicht dat zijn wereld door mannen werd overheerst: ‘Aan de duivelsmachine die wij met zijn allen hadden ontwikkeld en in bedrijf hadden gehouden, werkten alleen mannen. De enige vrouwen die een rolletje speelden waren secretaresses. De rest: advocaten, fiscalisten, bankiers, handelaren; allemaal mannen.’

    Frey ziet dat justitie al veel, heel veel informatie over de CumEx-handel en -handelaren in handen heeft. ‘Op tafel lagen in overdrachtelijke zin een miljoen losse stukjes. De onderzoekers hadden alle informatie, alle puzzelstukjes. Maar ze wisten nog niet hoe ze die aan elkaar moesten passen om de zaak rond te krijgen. En dat werd uiteindelijk mijn taak: samen met de onderzoekers die puzzel oplossen.’ Inmiddels hebben zich volgens Frey nog vijf of zes mensen als kroongetuigen gemeld.

    ‘Bij georganiseerde criminaliteit heb je een bepaald beeld. Maffiose structuren, boeven die elkaar in een lege fabriek ontmoeten, aan een grote tafel zitten terwijl de baas pakken met geldbiljetten verdeelt. Maar dat beeld klopt niet. Hier is sprake van een goed georganiseerde markt van bankiers, advocaten, belastingadviseurs, investeerders, lobbyisten en ja, ook politici. Het is georganiseerde misdaad in krijtstreeppak.’

    Benjamin Frey is een pseudoniem. Zijn echte naam houdt hij angstvallig geheim, omdat hij een nieuw bestaan aan het opbouwen is na zijn maandenlange samenwerking met justitie. Frey vertelde zijn verhaal uiteindelijk ook aan journalisten van het weekblad Die Zeit, tv-programma Panorama en het Duitse onderzoeksplatform Correctiv, met wie Follow The Money samenwerkt in het Europese consortium dat de CumEx-handel onderzoekt. Dat gesprek vond plaats in een woning in Keulen. Om herkenning te voorkomen, werd Frey zwaar geschminkt en kreeg hij een gezichtsmasker aangemeten. Zijn stem werd vervormd.

    Het gesprek, dat twee dagen duurde, begint bij zijn jeugd. Frey groeit op in een klein dorp in de provincie, ver van de hoogbouw in financiële centra als die van Londen en Frankfurt. In zijn dorp word je boer, arbeider of werkloos. Aan dat bestaan wil de ambitieuze Frey zo snel mogelijk ontsnappen. Hij is intelligent – zeer intelligent. Hij gaat rechten studeren, en richt zich met name op de vakken die economisch georiënteerd zijn. Hij studeert cum laude af. Valt op bij zijn professoren. Die verspreiden zijn naam in het fiscale wereldje.

    ‘Ze hebben miljoenen verdiend en denken: ‘Oh, en dan moet ik aan het eind van het jaar de helft afdragen aan de fiscus?’

    Dan komt er, in 2001, een uitnodiging uit Londen: een internationaal advocatenkantoor meldt zich. Of hij naar hun jaarlijkse bijeenkomst wil komen? Het diner vindt plaats in het chique Victoria and Albert-museum. Er zijn tweeduizend mensen, twintig gasten per tafel, honderd tafels. Freys directe tafelgenoten komen uit New York en Frankfurt. Ze horen hem beurtelings uit. Het valt Frey op dat ze al het nodige van hem weten. Hoe denkt hij over het leven? Wat wil hij bereiken? Hoe denkt hij over geld? Als hij naar boven kijkt, ziet hij door de grote koepel van het museum de sterren schitteren.

    Kort daarna gaat hij werken voor het advocatenkantoor dat hem naar Londen haalde. Hij maakt dagen van tien tot twaalf uur. ‘Ze hebben me binnengelaten. Binnen in het ruimteschip. En om het beeld vast te houden: met dat ruimteschip ben ik de ruimte ingevlogen. Heel snel en heel hoog.’ Frey leert er de crème de la crème van de maatschappij kennen: de hoofden van grote ondernemingen, kunstmecenassen, voetbalsterren. En allemaal zitten ze met hetzelfde probleem: ‘Ze hebben miljoenen verdiend en denken: ‘Oh, als ik niets doe, moet ik aan het eind van het jaar de helft afdragen aan de fiscus. En dat is niet goed.’

    Interview Panorama, Die Zeit en Correctiv met Benjamin Frey.

    Frey weet nog goed dat hij betrokken was bij een zaak van een rijke ondernemer die zijn bedrijf had verkocht. ‘Opeens had de man 500 miljoen euro op zijn bankrekening staan. Een onvoorstelbaar bedrag. Maar de helft zou naar de fiscus gaan. Of mijn team en ik geen oplossing wisten?’ Uiteindelijk betaalt de man geen cent belasting.

    Had Frey nooit last van zijn geweten, willen de journalisten weten. ‘Geen seconde. Integendeel. Het kwam totaal niet in ons op dat wij de staat tegenwerkten, diezelfde staat die onze opleiding had bekostigd en die de basis voor mijn leven had gelegd.’ Frey benadrukt dat een enkel zwak moment van gewetenswroeging je einde kon betekenen: ‘Als je dat soort gedachten toeliet, vloog je het team uit. Dan was het over en uit met je carriere. Je werd subiet uit het ruimteschip gesmeten.’

    In 2006 komt Frey voor het eerst in aanraking met de CumEx-handel. Dat spijt hem nu: ‘CumEx heeft mij gecorrumpeerd. CumEx heeft mij vergiftigd. Van 2006 tot aan het einde in 2011 ben ik de rode streep over gegaan. Door een mix van ego, geld en hebzucht waanden we onszelf genieën. We zaten in een ivoren toren. Letterlijk, in een wolkenkrabber in Frankfurt. Vanuit het raam op de 38ste verdieping zagen wij daar beneden alleen kleine mensen rondscharrelen. Domme mensen, die belastiing betaalden. Wij waren ver boven hen verheven. Dat was onze wereld.’

    ’Geld deed er niet meer toe. Het ging om het spel’

    Hij begon met met een jaarsalaris van 90.000 D-Mark. Dat werd al snel een half miljoen euro, en toen miljoenen euro’s. ‘Maar het ging al lang niet meer om het geld, om de miljoenen. Het was de kick. De kick dat je slimmer bent dan anderen. Dat je uit het raam van de 38ste verdieping kijkt en denkt: wij zijn de slimsten, wij zijn genieën, de rest is dom. Geld deed er niet toe. Het ging om het spel. En dat spel moest steeds groter, heftiger, sneller worden. Met steeds hogere bedragen.’

    Benjamin Frey vertelt de journalisten dat de CumEx-handel eigenlijk bij toeval is ontstaan, in 2001 in Londen: ‘Er was een aandelenhandelaar die een grote partij aandelen had gekocht. Die zouden hem twee dagen later worden geleverd, maar door een technische fout werden dat vier dagen. In de tussentijd had het bedrijf dat de aandelen uitgaf een aandeelhoudersvergadering gehad waarin het dividend was vastgesteld. Die handelaar had dus opeens een bak aandelen met dividend, waarop bovendien dividendbelasting was teruggevorderd. Wat moest hij met dat geld doen? Zijn chef ging naar de afdeling Fiscale Zaken. Moeten we dat geld niet afdragen aan de staat? Nee, zeiden ze op die afdeling, de staat wil dat geld helemaal niet hebben. Hou het zelf maar. En vanaf dat moment was de duivelsmachine die CumEx-handel heet, geboren.’

    ‘Wij waren de jagers, de vossen. De staatskas vergeleken wij met een kippenren die altijd open stond. En elk voorjaar gingen wij vossen de kippenren in om daar zoveel kippen uit te halen als maar mogelijk was.’

    Frey vertelt dat de Duitse vereniging van banken al in 2001 in een brief aan de staat schreef om te melden dat de deur van de kippenren openstond en de vossen vrij in en uit liepen. Toch duurde het tot 2006 voordat de eerste wet tegen de vossen werd aangenomen. Maar die wet was bedacht door de advieskantoren van de vossen. ‘Hun tekst is letterlijk, zonder dat er ook maar een komma in was veranderd, als wet aangenomen door het parlement. En omdat we precies wisten waar de mazen zaten, ging de CumEx-handel gewoon door.’

    ‘Een Londendse handelaar reed in een Bentley waarvan het kenteken begon met CUMEX’

    De ingenieurs van de duivelsmachine – bankiers, advocaten, fiscalisten, investeerders, handelaren – werden schat- en schatrijk. Frey vertelt van een handelaar in Londen die rondreed in een Bentley waarvan het kenteken begon met de letters CUMEX. Van een ander die zijn jacht CumEx doopte. Van feesten in Dubai tijdens de Formule 1-wedstrijden. Feesten met champagne, vrouwen en drugs.

    De CumEx-wereld bestond uit duizenden mensen uit heel Europa. ‘Ze waren de koningen der dieven. Vergelijk ze met volbloed renpaarden. Van alle clichés die je ziet in films als Wall Street en The Wolf of Wall Street, kloppen er veel. Voor morele vragen is geen plaats. Wie een morele vraag stelt, verlaat het team. Of beter: die heeft het team al verlaten.’

    Heeft het optreden van de Duitse justitie en de maatschappelijke en politieke verontwaardiging de CumEx-handelaren iets geleerd? Frey vreest van niet: ‘Ik was lid van een groep die meent dat zij niets fout heeft gedaan. Dat zij onterecht worden vervolgd. Wij waren van mening – en de meesten zijn dat tot op de dag van vandaag nog steeds – dat het geld als het ware uit de kippenstal werd gehaald in plaats van bij de staat.’

    CumEx was volgens Frey een perfect crime: ‘Het was een machinerie die ongelooflijk veel geld genereerde. Het was alsof we Fort Knox (opslagplaats van het Amerikaanse goud – red.) beroofden. Eigenlijk nog beter: we beroofden de staat, de bron van het geld. Een bron die nooit opdroogt, want als er geen geld meer is, drukt de staat gewoon bij.’

    De spijtoptant denkt niet dat met de arrestaties en de invallen de CumEx-handel is onthoofd: ‘Nu de deur van de kippenren is dichtgespijkerd gaan de vossen op zoek naar een andere ingang. De ramen misschien. Daar ben ik absoluut zeker van. Net zo zeker als van het amen in de kerk.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Eric Smit

    Gevolgd door 1599 leden

    Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

    Volg Eric Smit
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Over de auteur

    Siem Eikelenboom

    Gevolgd door 398 leden

    Werkte eerder als onderzoeksjournalist bij Zembla, Nova en het Financieele Dagblad, waar hij meewerkte aan de Panama Papers.

    Volg Siem Eikelenboom
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    The CumEx Files

    Gevolgd door 2225 leden

    Hoe banken en brokers Europese belastingdiensten voor miljarden beroofden.

    Volg dossier