‘Benjamin Frey’ met advocaten
© FTM

  • mag dat irritante kruis weg

Sinds september loopt in de rechtbank in Bonn het eerste grote strafproces tegen een aantal CumEx-fraudeurs, een zaak die internationaal grote aandacht trekt. FTM woonde een belangrijke zitting bij: het verhoor van kroongetuige Benjamin Frey. Een verslag.

Het is een van de belangrijkste zittingsdagen in de rechtbank in Bonn sinds de start van in het CumEx-strafproces in september: het verhoor van kroongetuige ‘Benjamin Frey’. Er zijn tientallen journalisten naar Bonn gereisd om het eerste van zijn op drie dagen geplande verhoren bij te wonen. Frey was jarenlang de protégé van Hanno Berger, indertijd een van de meest gevierde fiscaal-juristen van Duitsland, en thans hoofdverdachte in de CumEx-strafzaak. Ooit hadden ze een ‘vader-zoonrelatie’. Berger, een man die met zijn autoriteit en charisma elke bestuurskamer tot de zijne kon maken, was Freys grote leermeester. Dat was toen ze samen met bankiers en handelaren werkten aan het opzetten van omvangrijke CumEx-transacties waarmee ze de belastingdienst van Duitsland voor vele honderden miljoenen benadeelden.

In de CumEx-handel werkten verschillende partijen – banken, investeringsfondsen, advocaten, pensioenfondsen, handelaren – nauw met elkaar samen, waardoor omvangrijke posities in beursgenoteerde aandelen van grote Duitse bedrijven konden worden ingenomen. Via ingenieuze constructies werd door betrokkenen bij een typische transactie meerdere malen dividendbelasting teruggevorderd, terwijl zij maar één keer of helemaal geen dividendbelasting hadden afgedragen. De opbrengst, die niet zelden tussen de honderd en tweehonderd miljoen euro groot was, werd door de deelnemende partijen onderling verdeeld.

Benjamin Frey mag niet bij zijn echte naam worden genoemd en mag niet herkenbaar in beeld worden gebracht

Kroongetuige Frey verdiende persoonlijk ongeveer 50 miljoen euro aan de CumEx-fraude, verklaarde hij eerder tegenover Duitse journalisten waarmee FTM in dit dossier samenwerkt. Door zijn rijkdom is hij in staat zich te omringen met een vijfkoppig team van advocaten en adviseurs. Zijn woordvoerder blijkt al op de hoogte te zijn van de komst van FTM. Vriendelijk lachend verstrekt de man de journalisten in de raadszaal formulieren met de wettelijke spelregels voor de behandeling van zijn cliënt. Benjamin Frey mag niet bij zijn echte naam worden genoemd en mag niet herkenbaar in beeld worden gebracht.

Criminele organisatie

Officier van Justitie Anne Brorhilker is een van de eersten die rechtszaal S 0.11 betreedt. Toen ze in 2011 in Keulen de grootste belastingfraudezaak uit de Duitse geschiedenis op zich nam, werd ze door de verdachten aanvankelijk niet serieus genomen. ‘Ze begrijpt niet hoe het werkt,’ zei Hanno Berger, die niet veel later naar Zwitserland zou vluchten om uit haar handen te blijven. Brorhilker was ook degene die in de zomer van 2014 een rechtshulpverzoek in Nederland indiende om de FIOD een inval te laten doen bij staatsbank ABN Amro. Ze zit al jaren tientallen CumEx-fraudeurs op de hielen en heeft nu als eerste bankiers, advocaten en handelaren in de beklaagdenbanken weten te zetten en Frey overgehaald zijn vroegere collega’s erbij te lappen. Dat is waarom de kroongetuige zo belangrijk is voor het Duitse openbaar ministerie. Fiscaal-jurist Frey kent het wereldje terdege en kent de trucs om de belastingdienst te tillen als zijn broekzak. 

Een groot deel van Brorhilkers onderzoeksdossier kwam in handen van het platform Correctiv, dat in 2018 leiding gaf aan de internationale onderzoeksjournalistieke samenwerking The CumEx Files, waarvan FTM deel uitmaakt. Ze omschrijft de groep van samenspannende bankiers, handelaren, advocaten, investeerders en hedgefondsmanagers die met vooraf georchestreerde CumEx-transacties de Duitse belastingdienst benadeelden, als een ‘Bande’ – een criminele organisatie, schreef FTM eerder. Brorhilker verdenkt de hoofdverdachten van ‘tezamen en in vereniging met anderen gepleegde belastingontduiking, fraude en afpersing’. Verdachten als Berger houden bij hoog en laag vast aan hun verweer dat hun acties niet illegaal waren. Brorhilker probeert te bewijzen dat de participanten aan de CumEx-handel met een weefsel van leugens, list en bedrog een schijnwereld schiepen. De eerste veroordeling is inmiddels een feit.

Officier van justitie Anne Brorhilker © FTM

Namen en rugnummers

Schattingen over de totale schade die CumEx-handelaren de Duitse schatkist toebrachten, lopen uiteen: tussen de 5 en de 12 miljard euro. In deze specifieke zaak gaat het om een schade van minimaal 400 miljoen euro die de Duitse schatkist werd toegebracht. De vonnissen in dit proces zullen bepalend zijn voor de verdere vervolging van financiële instellingen en CumEx-fraudeurs, waaronder mogelijk ook ABN Amro en Nederlanders die vanuit Amsterdam zeer actief deelnamen aan de financiële benadeling van de Duitse samenleving.

Tegenover Brorhilker bieden twee rijen stoelen en tafels ruimte aan de beklaagden en hun advocaten. Dat zijn de chique private bank M.M. Warburg & Co. uit Hamburg, de bank Société Générale uit Frankrijk, Bank of New York Mellon (BNY Mellon) en de Britse bankiers Martin Shields en Nicholas Diable. De laatstgenoemden werken eveneens mee met de Duitse justitie en zitten met hun tolken klaar om de verklaringen van Frey aan te horen.

Wanneer de rechters de inmiddels uitpuilende rechtszaal binnentreden, roept de als ceremoniemeester optredende woordvoerder van de rechtbank dat alle foto-, film- en opnameapparatuur moet worden uitgezet. De hoofdrolspeler van de dag wacht met zijn advocaten buiten de rechtszaal en wordt later binnengeroepen. De kalende veertiger met een getrimde baard verschijnt dasloos in een grijs pak voor de zittende magistraten. Hij heeft alleen een klein notitieboekje meegenomen, dat hij voor zich op tafel neerlegt. Frey kijkt om zich heen, neemt na de eerste vragen over zijn identiteit een slok water en schudt zijn schouders een paar keer los. Het verhoor kan beginnen.

Zonder masker

Het verhaal van Frey is al eerder uitgebreid door Brorhilker opgetekend. Meer dan duizend pagina’s aan verklaringen leverde dat op. ‘Je ziet een zekere ontwikkeling in uw uitspraken,’ zegt de rechter. Ook tegenover FTM’s partners ARD en Correctiv trad Frey al eens naar buiten. Het kostte zo’n 10 duizend euro aan grimeurs om hem onherkenbaar voor de camera te krijgen. De kroongetuige voelde zich bedreigd, en wil bovendien elders een nieuw bestaan als jurist opbouwen. Ook op FTM werd een belangrijk deel van zijn verhaal gepubliceerd.

‘Door een mix van ego, geld en hebzucht waanden we onszelf genieën,’ zei Frey. ‘We zaten in een ivoren toren. Letterlijk, in een wolkenkrabber in Frankfurt. Vanuit het raam op de 38ste verdieping zagen wij daar beneden alleen kleine mensen rondscharrelen. Domme mensen, die belasting betaalden. Wij waren ver boven hen verheven. Dat was onze wereld.’

Interview Panorama, Die Zeit en Correctiv met Benjamin Frey.

In Bonn vertelt Frey, nu zonder masker, dat hij inmiddels niet langer wordt bedreigd door voormalige collega’s die hem ervan wilden weerhouden te getuigen. Het duurde even voordat hij zijn medewerking aan Brorhilkers onderzoek wilde toezeggen en dat is, zo zegt hij nu, de reden dat zijn verklaringen aanvankelijk anders luidden. Frey zag de Duitse staat in de persoon van Brorhilker aanvankelijk als vijand, maar de dreigende kennismaking met het interieur van een gevangeniscel deed hem eind 2016 besluiten om aan het onderzoek mee te werken en zelfs kroongetuige te worden.

Frey vertelt over zijn loopbaan. Hoe hij als jongeman in de Duitse provincie (Osnabrück) rechten ging studeren en cum laude slaagde. Dat hij als jongen uit de lagere middenklasse een bovengemiddelde belangstelling had voor economie, en vooral voor het smeersel dat het systeem laat draaien: geld. Hij ging als fiscaal jurist voor het Amerikaanse advocatenkantoor Shearman & Sterling werken en via de standplaatsen New York en Londen kwam hij uiteindelijk in Frankfurt terecht. Bij Shearman ontmoette Frey zijn leermeester Hanno Berger, die hem in staat stelde een ‘fast track’ te volgen: ‘Berger heeft me na vier jaar partner laten worden, normaal duurt dat acht jaar.’

Een industrieel fenomeen

In 2005 komt de CumEx-handel voor het eerst in Bergers blikveld. Frey: ‘Er kwam een rapport op tafel van advocatenkantoor Freshfields Bruckhaus Deringer (Freshfields), dat voor de Australische bank Macquarie was bedoeld.’ Het rapport moest de legitimiteit van CumEx-transacties onderstrepen. Volgens Frey dienden dit soort rapporten als ‘vijgenbladeren’. Hij herinnert zich nog levendig de eerste reactie van Berger nadat hij het rapport had gelezen: ‘Dit kan niet waar zijn.’ Vanaf dat moment spant Berger zich in om zelf actief te worden in de wereld van de CumEx-handel. 

Frey ontkent met kracht dat zijn oude leermeester heeft uitgevonden hoe je, via de onterechte teruggaaf van dividendbelasting, grote sommen geld aan de Duitse schatkist kon onttrekken: ‘Het was een industrieel fenomeen. De CumEx-handel werd aanvankelijk alleen door banken bedreven. Berger was wél degene die de weg baande voor private investeerders.'

De beweringen van Frey worden onder andere gestaafd door de omvangrijke CumEx-activiteiten van de vroegere Fortis-afdeling Global Securities Lending & Arbitrage (GSLA). Deze afdeling was al vanaf eind jaren negentig vanuit Amsterdam bezig op systematische wijze geld aan de Duitse en – in mindere mate – de Zwitserse schatkist te onttrekken, schreef FTM eerder.

Frey onderstreept telkenmale dat iedereen die aan de CumEx-handel deelnam, precies wist waarover het ging

Frey vertelt in detail hoe afdelingen van banken samenwerken en precieze kennis hebben van de aard van de CumEx-transacties. Om de transacties mogelijk te maken, zijn grote kredieten nodig, waarmee omvangrijke posities in bepaalde aandelen kunnen worden ingenomen. Die worden door grote banken geleverd; Frey noemt onder andere de Deutsche Bank. Maar ook de clearingbanken en de bewaarbedrijven van banken (custodians) spelen een rol, net als de handelaren die er uiteindelijk voor moeten zorgen dat de posities in de aandelen verworven worden. De intensieve samenwerking tussen al deze schakels maakt dat officier van justitie Brorhilker van ‘samenspanning’ spreekt.

Frey onderstreept telkenmale dat iedereen die aan de CumEx-handel deelnam, precies wist waarover het ging. ‘Er werd van te voren met handelaren gesproken in welk aandeel er bij het komende dividendseizoen zou worden gehandeld en met hoeveel krediet de transactie zou worden opgezet.’ Ook bij het toekennen van miljardenkredieten door grote banken waren verschillende schakels betrokken. ‘Dat gebeurt binnen een bank alleen wanneer meerdere comités daar toestemming voor geven. Die snapten vanzelfsprekend wat er aan de hand was: het akkoord werd gegeven.’

Witgehandschoende butler

In Duitsland was de HypoVereinsbank (HVB) een van de banken die zich in de CumEx-handel begaf. Daar werkte een van de hoofdverdachten van het Bonner strafproces: de Nieuw-Zeelander Paul Mora. Mora was aanvankelijk niet erg gecharmeerd van Bergers idee om externe investeerders toegang te bieden tot de CumEx-handel, maar hij ging toch overstag. 

Frey beschrijft hoe hij Berger in 2007 mocht vergezellen naar de private bank M.M. Warburg & Co., waar de in olieverf gevangen beeltenissen van oude bankiers en een witgehandschoende butler een onuitwisbare indruk op hem maakten. Private banken als Warburg en de Zwitserse Sarasin Bank speelden een belangrijke rol om hun zeer vermogende clientèle voor de financiering van CumEx-transacties te interesseren. Ze moesten grote bedragen inzetten – minimaal 25 miljoen euro – om aanspraak te kunnen maken op een risicoloos rendement van zo’n 60 procent per jaar.

Een deel van deze mensen kwam ook in het vizier van Brorhilker, waaronder de drogisterij-miljardair Erwin Müller, klant van Sarasin. Hij beweert dat hij geen weet had van de achterliggende CumEx-transactie, noch dat daarmee de Duitse belastingdienst werd getild. Maar volgens Frey waren de heren miljardairs zonder uitzondering van de details van CumEx op de hoogte.

‘Deze mensen zijn altijd bevreesd, ik ken ze en ik heb ze vaak gesproken. Die kijken van te voren altijd goed waar ze die 50 miljoen euro investeren. Ze wisten dat het niet om koerswinsten ging, maar dat het belastingteruggaven betrof en dat het risicoloos was. Berger heeft deze verwachting bij deze groep gevoed, hij wist dat de hebzucht er was.’

‘U verkocht uw klanten eigenlijk een greep in de staatskas,’ concludeert de rechter. ‘En niemand vroeg zich iets af?’

Frey: ‘Nee, er waren geen morele overwegingen die meespeelden.’

Nieuwe loopholes

De begeerte van de bankiers, handelaren, advocaten en rijke klanten stuitte in 2009 kortstondig op een barrière die door het Duitse ministerie van Financiën (Bundesministerium für Finanzen, BMF) werd opgeworpen. Het was de ambtenaren van het ministerie inmiddels duidelijk geworden dat de shortseller een essentiële schakel in de CumEx-ketting was. ‘Shortselling vormde een integraal onderdeel van art of the deal.’ Het BMF probeerde vervolgens het lek via een wetswijziging te dichten: shortsellers zouden niet langer dividendbelasting kunnen terugvorderen.

Werden er nieuwe specificaties bekend, dan zorgde dat hooguit voor drie dagen zand in de machine

Frey: ‘Ik maakte deel uit van een denktank binnen Dewey die wekelijks bij elkaar kwam om te overleggen. Voordat de wetgeving in werking zou treden, wisten we dankzij de lobby-connecties van Berger precies wat er zou veranderen. Het was ook vanzelfsprekend om de wijzigingen van te voren te weten te komen. Vervolgens werd alles in het werk gesteld om weer verder te kunnen met de CumEx-handel. Er werden nieuwe loopholes gezocht – en gevonden. Zo ging dat. Werden er nieuwe specificaties bekend, dan zorgde dat hooguit voor drie dagen zand in de machine. Daarna liep het weer gewoon verder.’

Er werden nieuwe structuren met externe handelaren bedacht en vanaf dat moment was er officieel geen sprake meer van shortselling. Die praktijk werd eenvoudigweg ontkend. ‘Dat was van te voren afgesproken, alle betrokken waren ervan op de hoogte. Ze deden net alsof ze elkaar niet kenden. We begonnen eendrachtig leugens te verspreiden,’ zegt Frey. En Hanno Berger – een retorisch blok beton van 1,90 meter en 120 kilo – stelde dat het allemaal legaal was. Frey haalt het credo van zijn voormalige partner aan: wat niet expliciet in de wet staat, is niet van toepassing. ‘We creëerden net als Pippi Langkous de wereld die ons beviel.’

Pas toen op een ochtend in 2014 de onderzoeksinstanties een inval bij Frey thuis deden, begon hem te dagen dat er iets niet in de haak was. Het zou nog twee jaar duren voordat hij – op aandringen van Brorhilker en met de kans op een gevangenisstraf in het verschiet – besloot tegen Berger te getuigen, en de namen van andere collega’s en voormalig zakenpartners ging noemen. Op verzoek van de rechter herhaalt hij een aantal namen: mannen die zich vaak van hun eerdere werkgever – meestal een grote bank – hadden losgemaakt om zelf actief te worden in de CumEx-handel. Frey noemt Darren Thorpe en Grenville Solomon van het in Dubai gevestigde Zeta Financial Partners (ZFP). Zij zijn voormalige klanten van de vestiging van ABN Amro in Dubai en hoofdverdachten in de zaak die officier van justitie Anne Brorhilker de komende maanden tot een goed einde wil brengen.

Wordt vervolgd.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Eric Smit

Gevolgd door 2882 leden

Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

Volg Eric Smit
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Over de auteur

Siem Eikelenboom

Gevolgd door 779 leden

Werkte eerder als onderzoeksjournalist bij Zembla, Nova en Het Financieele Dagblad, waar hij meewerkte aan de Panama Papers.

Volg Siem Eikelenboom
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

The CumEx Files

Gevolgd door 2875 leden

FTM maakt sinds aanvang 2018 deelt uit van een netwerk van 19 mediapartners uit 12 landen, gecoördineerd door het Duitse non-...

Volg dossier