Curatoren zijn vaak onaantastbaar in hun handelen. Oók als ze fouten maken. Maar curator Raimond Dufour gaat voor 3 ton het schip in met een partij sojaolie. Hij werd onlangs door de rechtbank Rotterdam, en met hulp van Imtech-curator Jeroen Princen, persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de schade.

    Het komt niet vaak voor dat een rechter oordeelt dat een curator pérsoonlijk aansprakelijk wordt gesteld voor de acties die hij beroepshalve onderneemt. En al helemaal niet als die persoonlijke claim van ruim 300.000 euro wordt ‘aangevoerd’ door advocaat Jeroen Princen, de bekende curator belast met het megafaillissement van Imtech. Princen is niet alleen curator van de technisch dienstverlener Imtech, maar staat als advocaat ook de Rotterdamse handelsmaatschappij Nidera bij in een slepende juridische procedure tegen een vakbroeder die het te bont heeft gemaakt bij de afwikkeling van een faillissement. Die vakbroeder is curator Raimond Dufour, die zich 10 jaar geleden verslikt heeft in de verkoop van een grote partij sojaolie in de boedel van een gefailleerde oliehandelaar. Een dure fout, niet enkel voor de schuldeisers, maar mogelijk ook voor hemzelf.  De rechtbank Rotterdam heeft hem namelijk afgelopen september voor circa 300.000 euro persoonlijk aansprakelijk gesteld.

    Status aparte

    Het is een uitzonderlijke beslissing van iemand uit deze beroepsgroep. Uit eerdere artikelen in het FTM-dossier 'In de greep van de curator' kwam al naar voren dat curatoren veel macht hebben en dat rechters-commissarissen nauwelijks effectief toezicht op hen houden vanwege een kennisachterstand en een enorme werklast. En als curatoren in de fout gaan, hoeven ze ook niet te vrezen voor de rechter vanwege hun status aparte (zie kader). Curator Dufour ging desondanks de boot in. Het probleem valt te reconstrueren uit de talloze curatorenverslagen en rechtszaken die hieraan vooraf zijn gegaan. Het begon in de zomer van 2005 toen de handelsmaatschappij Algemene Oliehandel een grote partij sojaolie had ingekocht bij het Rotterdamse handelshuis Nidera en (door)verkocht aan Rosilvia, een Angolese partij waarmee Algemene Olie al eerder zaken had gedaan. Rederij Maersk verzorgt vervolgens de verscheping vanaf de Nidera-vestiging in Argentinië en op 6 januari 2006 zijn alle 50 containers gearriveerd in de Angolese havenstad Luanda. De vrachtdocumenten (cognossementen) worden echter niet overgedragen aan de koper, omdat Rosilvia deze containers, en 20 eerder gearriveerde containers nog niet volledig had betaald.

    Beslaglegging in Angola

    Een paar maanden later, op 5 april 2006, gaat Algemene Oliehandel zelf failliet, nadat het bankkrediet, een paar dagen daarvoor, is opgezegd. Dufour wordt aangesteld als curator en stuit op de eigendomsdocumenten van de 50 zeecontainers met sojaolie in een Angolese haven die door Rosilvia nog niet zijn afgerekend. De containers dreigen echter in beslag te worden door de Angolese havenautoriteiten, die daartoe bevoegd zijn als containers langer dan twee maanden in de haven blijven liggen. Als curator denkt hij met de verkoop van 50 containers sojaolie, wachtend in de haven in de haven van Luanda (Angola), de boedelrekening met een paar ton op te hogen zodat niet enkel hij maar ook pandhouder ABN Amro een uitkering kan krijgen.

    Heronderhandelen

    Dufour verkoopt daarop, met toestemming van rechter-commissaris Van Vonderen, 20 containers aan derde partijen. De oorspronkelijke totaalafnemer Rosilvia gaat heronderhandelen: ze is nu bereid om 30 containers sojaolie te kopen voor een bedrag van 400 duizend dollar mits Rosilvia ook gevrijwaard wordt tegen alle verliezen die ontstaan uit mogelijke confiscatie van containers door de Angolese autoriteiten. Kortom, ze willen de boedelrekening wel spekken, maar dan willen ze het risico op inbeslagname niet dragen. Curator Dufour gaat daarmee akkoord na toestemming van rechter-commissaris Van Vonderen. Dit laatste is overigens niet verwonderlijk, in eerdere artikelen van Follow The Money kwam al naar voren dat het kritisch vermogen van rechters-commissarissen beperkt is. De verkoop lijkt geslaagd, maar de Angolese autoriteiten nemen 17 van de 30 containers in beslag en Rosilvia claimt, verwijzend naar de vrijwaringclausule, bij de curator een bedrag van 279 duizend dollar terug ter vergoeding van de geconfisqueerde containers en de douanekosten. Het leidt tot juridische procedure tussen Rosilvia en curator, die uiteindelijk ruim 200.000 euro betaalt.

    Tweede front

    Rosilvia is niet de enige handelspartij die in opstand komt, ook de oorspronkelijke leverancier Nidera meld zich aan het front. Hun standpunt: de curator had de partij sojaolie nooit mogen doorverkopen in de heronderhandelde deal, want die behoorde helemaal niet tot de boedel. De partij sojaolie was namelijk verkocht met een zogeheten CAD-beding (cash against documents) waardoor er een eigendomsvoorbehoud geldt zolang er voor de lading niet betaald is. En aangezien de Algemene Oliehandel de rekening van de sojaolie niet had voldaan, was deze nooit eigenaar geworden van deze partij en had de latere curator deze partij ook nooit mogen doorverkopen. En daarna de opbrengst dus niet mogen verdelen tussen ABN Amro en zichzelf. In de woorden van de rechter: 'De Curator had daarom geen vrijheid van handelen. [...] De Curator diende het eigendomsrecht van Nidera te respecteren.'

    'De curator diende het eigendomsrecht van Nidera te respecteren'

    Wat ook niet in het voordeel van de curator is, is dat hij op de hoogte was van het Nidera-standpunt. ‘Nidera had al in april 2006 voorgesteld om de (documenten betreffende de) partijen sojaolie zelf te verkopen. De Curator heeft die wens niet ingewilligd en een aanmerkelijk gedeelte van die partijen aan Rosilvia verkocht,’ zo valt er te lezen in de recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De curator had bovendien een stil pandrecht (een onderpand) van ABN Amro gehonoreerd. Ten onrechte, oordeelde de rechter. ‘Zonder toestemming van Nidera, met wier aanspraken hij bekend was, [had hij] niet tot honorering van het stille pandrecht van ABN Amro mogen overgaan.’ De reden: het pandrecht zou alleen  gelden als de Algemene Oliehandel eigenaar was van de goederen, maar dat was door het CAD-beding niet het geval. Ondanks dat de curator in eerste instantie de verkoopopbrengst op een aparte rekening had gezet, besloot hij uiteindelijk toch om ABN Amro een uitkering te doen van 91.000 euro, een druppel overigens op een gloeiende plaat van 2 miljoen.

    Salaris ophalen

    In de rechtszaak komt ook een ander veelvoorkomend curatoren-issue aan de oppervlakte: het extreme verdienmodel van curatoren, waarbij ze betaald worden uit de boedelopbrengsten. In dit geval was de totale opbrengst van de partij slaolie 566.000 euro, waarvan 181.000 euro als salaris de naar curator ging. Nidera rekent het de curator aan dat hij een deel van de sojaolie-opbrengst heeft aangewend om zijn eigen salaris van te betalen, maar daarover houdt de rechter zich op de vlakte. ‘Over de vraag of een curator in zodanig geval met het oog op de aanspraak van eigendomsvoorbehoud en de omvang van de faillissementsboedel moet afwachten met invordering van zijn salaris en kosten tot de uitkomst van zodanig geschil, kan men van mening verschillen.’

    Nidera rekent het de curator aan dat hij een deel van de sojaolie-opbrengst heeft aangewend om zijn eigen salaris van te betalen

    De verkoop van de 50 containers dreigt een dure fout te worden, want Dufour wordt niet alleen aansprakelijk gesteld in de hoedanigheid van curator, maar ook als persoon. De schade die voortvloeit uit de onterechte betalingen à 91.000 euro aan ABN Amro en Rosilvia bedraagt ruim 200.000 euro en komt voor zijn eigen rekening. Het vonnis is echter nog ‘niet bij voorraad uitvoerbaar’. Oftewel, er kan nog niet – met het gerechtelijke vonnis in de hand – bij Dufour thuis of bij zijn aansprakelijkheidsverzekering aangeklopt worden. Het door hem ingestelde hoger beroep zal afgewacht moeten worden. ** Raimond Dufour vindt het ‘niet zo kies’ om in de media nader op de zaak in te gaan zolang het onder de rechter is. Jeroen Princen geeft geen commentaar op deze zaak.  

    Aansprakelijkheid van een curator

    Curatoren die onrechtmatig gehandeld hebben, worden in de regel aansprakelijkheid gesteld in de hoedanigheid van curator (zogeheten aansprakelijkheid q.q.). Als de rechter dan een claim toewijst van de tegenpartij, moet de schade uit de boedel betaald worden. De winnende partij zal dan zijn toegewezen claim als boedelvordering moeten indienen. Hij krijgt dan voorrang, maar als de boedel nagenoeg leeg is dan zal de juridische overwinning niet omgezet kunnen worden in klinkende munt.

    Privé-aansprakelijk Heel soms blijft de curator privé niet buiten schot en wordt hij als privépersoon aansprakelijkheid gesteld (pro se). Dit is het geval in deze Oliehandel-zaak met curator Dufour. ‘Deze aansprakelijkheid is overigens meestal verzekerd en verzekeraars regelen deze kwestie liever onderhands dan dat zij ermee naar de rechter gaan,’ licht curator Ton Tekstra desgevraagd toe. Zover komt het vaak niet, want – op basis van het Maclou-arrest uit 1996 en een recenter arrest van de Hoge Raad uit 2011, moet een curator het bewust wel heel bont maken. Op rechtspraak.nl zijn nauwelijks zaken te vinden waarin een curator persoonlijk aansprakelijk wordt gehouden. Tekstra: ‘De Hoge Raad vindt dat er terughoudendheid moet worden betracht bij een dergelijke aansprakelijkheid. De soms moeilijke positie waarin de curator verkeert en de vele belangen waarmee hij in een korte termijn te maken heeft, leiden ertoe dat volgens de Hoge Raad aan de curator de nodige vrijheid toekomt in zijn handelen. Aan de curator moet een (ernstig) persoonlijk verwijt worden gemaakt voor zijn handelen, inhoudende dat hij heeft gehandeld, terwijl hij het onjuiste van zijn handelen inzag of (redelijkerwijs) behoorde in te zien. Pas dan is hij in privé aansprakelijk.’ Tekstra verwacht een beperkte precedentwerking. ‘Het is een nogal specifieke casus, daar zal niet zo snel een precedentwerking vanuit gaan. Wel is van belang dat de rechtbank vindt dat de curator, die op de hoogte was van het eigendomsvoorbehoud, gehouden was dat te respecteren, dus daarin had hij geen vrijheid.’ Dit laatste zal ongetwijfeld in hoger beroep in twijfel getrokken worden, want in een andere beroepsprocedure (tegen Dufour in hoedanigheid van curator) gaf het Hof Den Haag vorig jaar december aan dat de praktijksituatie mogelijk anders was.

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dennis Mijnheer

    Gevolgd door 935 leden

    Ontspoorde bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping.

    Volg Dennis Mijnheer
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    In de greep van de curator

    Gevolgd door 624 leden

    In 2014 gingen er bijna 10 duizend bedrijven en personen failliet. De gevolgen zijn vaak groot: toeleveranciers moeten nog ma...

    Volg dossier