Jan Kuitenbrouwer kapt tweewekelijks een pad door de online jungle. Vandaag: waarom kan antitrustwetgeving geen vuist maken tegen de kartels uit Silicon Valley?

    Noem eens twee tegenpolen op het Amerikaanse politieke toneel. Donald Trump en Alexandria Ocasio-Cortez? Zeker, maar wat dacht u van Elizabeth Warren en Steve Bannon? De linkse Democratische senator annex presidentskandidaat die door Trump graag wordt weggezet als een hysterisch dwaallicht met communistische sympathieën, versus de rechts-extremistische agitator met vrienden in neonazi-kringen? Ook wat je noemt twee politieke tegenvoeters. Toch hebben zij iets met elkaar gemeen. Ze vinden beiden dat de grote techbedrijven, met name Google, Facebook, Amazon en Apple, moeten worden opgebroken.

    Warren: ‘They have too much power. They’ve bulldozed competition, used our private information for profit, and tilted the playing field against everyone else.’ Bannon: ‘Facebook takes your stuff for free and sells it and monetizes it for huge margins. Then they write algorithms that control your life.

    Laat Steve Bannon het bij een paar opmerkingen in interviews en lezingen, Elizabeth Warren pakte het grondiger aan: ze vormde een werkgroep die een doordacht plan ontwierp om Big Tech aan te pakken.

    Het zou een historische politieke landverschuiving zijn. De deregulering van de financiële industrie veroorzaakte de crisis van 2008, maar maakte die industrie tegelijk zo machtig, dat zij nauwelijks nog valt bij te sturen. Op het stadsplan van de macht staan zoveel bankagenten dat hun transporten altijd voorrang krijgen. Er zijn critici die denken dat ook Big Tech het punt is gepasseerd waarop zij nog iets te vrezen heeft van welke tegenmacht dan ook. De komende jaren zal blijken of dat inderdaad zo is.

    In de schaduw van Big Tech groeit geen gras meer

    Maar er zijn ook verschillen. Wat de banken deden (en doen) is vooral gevaarlijk doordat er onverantwoorde risico’s worden genomen die, als het mis gaat, worden afgewenteld op kleine rekeninghouders en de belastingbetaler. Wat Big Tech doet gaat verder: zij misbruiken hun macht, die dankzij dat misbruik steeds groter wordt, ten koste van hun concurrenten en – uiteindelijk – de consument. Zij waren de superhelden van de innovatie, maar hun megabedrijven werden juist een remmende factor. Het aantal start-ups in Silicon Valley daalt gestaag, evenals de animo van venture capitalists om in technologie te investeren. In de schaduw van Big Tech groeit geen gras meer.

    Zoiets had Amerika eerder meegemaakt. In 1890 werd in Washington de Sherman Act aangenomen, een wet die beoogde om van de politieke democratie ook een economische democratie te maken. ‘If we will not endure a king as a political power, we should not endure a king over the production, transportation, and sale of any of the necessaries of life,’ zei Sherman bij de behandeling van de wet. ‘If we would not submit to an emperor, we should not submit to an autocrat of trade.’

    Sherman verwees naar de grote olie- en spoorwegkartels die eind negentiende eeuw in de VS waren ontstaan. Zij opereerden in een wettelijk vacuüm, niemand legde ze een strobreed in de weg, en hun unfaire, soms gewelddadige praktijken veroorzaakten sociale onvrede. Een nieuwe politieke beweging vormde zich, het ‘populisme’: de kleine man die kansloos was tegen de kartels en ten strijde trok tegen de robber barons en het elitism. (Klinkt bekend, niet?)

    De Sherman Act werd een hefboom voor sociale emancipatie. ‘Trustbusting’ werd een verkiezingsstrategie voor de Democraten, Theodore Roosevelt won er in 1901 het presidentschap mee. De olie- en spoorwegkartels werden opgebroken, later werd de telefoon-moloch AT&T na een Sherman-procedure in 22 stukken geknipt en in de jaren negentig kreeg Microsoft met de wet te maken toen het zich schuldig maakte aan koppelverkoop.

    Sindsdien is het doodstil aan het antitrust-front. De Sherman Act bleef bestaan, hij wordt alleen niet meer gehandhaafd. Of beter: hij wordt tegenwoordig zo geïnterpreteerd dat hij eigenlijk nooit wordt overtreden. Dit volgens een nieuwe economische opvatting die in de jaren tachtig in zwang raakte (de ‘Chicago School’): de markt heeft altijd gelijk. Mededingingsrecht draait maar om één ding: het (korte termijn) belang van de consument. Wat de Sherman Act definieertals machtsmisbruik, is rationeel economisch gedrag, dus: laissez faire. De tijd van voor Sherman keerde weerom.

    En toen kwam er een nieuwe industriële revolutie, rond een nieuwe delfstof: data. En in het nieuwe wettelijk vacuüm konden de nieuwe oligarchen ongestoord hun nieuwe imperia opbouwen, net als honderd jaar geleden. En opnieuw groeide de onvrede, bij burgers, consumenten en concurrenten, onvrede die nu opnieuw gemobiliseerd wordt door Steve Bannon en Elizabeth Warren. Die nog iets anders met elkaar gemeen hebben, namelijk dat zij allebei ‘populist’ genoemd worden, net als de trustbusters van weleer.

    Terwijl de Sherman Act in coma lag, maakte het kapitalisme een enorme concentratiebeweging

    Terwijl de Sherman Act in coma lag, maakte het kapitalisme een enorme concentratiebeweging: het aantal bedrijven neemt gestaag af, hun gemiddelde omvang neemt toe, zij betalen steeds minder belasting, hun winstmarges groeien, de kans op succes voor nieuwkomers wordt steeds kleiner. Wat rest is horigheid, eenrecept voor ressentiment. Noem het ‘Big’-haat: Big Data, Big Tech, Big Finance, Big Pharma, Big Science – wat hebben we er eigenlijk aan, behalve dat het de kleine man alleen maar kleiner maakt? 

    AT&T overtrad de Sherman-wet omdat het eigenaar was van een markt waarop het zelf ook aanbieder was: ze boden niet alleen telefonie aan, maar ook toestellen en centrales, via General Electric. Een dergelijke belangenverstrengeling is in de tech-industrie volstrekt normaal. Google de zoekmachine onderdrukt resultaten van andere zoekmachines, Google de retailer onderdrukt andere webshops. Apple: eigenaar van en speler in de App-store. Amazon: eigenaar van Amazon Marketplace, een platform voor kleine webshophouders, waar het zelf ook een van de aanbieders is. Zodra een kraamhouder op Marketplace een hit scoort, wat ze bij Amazon real time kunnen volgen, wordt het product gekopieerd en voor een lagere prijs in de Amazon-etalage gelegd. Strafbaar onder de Sherman Act, nooit vervolgd.

    Een andere hoeksteen van de wet is het verbod op predatory pricing (‘roofzuchtig prijsbeleid’). Een kapitaalkrachtig bedrijf kan een markt opslokken door daar flink onder de prijs te werken, net zo lang tot alle bestaande aanbieders kapot zijn, om vervolgens, als monopolist, te vragen wat het wil. Daardoor konden de grote trusts van 100 jaar geleden zo hard groeien, en zo doet Big Tech het ook weer. Vanwege hun ongekende rendement kunnen zij onbeperkt over kapitaal beschikken – Amazon draaide twintig jaar verlies, maar de geldschieters wachtten geduldig op het goudschip aan de horizon – dus het uitroken van concurrenten is all in a days work.

    Neem de webwinkel voor kraam- en babyproducten Quidsy; die was aanvankelijk zeeer succesvol. Amazon verlaagde de prijzen op zijn eigen babyartikelen drastisch, een investering van naar schatting honderden miljoenen dollars. Quidsy raakte in moeilijkheden, Amazon kocht Quidsy op en de prijzen van luiers en billenzalf ging weer omhoog. Een klassiek geval van predatory pricing. Strafbaar onder de Sherman Act, nooit vervolgd. 

    En dat zijn maar twee voorbeelden. Een stelselmatige toepassing van de Sherman Act op Big Tech zou gelijk staan aan een bom onder Silicon Valley. 

    Het is zeer de vraag of de links-rechtse verlostang van Elizabeth en Steve sterk genoeg zal zijn om het taaie midden van de Amerikaanse politiek in beweging te krijgen. Want zoals de vleugels van links en rechts elkaar vinden in hun afkeer van de elite en het grootkapitaal, zo vinden de gematigden in het midden elkaar meestal wel weer in de pragmatische accommodatie van corporate interests in ruil voor de juiste campagnedonaties, waardoor alles blijft zoals het was.

    Nadat de grote internetproviders, Verizon voorop, in 2016 via donaties aan de Republikeinen erin slaagden de netneutraliteit geschrapt te krijgen, investeren zij nu in de Democratische partij om die aan hun kant te krijgen. De vier giganten die Warren noemde, Google, Facebook, Amazon en Apple, zullen tussen nu en 2020 hun immense macht gebruiken om dit soort antitrust-plannen tegen te houden. Ze hebben het geld en de propagandamachine om een serieuze kans te maken. Facebook nam deze week al een voorschot door advertenties van Warrens campagneteam te blokkeren, maar zette die na protest snel terug. Dit in het belang, zoals Facebook verklaarde, van een ‘robuust debat.’ Het is game on.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jan Kuitenbrouwer

    Gevolgd door 368 leden

    Journalist, schrijver en presentator.

    Volg Jan Kuitenbrouwer
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Datadictatuur

    Gevolgd door 699 leden

    2018 was het jaar van de Grote Internet Ontnuchtering. Voor het eerst zagen we de techindustrie met haar datahonger als een G...

    Volg dossier