Meer dataschaamte graag!

    Elke tijd kent zijn eigen vorm van schaamteloosheid, maar die van ons lijkt erin uit te blinken. Elke dag weer zien we onbeschaamd gedrag, in een duizelingwekkende waaier aan verschijningsvormen. Wat filosoof Hans Schnitzler betreft is het hoog tijd voor iets meer ‘beschavende’ remming.

    De Griekse filosoof Diogenes – u weet wel: van die ton – verhief de schaamteloosheid tot levenskunst; hij leefde volledig in het openbaar en van etensrestjes, deed zijn behoeften publiekelijk en masturbeerde op straat. Zijn hondse levensstijl leverde hem de scheldnaam Diogenes Kynikos op, wat zoveel betekent als Diogenes de Hond, en waar ons woord cynicus van afgeleid is. Diogenes droeg zijn scheldnaam als geuzennaam, want met zijn hondse gedrag bracht hij zijn levensbeschouwing – die van het cynisme – in de praktijk. Cynici wezen maatschappelijke conventies af en propageerden een natuurlijke levenswijze.

    Op het gevaar af voor een belegen brompot uitgemaakt te worden: elke tijd zijn eigen schaamteloosheid, maar die van ons lijkt erin uit te blinken. Diogenes heeft een eigentijds, nihilistisch jasje aangetrokken en kent vandaag de dag een duizelingwekkende waaier aan verschijningsvormen. Soms verschijnt hij als een journalistieke hooligan die, ter lering en vermaak van zijn achterban, er geen been in ziet om de minderjarige zoon van een burgemeester voor de tram te gooien. In andere gevallen neemt hij de gedaante aan van een populistische politicus die zich, gretig als een varken, in een modderpoel van malicieuze verdachtmakingen en potsierlijke complottheorieën wentelt. En wie zich weleens op Twitter waagt, struikelt bijkans over  postmoderne Diogenessen die, al dan niet anoniem, hun totale verstandsverduistering als een ereteken lijken te dragen. Voor de hoogmis van de Diogenes-viering moeten we ongetwijfeld op de treurbuis zijn, daar waar men zich avond na avond kan laven aan al die reality-soaps en andere varianten van emo-tv waarin het hele horrorkabinet van de intiem-persoonlijke binnenwereld publiekelijk uitgevent wordt.

    De data-exhibitionist meent dat hij niets te verbergen heeft

    Naast deze zichtbare vormen van schaamteloosheid bestaat er een onzichtbare variant, een specifiek soort onbeschaamdheid die wijdverbreid is en nauw samenhangt met onze digitale conditie. Laten we het data-exhibitionisme noemen. De data-exhibitionist meent dat hij niets te verbergen heeft. En dus logt hij onbekommerd in op zijn Google-account, bestelt zijn spullen via Amazon en stuurt zijn vriendschapsverzoeken uit via Facebook. Wat hij feitelijk doet is zichzelf prostitueren; hij stelt databoeren en -handelaren in de gelegenheid om hun datafetisjisme onbelemmerd te bevredigen. Stilletjes schuifelen ze langs de altijd geopende digitale vensters en keuren hun waar. Ze kijken dwars door de data-exhibitionist heen, ze lezen zijn geheime verlangens en voorkeuren en weten wat hij het lekkerst vindt. De data-exhibitionist is naakter dan Diogenes ooit was.

    Misschien onnodig om te zeggen, maar de data-exhibitionist is gevoelig voor uitbuiting en misbruik. Doordat hij de datasouteneurs zijn gedachten laat lezen en zijn hele ziel en zaligheid laat doorverkopen aan de hoogste bieder, wordt hij een object ter manipulatie. Soms krijgt hij bezoek van een keurig heerschap die deze misstand wil bestrijden, er zijn bewegingen die voor zijn burgerrechten opkomen en instituties die hem proberen te beschermen met regelgeving en het beboeten van al te opdringerige dataprostituanten. 

    Helaas schieten dergelijke maatregelen tekort zolang dataprostituées weigeren om enige mate van hygiëne in acht te nemen en digitale voorbehoedsmiddelen te gaan gebruiken. Zo kunnen ze bijvoorbeeld aan ‘obfuscation’ doen, een soort ‘voor het zingen de digitale kerk uit’-aanpak. Met deze tool, mede ontwikkeld door de Amerikaanse filosoof Helen Nissenbaum, worden de grootdatabezitters op een dwaalspoor gezet door voortdurend fictieve zoekopdrachten naar hun dataverzamelcentra te versturen. ‘Weapon of the weak’ noemt Nissenbaum dit instrument. Uiteraard is het ook mogelijk het zicht van pottenkijkers te belemmeren door alternatieve en privacy-vriendelijke zoekmachines te gebruiken, zoals StartPage of Firefox, uit te wijken naar een veiliger communicatiemiddel, zoals Signal, of door eenvoudigweg een dienst als Facebook te verwijderen – Zuckerberg is wel de über-souteneur van het hele stel.

    We zullen moeten beseffen dat onbeschermd surf- en swipe-gedrag een nogal schaamteloze bezigheid is

    Maar uiteindelijk is er vooral een mentaliteitsverandering nodig. We zullen veel indringender moeten beseffen dat onbeschermd surf- en swipe-gedrag een nogal schaamteloze bezigheid is. Daartoe pleitte ik onlangs op de radio voor dataschaamte. Techjournalist Wouter van Noort had daar moeite mee, omdat hij meent dat schaamte een ‘rot-emotie’ is, en ‘onproductief’ bovendien. Daarmee benadert hij schaamte vooral als een individuele kwestie, en vergeet hij dat schaamte een belangrijke beschavende kwaliteit bezit. Een gezonde dosis schaamte helpt namelijk om je onmiddellijke impulsen te beheersen en om bepaalde maatschappelijke waarden te versterken. Darwin noemde schaamte zelfs ‘de meest menselijke emotie’ en socioloog Joop Goudsblom karakteriseerde schaamte als ‘sociale pijn’, onmisbaar voor een zekere mate van groepsbinding.

    Over groepsbinding gesproken: in digitale tijden zou je dataschaamte evengoed als een vorm van constructief verzet kunnen zien, als een buitengewoon behulpzame emotie om schadelijke gewoonten te doorbreken en om te buigen in de richting van een leefstijl die de samenleving als geheel ten goede komt. Hoe ‘rot’ ook, net als vlieg- en vleesschaamte kan dataschaamte daaraan bijdragen. Waar de cynici hun schaamteloosheid inzetten om cultuurkritiek uit te oefenen, kunnen wij hetzelfde doen maar dan in omgekeerde richting: met behulp van onze menselijke, al te menselijke schaamtegevoelens.

    Kortom, meer dataschaamte graag!   

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Hans Schnitzler

    Gevolgd door 300 leden

    Filosoof, publicist, auteur van Het digitale proletariaat (2015) en voormalig columnist voor de Volkskrant.

    Volg Hans Schnitzler
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren