De bankier die weggestuurd had moeten worden

    De feiten die over het faillissement van DSB naar buiten zijn gekomen, laten geen ruimte meer voor twijfel. Gerrit Zalm mislukte als financieel directeur en had later bij ABN Amro weggestuurd moeten worden.

    Misschien was het omdat iedereen zijn aandacht had bij de val van het kabinet, of misschien was het omdat de feiten over de werkelijke prestaties van Gerrit Zalm bij DSB in honderden pagina’s lagen besloten. Hoe dan ook, het curatorenrapport, dat op 19 juni van dit jaar verscheen, trok nauwelijks media-aandacht. Opmerkelijk, blijkt na uitgebreide bestudering van het rapport. De feiten die in het rapport vermeld staan, spreken een keihard oordeel uit over de huidige voorzitter van de Raad van Bestuur van ABN Amro. In de periode dat Zalm financieel directeur van DSB was, zijn de problemen bij de bank alleen maar erger geworden. De financiële positie van DSB verslechterde en de risico’s die de bank aanging met leningen aan Scheringa’s persoonlijke beheermaatschappij werden groter. Tegen de woekerpraktijken van DSB heeft Zalm feitelijk niets ondernomen, hij kwam uitdrukkelijke toezeggingen aan de toezichthouders niet na en tijdens zijn verblijf bij DSB bleef de ongewenste machtspositie van eigenaar Dirk Scheringa onaangetast. Dit ondanks het feit dat Zalm van De Nederlandsche Bank (DNB) een duidelijk omschreven opdracht had meegekregen om bij DSB op al deze punten het tij te keren.

    Zwakke plek

    Voormalig minister van Financiën en VVD erelid Gerrit Zalm is sinds december 2008 bestuurvoorzitter van ABN Amro, de bank die eind 2008 met behulp van 30 miljard euro staatssteun van de ondergang werd gered. Zalms opvolger Wouter Bos was samen met premier Balkenende en toenmalig president van DNB Nout Wellink tot de conclusie gekomen dat Zalm de ideale man was om de pas ontstane staatsbank te leiden. Hij kreeg onder andere de moeilijke opdracht om het Nederlandse deel van Fortis te integreren, de bank die zich in 2007 verslikt had in de overname van ABN Amro. Volgens kenners was hij geknipt voor de baan. Sommige criticasters zagen zijn achtergrond bij DSB als een zwakke plek. Waarom had Zalm er in de zomer van 2007 voor gekozen om als chief economist  juist voor die bank actief te worden? De koppelverkooppraktijken van Scheringa cum suis stonden al ruim een jaar in de belangstelling van toezichthouder AFM en consumentenorganisaties.     Zalms verleden als cfo van DSB wordt in de zomer van 2009 ter sprake gebracht als de bank van Dirk Scheringa onder vuur komt te liggen door de dubieuze wijze waarop leningen werden verstrekt. Het tumult rond Zalm neemt serieuze vormen aan als in oktober 2009 DSB met donderend geraas failliet gaat. De ondergang van DSB leidt tot een hevig maatschappelijk debat. Het vertrouwen van de samenleving in het financiële systeem is in het geding en minister Bos besluit een aparte onderzoekscommissie samen te stellen die de oorzaken en omstandigheden van het faillissement van DSB snel aan het licht kan brengen. Hij vraagt ook de toezichthouders DNB en AFM om opnieuw naar het functioneren van de verschillende bestuurders van DSB te kijken, met name Zalm. Bos geeft daarbij aan dat wanneer blijkt dat Zalm fouten heeft gemaakt, hij kan worden weggestuurd.

    Ruïneuze producten

    Het is de vermaarde jurist en oud staatssecretaris van Justitie Michiel Scheltema die aan de onderzoekscommissie leiding geeft en ook de herbeoordelingen van DNB en AFM zal toetsen. Op 1 maart 2010 verbreekt hij de stilte rond Zalm. Er blijkt dat er door de twee toezichthouders geen eensluidend oordeel is geveld. DNB acht Zalm competent genoeg, de AFM stelt dat Zalm beter kan vertrekken. Hij zou te weinig verzet hebben geboden tegen Scheringa en te weinig hebben gedaan om verkoop van de ruïneuze producten van DSB tegen te gaan. DNB, dat verantwoordelijk is voor het prudentieel toezicht, heeft echter het laatste woord. Zalm heeft wél naar behoren gefunctioneerd en mag aanblijven als ceo van ABN Amro. De rol van Scheltema is dat hij een onafhankelijk oordeel geeft over de onderzoeken van DNB en AFM. Zijn oordeel over de AFM is vernietigend. Scheltema stelt dat de AFM documenten onjuist heeft geïnterpreteerd, conclusies niet deugdelijk heeft onderbouwd, de toezichthouder blijk heeft gegeven van een formeel bureaucratische instelling en bestuurlijk onzorgvuldig heeft geopereerd.
    Weer komt Zalm nadrukkelijk in het nieuws, en wederom wordt openlijk de vraag gesteld of hij de juiste man is voor ABN Amro. Dit keer is het echter de AFM die de klappen moet incasseren. Met dank aan Scheltema. ‘AFM blundert bij toets Zalm’, kopt het Financiële Dagblad op de voorpagina. Politici, waaronder minister van Financiën Jan Kees de Jager, vallen over elkaar heen om de toezichthouder van kritiek te voorzien. ‘Zeer schadelijk voor het gezag van de AFM’, oordeelt het Financieele Dagblad dat de kritiek van Scheltema omarmt.
    'De AFM houdt zijn oordeel niettemin staande; Zalm is ongeschikt.'
    Het voltallige bestuur van de AFM verweert zich nog in een ingezonden brief in het Financieele Dagblad zonder dat ze daarbij op de inhoud van hun eigen rapport mogen ingaan. Die is door minister De Jager namelijk geheim verklaard. De AFM houdt zijn oordeel niettemin staande; Zalm is ongeschikt. Het debat in de Kamer dat een week later volgt, gaat vooral over de juridische context van de ‘bindende aanbeveling’ die AFM had gedaan. Die is te verstrekkend en volgens Scheltema in strijd met de wet. De AFM had zich moeten beperken tot een niet bindend advies. Over hoe Zalm bij DSB precies heeft gefunctioneerd en of hij wel geschikt is voor het bestuursvoorzitterschap van ABN Amro gaat het niet meer.
    Daarmee is het pleit beslecht. De reputatie van de AFM loopt een flinke kras op en de discussie over de deskundigheid van Gerrit Zalm is voorbij zonder dat de feiten over zijn functioneren bij DSB publiekelijk zijn besproken.  

    Scheltema licht zijn rapport toe voor de Tweede Kamer

    Het rapport

    Deze komen eind juni 2010 voor het eerst aan het licht als de commissie Scheltema zijn 350 pagina’s tellende onderzoeksrapport naar buiten brengt. Ook over Gerrit Zalm. Dit keer is het niet de AFM die de volle laag krijgt, maar DNB. Die had de problemen rond de bank eerder moeten onderkennen en DSB in 2005 geen bankvergunning mogen geven. Ook had DNB door de jaren heen niet doortastend genoeg op opgetreden. De AFM daarentegen, heeft ‘adequaat’ toezicht geboden. De discrepantie is opmerkelijk. Het optreden van Zalm is echter geen issue meer. De door de curatoren beschreven feiten strekken nog verder. ‘Scheltema haalt in zijn rapport over Zalm DNB aan’, zegt Harrie Verbon, hoogleraar economie in Tilburg, die het dossier Zalm al sinds het faillissement van DSB nauwlettend volgt. ‘Onder zijn verantwoordelijkheid zou "een aanmerkelijke kostenreductie gerealiseerd, de solvabiliteit en liquiditeit duidelijk zijn verbeterd en zijn stappen gezet naar een omvorming van de strategie en het verdienmodel." Uit het curatorenrapport blijkt niet dat Zalm iets in die richting heeft bereikt, of ik moet het curatorenrapport helemaal verkeerd hebben gelezen. Zalm wordt door Scheltema op curieuze wijze verdedigd.’ De kern van het problematiek lag volgens Scheltema bij de persoon Dirk Scheringa en de weinig professionele wijze waarop hij samen met bestuurslid Hans van Goor leiding gaf aan zijn bank. ‘Zijn invalshoek was commercie, op bancair gebied miste hij deskundigheid’, concludeert Scheltema. DSB had een verdienmodel dat niet of nauwelijks rekening hield met de belangen van klanten. Scheringa zette DSB in voor zijn persoonlijke hobby’s – zijn museum en voetbalclub AZ – en ondermijnde daarmee de financiële basis van zijn bank en vergrootte de risico’s. Scheltema’s analyse van het kernprobleem bij DSB is exact dezelfde die DNB eind 2007 maakt, zo blijkt uit zijn rapport. De problemen bij DSB zijn op dat moment groot, oordeelt DNB. Cfo Jaap van Dijk heeft net ontslag genomen. De toezichthouder heeft mede daarom besloten om de voordracht van de leden van de RvB van DSB nog niet goed te keuren. De toezichthouder staat zelfs op het punt om DSB een paardenmiddel in te brengen: een stille curator. De installatie van een stille curator is een zeer verstrekkende ingreep die financiële instellingen hun autonomie ontneemt. Deze ingreep wordt op het laatste moment door Scheringa voorkomen wanneer hij zijn troefkaart trekt. Op 3 december 2007 om 17.07 snort het faxapparaat bij DNB, zo valt in het rapport Scheltema te lezen. DSB kondigt aan dat Zalm, die aanvankelijk als chief economist een bijzondere adviesfunctie heeft, met onmiddellijke ingang bereid is om als interim-CFO toe te treden tot de Raad van Bestuur. Zalm wordt door DNB onmiddellijk uitgenodigd om zich de volgende dag op het kantoor van de toezichthouder aan het Amsterdamse Frederiksplein  te melden. Zalm krijgt het overzicht van de ernstige problemen bij DSB voorgeschoteld. Scheringa is het grote probleem. Hij drukt als directeur-grootaandeelhouder een veel te grote stempel op de besluitvorming binnen DSB en er lijkt niemand te zijn die hem tegenwicht biedt. De kwaliteit van het risicobeheer is ondermaats en adequate maatregelen in het belang van de solvabiliteit en de liquiditeit ontbreken. Deze hebben de hoogste urgentie, de bank staat er eind 2007 niet goed voor, ook al omdat een duurzaam zakelijk model ontbreekt. Versterking van de vermogenspositie is essentieel.
    ‘Aardige selfmade man, de Joop van den Ende van de bankensector’
    De opdracht is duidelijk. Zalm, die Scheringa eerder dat jaar bij zijn aanstelling als chief economist nog omschreef als een ‘aardige selfmade man, de Joop van den Ende van de bankensector’, zal zijn baas en diens rechterhand Hans van Goor hard moeten aanpakken. Zalm heeft vanaf het begin af aan alle bestuursvergaderingen bijgewoond en is goed op de hoogte van wat er speelt. Toch grijpt hij niet in. Zijn prestaties als CFO lijden daar zwaar onder. In plaats van verbeteringen aan te brengen gaat de uitholling van de winstgevendheid en vermogenspositie van DSB onder Zalm gestaag door en nemen de financiële risico’s toe. Precies het tegenovergestelde van wat DNB beoogt. Of zoals een oud bestuurslid het zegt: ‘Gerrit zat er en dacht waarschijnlijk dat zijn aanwezigheid voldoende zou kunnen zijn om het tij te keren. Maar mannen als Dirk en Hans hebben juist een zeer directe aanpak nodig, anders verandert er he-le-maal niets’.

    De dure hobby’s van Scheringa

    Boven aan de kerstboom van bedrijven in het Scheringa imperium staat DSB Beheer. DSB Beheer is zowel de eigenaar van Scheringa’s hobby’s (de kunstcollectie, het museum, de voetbalclub, de schaatsploeg), als het bank- en verzekeringsbedrijf. De hobby-activiteiten van DSB Beheer kosten geld of leveren na de streep niets op. De enige winstgevende activiteiten zijn de bank en de verzekeraars. De winst die deze bedrijven uitkeren gebruikt DSB Beheer om de hobby’s van Scheringa te bekostigen. De verhouding van DSB Bank tot DSB Beheer is een grote zorg voor DNB. Zalm is daar precies van op de hoogte  

    Scheringa met Van Gaal na het kampioenschap van AZ

      Nadat in 2007 en 2008 blijkt dat er geen winst meer kan worden uitgekeerd, begint DSB Bank leningen te verstrekken aan DSB Beheer. Eind 2006 had de bank nog 22 miljoen euro aan leningen uitstaan bij Beheer. Bij het aantreden van Zalm is dat 39,5 miljoen euro. Zalm trapt niet op de rem, integendeel. In de periode dat hij verantwoordelijk is voor de financiën en het risicobeheer, groeit de leensom uit naar 74,6 miljoen euro. Zonder dat daar – les één voor iedere bankier - degelijk onderpand tegenover staat. De curatoren stellen dat ze ‘in de administratie van DSB Bank geen bewijs van verpanding van de [aandelen van de door Beheer aangekochte bedrijven] hebben aangetroffen.’
    Bij het aantreden van Zalm als bestuurder wordt hem onmiddellijk duidelijk dat DSB Beheer geldproblemen heeft
    Bij het aantreden van Zalm als bestuurder wordt hem onmiddellijk duidelijk dat DSB Beheer geldproblemen heeft. Al op 12 december 2007 ontvangt Zalm een verzoek van Rudy Douma, financieel directeur van DSB Beheer, om een dividenduitkering van 9 miljoen euro. Dividend blijft uit, maar er worden wel leningen verstrekt aan het moederbedrijf. DSB Bank haalt een handigheidje uit, past een kort daarvoor afgesloten kredietovereenkomst voor een overname aan en verhoogt de lening met 5,5 miljoen euro. ‘De verhoogde kredietfaciliteit werd daarna voor circa 3,7 miljoen euro aangewend voor andere (dan de in de kredietovereenkomst overeengekomen) doeleinden,’ stellen de curatoren vast. 3,4 Miljoen van dit bedrag gaat naar de voetbalclub AZ.
    Onder het toeziend oog van Zalm vinden er meer wonderlijke transacties plaats met DSB Beheer. Om aan de wens van DNB te voldoen, besluit de Raad van Bestuur dat DSB Beheer een aantal internetbedrijven van DSB Bank gaat overnemen. ‘De overdracht van deze vennootschappen aan DSB Beheer wordt met name gedreven door het belang van DSB Bank, meer in het bijzonder binnen het kader van het verbeteren van de solvabiliteit [het eigen vermogen red.] van DSB Bank,’ stellen de curatoren vast. In eerste instantie probeert DSB Beheer nog bij andere banken financiering te krijgen. Externe financiers willen echter inzage hebben in de financiële positie van DSB Beheer alvorens ze met het bedrijf in zee gaan, waardoor deze weg onbegaanbaar blijkt. De koopsom en een additionele lening van tezamen 32 miljoen euro worden uiteindelijk geheel gefinancierd door DSB Bank. Vreemd genoeg wordt er echter geen nieuw onderpand verstrekt op de lening. Het is een staaltje pure windowdressing.

    Alarmbellen

    De door Scheringa geïnitieerde acties ondermijnen de vermogenspositie van de bank. Dat besefte de voorganger van Zalm, Jaap van Dijk, bestuurslid Reggie de Jong ziet dat ook. De Jong, verantwoordelijk voor de automatisering, vertelt later dat haar relatie met Scheringa onder meer aanzienlijk verslechterde door het feit dat de Raad van Bestuur niet werd betrokken bij de besluitvorming omtrent de leningen aan DSB Beheer. De curatoren constateren dat er in de eerste helft van 2008 in de raad van bestuur niet eens is gesproken over de risico’s van de leningen aan DSB Beheer. Dit terwijl de hele raad van bestuur daar wel verantwoordelijk voor was. De Jong ziet in Zalm niet de persoon die veranderingen teweeg kan brengen, trekt in april 2008 haar conclusies en stapt op. Het gaat verder. Eind juni komt de zogenoemde grote postenregeling in het geding. Van DNB mag een bank niet te grote leningen verstrekken aan één enkele partij. Een faillissement van zo’n partij zou anders een enorme klap zijn voor een bank. Daarom is in de grote postenregeling vastgesteld dat banken niet meer dan 25 procent van hun eigen vermogen aan één partij mogen lenen. DSB Beheer is de partij waar de bank al een kwart van het eigen vermogen bij heeft uitstaan. Scheringa heeft desondanks andere ideeën. Hij wil met DSB een nieuw vliegtuig kopen en DSB Bank leent DSB Beheer opnieuw geld. Het percentage van 25 procent wordt overschreden waardoor aan het Frederiksplein de alarmbellen klinken. De toezichthouder constateert kort daarna dat de leningen aan DSB Beheer aan geen enkel beleidskader worden getoetst. DNB vraagt aan DSB om zo spoedig mogelijk een beleidskader op te stellen voor leningen aan DSB Beheer. Zalm neemt daarop het dossier DSB Beheer in handen, alle zaken die DSB Beheer aangaan vallen voortaan onder zijn verantwoordelijkheid. Hij zal ook het nieuwe beleidskader opstellen. Op 2 juli mailt Rudy Douma aan Zalm dat DSB Beheer in de komende maanden weer een beroep moet doen op DSB Bank. De voetbalclub AZ heeft opnieuw geld nodig. Elke verdere kredietverstrekking is op dat moment echter in strijd met de regels van DNB. Om kredietruimte te creëren voor DSB Beheer besluit DSB tot een vreemde transactie. DSB Bank verstrekt een lening van 5,7 miljoen euro met een uitzonderlijk lage rente aan het bedrijf Global Corporate Jets dat vervolgens een oud zakenvliegtuig van DSB Beheer koopt. Helaas, het blijkt een slechte lening. Ondanks de lage rente blijkt een jaar later dat Global Corporate Jets de lening niet kan dragen waarna DSB Bank een verlies van 2,5 miljoen op de lening moet nemen.  

    De Cessna 560XL Citation XLS van DSB Beheer (Foto: Andre Wadman)

      Zalm constateert vervolgens in oktober dat de situatie van DSB Beheer ‘ronduit zorgelijk’ is. Er is sprake van een gat van 40 miljoen euro in de begroting voor 2009, dat moet worden opgevuld door winstuitkeringen van DSB Bank (20 miljoen) en de verkoop van AZ spelers (10 miljoen). Zalm stelt ook voor om spelers en activiteiten van DSB Beheer te verkopen om het gat te dichten. ‘Er is een spanning tussen het ambitieniveau van DSB Bank en het ambitieniveau van DSB Beheer,’ stelt Zalm diplomatiek vast. ‘Hier zal de aandeelhouder keuzen moeten maken.’ De keuze die Zalm niettemin faciliteert houdt in dat eind november via een krediet nog eens 4,25 miljoen euro aan DSB Beheer beschikbaar wordt gesteld. Bij één van Zalm’s laatste vergaderingen begin december gaat de raad van bestuur akkoord met zijn beleidskader. Hij heeft dan al sinds september gewerkt aan het document, een memorandum van anderhalf kantje. Als DNB het beleidskader in januari 2009 ontvangt zegt ze dat de maatregelen in het beleidskader volstrekt onvoldoende zijn. ‘Zalm was betrokken bij het opstellen van de eerste versie van dit document, maar deze werd door DNB - mede in het licht van het feit dat DSB Bank enkele maanden was gegund om dit document op te stellen - in januari 2009 volstrekt onvoldoende geacht,’ stellen de curatoren vast.
    De cijfers spreken dezelfde taal. Uit het curatorenverslag blijkt hoe twijfelachtig de kredietverlening door DSB Bank aan haar moeder DSB Beheer is geweest. Op de leningen, die bij het faillissement circa 80 miljoen euro bedroegen, hebben de curatoren inmiddels 60 miljoen afgeboekt.

    Het verdienmodel

    Een onderwerp dat beide toezichthouders (zowel DNB als de AFM) bezighoudt is de wijze waarop DSB zijn geld verdient: via koppelverkoop en daaraan gepaarde verzekeringen met torenhoge provisies. Zalm dringt er in april 2008 bij zijn medebestuursleden op aan de verhouding met de toezichthouders te normaliseren. Het verdienmodel is volgens de toezichthouders niet duurzaam. ‘Zij zien tal van zaken die hetzij riskant zijn (DNB) hetzij te zeer gedreven zijn door eigen profijt en niet het consumentenbelang (AFM),’ schrijft Zalm aan Scheringa en mede-bestuurder Van Goor. ‘Nu houdt mijn aanwezigheid ze nog wel even af (het voordeel van het Minister zijn geweest) maar dat blijft niet zo.’ Zalm dringt er op aan het verdienmodel te veranderen. Bij monde, want feitelijk gebeurt er in het jaar dat Zalm bij DSB zit niets. Het curatorenrapport stelt vast dat de provisies en tekencommissies op koopsompolissen in de periode Zalm zelfs stegen. In 2007 bedroeg de gemiddelde provisie 59 procent, een jaar later was dat 63 procent. In Pauw & Witteman vertelt Zalm nadien dat ‘de provisieopbrengsten in die periode wel 30 procent af zijn genomen,’. Het is een halve waarheid. De afname wordt vooral veroorzaakt omdat DSB door de crisis minder leningen verstrekte, niet omdat door een gewijzigd verdienmodel provisies lager werden.
    De dalende provisieopbrengsten kwamen zelfs als een verrassing voor het bestuur van DSB. In juni 2008 constateert de Raad van Bestuur dat het aantal verzekeringsaanvragen sterk aan het dalen is. De RvB stelt voor om onderzoek te doen naar de oorzaken hiervan.

    Met irritante reclames poogde DSB klanten te verleiden om doorlopende kredieten af te sluiten of de woningwaarde te 'verzilveren'

      Ondertussen worden er geen plannen gemaakt om het verdienmodel aan te passen. Ondanks het herhaalde aandringen van zowel DNB en AFM. Ook bij de persoon Zalm zelf. Bij DSB komen ze desondanks tot een andere conclusie. In het beleidsplan 2009-2010 van de Afdeling Marketing en Profitcenter, opgesteld in augustus 2008, wordt aangegeven dat ‘de cross-sell op bestaande klanten verhoogd moet worden, de onverzekerde consumptief krediet portefeuille moet halveren en het aantal klanten met drie verzekeringsproducten moet verdubbelen’. Eind 2008 wordt de koppelverkoop bij persoonlijke leningen opgeschroefd. In de laatste maanden van 2008 verdubbelt het aantal meeverkochte koopsompolissen bij persoonlijke leningen zelfs. Op 13 maart 2008 ontvangt de raad van bestuur een memo over nieuwe koopsompolissen. De auteurs stellen voor om van de oude koopsompolis over te stappen op de krediet- en hypotheekprotector van financieel adviseur GEMA. Een koopsompolis ‘met hoge provisie (90%) en hoge cross-sell [koppelverkoop red.]’. De verkoop van oude koopsompolissen wordt stopgezet en per 21 juli begint DSB met de verkoop van de krediet- en hypotheekprotector. De AFM constateert later in een onderzoek dat de koopsompolissen van GEMA de hoogste provisies kenden van alle aanbieders. Zalm heeft in 2010 een andere perceptie van wat er gebeurde. ‘Ik wist dat er hoge provisies werden gevraagd,’ zei Zalm bij Pauw & Witteman. ‘Dat was ook een model waarvan ik van meet af aan heb aangegeven dat we daar van af moesten.’ Onder zijn leiding waren er dan ook flinke veranderingen doorgevoerd, beweerde hij. ‘We zijn toen uiteindelijk gekomen tot een model waarin de provisies helemaal zouden worden afgeschaft  en er gewoon een [vaste vergoeding] voor het advies wordt gevraagd.’     De feiten in het curatorenrapport vertellen een ander verhaal. Er werden tijdens de periode Zalm geen veranderingen doorgevoerd. In het financieel jaarplan 2009 dat Zalm in november 2008, vlak voor zijn vertrek, presenteert aan de raad van commissarissen wordt slechts gesproken over een proef met vaste vergoedingen. De provisieopbrengsten voor 2009-2010 worden ook in het financieel jaarplan, waar Zalm aan meewerkt, nog begroot op respectievelijk 70,8 miljoen Euro en 76 miljoen (in 2008: 71,8 miljoen euro).
    Zalm’s opvolger en voormalig collega Frank de Grave vertelt de curatoren dat het in het financieel jaarplan dat Zalm in november presenteerde gewoon ‘business as usual’ was. ‘Ook in dit jaarplan werd niet ingegaan op een nieuw verdienmodel,’ aldus De Grave.

    Woekerpolis compensatie

    Nog een voorbeeld van de vertragingstactieken en niet nagekomen toezeggingen is de gang van zaken rond de compensatie van woekerpolissen. Al in maart 2008 spreekt de raad van bestuur met de AFM over een onderzoek naar door DSB geadviseerde beleggingsverzekeringen. Volgens de AFM heeft DSB  haar klanten ‘benadeeld’ en zijn de bevindingen van haar onderzoek ‘ernstig tot zeer ernstig’. DSB zegt in de besprekingen toe klanten te compenseren en hiervoor spoedig een plan van aanpak op te stellen.
    In het financieel jaarplan dat Zalm presenteerde was het gewoon ‘business as usual
    Er wordt in de daaropvolgende maanden veel heen en weer gepingpongd over de compensatieplannen van DSB, die de AFM telkens onvoldoende acht. Op 20 juni belt Theodor Kockelkoren  van de AFM zelfs met Zalm, waarin hij aangeeft dat DSB nog steeds ‘onvoldoende concreet aangeeft hoe zij met het verleden wil omgaan.’ Drie maanden later is DSB nog steeds niet begonnen met compenseren.
    In werkelijkheid lijkt DSB helemaal niet van plan te zijn geweest alle klanten te compenseren. De curatoren constateren dat ‘toezeggingen aan de AFM, zoals de aangekondigde compensatieregeling van klanten, slechts deels of vertraagd werden nagekomen.’ DSB bericht in maart 2009 - Zalm is dan al vier maanden weg - dat ze pas 13 van de 4.000 potentieel gedupeerden heeft gecompenseerd.

    Beoordeling van Zalm

    Over Zalm’s functioneren bij DSB wil curator Rutger Schimmelpenninck niets zeggen. ‘Wij hebben in ons verslag primair geprobeerd de feiten weer te geven zodat iedereen weet wat er zich heeft afgespeeld,’ aldus Schimmelpenninck. ‘Met de beoordeling van die feiten zijn wij nog bezig en daarna zullen we contact met betrokkenen hebben.’
    'Het is niet zo moeilijk goed werk te verrichten in kalme tijden; je kracht blijkt pas in moeilijke tijden, zie de talloze burgemeesters die wegrenden bij de Zeeuwse watersnoodramp in 1953,’ stelt Harrie Verbon. ‘Bij DSB, in moeilijke tijden heeft Zalm vooral zijn zwakte bewezen. Zalm heeft wel iets geprobeerd, maar niet doorgezet. Hij wist precies wat er aan de hand was. Een betrouwbaar en verantwoordelijk bestuurder stapt in zo'n geval op. Dat heeft hij niet gedaan. Zalm bleef zitten totdat Bos hem kwam redden'.
    Zeker is in elk geval dat een situatie zoals die zich in maart 2010 voordeed, in Nederland nooit meer kan plaatsvinden. Een aanpassing in de Wet Financieel toezicht die per 1 juli van kracht is, staat dat toezichthouders desgevraagd een ‘bindende aanbeveling’ moéten geven. Het tegenovergestelde van wat Scheltema en ook Jan Kees de Jager in maart 2010 meenden, is bewaarheid geworden. Bovendien geldt dat iedere toezichthouder een vetorecht heeft. Zalm had bij de huidige wetgeving zijn biezen moeten pakken, zo erkent ook Michiel Scheltema tegenover Follow the Money. Een late maar zoete overwinning voor de AFM.  

    De bankier die weg had gemoeten

    Arnold Merkies, kamerlid van de SP en indertijd financieel fractiemedewerker, herinnert zich dat Zalm door Scheltema de hand boven het hoofd werd gehouden. 'Scheltema koos heel duidelijk partij voor DNB,' vertelt Merkies. 'Wanneer je tegen de AFM zegt dat zij hun toezicht niet goed hebben uitgevoerd, zeg je eigenlijk dat je beter weet dan de AFM hoe je gedragtoezicht moet uitvoeren. Dat is nogal een claim. Dat moet je op z’n minst zeer grondig onderbouwen en dat deed Scheltema niet.'
    'Mijn opdracht was niet een oordeel te geven over de deskundigheid van de heer Zalm’, zegt Scheltema die bij zijn oordeel van 2010 blijft. ‘Ik moest toetsen of de beoordeling door de toezichthouders op een zorgvuldig en redelijke manier tot stand was gekomen. Ik meende dat dit bij de AFM onvoldoende het geval was. Dat standpunt lijkt mij nog steeds juist. Een rechter – mijn toetsingsmaatstaven leken sterk op die van een rechter – zou hebben gezegd: doe de beoordeling over. Maar dat kon ik niet doen.'
    De AFM, DNB en ABN Amro kregen het bovenstaande feitenverslag toegestuurd. De AFM wenst er niet nader op inhoud in te gaan. ‘Zoals we in 2010 ook al zeiden; we respecteren het eindoordeel van DNB ten volle, overigens zonder onze eigen aanbeveling te herzien’. DNB onthield zich van commentaar.
    De woordvoerder van ABN Amro liet weten dat artikel een poging lijkt om zijn bestuursvoorzitter ‘nodeloos te beschadigen’. ‘De heer Zalm heeft geen behoefte erop te reageren.' Door Jesse Frederik en Eric Smit
    * * * Een ingekorte versie van dit artikel verscheen eerder in Vrij Nederland.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Redactie

    Gevolgd door 216 leden

    Volg Redactie
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren