De Baten en Lasten van Bankbuffers

    Het is onwenselijk en onmogelijk om de kapitaaleisen van banken ongelimiteerd op te schroeven, vindt columnist Robin Fransman. 'Bankbuffers zijn niet gratis'.

    In deze column heb ik de argumenten op een rij gezet waarom het onwenselijk en onmogelijk is om de kapitaaleisen van banken ongelimiteerd op te schroeven. De kern van die redenering is als volgt. Hogere kapitaaleisen zijn niet gratis, het leidt tijdelijk tot een lagere economische groei (Tijdelijk is dan de periode waarin de banken hun buffers verhogen, wat op kan lopen tot vele jaren). Daar staan ook voordelen tegenover van een veiliger financiële sector en een stabielere economie. Maar die relatie is niet lineair en niet oneindig. Naarmate je de kapitaaleisen verder verhoogt wijzigt de verhouding tussen de baten en de lasten. Je komt ergens op een punt waar je de banken niet of nauwelijks meer veiliger maakt, maar waar je wel de economische groei hindert. Er ligt dus ergens een omslagpunt, een optimum. Het is maatschappelijk wenselijk om op dat optimum te komen. Dat werkt dus net zo als bijvoorbeeld bij rivierdijken. Je kunt ze 1 meter tot 10 meter hoger maken, en ergens ligt de optimale hoogte waar de verlaagde kans op een overstroming in evenwicht is met de kosten om de dijk te verhogen en te onderhouden. In de follow-up van vandaag vind u een nadere uitwerking van de kosten en baten van hogere bankbuffers.

    De Kosten van Bank Buffers

    Om aan te tonen dat hogere kapitaaleisen leiden tot lagere economische groei moet je aantonen dat krediet schaarser en duurder wordt. Ik deed dat door in die column aan te geven waarom Modigliani-Miller niet goed werkt in de banken sector. Dat is niet nieuw. In voorbereiding op de hogere kapitaals- en liquiditeitseisen heeft de BIS een ‘Macro-Economic Assessment Group’ samengesteld. De groep, afgekort de MAG, is samengesteld uit circa 100 economen van alle centrale banken uit de hele wereld, het IMF en de Europese Commissie. De MAG heeft van 2009 tot 2011, de macro-economische gevolgen van de hogere kapitaaleisen onderzocht. Ze deden dat door de gevolgen te modelleren in tot 97 verschillende modellen. De belangrijkste bevindingen van de MAG staan hier.
    'Je komt ergens op een punt waar je de banken niet of nauwelijks meer veiliger maakt, maar waar je wel de economische groei hindert.'
    Conclusie van de MAG: een verhoging van de kapitaaleisen van 1% ten opzichte van de risicogewogen activa leidt tot gemiddeld 1,85% minder kredietverlening, een hogere rente op kredieten van gemiddeld 0,18% en een lagere economische groei van 0,26% na 9 jaar. Let wel, dit zijn de gevolgen van 1% stijging. Bij 2% zijn ze dus hoger. En het gaat om de risicogewogen activa. Een 1% stijging van de leverage ratio heeft dus ook een grotere impact, bij een gemiddelde verhouding van 35% tussen risicogewogen activa en totale active zijn de effecten van een 1% stijging van de leverage ratio dus een factor 3 groter. Behalve de hogere kapitaaleisen zijn er ook hogere liquiditeitseisen. Ook die hebben een impact op de economische groei. De MAG schat die in op een lagere economische groei van -0,08% na 4 jaar. Daar blijft het niet bij. Naast algemene hogere kapitaals- en liquiditeitseisen die voor alle banken gelden, gaan er extra hoge kapitaaleisen gelden voor systeemrelevante banken, de zogenaamde ‘G-SIB Surcharge’, die komt daar dus nog bovenop. De onderzoeksresultaten daarvan vindt u hier. De conclusie daarvan is elke 1% verhoging van het kapitaal ten opzichte van de risico gewogen activa leidt tot -1% minder kredieten, 0,06% hogere rente op kredieten en -0,1% lagere economische groei. Bij elkaar opgeteld is de impact niet onbeduidend. De kapitaaleisen gaan van 4% naar 8,5% voor alle banken en voor systeemrelevante banken komt daar nog 2,5% bij tot een totaal van 11%. Bij elkaar opgeteld is de economische impact van Basel III ten opzichte van Basel II als volgt: Bankenbuffers Dit zijn dus effecten ten opzichte van het basispad, als we helemaal niks zouden veranderen aan de regelgeving voor banken. En de effecten zijn tijdelijk, na circa 9 jaar, als alle banken hun kapitaal hebben verhoogd naar de nieuwe, hogere niveau’s, vallen de effecten weg en herneemt de economie haar normale patroon. We zijn overigens al een tijd op weg. De Bankensector is nu ruim 4 jaar bezig om te gaan voldoen aan BazelIII. De rentemarge is van net onder de 1% naar circa 1,5% gegaan, de bankenbalansen zijn verkleind en het kapitaal is toegenomen. Ergens rond 2017 is de operatie afgerond en zal de rem op de economische groei van de hogere buffers geleidelijk wegvallen.

    De Baten van Bank Buffers

    Dit is dus de prijs die we betalen voor een veiliger bankenstelsel, en daar staan ook baten tegenover. De baten zijn de besparingen die we boeken door minder vaak een crisis, en dus ook minder vaak de kosten van een crisis. Ook die zijn door de MAG in kaart gebracht, het risico dat in enig jaar een financiële crisis uitbreekt hangt samen met de kapitaalsratio’s:

    Economische Effecten BankBuffers

    De MAG gaat ervan uit dat een crisis gemiddeld 60% van het BBP aan cumulatieve schade over een reeks van jaren oplevert. Vermenigvuldig dat met de kans op een crisis en het is duidelijk dat hogere kapitaaleisen maatschappelijke winst opleveren. Door de hogere kapitaaleisen neemt de kans op een crisis af van eens in de 15 jaar onder BaselII bij een kapitaal van 4% van de risico gewogen activa, naar eens in de 200 jaar onder BaselIII met zijn 8,5% tot 11%. Maar ook is duidelijk dat naarmate je hogere eisen stelt, de kans op een crisis nauwelijks nog verder afneemt. Nog veel hogere kapitaaleisen, zoals Jacobs c.s. willen, voegt dan niet meer veel toe aan de baten kant, maar kost wel economische groei. Als u de oorspronkelijke stukken te lang vind, een redelijke samenvatting van de MAG rapporten, inclusief verwijzingen naar onderzoek over de beperkingen van Modigliani-Miller in de bankensector, vindt u hier.

    Leverage Ratio

    De MAG heeft geen onderzoek gedaan naar de effecten van hogere leverage ratio’s. Het minimum van 3% dat BazelIII stelt is afgeleid van de minimale Tier 1/RWA ratio, door te kijken naar de verhouding tussen balanstotalen en de risicogewogen assets zoals die bij de meeste banken voorkomt. Banken als de Nederlandse Waterschaps Bank en de Bank Nederlandse Gemeentes moeten dan veel kapitaal ophalen. Hun risicogewogen activa zijn extreem klein ten opzichte van het balanstotaal, omdat ze alleen geld uitlenen aan door de overheid gegarandeerde instellingen. Dijsselbloem heeft daarom aangegeven deze twee banken te willen uitsluiten van de BazelIII eisen, maar heeft daar wel toestemming van de EBA voor nodig. Een duidelijke erkenning dat de kwaliteit van de activa leidend moet blijven in de kapitaaleisen. In Europa heeft men besloten dat de BazelIIIeisen nog onvoldoende zijn. In Europa zijn de banken veel groter dan elders, omdat de kapitaalmarkten minder krediet voor hun rekening nemen. De redenering is dat je de kans op bankfalen nooit tot nul kan reduceren, en dat je dus moet zorgen dat bankfalen moet kunnen. Je moet alleen zorgen dat het omvallen van een bank de economie niet omver trekt en het de belastingbetaler geen geld kost. Dat doet de ‘Bail-In’ richtlijn, die waarschijnlijk in 2016 in werking treedt. Het zorgt ervoor dat bij een dreigend faillissement het vreemde vermogen van banken geconverteerd wordt in eigen vermogen. Sommige elementen, waaronder DGS tegoeden zijn daar van uitgesloten. Ook eist de bail-in richtlijn dat banken een minimale hoeveelheid aan bail-in obligaties moet hebben, onderdeel van het Tier2 kapitaal. Dit zijn de obligaties die als eerste aan de beurt komen. De kapitaaleisen in Europa gaan zo uit twee delen bestaan, het eigen vermogen, en de bail-in bonds. De verwachting is dat de minimale aanvullende eisen ten opzcihte van BazelIII gaan afhangen van het soort bank. Een klassieke retail spaarbank moet dan minimaal 3% eigen vermogen en 3% bail-in bonds hebben, samen 6%, een universele bank moet richting de 8% en Investment Banks naar 10%. De basis daarvoor is gelegd door dit: Economische Effecten BankBuffersII Hier ziet u de 100 grootste banken ter wereld, gerangschikt naar de leverage ratio eind 2006. Rood zijn banken die staatssteun hebben gehad of zijn omgevallen, en blauw heeft het overleefd. Natuurlijk, dit is een simpelere methode, minder geavanceerd dan de 97 modellen van de MAG, maar complexiteit en nuanceringen zijn niet noodzakelijkerwijs beter. Het hele verhaal nalezen kan hier. Eén conclusies durf ik wel te trekken uit het voorgaande. De bankensector wordt veiliger en de nieuwe eisen van BazelIII en van de Bail-in richtlijn zijn het resultaat van een degelijke analyse en weloverwogen besluitvorming. Mensen die menen dat buffers nog veel hoger moeten, moeten met degelijke argumenten komen en het eerlijke verhaal vertellen. Bankbuffers zijn niet gratis.   ***   Robin Fransman is bereikbaar op Twitter: @RF_HFC

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Robin Fransman

    De dwarse denker Robin Fransman was jarenlang adjunct-directeur bij Holland Financial Centre (HFC). Daarvoor werkte hij onder...

    Volg Robin Fransman
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren