Nieuw! Bankier De Bree deelt punten uit aan financieel journalisten

Voormalig bankier Tony de Bree houdt voor FTM de producties van financieel-economische journalisten tegen het licht en geeft punten. Als eerste in de serie komt Menno Tamminga van NRC Handelsblad aan bod die een opgewekt artikel schreef over de beursgang van ABN Amro.

Wat opvalt als je in Nederlandse dagbladen artikelen over de financiële sector leest, is hoe slordig er vaak met de feiten wordt omgesprongen en hoe ondoordacht de argumentatie doorgaans is. Een alleraardigst voorbeeld daarvan is het artikel van Menno Tamminga dat anderhalve week geleden in NRC Handelsblad stond. Tijd dringt voor beursgang ABN Amro. De omstandigheden zijn nu ideaal, waar wacht minister Dijsselbloem op?, luidden de veelzeggende kop en subtitel. Een enthousiaste aanmoediging voor de minister van Financiën van Menno Tamminga, één van de meest gerespecteerde commentatoren in de vaderlandse financiële journalistiek, om de staatsbank naar de beurs te brengen.

Kritische blik

Zoals u uit de eerste zinnen van dit artikel kunt opmaken, werp ik geregeld een kritische blik op de voortbrengselen van Nederlandse journalisten die iets over de financiële sector schrijven. Als oud-bankier denk ik daar ook iets over te kunnen zeggen, zeker over ABN Amro waar ik 26 jaar van mijn werkzame leven doorbracht. Voor Follow The Money ga ik, onder andere, op regelmatige basis een artikel van een financieel journalist doorpluizen. Voor de duidelijkheid: ook de journalisten van FTM zullen in mijn vizier komen. Ik zal iedere productie van opmerkingen voorzien - positief en negatief - en ik geef vooral punten voor het niveau van de argumentatie. Dat doe ik op een beperkt aantal onderdelen van het artikel. Voor elk onderdeel kan de journalist maximaal 5 punten verdienen. Uiteindelijk vormt het percentage van het maximum haalbare aantal punten het rapportcijfer. Als eerste is dus Menno Tamminga aan de beurt die in zijn artikel hartstochtelijk betoogde dat het de hoogste tijd is dat het resterende deel van mijn vroegere werkgever een beursnotering verkrijgt.  

Tamminga Menno Tamminga. Foto: Twitter

 

1) ‘De tijd dringt’

Volgens Tamminga is dit het moment om ‘voor de opbrengst te gaan’. Een argument dat Tamminga daarvoor aanlevert is dat het beursklimaat op dit moment geschikt is. Een bedrijf als frisdrankenfabrikant Refresco gaat naar de beurs en bedrijven als drankconcern Bols en brillenketen GrandVision deden het recentelijk ook. ‘Dus: waar blijft onze ABN Amro’, schrijft Tamminga. ‘De tijd dringt’. Ik deel de mening van Tamminga dat het een geschikt moment is om een bedrijf naar de beurs te brengen. Maar praten over het beursklimaat staat wat mij betreft gelijk aan praten over het weer.
Praten over het beursklimaat staat wat mij betreft gelijk aan praten over het weer
Liever heb ik het over de inhoudelijke argumenten waarom ABN Amro juist nu die beursgang zou moeten maken. Bij Tamminga moet je goed zoeken naar dieper liggende redenen waarom ABN Amro voor beleggers een goede investering zou zijn. Als eerste tref ik de constatering aan dat er in 2014 door ABN Amro ‘1,1 miljard euro nettowinst’ is gemaakt. Hoe mooi die uitkomst ook lijkt, dat naakte getal alleen is niet heel erg overtuigend. Tamminga gaat hier onder andere voorbij aan het feit dat veel investeerders vooral geïnteresseerd zijn in HOE die cijfers tot stand zijn gekomen, in de kwaliteit van de leiding, in hoeverre men duurzaam onderneemt, of het bedrijfsmodel in de toekomst nog houdbaar is en hoe men onder andere met het personeel omgaat. Waarbij het toekomstig vermogen van de bank om rendement te generen in vergelijking met andere banken veel belangrijker is dan de financiële resultaten op korte termijn. Resultaten die vaak kunstmatig opgepoetst zijn door bijvoorbeeld drastische kostenbesparingen. Tamminga redeneert hier als een eendimensionaal op kortetermijn-winst gerichte aandeelhouder. Dat is jammer en heel erg 1995. Ik geef hem daarvoor slechts 1 punt.

2) ‘De omstandigheden zijn nu ideaal’

De stelling die Tamminga vervolgens poneert is a) ‘dat ABN Amro de zaken intern op orde heeft’. Zijn argument daarvoor is dat de bank vorige week in staat was om een toelichting van 68 pagina’s te produceren. Want ‘wie dat in zeven weken na de afsluiting van het boekjaar zo gedetailleerd kan opleveren,' schreef de NRC-journalist, ‘voldoet aan de eisen van adequate besturing en orde die je van een toekomstige beursprominent kan verwachten’. Tja. Wat moet ik hier van zeggen? Elke bank beschikt over een grote interne afdeling die snel lijvige toelichtingen kan produceren, dus dit zegt niets over of de bank de zaken intern op orde heeft of niet. Een veel betere graadmeter daarvan zou zijn of de externe klantervaring in orde is. Of het aantal klanten dat de bank heeft verlaten (retentie), of hoe het met de online reputatie is gesteld. Menno schrijft daar niets over terwijl dit nu juist elementen zijn waar burgers als u en ik (de feitelijke eigenaren van deze instelling) iets over zouden willen weten. Ik vrees dat ik hier niet scheutig zal zijn met punten uitdelen.
De kwaliteit van het bedrijfsmodel is wat telt
De stelling gaat vervolgens over b) hoe aantrekkelijk ABN Amro voor nieuwe beleggers is. Het geluk ‘zou Dijsselbloem toelachen’. De resultaten van het CPB over de Nederlandse economie worden aangehaald als bewijs. Wat mij betreft schiet dit argument tekort. Voor beleggers, groot en klein, is het van belang wat het rendement van beleggen in ABN Amro is in vergelijking met investeren in andere banken in Nederland, in start-ups, in Fintech of in andere banken in Europa. Daarbij gaat het dus om het toekomstig vermogen om geld te verdienen in vergelijking met anderen. De kwaliteit van het bedrijfsmodel is wat telt. Daar wringt de schoen voor ABN Amro. Feit is dat Nederland over een gering aantal zeer grote retailbanken beschikt en een zeer efficiënt betalingsverkeer heeft. Dat laatste punt zorgt ervoor dat de marges in de Nederlandse retailsector uiterst gering zijn en de grootbanken eigenlijk alleen nog geld kunnen verdienen aan retail klanten omdat die klanten ondanks de vaak slechte kwaliteit van de service niet weg kunnen: de zogenoemde ‘switching-costs’ zijn hoog. Niet echt een deugdelijk en duurzaam verdienmodel, als je bedenkt dat bedrijven als Apple en Google waarschijnlijk ook retailactiviteiten gaan ontplooien. Dus wil ABN Amro – dat vooral een retailbank is - op lange termijn geld blijven verdienen, moet het dat vooral buiten Nederland gaan doen of nieuwe diensten met toegevoegde waarde aan klanten gaan leveren. Score: 2 punten.

3) ‘De oriëntatie op Nederland wordt een troef’

Vervolgens komt Tamminga met een betoog over RBS en over George Osborne, de Chancellor uit het Verenigd Koninkrijk, ‘evenknie van Dijsselbloem’. De pointe is dat Osborne heel graag van RBS afwil, maar dat hij dat vanwege het enorme aandelenbelang heel moeilijk kan. Tamminga zegt hier eigenlijk: Dijsselbloem, jij hebt het minder moeilijk dan je Britse collega, ga ervoor! Bovendien heeft RBS net Nederland verlaten, dat biedt ook nog eens kansen.
Dat een uitspraak Gerrit Zalm als ondersteunend bewijs wordt aangehaald, geeft toch wel een beetje te denken
De derde stelling van Tamminga heeft dan ook betrekking op het feit dat de strategische positie van ABN Amro als retailbank in Nederland in combinatie met een internationale Private Bank een voordeel zal worden. De redenering van Tamminga luidt als volgt: omdat het volgens de berekeningen van het CPB in Nederland ‘economisch vrolijker wordt’, zou plotseling de relatief zware afhankelijkheid van Nederland ineens een voordeel worden. Deze redenering verraadt een macro-economische kijk op zaken die andere factoren buiten beschouwing laat. Zoals bijvoorbeeld de concurrentieverhoudingen in Nederland online & offline en daarbuiten, de kwaliteit van het bedrijfsmodel en de strategische overwegingen van investeerders. Dat door Tamminga tenslotte een uitspraak van ABN Amro’s eigen CEO, Gerrit Zalm, als ondersteunend bewijs wordt aangehaald voor de sterker wordende Nederlandse economie, geeft toch wel een beetje te denken. Ik heb in 26 jaar in de sector nog nooit meegemaakt dat de CEO van een bedrijf dat naar de beurs wil, iets anders zegt. Kortom, ook deze 3e stelling wordt niet erg sterk onderbouwd, meer dan 1 punt kan ik er niet voor geven. Totaalscore: van de 15 haalbare punten wist Tamminga er 4 binnen te halen. Dat levert een eindscore van 27 procent op.

Dijsselbloems duivelse dilemma's

Dan rest de centrale vraag die Tamminga terecht stelt: ‘waar wacht Dijssselbloem op?’ Ik denk dat Dijsselbloem naar alle waarschijnlijkheid aarzelt of dit wel het goede moment is. Zijn externe professionele adviseurs zullen hem ongetwijfeld vergelijkbare dingen als hierboven in overweging geven. Dijsselbloem en met hem de PvdA en de VVD staan nog steeds voor een aantal duivelse dilemma’s: 1) Als men de beursgang doorzet en de opbrengst valt tegen, dan heeft men een politiek probleem. Men heeft dan nogal wat uit te leggen aan de belastingbetaler en aan de voorstanders van het ABN Amro niet naar de beurs laten gaan. 2) Als men het opnieuw uitstelt, moet men de realiteit accepteren dat de markt voor een retailbank in Nederland er waarschijnlijk niet beter op zal worden en de opbrengst naar alle waarschijnlijkheid alleen maar lager wordt. 3) Naarmate men langer wacht, wordt het risico op mogelijke schadeclaims en andere financiële tegenvallers waar Dijsselbloem garant voor staat, zoals de mogelijke gevolgen van fraudegevallen zoals in Dubai en woekerpolisclaims, niet kleiner. Bij verkoop aan een grote partij zal dit risico trouwens sowieso in zijn geheel of gedeeltelijk bij de Staat blijven liggen. Het zou me daarom niet verbazen is als men na de provinciale verkiezingen een manier verzint om iets wat op dit moment praktisch onverkoopbaar is en op termijn waarschijnlijk ook blijft, toch met verlies in stukjes te privatiseren. Of men doet de bank in de uitverkoop aan een Chinese investeerder, wat mij geen verstandige zet lijkt, of de regering en de Tweede Kamer gaat alsnog overstag en nemen het besluit ABN Amro om te vormen tot een duurzame utiliteitsbank en de Private Banking apart te verkopen. Wordt ongetwijfeld vervolgd.