© Katja Fred

De Brusselse vleeslobby: rare, medium of well done?

4 Connecties

Onderwerpen

Europa Vlees vleesindustrie

Organisaties

EU
15 Bijdragen

De duurzame wind die door Europa waait, knaagt aan de machtige positie van de vleesindustrie. Decennialang konden veehouders, slachthuizen en exporteurs rekenen op warme banden met Brusselse beleidsmakers. Maar nu vlees in het verdomhoekje zit en de Europese Commissie tal van ingrijpende plannen voorbereidt, lobbyt de sector met nieuwe tactieken. ‘Moeten we een wereld zonder vlees wel willen?’

Het ging goed, té goed misschien wel. In de eerste helft van het afgelopen decennium verdrongen de Kamerleden en bewindslieden zich voor de malse karbonades en geurende grillworsten bij de jaarlijkse barbecue aan het Binnenhof. Sinds het evenement was verplaatst naar de besloten binnenplaats van sociëteit Nieuwspoort, hoefde niemand meer te vrezen voor activisten die het onderonsje met de vleesindustrie kwamen bederven. Natuurlijk was de kritiek gebleven – van bijvoorbeeld de Partij voor de Dieren die het ‘fêteren’ van politici onsmakelijk achtte. Maar daar trokken weinigen zich wat van aan. Voor veel Kamerleden was deze barbecue een gezellige gelegenheid om al netwerkend het politieke jaar af te sluiten.

Toch merkten de slagers op het binnenplaatsje de afgelopen jaren dat er iets veranderde. Ook al voor de corona-uitbraak leek de barbecue als hoogtepunt voorbij. Er kwamen minder politici op af, de vleeshonger leek minder. Onder elkaar bespraken de vertegenwoordigers van de sector waaraan het schortte. Was het de aanwezigheid van reaguurders en de pers die wel erg gretig de schransende politici op de foto zetten? Menig online opinieplatform schiep er immers een duivels genoegen in om kiekjes van bijvoorbeeld het corpulente oud-Tweede Kamerlid Ton Elias (VVD) – kluivend aan een boutje, vet druipend op zijn kin – bij elk artikel weer op te rakelen.

Wie niet meebeweegt, krijgt het voor de kiezen

Nieuwe wind

Of was er nog iets anders gaande, wellicht een stemming die aan het keren was? Wilden politici soms liever met duurzaamheidscampagnes worden geassocieerd dan met producenten van vleesspiezen en gebraden varkenslappen? Zou het misschien zelfs kunnen, zo werd in de vleessector gespeculeerd, dat de lobby-barbecue inmiddels averechts uitpakte en meer kritiek dan sympathie genereerde?

Vakblad De Boerderij kwam in 2019 poolshoogte nemen en noteerde dat het publiek inderdaad weglekte. Weg, richting het vegetarische alternatief dat wisselende milieu- en dierenwelzijnsorganisaties sinds een paar jaar op het Plein voor de ingang van de Tweede Kamer organiseerden. Verbolgen beschreef de verslaggever wat zich voor zijn ogen aan politieke correctheid voltrok. Kamerleden, die eerst bij Nieuwspoort een vleesspies kwamen verorberen, gaven daarna ook nog even acte de présence op het Plein. Zelfs landbouwminister Carola Schouten (ChristenUnie) werd door een fotograaf betrapt toen ze langs de demonstranten naar de vegetarische concurrenten glipte. ‘Ze was zeker even haar boerengevoel kwijt,’ schamperde barbecueproducente Hanna tegen De Boerderij. Desalniettemin piekerde ze er niet over te stoppen met de promotie van haar vleeswaren op het evenement: ‘Dan geef je toe dat je een verliezer bent.’

Het is maar een klein, nationaal voorbeeld. Maar de Binnenhof-barbecue laat wel goed zien hoe er een nieuwe wind waait door Den Haag. Bewezen voorgaande regeringen op zijn minst lippendienst aan de boerenbranche, het politieke discours staat momenteel vrijwel geheel in het teken van duurzaamheid. Milieuregels, klimaatwetgeving, alles moet schoner en diervriendelijker. En wie niet meebeweegt, krijgt het voor de kiezen. Een mogelijk drastische krimp van de veestapel ligt zelfs nadrukkelijk op tafel. 

Het is een ongekende koerswijziging voor agrarisch exportkampioen Nederland. Niet voor niets lag de sector vorig jaar op ramkoers met het kabinet en protesteerden duizenden boeren met hun tractoren voor de deuren van de macht. Ze voelen zich door de politiek in de steek gelaten, verklaarden ze tegenover de massaal toegestroomde media. ‘Dat doet pijn.’

‘Denk maar aan parmaham, daar zit nationale trots achter’

Vleesreclame

Ook in Brussel onderhoudt de landbouw- en voedingsindustrie van oudsher goede banden met beleidsmakers. Zo is er het jaarlijks terugkerende, toonaangevende netwerkevenement Forum for the Future of Agriculture (FFA), dat is opgericht door de Zwitserse pesticide-gigant Syngenta en de landbouwondernemers van de European Landowners Organisation. In de editie van 2018 kwamen onder meer toenmalig landbouwcommissaris Phil Hogan en vicevoorzitter Frans Timmermans van de Europese Commissie opdraven om de aanwezigen te woord te staan.

De geestesarbeid voor deze evenementen wordt onder andere verricht door de Rise Foundation, een agrarische denktank waarin hoofdsponsor Syngenta driejaarlijks minimaal een miljoen euro investeert. Voormalig Nederlandse landbouwminister Cees Veerman (CDA) behoort tot de oprichters. Voor het FFA-evenement van 2018 onderzocht de denktank bijvoorbeeld hoe de Europese veehouderij de slag naar duurzaamheid kan maken. 

Tegelijkertijd zijn het heus niet alleen de christelijke boerenpartijen die van oudsher naar de zorgen van de sector luisteren, memoreert GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout tijdens een telefoongesprek over het Europese landbouwbeleid. ‘Kijk maar naar de Italiaanse Sociaal-Democratische Europarlementariër Paolo de Castro, de vleesgeworden lobbyist,’ zegt hij. ‘Deze boerenzoon en voormalig Italiaanse minister van Landbouw zet al jaren de toon binnen het Europese landbouwbeleid.’

Dossier: de #Lobbycratie

De lobbywereld is een zeer invloedrijke factor in ons politiek bestel, maar beschrijvingen ervan komen doorgaans niet verder dan het woord ‘schimmig’. Follow the Money wil daar verandering in brengen en duikt in de achterkamertjes om te zien hoe de worst écht wordt gedraaid.

Lees verder Inklappen
Inschrijven

De Castro is een van de huidige bestuursleden van de Rise Foundation, maar bijvoorbeeld ook de politicus naar wie veel vingers wezen toen eerder dit jaar op het laatste moment een zin uit de nieuwe voedselvisie van de Europese Commissie werd geschrapt. Het ging om de Europese subsidies voor vleesreclame, zoals ‘Kip, het meest veelzijdige stukje vlees, kip!’. Bijna leek het erop dat Brussel een einde zou maken aan deze omstreden promotiefondsen, het stond zelfs al in de conceptversie. Maar toen de definitieve plannen werden gepresenteerd, was die passage er op mysterieuze wijze uit verdwenen. 

Dagblad Trouw ging bij ingewijden na wat er gebeurd kon zijn en kwam al gauw uit bij De Castro. Want is het niet deze Europarlementariër die ook nauwe banden onderhoudt met de Italiaanse Eurocommissaris voor Economie, voormalig premier Paolo Gentiloni? En zijn het wellicht diens medewerkers die vervolgens op het team van vicevoorzitter Frans Timmermans hebben ingepraat totdat de omstreden passage over EU-gesponsorde vleesreclame werd gewist? In Brussel wordt het een waarschijnlijk scenario geacht.

GroenLinks-Europarlementariër Eickhout, aan de telefoon: ‘In veel landen is het landbouwbeleid verweven met culturele waarden. Denk maar aan parmaham, daar zit nationale trots achter. Daardoor kon de vleessector ook altijd op goede politieke vertegenwoordiging rekenen.’

Landbouwcommissie

Al die boerenbelangen klonteren sinds jaar en dag samen binnen de landbouwcommissie van het Europees Parlement. Deze commissie telt 48 vertegenwoordigers vanuit alle partijen, plus nog eens 46 plaatsvervangende leden. Zij hebben het laatste woord over de jaarlijkse besteding van tientallen miljarden euro’s aan landbouwsubsidies. Ook kunnen ze wijzigingen voorstellen.

Het valt op dat velen van deze vertegenwoordigers intussen zelf direct of indirect profiteren van deze fondsen. Zo analyseerde de Brusselse journalistieke website EUobserver dat van de nieuwe volksvertegenwoordigers die na de Europese verkiezingen in 2019 tot de landbouwcommissie toetraden, er liefst acht zelf belangen in de sector hebben. Zoals de Deense liberaal Asger Christensen, die naast zijn politieke werk ook melkboer is. Of de  Christen-Democratische fruitteler Jaroslaw Kalinowski uit Polen. Zelfs de fractie van de Groenen blijkt (biologische) boeren aan de parlementaire commissie af te vaardigen. ‘Je begrijpt dat daar binnen onze partij veel discussie over is,’ verzucht Eickhout aan de telefoon.

Van de vijf Nederlandse Europarlementariërs die eveneens in de landbouwcommissie plaatsnemen, ontvangt alleen het melkveebedrijf van de ouders van VVD’er Jan Huitema landbouwsubsidie. In 2019 ging het in totaal om zo’n 29.000 euro. Tot die tijd was hij ook partner in het bedrijf, na de Europese verkiezingen liet hij het aan zijn ouders. Opmerkelijk is dat juist Huitema nu een strategische post heeft te pakken. Niet in de landbouwcommissie, waarin hij plaatsvervangend lid is, maar in de milieucommissie waarvan hij als schaduwrapporteur de voorhoede vormt. Die commissie heeft sinds kort meer te zeggen gekregen over het landbouwbeleid. Bovendien neemt de VVD-fractie van Huitema een sleutelpositie in: zijn partijgenoten kunnen plannen maken of breken, omdat de christendemocraten en sociaaldemocraten hen nodig hebben om in het Europees Parlement de meerderheid te krijgen.

Zo kan het van doorslaggevende betekenis zijn dat, sinds het aantreden van Huitema, een norm voor de maximale hoeveelheid veedieren per hectare landbouwgrond geen onderdeel van het fractiestandpunt meer is – terwijl daar intern volgens betrokkenen voorheen wel animo voor was. In een reactie laat Huitema via zijn woordvoerder echter weten dat zijn partij een veel groter deel van de landbouwsubsidies geheel wil koppelen aan vergroenende maatregelen – hoewel dat nog altijd zou neerkomen op maximaal 40 procent van de totale steun aan boeren. Daarbinnen wordt dan ingezet op onder meer lagere uitstoot van broeikasgassen en meer biodiversiteit. Per saldo zou dat dezelfde effecten opleveren die een norm voor veedichtheid beoogt. Bovendien zat Huitema nog met veel vragen over de praktische invulling van zo’n norm. ‘De maximale veedichtheid wordt op deze manier geen doel op zich,’ aldus zijn woordvoerder.

Van de vijf Nederlandse Europarlementariërs die in de landbouwcommissie plaatsnemen, ontvangt alleen het melkveebedrijf van de ouders van VVD’er Jan Huitema landbouwsubsidie

Balans

Zo bezien heeft de vleessector weinig te klagen, met prominente Europarlementariërs en vertegenwoordigers van de Europese Commissie die nog altijd oog en oor hebben voor de zorgen van de branche. Frans van Dongen, lobbyist namens de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV), ervaart dat evenwel anders. Eind september, op een rustige dinsdagochtend voor de aanstaande Europese landbouwdebatten in oktober, komt hij volgens afspraak opdagen in Holland House Brussel, een relatief nieuwe sociëteit gelegen tegenover het Europees Parlement. Net als Nieuwspoort in Den Haag wil deze vereniging een vermaarde ontmoetingsplaats zijn voor Nederlanders die zich met Europese beleidsvorming bezighouden.

De goedlachse lobbyist zit al bijna dertig jaar in het vak en kan zich nog goed heugen dat de subsidies voor vleespromotie werden gelanceerd, lang voordat ook maar iemand zich kon voorstellen dat die subsidies ruim twee decennia later zouden uitgroeien tot hét symbool van omstreden landbouwfondsen. Nu probeert Van Dongen zijn sector wakker te schudden, met de Green Deal in het vooruitzicht. Deze overkoepelende duurzaamheidsvisie van de Europese Commissie zal immers naar alle waarschijnlijkheid ingrijpende consequenties hebben voor zijn achterban, wanneer de Brusselse zienswijze wordt omgezet naar concrete voorstellen. ‘Alle ngo’s bij elkaar hebben meer specialisten op dit terrein dan wij,’ constateert Van Dongen. ‘Ons heeft de Europese Commissie niet eens om een voorzet gevraagd toen ze hun visie ontwikkelden. Onze achterban moet gauw geld bij elkaar brengen om te investeren in expertise, zodat we balans kunnen aanbrengen in het debat.’

‘Balans aanbrengen’ in de discussie over de vleesindustrie – het is een ambitie die binnen de Europese branche breed wordt gedragen. Een bonte verzameling van belanghebbenden heeft zich daarom vorig jaar verenigd in de European Livestock Voice (ELV), met hun slogan Meat the facts. Onder de belanghebbende partijen bevinden zich de machtige Europese boerenlobby Copa Copega, de koepelorganisatie voor foie gras-leveranciers, bontvervaardigers, leerlooiers, vleesverwerkers, zaden- en veevoerproducenten en de dierengeneesmiddelenindustrie.

Op haar website zet de koepelorganisatie haar activiteiten uiteen. Zo hangen de ELV-vertegenwoordigers posters op in Brusselse metrostations met daarop als schrikbeeld dorre samenlevingen zonder landbouw. Ook organiseren die vertegenwoordigers kleinschalige protesten bij de Europese instituten en gaan ze op de foto met Europarlementariërs. Maar bovenal geeft de organisatie hapklare informatievoorziening over vragen als ‘Krijg je kanker van rood vlees eten?’ ‘Zijn vleesvervangers nou zoveel beter voor het milieu?’ en ‘Moeten we een wereld zonder vlees wel willen?’.

Op de Brusselse nieuwswebsite Euractiv, waar de vereniging een hele reeks artikelen over de vleesindustrie heeft gesponsord, zet de vleeslobby de reden van haar activiteiten uiteen. ‘Er was al nooit gebrek aan polarisatie in het debat over boerderijdieren,’ begint het opinieartikel, ‘maar toen het debat over de vee-industrie werd gekoppeld aan klimaatverandering, ging de polarisatie over in stigmatisering.’ Volgens de opstellers van het stuk wordt mensen een schuldgevoel aangepraat over vlees eten en worden allerlei groene misverstanden de wereld in geholpen, terwijl de waarheid dikwijls een stuk ‘complexer’ ligt. ‘Wij vinden dat het debat over de vee-industrie op een punt is gekomen dat “waarden” worden gepresenteerd als “feiten”,’ aldus de ELV. Hun pleidooi: ‘Als het gaat om beleid, moeten de debatten en discussies zijn gebaseerd op wetenschap en feiten.’

Denktank

Eind september, in het onder de werknemers van Europese ngo’s bekende café Belga, zit ook landbouwspecialist Marco Contiero van Greenpeace al vroeg in de ochtend druk achter zijn laptop te tikken. Net als Van Dongen is hij druk met werk in het kader van de debatten over het landbouwbeleid die in aantocht zijn. Maar wat graag maakt Contiero tussendoor nog even tijd vrij om zijn frustraties over de wederpartij te uiten. Want waar de vleesindustrie zich in een hoek gezet voelt, vindt hij juist dat van groene lobbyisten zoals hij karikaturen als ‘vegan-activisten’ worden gemaakt. ‘Terwijl wij voor onze rapporten een beroep doen op de allerbeste wetenschappers.’

‘Zonder vee geen kringlooplandbouw’

Het stuit de Italiaan bijvoorbeeld tegen de borst dat de European Livestock Voice gebruik maakt van denktanks zoals de Animal Task Force. Die verdraait volgens Contiero informatie, bijvoorbeeld over de consumptie van vlees. ‘In Europa eten we maar liefst 70 procent meer proteïnen dan we nodig hebben,’ stelt Contiero. ‘Maar de enige boodschap die de Task Force uitdraagt en hét onderwerp van al hun rapporten, is de bevordering van de veehouderij.’

Dát de Animal Task Force een kracht is om rekening mee te houden, blijkt wel uit het rapport dat het Nederlandse onderzoeksinstituut Clingendael in 2015 in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft opgesteld. Het doel van het rapport is inzicht te krijgen in hoe Nederlandse kennisinstellingen Europese fondsen kunnen werven voor onderzoeken ‘die het Nederlandse landbouw- en natuurbeleid zoveel mogelijk ten goede komt’.

Als geslaagd voorbeeld noemt Clingendael de Animal Task Force. Bij de oprichting in 2011 werd toenmalig directeur Dierwetenschappen Martin Scholten aangesteld als strategisch adviseur van de Raad van Bestuur van Wageningen University & Research. Met bedrijven en organisaties uit veertien lidstaten kreeg Scholten de opdracht om als denktank de Europese onderzoeksagenda te beïnvloeden. Ook boerenorganisaties, vleesverwerkers, de veevoerproducenten en de dierengeneesmiddelenindustrie behoren van meet af aan tot de partners van de Animal Task Force.

Samen zetelen ze in expertgroepen die de Europese Commissie beleidsaanbevelingen doet. Scholten, tevens adviseur op het gebied van agrarisch beleid voor landbouwminister Carola Schouten, heeft het altijd opgenomen voor de sector. ‘Ik verzet me tegen een generieke korting op de veestapel. Daar lossen we niets mee op,’ sprak hij bijvoorbeeld vorig jaar november op een bijeenkomst van landbouwadviseurs. ‘Zonder vee geen kringlooplandbouw.’

Op twitter is te volgen hoe deze denktank ook op zijn beurt de European Livestock Voice weet te vinden. Zo retweette de Task Force op 3 oktober een bericht van de vleeslobby waarin een wetenschappelijk rapport van Greenpeace wordt aangevallen. ‘Activisme is één ding, expertise is wat anders,’ luidde de begeleidende tekst. Afgesloten met de hashtags #disinformation en #getyourfactsright. Door de ontstane ophef rond de berichtgeving zag Greenpeace zich genoodzaakt de gehanteerde onderzoeksmethodes nader te verklaren.

‘De vleesindustrie argumenteerde op basis van een verkeerde aanname,’ hekelt duurzaamheidsactivist Contiero in café Belga de aanval. ‘Dat de Animal Task Force niettemin deze tweet gebruikt, zelfs na onze toelichting, illustreert dat ze in feite gewoon een lobby-organisatie zijn.’

Schermutselingen

In Holland House Brussel is vleeslobbyist Frans van Dongen wel de laatste om zich anders voor te doen dan hij is. Vanzelfsprekend juicht hij het desgevraagd toe dat de Europese discussie door organisaties als de European Livestock Voice ‘in perspectief’ gebracht wordt. Maar tegelijkertijd is hij ervan overtuigd dat zijn sector er niet aan ontkomt enigszins met de groene ontwikkelingen mee te bewegen. Zo bepleit de branchevertegenwoordiger een CO2-reductie van 55 procent per kilo geproduceerd vlees. ‘Of dat ook leidt tot een totale uitstootreductie van onze industrie is een tweede,’ zegt Van Dongen, ‘maar ik ga daar wel vanuit.’

‘Duurzaamheidsregels moeten voor alle sectoren gelijk zijn voor wat betreft het beoogde resultaat’

Ook heeft hij meegewerkt aan de voorstellen van de zogeheten TAPP-coalitie. Die organisatie zet zich in voor ‘eerlijker’ beprijzing van vlees: niet alleen de productiekosten maar ook de maatschappelijke kosten zoals die voor milieu en klimaat moeten in de supermarktprijzen worden verdisconteerd. ‘Een deel van onze sector wil daar graag in investeren,’ weet Van Dongen. ‘Maar dan moet de consument niet blijven kiezen voor de goedkopere, minder-duurzame vleesproducten.’

Toch voorziet hij nog flinke schermutselingen in Brussel. De nieuwe voedselvisie van de Europese Commissie is immers weliswaar gepubliceerd, maar de komende vier jaar moet die nog worden uitgewerkt in 27 concrete actiepunten binnen een waaier aan onderwerpen: van voedselettikering en dierenwelzijn tot exportvereisten en emissieplafonds. Van Dongen vreest dat zijn sector harder aangepakt zal worden dan andere branches zoals de luchtvaart of de zuivelindustrie. Daar zal hij zich dan ook flink tegen verzetten. ‘Duurzaamheidsregels moeten voor alle sectoren gelijk zijn voor wat betreft het beoogde resultaat,’ besluit hij. ‘Zo niet, dan moet uiteindelijk de rechter die plannen maar toetsen.’

Dan is het tijd voor zijn volgende afspraak, er moet weer gelobbyd worden. Niet op de Binnenhof-barbecue, ook Van Dongen denkt dat die z’n beste tijd gehad heeft. Des te meer werk is er te verrichten bij de instituten in Brussel, daar gebeurt het immers nu. Even goedgemutst als hij het pand betrad, stapt de belangenbehartiger de deur weer uit. Zelfs al zijn de groene tegenstanders in de meerderheid, ze zullen van goede huize moeten komen om zijn sector eronder te krijgen. De slagersmessen zijn geslepen.

Lise Witteman
Lise Witteman
Onze vrouw in Brussel. Volgt lobby's, legt netwerken bloot en bijt politici, belangenbehartigers en bestuurders in de enkels.
Gevolgd door 893 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren