Beeld door Adam Nowek (via Flickr)

Noord-Holland

Grond reinigen: de problemen hopen zich op

30
Amsterdam

    Ook jouw gemeente krijgt steeds meer taken en dus meer macht. Daarom gaat FTM lokaal.

    Terreinen waar vroeger industriële of andere vervuilende activiteiten hebben plaatsgevonden, zijn vaak nog steeds vies. Saneren is minder eenvoudig dan het lijkt: de kosten lopen tot in de miljoenen — áls het al lukt. In Amsterdam-Noord proberen ze een andere aanpak.

    In de druilerige regen verzamelen zich twaalf vrijwilligers bij het terrein van café de Ceuvel, een voormalige havenwerf in Amsterdam-Noord. Vanaf het caféterras hebben ze uitzicht op verschillende op het land getilde en opgeknapte woonboten, waar een houten pad tussendoor meandert. Met zijn allen gaan ze zodadelijk dikke wilgentakken bij de wortel afknippen, de takken vervolgens in de hongerige shredder gooien en dan de stukjes in ruime plastic tassen opslaan.

    Later op de dag zullen ze horen ze of al dat werk de moeite waard is, want dan worden de voorlopige resultaten bekendgemaakt van het experiment dat hier de afgelopen vijf jaar heeft plaatsgevonden. Het doel van dat experiment: de grond van de Ceuvel op een zo duurzaam mogelijke manier saneren.

    Die grond, die is namelijk zwaar vervuild. Van 1920 tot 2000 deed het terrein van De Ceuvel dienst als scheepswerf en dat heeft zijn sporen nagelaten. Op het terrein liggen onder andere teer, dat vroeger vaak gebruikt werd voor het waterdicht maken van schepen, en zware metalen, mogelijk afkomstig van oude verf. Verder is het terrein ook nog vervuild met minerale oliën en PAK’s.

    Nadat het terrein meer dan een decennium braak had gelegen, schreef de Gemeente Amsterdam in 2012 een prijsvraag uit voor de herontwikkeling van het terrein. Die werd gewonnen door een groep architecten; zij kregen het terrein van de Ceuvel vanaf 2014 voor tien jaar ‘te leen’. In die tien jaar experimenteren de nieuwe gebruikers met verschillende duurzame technieken en baten ze een café-restaurant uit. Ook huizen er verschillende creatieve ondernemers in de woonboten op het terrein.

    Vuile grond

    De Ceuvel is niet alleen: in Nederland zijn talloze oude, vervuilde industrieterreinen. Die vervuiling kan een gevaar zijn voor het grondwater of voor omwonenden. Daar wil men dus graag vanaf. Dat gebeurt meestal door de grond uit te graven en het ergens anders heen te vervoeren: het zogenoemde ‘dig and dump’-principe. Vervolgens wordt er nieuwe, schonere grond aangevoerd.

    Maar de vieze grond moet dan alsnog ergens heen. Liefst niet naar een dure stortplaats, maar naar een reinigingsinstallatie. En daar zitten nog heel wat haken en ogen aan.

    Neem bijvoorbeeld thermisch reinigen, een saneringsmethode waarbij de vervuilde grond zo heet wordt gemaakt dat de vervuiling verbrandt of verdampt. De verdampte vervuiling kan worden opgevangen; van de grond blijft een soort zwarte as achter, die je kunt hergebruiken om bijvoorbeeld plassen te dempen of dijken op te hogen. De methode werkt vooral goed bij organische verontreinigingen als teer en olie. Ongeveer een vijfde van de 2,7 miljoen ton grond die in 2017 in Nederland werd gereinigd, werd op deze manier gesaneerd.

    Maar thermisch gereinigde grond (TGG) liep de afgelopen jaren imagoschade op: grond die op papier schoon was, bleek op verschillende plaatsen toch nog vervuild. Door die incidenten ging de Nederlandse markt voor thermisch gereinigde grond op slot; staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Stientje van Veldhoven (D66) liet in juli 2018 in een reactie op kamervragen weten dat ‘Rijkswaterstaat en het Hoogwaterbeschermingsprogramma (met daarin de waterschappen) het toepassen van TGG voorlopig niet meer toestaan’. Door de reputatieschade liep ook de export van thermisch gereinigde grond naar het buitenland ferm terug. Inmiddels worden er geen exportvergunningen meer afgegeven.

    In december 2018 berichtte de staatssecretaris dat er er nog altijd twijfels bestaan over het correcte gebruik van thermisch gereinigde grond: ‘TGG heeft door het reinigingsproces andere eigenschappen dan de grond die bij normale ontgravingen vrijkomt. Dat maakt dat zware metalen en sulfaat in hogere concentraties kunnen uitspoelen dan eerder werd verwacht.’ En in een signaalrapportage over TGG schrijft de Inspectie leefomgeving en transport dat in het verleden ‘de grond van een van de grondreinigers niet volgens de gestelde eisen is gereinigd’.

    Het gevolg: stapels verontreinigde grond — zo’n 3 miljoen ton, aldus de signaalrapportage — liggen nu ergens opgeslagen, te wachten tot het tij zich keert. Ook constateert de ILT ‘dat de beschikbare opslagcapaciteit van de grondreinigers volledig is ingezet. Dit heeft tot gevolg dat aan de voorkant minder vervuilde grond kan worden aangenomen. Dit kan consequenties hebben voor onder meer de voortgang van bouwprojecten en bodemsaneringen.’

    Zo is bij saneringsbedrijf ATM Moerdijk — een van de enige plaatsen in Nederland waar grond op grote schaal thermisch gereinigd kan worden — de opslagcapaciteit bijna vol. ‘Het is een kwestie van enkele weken, spoedig zal de thermische reiniging van grond worden gestaakt’, zegt een woordvoerder. Hij ziet voor de projecten waar thermisch gereinigd zou moeten worden weinig alternatieven: ‘Projecten komen dan tot stilstand, of komen niet van de grond.’ Aangezien thermisch reinigen een belangrijke activiteit is van het saneringsbedrijf, vreest hij voor de continuïteit van ATM.

    Waar moest het waterschap met de vervuilde grond heen?

    Kamerleden vrezen nu voor het storten van de grond. Van Veldhoven deelt die zorg: ‘Om storten te voorkomen, is het van belang dat het vertrouwen terugkomt, de opstapeling van grote hoeveelheden is ongewenst, maar je wil het alleen gebruiken als je zeker weet dat het veilig is.’

    Niet reinigbaar

    Ook als de grond wél goed gereinigd wordt, blijven er afvalstoffen over die ergens heen moeten — meestal een stortplaats. Hetzelfde probleem bestaat bij veruit de meest gebruikte methode om te reinigen: natte reiniging. Van de vuile grond wordt dan een soort slurry gemaakt. Die wordt vervolgens gecentrifugeerd, waardoor er een scheiding ontstaat tussen grove en fijne delen. In die fijne delen zit meestal de verontreiniging. Deze scheiding van schone en verontreinigde delen kan ook via zeving en andere technieken worden bewerkstelligd; ook dan heet het natte reiniging. Het schone deel wordt hergebruikt, het verontreinigde naar een stortplaats gebracht.

    En dan heb je het nog over grond die überhaupt te reinigen is. Dat is immers niet altijd het geval. Een familie van chemische stoffen, de toxische PFAS, zorgt onder andere in Nederland voor grote kopzorgen. Die stoffen zijn aanwezig in alledaagse objecten zoals pizzadozen, regenjassen en cosmetica, en breken ontzettend traag af. Daardoor zijn ze ook amper te reinigen. De bekendste PFAS zijn PFOA en GenX; de laatste stof wordt door Chemours in Dordrecht nog gebruikt voor de productie van teflon.

    Deze PFAS kunnen voorlopig niet uit grond worden gereinigd. Voor het gebruik van grond met die stoffen zijn daarom strenge normen opgesteld: een miniscuul beetje van de stof in de grond is toegestaan, meer niet. Vorig jaar heeft de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA nieuwe normen opgesteld, die nóg strenger zijn dan de normen die het RIVM tot nu toe in Nederland hanteerde. Het RIVM moet dus evalueren of het zijn normen zal herzien. 

    Dit alles heeft concrete gevolgen. Aangezien er nog geen norm is vastgesteld, weten de betreffende waterschappen nog niet wat ze met grond en bagger met PFAS-stoffen moeten doen. Uit voorzorg heeft onder andere hoogheemraadschap van Delfland haar baggerwerkzaamheden volledig opgeschort; verschillende waterschappen volgden. In Dordrecht slaan ze vuile grond die mogelijk sporen van PFAS bevat tijdelijk op in een depot. Tot de nieuwe norm er is, kan die grond ook niet gereinigd worden van zware metalen of andere vervuiling.

    De Unie van Waterschappen laat op haar website weten dat het RIVM medio april een besluit neemt over hoe er met PFAS moet worden omgegaan. Tot die tijd is opslaan de enige mogelijkheid.

    In Bunschoten kwamen beide problemen — vervuilde TGG en PFAS — samen. Daar ligt een dijk die in 2016 was opgehoogd met TGG, maar uiteindelijk vervuild bleek te zijn met onder andere GenX. Het waterschap, eigenaar van de dijk, besloot in 2018 na onderzoek dat de dijk zo snel mogelijk moest worden afgegraven. Kosten: 20 tot 30 miljoen euro.

    Het enige probleem: waar moest het waterschap met de vervuilde grond heen? De grond kan op dit moment niet worden verbrand, én er zit GenX in, waarvoor de nieuwe norm nog niet is vastgesteld. Het waterschap Vallei en Veluwe breekt zich er inmiddels al maanden het hoofd over. Als de grond als niet-reinigbaar wordt verklaard door het rijk, is de afvoering peperduur. Daarnaast is het niet duurzaam om de grond te storten.

    Deze problemen zorgen ervoor dat er pas in april 2020, een jaar later dan gepland, een plan moet klaarliggen voor het afgraven van de dijk. Alles hangt ervan af of er een plek wordt gevonden om de grond heen te brengen na afgraving. Het waterschap laat weten dat het op dit moment nog onderzoekt of het de grond terug kan sturen naar de reiniger, in dit geval ATM Moerdijk. Ook onderzoekt het de mogelijkheid om dat juridisch af te dwingen. Die oplossing is een last resort, want verder wil niemand de grond nog hebben. 

    Reinigende planten

    Grond reinigen is dus geen eenvoudig proces, en soms blijkt het zelfs onmogelijk. Storten is bovendien weinig duurzaam en kost ontzettend veel geld. Bovendien is ook storten niet zonder meer mogelijk: de grond moet ‘niet-reinigbaar’ worden verklaard alvorens deze naar een stortplaats kan worden gebracht.

    Bij het terrein van de Ceuvel in Amsterdam-Noord wilden ze daarom iets anders proberen. Op het terrein staan nu tientallen wilgen; die planten zijn gekozen omdat ze de vervuiling in zich opnemen. VrijwilligerAnke Wijnja: ‘Sommige planten zijn tegen vervuiling bestand, en kunnen er ook iets mee.’ Ze legt uit dat wilgen zware metalen en PAK’s opnemen; andere plantensoorten, zoals populieren en de zogenoemde ‘brassica’, houden enkel van de zware metalen.

    Het nadeel daarvan is dat de vervuiling niet verdwijnt, maar zich verplaatst. Wanneer de planten worden gekapt, zitten deze immers nog altijd vol met metalen. Hoe ze daar vanaf moeten komen, weten ze bij de Ceuvel nog niet: ‘Voorlopig worden die snippers gewoon opgeslagen’, zegt één van de vrijwilligers. ‘We experimenteren nog met methoden om er op een verantwoorde manier vanaf te raken.’

    Alles reinigen is simpelweg te duur

    ‘Sprookjes’, noemt de sinds dit jaar gepensioneerde Joop Harmsen de effectieve reiniging van grond met zware metalen door planten. Harmsen onderzocht als wetenschapper aan de universiteit van Wageningen jarenlang duurzaam bodembeheer. Daarbij hield hij verschillende saneringstechnieken tegen het licht, zoals het gebruik van planten — waaronder wilgen, populieren en soorten brassica — om de bodem te reinigen.

    Harmsen: ‘Mensen geloven graag dat dit werkt, omdat het zo’n mooie oplossing lijkt.’ Het idee is volgens hem niet per se fout, maar het duurt ontzettend lang om met planten de grond te zuiveren, ‘wel honderd tot duizend jaar.’ En er zijn wel mogelijkheden om het proces te versnellen, maar die brengen nieuwe risico’s met zich mee. Als de bodem bijvoorbeeld zuurder wordt gemaakt, verloopt de opname van vervuiling sneller, maar wordt de vervuiling ook mobieler. Daardoor kan die zich makkelijker verspreiden naar het grondwater.

    Bij café de Ceuvel hebben ze die versnellingstechnieken ook even overwogen, maar in verband met het gevaar voor het grondwater toch niet toegepast. Harmsen beaamt dat het alternatief — het gebruik van saneringstechnieken als verbranden of filteren — ontzettend duur is. Hij geeft een voorbeeld: ‘Bij de Westergasfabriek in Amsterdam is bijna alle vervuiling weg, slechts een deel is nog geïsoleerd. Dat kostte in totaal 21 miljoen euro.’ Om die reden worden vaak enkel de locaties gereinigd die onmiddellijk een risico vormen voor het grondwater of de gezondheid van omwonenden. Alles reinigen is simpelweg te duur.

    Bebossing

    Als voorbeeld van een succesvolle manier om met bodemverontreiniging om te gaan noemt Harmsen het Noorderbos in Tilburg, waar enkele stroken zwaar vervuilde grond lagen. De vervuiling wordt sterk gebonden door de bodem en risico’s zijn klein.  De beheerders hebben er voor lange tijd beplanting opgezet, die regelmatig wordt omgekapt en men laat dit liggen. Die beplanting composteert; dat zorgt ervoor dat de bindende eigenschappen van de bodem in stand blijven en de vervuiling zich niet meer kan verplaatsen. Door dichte bebossing was het vervuilde gebied ook ontoegankelijk gemaakt voor wandelaars. En er moet wel blijvend onderhoud worden gepleegd, maar dat is alsnog veel goedkoper dan reinigen.

    ‘Goedkopere oplossingen zijn mogelijk, maar dan moet je die zelf wel voor 100 procent begrijpen’

    Maar ook in het Noorderbos is het belangrijk dat de verontreiniging in beeld blijft. Als het bodemgebruik op de vervuilde plekken verandert, is het immers mogelijk dat de bodem verzuurt of het organische stofgehalte afneemt. Dat zorgt allebei voor mobielere verontreiniging, en dan zijn er dus weer risico’s voor met name het grondwater. Om die reden is het belangrijk dat naar de lange termijn wordt gekeken voor het gebruik van een gebied, en dat goed wordt gekeken naar welk bodemgebruik bij welke verontreiniging past.

    De conclusie van Harmsen: ‘Goedkopere oplossingen zijn mogelijk, maar dan dient iemand wel gebruik te maken van de omgeving en de oplossing zelf voor 100 procent te begrijpen.’

    Bij de Ceuvel maakt Anke Wijnja onder het genot van veganistische bitterballen de voorlopige resultaten over het experiment met de planten bekend. Ze legt uit hoe ze er als vrijwilligers in geslaagd zijn om de vervuiling in de grond te kunnen analyseren: dat kost normaal vele duizenden euro’s, veel meer dan ze konden missen. Na wat research over analyses, stuitte Wijnja op de Handheld XRF, een apparaatje dat de zware metalen in de grond kan meten. Maar ook dat zou met software en alles inbegrepen 20.000 euro kosten.

    Tot ze ontdekte dat dat apparaatje ook te huren was. Met enkele vrijwilligers namen ze zelf 80 grondmonsters. Die monsters onderwierpen ze vervolgens aan het gehuurde apparaat; vervolgens gingen ze analyseren en interpreteren.

    Het resultaat: er zijn geen significante uitkomsten die aantonen dat de methode met de planten om zware metalen uit de bodem te filteren werkt. Toch is Wijnja niet diep teleurgesteld: ‘Bij deze methode hadden we verwacht dat we pas na tien jaar resultaten zouden zien. We zitten nu in het vijfde jaar. Maar eigenlijk staan er nog maar twee jaar echt de goede planten. Bovendien verwachten we sneller effect voor PAK’s. Daarvan hebben we binnenkort de eerste resultaten binnen.’ 

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Mira Sys

    Gevolgd door 186 leden

    Redacteur grondzaken

    Volg Mira Sys
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    FTM Lokaal

    Gevolgd door 836 leden

    Van Noord-Oost Groningen tot Zeeuws-Vlaanderen en van Den Helder tot Maastricht: deze waakhond komt naar je toe.

    Volg dossier