De clownsact van Hans de Boer

Hans de Boer is voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW en één van de machtigste mannen van Nederland. Hij ontpopt zich met een stand-up act over de financiële sector onverwacht als getalenteerd humorist.

Hans de Boer, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW, oog niet echt als een grappenmaker. Daar geeft zijn imposante cv ook geen enkele aanleiding toe. Met een 16e plek op de lijst van machtigste Nederlanders moet hij nog een beetje zijn best doen om zijn voorganger te evenaren, maar hoe dan ook: Hans de Boer is een zeer succesvolle, serieuze meneer. Toch proestte ik het uit toen ik dit voorbije weekeinde een aantal uitspraken van hem las. De Boer zei dat het tijd wordt dat ‘de strafexpeditie tegen de financiële sector wordt gestopt’. Weer zo iemand die met weinig talent voor schaamte loopt te grienen over dat 'banken bashen' dacht ik even, maar er volgde gelukkig meer. Zeven jaar na het begin van de crisis is het volgens De Boer weer tijd om ‘vooruit te kijken’. En, hier komt ie: ‘we [moeten] nu gewoon weer erkennen en herkennen dat de financiële sector een topsector is en als zodanig behandeld moet worden.'

Een 'topsector'!

Ik zag het goed. De sector die in 2008 en ook in 2013 nog met behulp van vele staatsmiljarden van de ondergang gered moest worden noemde hij een 'topsector'! Even een snelle greep uit de grabbelton van de Zuidas. Levensverzekeraars die nog even kunnen teren op de extreme marges van oude woekerpolissen hebben volgens DNB geen bedrijfsmodel meer. De analyse van hun aanstaande teloorgang is simpel. De Aegons en Nationale Nederlanden van deze wereld doen eigenlijk twee dingen: ze administreren en ze doen aan vermogensbeheer. Geen van deze taken verrichten ze op een aanvaardbaar niveau – administreren is zelfs een ongekend drama - en ze doen het ook nog eens tegen veel te hoge kosten. En omdat ze enkele decennia hun klanten op grote schaal rectaal te pakken hebben genomen, ligt er nog een brisante woekerpolistijdbom te tikken.
Levensverzekeraars die hun eigen bestaansrecht ondermijnen, zijn geen uitzondering
Levensverzekeraars die hun eigen bestaansrecht ondermijnen, zijn geen uitzondering. Door internet staan de bedrijfsmodellen in de hele financiële sector eigenlijk al jaren onder druk. Sommige markten worden door internet transparanter en betere regelgeving zorgt er onder andere voor dat er steeds minder door de financiële ingenieurs met ingewikkelde producten kan worden gerommeld – ‘innoveren’ noemen ze dat in de financiële sector – en dat marges verdwijnen. Corrupte kick back-structuren werden verboden en de fiscale trukendoos raakt door strengere wetgeving steeds leger zodat vermogensbeheerders en private bankers op de langere termijn geen droog brood meer kunnen verdienen. Inderdaad, er is wel degelijk wat ten goede veranderd en dat betekent dat lieden als Gerrit Zalm nieuwe markten moeten aanboren en nieuwe complexiteit creëren om de nog steeds hoge winstniveaus in de toekomst veilig te stellen. Weet ook Hans de Boer.  

Hans de Boer Hans de Boer staat pal voor de financiële sector

  Dan het gewone retailbankieren, dat is de dienstverlening waar u en ik in het dagelijkse leven mee te maken hebben. Die lijkt in Nederland ten dode opgeschreven. Dit komt mede doordat Nederlandse banken het internetbankieren zo voortvarend hebben aangepakt, vrijwel iedereen in Nederland online is en er via sociale media voor allerlei bancaire diensten buitengewoon handige alternatieven aankomen. Transitie en ontwrichting zijn dus in volle gang. Kortom, het voortbestaan van de met ongekende hoeveelheden belastinggeld gestutte financiële sector in zijn huidige exuberante kantoortorenvorm lijkt op langere termijn vrijwel ondenkbaar. Weet ook Hans de Boer. Tegelijkertijd verzaakt het kartel van drie grote banken al jaren op grove wijze zijn kerntaak – het financieren van het mkb, de motor van de Nederlandse economie – naar behoren uit te voeren. De VNO-NCW-voorzitter noemde het desondanks een ‘topsector’. ‘Met een historie van meer dan 400 jaar kan het niet zo zijn dat zeven magere jaren ons stekeblind maken voor de betekenis van de financiële sector voor de welvaart in Nederland,’ was de economische argumentatie die hij daar met een vette knipoog naar Balkenende’s VOC-mentaliteit aan toe voegde. Het was smullen geblazen.

Hikkend van het lachen

De Boer deed deze uitspraken vorige week maandagavond in het Haagse perscentrum Nieuwspoort tijdens een lullepot voor De Financiële Poort, een jaarlijkse bijeenkomst van ondernemers, ambtenaren, politici en journalisten. Een evenement dat wegens een aangename hoogtestage in de Alpen volledig aan mijn aandacht was ontsnapt en waar ik/FTM ook niet voor was uitgenodigd. Jammer, want we hadden er heel graag bij willen zijn. Al was het alleen maar om de reacties van de aanwezigen te peilen, met name die van mijn vakbroeders. Toen ik de verslagen in de verschillende media las (zie o.a. Amweb, De Telegraaf, NRC en de website van VNO-NCW), vroeg ik me eerlijk gezegd af hoeveel van mijn collega’s hikkend van het lachen van hun stoel waren gegleden.
Het is alsof de roaring nineties nog moeten beginnen
De Boer had onmiskenbaar verwoede pogingen gedaan het aanwezige journaille op de knieën te krijgen en nog meer moppen uit zijn trommel getoverd. ‘Banken worden klein gehouden, het licht in de ogen niet gegund,’ sprak hij als volleerd buutreedner. Dat ‘klein houden’ is een vondst. In Nederland maken drie grote banken ING, Rabobank en ABN Amro de dienst uit en ze zijn alle drie Too Big to Fail. De vierde – SNS - die in 2013 nog van de ondergang moest worden gered was dat dus ook. De enige manier om ze weer naar een aanvaardbaar risiconiveau terug te brengen, is door ze op te delen in kleine stukjes. Maar volgens de, ooit besnorde, VNO-NCW-voorzitter moeten onze grootbanken juist verder groeien en in staat worden gesteld om internationaal weer met de grote jongens mee te mogen doen. Bam! Het is alsof we vijfentwintig jaar in de tijd terug worden gesmeten en de roaring nineties nog moeten beginnen. Nostalgisch vermaak van de bovenste plank.

Kartelletje spelen

Zijn beklag over de vloedgolf aan regels en wetten voor banken, verzekeraars en ook pensioenfondsen trof me niettemin gevoelig. De Boer maakte daar een terecht punt van. Meer regels zullen geen soelaas bieden. Om het systeem te redden, zal het opnieuw uitgevonden moeten worden. Wat De Boer alleen vergat te vertellen is dat diezelfde regels inmiddels de toetredingsdrempel voor de Nederlandse markt zo erg hebben verhoogd, dat het eerder genoemde drietal banken tot in lengte van dagen onbezorgd kartelletje kan blijven spelen. Daardoor kan er met name bij de verstrekking van hypotheken flink worden verdiend. En daar vinden de gekwelde bankiers de overheid weer aan hun zijde die het belangrijk vindt om de woningmarkt vlot te trekken met allerlei fiscale stimulantia voor starters. Daar hoorde je paljas Hans dan weer géén witz over maken. Ook niet over het feit dat MKB’ers die hun relatie met de ene bank opzeggen, niet zomaar naar een andere kunnen en daardoor vaak met hun rug tegen de muur komen te staan. Te weinig concurrentie is een teken van een zieke markt en dat stemt droevig. Gelukkig wist Hans me weer snel op te vrolijken met enig gebral over beperkingen op bonussen. Ik dacht onmiddellijk aan al die topmanagers bij banken die hun vaste salarissen snel naar boven bij wisten te stellen om zo de eerste bypass, het tweede huis, derde huwelijk en het zestiende polopaard te kunnen bekostigen. Nog leuker was dat volgens hem in de bestuurskamers van de financiële sector van ‘de neergang [is] geleerd’ en er bij banken en ook verzekeraars ‘zelfreinigend vermogen [is] ontstaan’. Ik kijk dan ook al jaren bewonderend toe hoe er na 2008 met veel zelfreinigend elan nog bakken geld aan woekerpolispremies wordt verdiend, er duchtig handel is gedreven in rentederivaten voor mkb’ers, er op grote schaal complexere derivaten aan woningcorporaties werden verkocht en met een brandschoon geweten de ene na de andere ondernemer in Bijzonder Beheer wordt gesodemieterd. Daar kunnen ze in Vaticaanstad nog wat van leren. Een ‘topsector’. Ik zeg het u, voor de haute finance humor moet u bij Hans de Boer zijn.