De Nederlandse corona-app
© Rob Engelaar

De afgelopen maanden heb ik op FTM een aantal keren geschreven over de ‘corona-app’. Digitale technologie gebruiken bij de bestrijding van een pandemie ligt voor de hand: ict bewijst op allerlei manieren zijn waarde voor de gezondheidszorg. Maar kan zo’n app functioneren binnen een democratische rechtsstaat? De meningen buitelen over elkaar heen, maar gefundeerd zijn die niet altijd. Bovendien worden doordachte bevindingen vaak op overtrokken wijze gepresenteerd door de media.

Surveillancesystemen die geïntroduceerd worden voor specifieke omstandigheden, hebben de neiging om ook nadien operationeel te blijven – het is vaak gememoreerd. Een bekend voorbeeld zijn de surveillancemaatregelen die Beijing instelde ter gelegenheid van de Olympische Spelen van 2008, die vandaag nog steeds van kracht zijn. In China is het coronavirus inmiddels redelijk onder controle, maar de uitrol van de corona-app, de Alipay Health Code, gaat gewoon door.

Er wordt zelfs overwogen de app een bredere functie te geven, als algemene gezondheidsmonitor, die strafpunten geeft voor ongezond en bonuspunten voor gezond gedrag. Ook is er een plan voor een app die niet je fysieke gezondheid bijhoudt, maar je politieke, de Oprechtheid Gezondheids Code, reeds geïntroduceerd onder leden van de Communistische Partij. ‘Deze code bepaalt de onkreukbaarheid van partijleden en hun ijver bij het uitvoeren van partijopdrachten. Niet of je lichaam gezond is, maar je party spirit,’ zegt Xu Yicou, partijsecretaris van het dorpje Shitangxu. De pandemie als inspiratiebron.

In Europa vatte de afgelopen weken het idee post dat die corona-app een luchtkasteel was. Leuk bedacht, maar in een land met burgerrechten en privacybescherming werkt zoiets niet.

‘Er waren aanzienlijk meer mensen betrokken bij de productie van de app dan er actieve gebruikers zijn’

‘Noem mij één land met een goed werkende corona-app!’ tartte Boris Johnson onlangs zijn nieuwe tegenspeler Keir Starmer. Starmer kwam terug met de Duitse, Corona-Warn, inmiddels 16 miljoen keer gedownload. Dat is ongeveer 20 procent van de bevolking, maar of dat unieke downloads zijn en hoeveel daarvan echt gebruikt worden, kan de Duitse overheid niet zeggen, want centraal meekijken is onmogelijk. De Franse corona-app geldt als een regelrechte flop: na zes weken is die slechts 1,9 miljoen keer geïnstalleerd, ongeveer 3 procent van de bevolking. Er zouden welgeteld 68 besmettingen gemeld zijn en 14 notificaties aan derden zijn verstuurd. ‘Er waren aanzienlijk meer mensen betrokken bij de productie van de app dan er actieve gebruikers zijn,’ verzuchtte een betrokkene. ‘Hij is dead in the water.’

Vanuit techno-kritische kring zijn van begin af bezwaren tegen zo’n app geuit. Deels gratuit. ‘Er kan misbruik van worden gemaakt.’ Goed, maar als dat reden is om af te zien van een publieke voorziening, hadden we geen AOW, geen huursubsidie, geen openbaar vervoer – waarschijnlijk niet eens gas en licht. ‘Er is kans op fouten,’ ook vaak aangevoerd. Tja, er zijn altijd vals-positieven en -negatieven, dat geldt voor bevolkingsonderzoek naar borst- of darmkanker helaas ook – toch doen we het. Veel andere bezwaren die werden opgeworpen zijn oplosbaar: geen locatiedata, dat kan, geen herleidbare persoonsgegevens, dat kan, geen centrale opslag, kan ook. Waarom zou je er dan toch nog tegen zijn?

De tech-industrie lijdt aan ‘techno-solutionisme’, het dwangmatige idee dat voor elk probleem een technologische oplossing bestaat. Dat is niet zo, sommige problemen los je niet op met techniek, en technologische oplossingen kunnen een betere, niet-technologische oplossing in de weg staan. Maar er is ook zoiets als (neo)luddisme, een onberedeneerde afkeer van technologie, gevoed door behoudzucht en argwaan, vernoemd naar de Luddieten, die begin 19e eeuw weefmachines vernielden uit zorg voor hun werkgelegenheid.

Voorbarige conclusies

Ergens tussen die twee uitersten ligt de wijsheid, ook in het geval van de corona-app. Laten we niet vergeten dat een gewoon contactonderzoek door een GGD-medewerker met pen en papier evengoed privacy-gevoelig is. De medische privacy is in Nederland in het algemeen goed geregeld. Het oorspronkelijke ontwerp voor een elektronisch patiëntendossier (EPD) werd in tien jaar touwtrekkerij haast volledig uitgekleed vanwege de privacyrisico’s. Als een corona-app de privacy waarborgt en echt vrijwillig is, zoals nu is vastgelegd, kun je moeilijk bezwaar hebben dat burgers zo’n hulpmiddel gebruiken. In die zin is het vergelijkbaar met de koortsthermometer. Die waren aanvankelijk vrij onnauwkeurig, onder medici was verzet om ze in de handel te brengen, maar de consument nam die halve graad afwijking graag voor lief. Tegenwoordig zijn ze nauwkeurig, betrouwbaar en niet meer weg te denken.

Het coronadebat is een stortplaats van voorbarige conclusies en achterhaalde opinies

Waar bij de corona-app in elk geval sprake van was, is techno-hubris: een schromelijke onderschatting van de hoeveelheid tijd en denkwerk die nodig is om zo’n systeem te ontwikkelen en de vele, vele gevoeligheden die erbij moeten worden omzeild. Als je het niet kunt aanpakken zoals de Chinezen, met verplichte deelname, rigoureuze registratie van privédata en een handhavingsleger dat voortdurend iedereen controleert, kan zo’n app dan effectief zijn?

Het fascinerende aan deze pandemie is dat de feiten de meningen voortdurend op het verkeerde been zetten en omgekeerd. Het coronadebat is een stortplaats van voorbarige conclusies en achterhaalde opinies.

Volg de datadictatuur

2018 was het jaar van de Grote Internet Ontnuchtering. Voor het eerst zagen we de techindustrie met haar datahonger als een Godzilla, die dreunend onze privacy vermorzelt. Jan Kuitenbrouwer signaleert een kentering en kapt tweewekelijks een pad door de online jungle.

Lees verder Inklappen
Inschrijven

Het virus is een gedroomd mediaobject. Elke dag, elk uur, zijn er nieuwe feiten, nieuwe cijfers, nieuwe verhalen. Als het coronavirus niet vanzelf was opgedoken, had Rupert Murdoch het moeten uitvinden. De oplossing van problemen vereist consensus, compromissen, saamhorigheid, maar hoe moet die ooit bereikt worden met een mediasysteem dat leeft bij controverse en verdeeldheid, ophef en rumoer?

Een voorbeeld. Op 13 juli bracht het King’s College in Londen een persbericht uit over een studie naar de immuniteit van ex-covidpatiënten. De onderzoekers keken naar de aanmaak van antilichamen bij genezen patiënten en constateerden dat die na een dag of twintig terugloopt. Bij andere coronavirussen gebeurt dit ook, en het is onduidelijk welk effect die afname precies heeft. Hoeveel antilichamen er nodig zijn voor corona-immuniteit is onbekend. Het is een weinig opzienbarende constatering – ‘aanmaak antistoffen corona daalt na twintig dagen’ – tenzij je hem een beetje aanscherpt. Bijvoorbeeld tot: ‘covid-immuniteit duurt maar drie weken’. En aldus geschiedde. Eerst kwam de MIT Technology Review. ‘Dit onderzoek suggereert dat covid-19 mensen herhaaldelijk zou kunnen infecteren,’ maakten zij ervan. ‘Als dat het geval is, zullen we mogelijk nooit groepsimmuniteit bereiken, niet door vaccinatie, noch door verspreiding onder de gemeenschap, omdat de antilichamen geleidelijk weer verdwijnen.’

Toen kwamen de publieksmedia. ‘Immuniteit duurt mogelijk maar een paar maanden,’ kopte CNBC. Zo slingerde de informatiecentrifuge nog even door. CNN, The Financial Times, ABC, BBC, Deutsche Welle: ‘Immuniteit voor corona neemt na een tijdje weer af,’ of woorden van gelijke strekking. Op Twitter leidde het tot dit soort samenvattingen: ‘Dus het is min of meer officieel: groepsimmuniteit is een fantasie, zelfs met een vaccin.’

Terwijl dat dus niet is wat de onderzoekers van King’s College beweren. Nepnieuws!

Hoe nuttig is zo’n app?

Bij de corona-app zie je hetzelfde: het debat wordt gestuurd door onjuiste informatie. Overal (ook bij mij) viel de afgelopen maanden te lezen dat zo'n app pas nuttig effect heeft als ongeveer 60 procent van de bevolking hem gebruikt. Als Duitsland met een penetratie van 20 procent koploper is, wordt dat een kansloze missie, dat leek een aannemelijke conclusie. De thuisblijvers kregen gelijk, de heilsverwachting rond de corona-app kelderde.

Die 60 procent komt uit een onderzoek van Oxford University uit april 2020, werd wereldwijd direct overgenomen als richtgetal en in Nederland ook geciteerd door gezondheidsminister De Jonge. Maar, zeggen de onderzoekers nu, ons werk is profoundly misunderstood. Dat is helemaal niet wat wij beweerden! ‘Er is veel onjuiste verslaggeving over dit onderwerp’, zegt Andrea Stewart van het Oxfordse team. Journalisten lazen ‘our models show we can stop the epidemic if approximately 60 percent of the population use the app,’ klikten weg en tikten hun bericht. Maar, vervolgt de zin, ‘even with lower numbers of app users, we still estimate a reduction in the number of coronavirus cases and deaths.

Kijk eens aan: de corona-app staat ineens weer in een heel ander daglicht

Een penetratie van 80 procent kan de corona-pandemie zelfs volledig onderdrukken, zonder andersoortige interventie, stellen de onderzoekers. Met ‘Corona-app kan pandemie verhelpen’ hadden de media dichter bij de waarheid gezeten dan met de headline die de wereld over ging: ‘Corona-app werkt pas bij 60 procent penetratie’. Het is dus mogelijk dat de Duitse app, op dit moment, met 20 procent penetratie, al talrijke levens redt.

Intussen verscheen een ander onderzoek, in The Lancet, van de Universiteit van Utrecht. Conclusie: bron- en contactonderzoek kan de coronapandemie beteugelen, maar: hoe korter de reactietijd, hoe beter. Bij een vertraging van meer dan drie dagen kan de R-factor (het aantal mensen dat door een drager wordt besmet) waarschijnlijk niet onder 1 worden gebracht, het criterium voor of een epidemie groeit of krimpt. ‘De toegang tot tests moet worden geoptimaliseerd,’ schrijven de onderzoekers, en: ‘mobiele apptechnologie kan vertraging beperken en de dekking van contactonderzoek vergroten.’ Kijk eens aan: een nieuw onderzoek, de correcte uitleg van een oud onderzoek, en de corona-app staat ineens weer in een heel ander daglicht.

Politici bezien dit alles met een glimlach. Publiekelijk wringen zij hun handen over nepnieuws en alternatieve feiten, zij moeten immers voor de ‘waarheid’ staan, maar de beschikbaarheid van een gevarieerd waarheids-buffet maakt hun werk een stuk makkelijker. ‘Noem mij één app die werkt!’ roept Boris Johnson als er vertragingen zijn. Let op, straks bij de lancering is het: ‘Hoera! Deze app gaat duizenden levens redden!’

Jan Kuitenbrouwer
Journalist, schrijver en presentator. Auteur van het boek 'Datadictatuur, hoe de mens het internet de baas blijft'.
Gevolgd door 861 leden