2018 was het jaar van de Grote Internet Ontnuchtering. Voor het eerst zagen we de techindustrie met haar datahonger als een Godzilla, die dreunend onze privacy vermorzelt. Jan Kuitenbrouwer signaleert een kentering en kapt vanaf nu tweewekelijks een pad door de online jungle.

    Het is dinsdagochtend 4 december, een uur of tien. Op de Rozengracht in Amsterdam rijdt een Uber. De Rozengracht bestaat uit twee autorijbanen, gescheiden door een dubbele trambaan. De Uber rijdt vlak achter een tram. Die nadert geen zebrapad of halte, toch remt de tram af. De Uber heeft geen geduld voor dit oponthoud, geeft gas en rijdt de tram links op hoge snelheid voorbij. Vanachter de tram verschijnt een voetganger, nog vriendelijk knikkend naar de trambestuurder, die vaart minderde zodat hij kon oversteken. De Uber rijdt met naar schatting 70 kilometer per uur op de voetganger in, die gelanceerd wordt, een eind verderop neerkomt en ter plekke overlijdt. De maximumsnelheid op de Rozengracht is 30.

    Dat Amsterdamse taxichauffeurs betrokken zijn bij een dodelijk ongeval gebeurde tot voor kort gemiddeld eens in de drie jaar. Uber-chauffeurs waren het afgelopen anderhalf jaar betrokken bij twee dodelijke ongevallen in de hoofdstad. Een onlangs voorgepubliceerde studie van de Universiteit van Chicago en Rice Universiteit constateert dat wanneer platform-taxidiensten als Uber en Lyft in Amerikaanse steden aan de slag gaan, het aantal dodelijke ongevallen toeneemt.

    ‘De komst van ridesharing gaat gepaard met een toename van 2 tot 3 procent in het aantal dodelijke auto-ongelukken,’ schrijven de onderzoekers. Ridesharing werd geïntroduceerd in 2010, het nationale aantal auto-doden in Amerika bevond zich toen op een historisch dieptepunt (32.885). Sindsdien stijgt het weer.

    In Moskou doet zich hetzelfde voor, berichtte Derk Sauer onlangs. Tijdens één rit naar huis telde hij drie ongelukken met Uber en Yandex (de Russische Uber). ‘Chauffeurs maken krankzinnig lange dagen,’ schreef hij. Ook Nederlandse Uber-chauffeurs krijgen vaak te weinig rust, pas onlangs, naar aanleiding van het ongeval op de Rozengracht, voerde Uber een verplichte pauze in.

    Internet woekert alles aan elkaar

    2018 zou je het jaar van de Grote Internet Ontnuchtering kunnen noemen. Het jaar dat de techindustrie zó groot en alomtegenwoordig werd, dat zij zich begon af te tekenen tegen de hemel, als een Godzilla die langzaam opdoemt vanachter de wolkenkrabbers. Holy smoke! Wat hebben we gedaan!?

    Ruim de helft van de wereldbevolking zit nu op internet. De vijf grootste bedrijven ter wereld zijn tech-bedrijven. Zet het internet uit en ons leven komt tot stilstand. Niet omdat we dan geen Facebook, Twitter of Netflix meer hebben, ook het water uit de kraan, de stroom uit het stopcontact, media, onderwijs, gezondheidszorg: alles gaat down. Dit systeem, deze ranonkel, heeft in stilte alles met alles verbonden. De wereld heeft een nieuw zenuwstelsel gekregen. Het is spontaan gegroeid, in een jaar of twintig, en het bezit ongekende krachten. Je zet een appje op Facebook waarmee je je persoonlijkheidstype kunt bepalen en met die data kun je via een Brits bureau voor psychologische oorlogsvoering en een Russische trollenfabriek iemand president van Amerika maken!?

    De werkelijkheid, de waarheid, de taal, de democratie – het internet zet alles op losse schroeven. Enfin, zo voelt het soms, met al die berichten over digitale disruptie, op allerlei niveaus, in allerlei sectoren. Disruptie betekent ‘ontwrichting’. Ooit hadden we dat liever niet, nu schijnt het nodig te zijn. De taxichauffeur kreeg te maken met de digitale snorders van Uber, de hotelhouder met de beunhazen van AirBnb, de professionele pers met bloggers en andersoortige burgerjournalisten – have internet, will travel. De journalistiek wordt door elkaar geschud, de diensteneconomie, de arbeidsmarkt, het culturele bedrijf, het publieke debat, sociale structuren - internet verandert alles. Maar hoe, en in welke richting?

    En hebben wij er iets over te zeggen?

    Tot nu toe weinig. De techindustrie is een black box. Om Silicon Valley staat een hoog hek, met daarop: ‘Verboden voor pottenkijkers. Inclusief de overheid.’

    Facebook had vijf miljoen adverteerders, maar kan niet zeggen wie dat precies zijn

    Welke data techbedrijven bijvoorbeeld verzamelen en wat zij ermee doen, niemand weet het precies, er is geen enkele transparantie. Facebook had in 2016 vijf miljoen adverteerders, die gezamenlijk ongeveer 27 miljard dollar opbrachten, maar kan geen lijst overleggen wie het precies zijn. Zoals afgelopen week werd onthuld door The New York Times, heeft Facebook jarenlang grote techbedrijven als Microsoft, Amazon, Spotify en Apple heimelijk inzage gegeven in de privédata van hun gebruikers. Zo kon de Bank of Canada bijvoorbeeld Facebook-messages inzien van haar eigen klanten! Facebooks verweer: die data zijn niet ‘verkocht’. Nee, strikt genomen werden zij gebarterd, tegen het digitale hormoon waarmee Facebook in korte tijd een Hulk-achtige groei realiseerde. Het is een cliché inmiddels, maar het is waar: data zijn de olie van dit tijdperk.

    Aan de gebruikerskant staan adverteerders voor dat soort data in de rij, rammelend met de portemonnee. De Weer-app op uw smartphone vraagt om uw locatiegegevens, zogenaamd om uw weersverwachting aan te scherpen, maar in werkelijkheid om uw gedrag te analyseren en u reclame-op-maat te sturen. Bezoekt u eens per week de Weightwatchers, dan bent u vast geïnteresseerd in dieetproducten. Betreedt u geregeld dat-en-dat kankerziekenhuis, dan heeft Hallmark wel een paar gepaste wenskaarten. De details liggen diep begraven in terms of service, zo dik als een telefoonboek en zo toegankelijk als een moeras. En soms staan ze dáár niet eens. Het mag allemaal.

    Tech als nieuwe diersoort

    De analoge economie is op allerlei manieren gereguleerd, de digitale vrijwel niet. Het internet is een parallel universum, een buitenaards gebiedsdeel (‘cyberspace’) waar de wetten en regels van de analoge wereld niet gelden.

    De ‘oude’ media moeten transparant zijn over het verschil tussen reclame en onafhankelijke informatie, internetaanbieders mogen op dat punt doen wat zij willen. Gewone bedrijven mogen maar een beperkt deel van de markt bezitten, monopolies en kartels zijn verboden, internetbedrijven als Google en Facebook en Amazon hebben marktaandelen van soms wel 90 procent. Een fietsenfabrikant of een winkelketen hoeft dat niet te proberen. In dat opzicht is de tech-industrie een nieuwe diersoort: enorm groot, ongekend machtig, maar zeer ondoorzichtig en ongrijpbaar.

    In de oude wereld bestaat zoiets als het auteursrecht, op internet werd het de facto verbeurd verklaard, zonder enig debat. In plaats van de handhaving aan te scherpen, legde de overheid geïntimideerd het hoofd in de schoot en stelde een ‘kopieerheffing’ in: niet de Napsters en de Pirate Bays kregen de rekening gepresenteerd, maar de bonafide consument. Onlangs tikte een Nederlandse rechter de staat daarvoor op de vingers: je kunt niet zomaar een economisch recht opschorten waaraan een hele beroepsgroep zijn inkomen ontleent. Langzaam begint door te dringen dat digitale technologie soms op gespannen voet staat met publieke waarden, met de rechtsstaat zelfs, en dat we daar alert op moeten zijn. Dat technologie, vaak ontwikkeld met gemeenschapsgeld, zich moet onderwerpen aan het algemeen belang. Dat technologie er is voor burgers en consumenten, en niet andersom.

    Geest gaat niet meer terug in de fles

    Google, Facebook, Amazon, ze worden elke dag invloedrijker en machtiger, maar wat hebben zij met de wereld voor? Chinese tech-fabrikanten veroveren westerse markten, denk aan Huawei, dat servers levert voor Amerikaanse datacentra. Kan China daarmee (onze) data oogsten en zo ja, wat doen de Chinezen ermee? Wie trekt aan welke touwtjes, en met welke bedoelingen? Dat zijn de vragen die zich in 2018 ineens opdrongen, en die geest zal niet terug in de fles gaan. Binnen de techindustrie is een tegenbeweging in opkomst, insiders die last van hun geweten krijgen en oproepen tot verandering, meer transparantie over algoritmen, een hippocratische eed voor programmeurs, betere afscherming van persoonlijke data, het opbreken van monopolies. Ook tot de politiek begint het belang van een gezonde datacultuur door te dringen. De komende vijf jaar zullen bepalend zijn voor de toekomst van het internet: krijgen burgers en politiek greep op de datadictatuur of is die inmiddels te machtig geworden? Zoals er eerst aandacht was voor biologische landbouw en pas later voor biologische visserij, omdat wij vissen niet zien tot ze in blokvorm op ons bord liggen, zo zal de techjungle eerst zichtbaar gemaakt moeten worden, voor wij er iets aan kunnen doen.

    Steeds meer onderzoekers sluipen om het hek rond Silicon Valley, op zoek naar openingen

    Het hek rond Silicon Valley is niet hermetisch. Er sluipen steeds meer onderzoekers omheen, op zoek naar openingen. Stukje bij beetje wordt duidelijk hoe de internetindustrie precies werkt en wat er zou moeten veranderen. In mijn boek Datadictatuur heb ik daar een begin mee gemaakt. ‘Hoe de mens greep krijgt op het internet,’ luidt de ondertitel. In deze rubriek zet ik die zoektocht voort, aan de hand van de actualiteit. Zal het de politiek lukken om de techindustrie te reguleren zoals andere industrieën? Om het oppermachtige webkartel aan banden te leggen, zoals wij dat ooit deden met de supermonopolies in de olie- en telecom-industrie?

    Is er een oplossing voor een betere bescherming van auteursrechten en intellectueel eigendom? Hoe maken we een einde aan politieke manipulatie via internet? Aan nepnieuws en desinformatie? Wat kunnen we doen aan clickbots en trollfarms? Hoe pakken we haattaal, wraakporno en andere vormen van cyberbullying aan? Wat zijn de gevolgen van robotisering en kunstmatige intelligentie? Hoe krijgen wij greep op de platform-economie? Al die thema’s zijn op dit moment onderwerp van debat en politieke strijd, en dat zal voorlopig zo blijven. Vanaf dat front ga ik voor Follow the Money berichten, eens in de twee weken. Dat kan over een wetsvoorstel in Brussel gaan, over desinformatie op Facebook, of een conflict bij Google. Of over een verkeersdode op de Rozengracht.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jan Kuitenbrouwer

    Gevolgd door 408 leden

    Journalist, schrijver en presentator. Auteur van het boek 'Datadictatuur, hoe de mens het internet de baas blijft'.

    Volg Jan Kuitenbrouwer
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Datadictatuur

    Gevolgd door 802 leden

    2018 was het jaar van de Grote Internet Ontnuchtering. Voor het eerst zagen we de techindustrie met haar datahonger als een G...

    Volg dossier