De discussie over vermogensongelijkheid: Pensioen voor 17% gesubsidieerd

    De belasting op vermogen en vermogensinkomsten doet de gemoederen hoog oplopen. Afgelopen weekend pleitte CDA voorman Buma tegen een hogere belasting op vermogen. Columnist Bas Jacobs brengt enig licht in de duisternis: is pensioen vermogen of niet?

    Onlangs schreef De Volkskrant over de fiscale behandeling van vermogen, mede naar aanleiding van het boek van Piketty. De belasting op vermogen en vermogensinkomsten doet de gemoederen hoog oplopen. Daarbij bestaat er veel onbegrip over de belasting van pensioenen. Daarom een korte uitleg over de belastingheffing van pensioenen. Veel mensen lijken te denken dat pensioenopbouw iets wezenlijk anders is dan zelf sparen. Soms wordt beweerd dat pensioen helemaal geen vermogen zou zijn, maar alleen uitgesteld loon. En dat de belasting op pensioenen dus geen belasting op vermogen maar een belasting op uitgesteld loon, dus arbeid is. Dit is eigenlijk semantiek; alle vormen van besparingen zijn uitgestelde consumptie, zo ook bij de pensioenen. En dat belastingen op pensioenuikeringen belastingen op uitgesteld loon zijn klopt, maar daaruit kan niet worden geconcludeerd dat vermogensopbouw via de pensioenen niet wordt gesubsidieerd. Integendeel.
    Veel mensen lijken te denken dat pensioenopbouw iets wezenlijk anders is dan zelf sparen.
    Cruciaal is om naar alle aspecten van de pensioenen te kijken — dus niet alleen de uitkering, maar ook naar de pensioenpremies. De Nederlandse fiscus maakt de pensioenpremies aftrekbaar voor de belastingen. Het gemiddelde tarief waartegen pensioenpremies worden afgetrokken bedraagt volgens het CPB ongeveer 52%.* (Dat heeft niets te maken met het toptarief van de inkomstenbelasting) In 2012 kost de aftrek van pensioenpremies de staat zo’n 17,8 miljard euro aan belastinginkomsten. De aangroei van de pensioenvermogens in de pensioenfondsen is onbelast, in tegenstelling tot bijvoorbeeld spaargeld in Box-3. De pensioenuitkeringen worden wel belast. Typisch gebeurt dat tegen lagere tarieven dan waartegen de premies zijn afgetrokken, gemiddeld tegen zo’n 35%. Dat komt omdat het belastbare inkomen tijdens pensionering meestal lager ligt dan het belastbare inkomen tijdens het werkende leven (en dus in lagere schijven valt), maar ook omdat over de eerste twee schijven geen AOW-premies zijn verschuldigd waardoor de tarieven 18% lager liggen. In 2012 is de belastingopbrengst van de inkomstenbelasting op de pensioenuitkeringen 11,4 miljard euro. Netto kost de fiscale behandeling in 2012 dus 6,4 miljard euro. Dat is afgerond 1,1% van het bbp. Waarom is dit is een subsidie op vermogensopbouw? Antwoord: hoe meer wordt gespaard via het pensioenfonds, hoe hoger het netto levensinkomen wordt. Immers, alleen door meer pensioen op te bouwen kan worden geprofiteerd van het tariefverschil tussen premieaftrek en pensioenuitkering.

    Subsidie of belasting

    Nu kan er ook een – veel ingewikkelder – discussie worden gevoerd in hoeverre de subsidie op de pensioenopbouw een impliciete subsidie of belasting op arbeid is. Dat werkt als volgt. Subsidies op vermogen maken toekomstige consumptie goedkoper dan huidige consumptie. Maar dat geldt evenzeer voor vrije tijd. Subsidies op vermogensopbouw maken toekomstige vrije tijd goedkoper in termen van huidige vrije tijd. Daarom zullen subsidies op vermogensopbouw mensen aanzetten om in latere fases in hun leven minder te werken en eerder uit te treden, terwijl subsidies op vermogensopbouw mensen in het begin van hun carrière aanmoedigen meer te gaan werken. Ouderen zullen bij een sterker gesubsidieerd pensioenstelsel dus minder gaan werken en jongeren meer. Het is een empirische vraag in hoeverre het totale arbeidsaanbod stijgt of daalt als vermogen meer wordt gesubsidieerd. Uit alle onderzoek dat ik ken, blijkt dat wanneer er meer (inkomen uit) vermogen is, gemiddeld het arbeidsaanbod daalt en mensen gemiddeld eerder met pensioen gaan (zie ook Jacobs, 2013). Dus subsidies op de pensioenen ontmoedigen het gemiddelde arbeidsaanbod over het leven en zijn daarmee een netto belasting op arbeid.
    Subsidies op vermogen maken toekomstige consumptie goedkoper dan huidige consumptie.
    De conclusie is ondubbelzinnig: de vermogensopbouw via de pensioenen wordt gesubsidieerd in pensioenstelsels met de omkeerregel waarbij de pensioenuitkeringen tegen lagere tarieven worden belast dan de tarieven waartegen de pensioenpremies worden afgetrokken. En dat gebeurt in Nederland met ongeveer 1,1% van het bbp per jaar. Dat is gemiddeld ongeveer 17 cent per gespaarde pensioeneuro. Bovendien leiden subsidies op vermogensopbouw typisch tot een lager arbeidsaanbod en vroegere pensionering waardoor subsidies op de pensioenen uitwerken als een impliciete, hogere belasting op arbeidsaanbod, niet als een subsidie op arbeidsaanbod. *Deze data heeft het CPB op verzoek gegeven. Voor de liefhebbers: op het weblog van Bas Jacobs staat nog een meer gedetailleerde uitleg gegeven, met gebruik van een model. Klik daarvoor hier.  

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Bas Jacobs

    Gevolgd door 168 leden

    Hoogleraar economie en overheidsfinanciën aan de Erasmus School of Economics.

    Volg Bas Jacobs
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren