Lodewijk Asscher en PvdA-voorzitter Hans Spekman tijdens de politieke ledenraad van de Partij van de Arbeid in de Jaarbeurs, op 18 maart 2017. Spekman stapt op na de nederlaag bij de Tweede Kamerverkiezingen.

Lodewijk Asscher en PvdA-voorzitter Hans Spekman tijdens de politieke ledenraad van de Partij van de Arbeid in de Jaarbeurs, op 18 maart 2017. Spekman stapt op na de nederlaag bij de Tweede Kamerverkiezingen. © ANP / Robin Utrecht

De dubbele pijn van de PvdA: met de kiezer is ook het geld weggelopen

6 Connecties

Relaties

Verkiezingen

Personen

Lodewijk Asscher Attje Kuiken Hans Spekman

Organisaties

PvdA

Werkvelden

Politiek
58 Bijdragen

De verkiezingsnederlaag die de PvdA in 2017 leed, heeft grote gevolgen voor de financiële slagkracht van de partij. Hoe krabbel je er weer bovenop als met de kiezer ook het geld wegblijft? ‘Een nieuwe combinatie van PvdA en GroenLinks zou al snel een tweede positie innemen.’

0:00
Dit stuk in 1 minuut
  • In 2017 lijdt de Partij van de Arbeid de grootste verkiezingsnederlaag uit haar geschiedenis. De sociaaldemocraten worden gedwongen te krimpen: minder zetels betekent immers minder subsidie. Zeventig medewerkers moeten vertrekken.
  • Omdat de PvdA altijd veel zetels en leden had, was geld nooit een probleem. Nu die geldstroom terugloopt, blijkt de partij achter te lopen met fondsenwerving. Andere klassieke bestuurspartijen als VVD, CDA en D66 zien donaties juist enorm toenemen. 
  • Om financieel te kunnen herstellen is electoraal succes een vereiste. Daar is een goed verhaal voor nodig. Er wordt een merkengoeroe ingehuurd om de ideologische veren (afgeschud onder voormalig leider Wim Kok) weer terug te vinden. De praktijk blijkt weerbarstig.
Lees verder

‘Dit is een bittere avond voor de Partij van de Arbeid. De uitslag is ongelofelijk teleurstellend,’ zegt de toenmalig leider van de sociaaldemocraten Lodewijk Asscher tegen een gehoor van partijgenoten tijdens de verkiezingsavond in maart 2017. 

Na een verlies van 29 zetels blijft een uitgeklede fractie met negen Tweede Kamerleden over. Ook de organisatie van de partij krijgt klappen. Minder zetels betekent minder inkomsten, waardoor er veel personeel gedwongen moet vertrekken. Jaren later kijkt Asscher nog altijd niet graag terug. ‘Ik geef geen interviews over die tijd en wil me op de toekomst richten,’ zegt hij tegen Follow the Money. 

‘De PvdA is echt getraumatiseerd door die nederlaag,’ legt Julia Wouters desgevraagd uit. Ze was jarenlang de rechterhand en adviseur van destijds minister Lodewijk Asscher. ‘En niet alleen de partijtop. Er zit een heel leger aan medewerkers en vrijwilligers achter.’ 

Mensen als Asscher werken niet in hun eentje, ze worden gevoed vanuit het partijkantoor. ‘Zonder deze medewerkers kun je als Kamerlid je werk niet doen,’ zegt Lea Bouwmeester, PvdA-Kamerlid tussen 2006 en 2017. Juist veel van deze mensen vertrekken na de nederlaag. ‘Tijdens de campagne zijn zij het die nog tot diep in de nacht doorwerken. En in één keer valt alles stil. Je zit niet meer in de regering, je hebt negen zetels, je bent niets meer. Zo’n contrast is groot na een slopende, intensieve campagne.’

Vijf jaar later

Anno 2022 is de partij geen steek verder gekomen. Bij de Kamerverkiezingen van 2021 behalen de sociaaldemocraten opnieuw slechts negen zetels. 

‘Elke keer worden we door rechts ingehaald. Omdat ze met meer zijn, omdat ze machtiger zijn.’ In deze twee zinnen vat de kersverse PvdA-leider Attje Kuiken op 23 mei de toestand van haar partij accuraat samen, om te vervolgen: ‘En dat accepteer ik niet.’ 

Het is een impliciete liefdesverklaring tijdens een bijeenkomst met GroenLinks-leider Jesse Klaver in Arnhem, waar beide partijen aftasten of hun fracties in de Eerste Kamer zouden moeten worden samengevoegd. Dit om ‘progressieve krachten te bundelen,’ schrijft GroenLinks-voorzitter Katinka Eikelenboom op de website van GroenLinks. Ook andere partij-prominenten spreken zich uit voor een innige omhelzing. Kritiek is er ook, van bijvoorbeeld oud-voorzitter van de PvdA Hans Spekman.

 ‘We kregen het verzoek of we niet meer wilden lachen op de afdeling’

Komende zaterdag zullen de leden van de sociaaldemocraten en de groenen zich uitspreken voor of tegen een fusie. Een eventueel samengaan zou een voorlopige uitkomst zijn van een zoektocht naar kiezers die voor de PvdA vijf jaar geleden is begonnen, na de verpletterende verkiezingsnederlaag bij de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017. Een verlies met dramatische gevolgen voor de financiële positie van de partij en daarmee ook voor de politieke slagkracht.

De cijfers achter de nederlaag

Julia Wouters over de dagen na de historische nederlaag: ‘We kregen het verzoek of we niet meer wilden lachen op de afdeling, omdat heel veel mensen wisten dat ze hun baan verloren en dat dat pijnlijk was. Maar wij hadden ook onze baan verloren.’ 

Omdat ze voor Asscher werkt, houdt ze kantoor op zijn ministerie van Sociale Zaken. ‘In een volgend kabinet zou de PvdA zeker niet plaatsnemen. Om die reden moest alles wat maar aan de PvdA refereerde weg, inclusief een prachtige foto van oud-voetballer John de Wolf, de ambassadeur van ouderen-werkgelegenheid. Medewerkers van het ministerie trokken die zomaar van de muur!’ 

Als we uitzoomen blijkt dat de partij al langer aan een teloorgang bezig is

Het verhaal van Wouters werpt de vraag op wat zoiets intern teweeg brengt. Wat zijn eigenlijk de financiële gevolgen van een dergelijk grote nederlaag? 

De jaarrekeningen van de partij werpen enig licht op de zaak. Zo kennen de sociaaldemocraten vier bronnen van inkomsten, waarvan de eerste ook meteen de belangrijkste is: de contributie van leden. 

Na de verkiezingen van 2017 bedroeg die nog 4,65 miljoen euro. Een jaar later 4,4 miljoen euro. In 2019 daalde de bijdragen van leden naar 4,3 miljoen euro. Op de laatste gepubliceerde jaarrekening, die over 2020, is dit bedrag min of meer gelijk gebleven: 4.365.504 euro. 

Het belang van deze post voor de PvdA is niet te onderschatten: het totaal aan inkomsten was in dat jaar 7.445.119 euro. Oftewel: bijna 60 procent is afkomstig van de leden. De teruggang van de inkomsten uit contributie lijkt relatief stabiel gebleven sinds 2017, maar als we uitzoomen blijkt dat de partij wel degelijk in zwaar weer terecht is gekomen en al langer aan een teloorgang bezig is. Zo kampt de PvdA met een achterban die in rap tempo vergrijst. In 2017 trok de partij relatief het laagste aantal jongeren van alle partijen: 44 procent van haar electoraat was ouder dan 65 jaar. 

Had de partij in 2012 nog 54.000 leden – goed voor 5,1 miljoen euro aan ledengelden – tien jaar later is dit aantal teruggelopen tot iets meer dan 41.000 en is het bedrag dat aan contributie wordt binnengebracht gedaald naar 4,3 miljoen euro. 

Na de verkiezingsnederlaag in 2017 belt daarom een ingehuurd bureau leden op, met de vraag akkoord te gaan met een tijdelijk hogere contributie. Een actie die 214.000 euro oplevert en iets van het verlies verzacht.

Overbodige luxe is dat zeker niet, laat een tweede bron van inkomsten zien. In 2017 ontvangt de PvdA nog 1.655.408 euro aan overheidssubsidie, gebaseerd op de hoeveelheid Kamerzetels en het aantal betalende leden. 

Daar staan in dat jaar hoge kosten tegenover: voor een afvloeiingsregeling bijvoorbeeld, nodig om afscheid te nemen van medewerkers waar geen plek meer voor is na het electorale verlies. Hiervoor trekt de partij 449.270 euro uit.

Na de verkiezingsnederlaag loopt de subsidie hard terug naar 963.809 euro in 2018 en 951.189 euro in 2019. Dankzij de invoering van de zogenaamde Jetten-gelden neemt de overheidsbijdrage weer toe: de pot geld die partijen vanaf 2020 mogen verdelen stijgt van 17 miljoen euro naar 35 miljoen euro. Hierdoor kan de PvdA 1.417.638 euro toevoegen aan de partijkas. Dat verkleint overigens niet de kloof met de concurrentie, want andere partijen delen ook mee.

Een derde geldstroom zijn de aanvullende en specifieke contributies van PvdA-politici. Dit zijn afdrachten, zoals ook een partij als de SP die vraagt van haar volksvertegenwoordigers. Waar de socialisten op deze manier in 2020 3.122.740 euro binnen weten te halen, is de PvdA bescheidener, met 1.097.464 euro. 

‘De PvdA heeft last van de wet van de remmende voorsprong’

Fondsenwerving is de laatste vijver waar de PvdA in vist. Een vijver die qua grootte nog wel eens varieert: in het verkiezingsjaar 2017 hengelt de partij via deze weg 255.657 euro binnen. Een jaar later komt dit op 209.039 euro. In 2019, het jaar van de provinciale statenverkiezingen én de door Frans Timmermans gewonnen Europese parlementsverkiezingen, stijgen de donaties naar 349.793 euro. 

Nog een jaar later halveert dit bedrag, naar 169.764 euro, om in 2021 – op weg naar de Tweede Kamerverkiezingen – weer met 32.325 euro te groeien. 

Het is allemaal klein bier vergeleken met de klassieke concurrentie. De VVD, D66 en het CDA ontvingen bij de laatste Kamerverkiezingen (maart 2021) alledrie alleen al een miljoen euro of meer aan donaties. De VVD kreeg 1,2 miljoen euro van haar businessclub, waar FTM eerder dit artikel over publiceerde.

Julia Wouters, voormalig adviseur van Lodewijk Asscher, heeft wel een verklaring voor de achterstand op de andere grote partijen: ‘De PvdA heeft last van de wet van de remmende voorsprong. Er was altijd relatief veel geld door onze ledenaantallen en het aantal zetels. Toen het bij ons tegen begon te zitten, kwamen we erachter dat we eigenlijk nooit veel aan fondsenwerving hebben gedaan. Wij hebben bijvoorbeeld geen businessclubs.’

Wie door de lijst van donaties grasduint, ziet al snel wat Wouters bedoelt. Het merendeel van de giften boven de 4500 euro komt van de eigen PvdA-politici, blijkt uit het overzicht van giften vanaf 2019 tot 24 februari 2021, net voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021.

Bovenstaande lijst laat zien dat er nauwelijks donaties van buiten de partij komen. De PvdA is op zichzelf aangewezen in moeilijke tijden, blijkt uit het totaal aan teruggelopen inkomsten. 

De balans: in 2012 waren de totale inkomsten 9.611.308 euro, in 2020 (na invoering van de ‘Jetten-gelden’) was dit 6.604.738 euro. 

In acht jaar tijd zijn de inkomsten van de PvdA (exclusief inflatie) dus met bijna een derde teruggelopen. Zetten we dit naast concurrenten als de VVD, het CDA en D66, dan zien we iets heel anders.

De grootste partij van Nederland, de VVD, haalde in 2012 6.215.260 euro binnen. In 2020 was dat bedrag 7.168.413, een stijging van zo’n 15 procent, en een half miljoen meer dan de sociaaldemocraten. D66 ging in dezelfde periode van 4.003.211 euro (2012) naar 6.098.637 euro (2020) en is daarmee de PvdA ook bijna voorbij. 

Het CDA, dat net als de PvdA in electoraal zwaar weer verkeert, haalde tien jaar geleden 5.532.621 euro op, en wist in 2020 toch nog te groeien naar 6.180.363 euro, zo’n zes ton meer.

Halvering van het partijbureau

Voor elke PvdA-zetel in de Kamer ontvangt het partijkantoor zo’n 70.000 euro subsidie. Hiervan betaalt de partij onder andere medewerkers binnen de organisatie. Na het verlies van 2017 viel de grootste klap op het partijbureau, dat terug moest van zestig mensen naar amper dertig mensen. 

In totaal moesten er in die periode zo’n zeventig mensen weg door de acuut veranderende financiële situatie. Zij waren verbonden aan het partijbureau, het wetenschappelijk bureau, de Max van der Stoel Foundation en de Jonge Socialisten, zegt een medewerker die anoniem wil blijven omdat hij nog voor de partij werkt. Het vertrek van zoveel personeel betekent dat de partij op inhoud, organisatiekracht en toekomstplannen flink inboet. De anonymus legt uit dat de PvdA ver voor de verkiezingen al begon met vrijwillige vertrekregelingen. ‘Omdat we probeerden de dreun die er uiteindelijk zou komen minder heftig en acuut te laten zijn.’

Wachtgeld voor Kamerleden

En hoe zat het met de PvdA-parlementariërs? Hoe ziet het afscheid van een Kamerlid er financieel uit?

Een vertrekkend parlementariër ontvangt in het eerste jaar na zijn vertrek een uitkering van tachtig procent van het loon (120.000 euro bruto op jaarbasis). In de jaren die volgen wordt dit 70 procent. De maximumduur van de regeling is sinds 2012 drie jaar en twee maanden, gelijk aan de duur van een reguliere werkloosheidsuitkering. Dit alles is vastgelegd in de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers. Deze regeling is overigens niet voor rekening van de partij, maar van de staat.

Lees verder Inklappen

Naast de personele lasten drukte de partij de kosten voor huisvesting. Na vertrek uit het dure partijkantoor aan de Herengracht en een tijdelijke locatie in een voormalig Rabobank-kantoor bij het Amsterdamse Westerpark, betaalt de partij nog maar een derde van de huur die het aan de gracht schuldig was, voor het huidige thuishonk aan het Leeghwaterplein in Den Haag.

Een nieuw verhaal

De snelste manier voor de PvdA om aan financiële malaise te ontsnappen is kiezers verleiden met een goed verhaal. Na de verkiezingen van 2017 huurt de partij daarom merkengoeroe Marc Oosterhout in, oprichter van reclamebureau N=5, die eerder werkte aan campagnes voor bedrijven als KPN, NS, ABN AMRO en Price Waterhouse Coopers. 

Twee maanden voor de verkiezingen leert hij Lodewijk Asscher kennen bij de talkshow van Eva Jinek. ‘Pas na de verkiezingen ben ik echt met hem in gesprek geraakt omdat ze verloren hadden en de vraag voorlag hoe het verder moest.’ 

Hij adviseert een heldere boodschap: ‘Dat de sociaaldemocratie bestaanszekerheid voor iedereen moet realiseren. Lodewijk heeft dat drie jaar lang met verve uitgedragen. Hetzelfde hoor ik ook terug in de media-optredens van Attje. Niet zo sexy, maar wel relevant.’ 

‘GroenLinks en de PvdA spreken als zelfstandige merken zeer verschillende doelgroepen aan’

Oosterhout vindt een fusie met GroenLinks geen goed idee. ‘Wie kijkt naar de politieke historie ziet dat zoiets ook niet automatisch leidt tot meer zetels. GroenLinks is zelf een fusiepartij en had onder de eerste lijsttrekker, Ria Beckers, ook niet meteen succes.’ 

Hij wijst op de duidelijke verschillen in DNA tussen de twee partijen. ‘GroenLinks is meer bezig met duurzaamheid, de PvdA is echt bezig met sociaaldemocratie. Als zelfstandige merken spreken ze dan ook zeer verschillende doelgroepen aan.’

In het bedrijfsleven zou een dergelijk samengaan ondenkbaar zijn, stelt Oosterhout. ‘Daar zie je meestal dat één sterke partij de ander overneemt omdat het bij de een goed gaat en bij de ander niet, of minder dan bij de eerste. Daarvan is hier geen sprake.’

Peter Kanne van I&O Research is een stuk positiever over vergaande samenwerking. Hij deed in de afgelopen jaren meerdere onderzoeken naar een mogelijke fusie tussen linkse partijen. ‘Wat iedere keer weer naar voren komt is dat de som der delen bij een fusie van PvdA en GroenLinks groter is dan als ze apart meedoen aan verkiezingen.’ 

Succes is op voorhand niet te garanderen, weet ook Kanne. ‘Maar terugkijkend kun je best stellen dat het CDA, de ChristenUnie en ook GroenLinks het sinds hun fusie goed gedaan hebben. De partijen die GroenLinks zijn gaan vormen waren op sterven na dood toen ze besloten samen verder te gaan.’ 

Dat het Nederlandse politieke landschap zo versnipperd is geraakt ziet Kanne als een groot voordeel voor een mogelijke sterke partij op links. ‘Een nieuwe combinatie van PvdA en GroenLinks zou al snel een tweede positie innemen. Met de dynamiek die dat zal veroorzaken – en een VVD die met ‘slechts’ zo’n 30 zetels de grootste is – kun je zelfs de grootste worden.’