De ECB ondermijnt de democratie

    De noodzaak tot een referendum blijkt uit de soevereiniteitsoverdracht van Nederland en andere lidstaten naar de ECB, aldus David Hollanders.

    Momenteel gaat veel aandacht gaat uit naar het democratische gehalte - of het gebrek daaraan - van de Europese Unie. De ondemocratische positie van de ECB blijft daarbij buiten beeld. Onterecht, want het democratische gehalte van de ECB is zorgwekkend laag.

    De noodzaak tot een referendum over soevereiniteitsoverdracht van Nederland aan de EU blijkt nergens beter uit dan uit de positie van de ECB. De ECB usurpeert steeds meer soevereiniteit van lidstaten. Ongeacht hoe het ECB-beleid te waarderen, ondermijnt dit de democratie. Dit klemt temeer daar de ECB niet alleen gaat over de rente, maar ook en vooral over de geldhoeveelheid (z.g. balansverlengingen). En zoals de legendarische bankier Mayer Amschel Rothschild reeds zei “Geef mij het recht om het geld van een land te creëren en controleren, dan maakt het mij niet uit wie de wetten maakt.”
     
    Niet gekozen
    De ECB heeft als doelstelling de inflatie dichtbij maar onder de 2% te houden. Men kan deze taakstelling misplaatst want eenzijdig vinden (de FED heeft ook economische groei als doel), maar daartoe is besloten bij verdrag van Maastricht. Opdat de ECB deze taak goed uitoefenen kan, is het in grote mate onafhankelijk. Het wordt niet gekozen en heeft grote beleidsvrijheid. 
    Deze onafhankelijkheid werkt alleen dan, als de ECB zich aan voornoemd mandaat –nogmaals: wat men daar ook van vinden moge- houdt. De ECB doet dat niet. Ter adstructie het volgende.
     
    De ECB heeft twee instrumenten bij het monetaire beleid. Ten eerste; het bepalen van de rente waartegen banken bij de ECB lenen. Ten tweede; het bepalen van de kredietlimieten van banken, bovendien de onderpandeisen waartegen geleend wordt bij de ECB. Langs deze twee kanalen kan het de inflatie sturen. Tot slot is de ECB de z.g. Lender of last Resort (LOLR) voor banken die wel gezond zijn – naar oordeel van de ECB en nationale toezichthouders -, maar niet liquide. De ECB mag dus aan private banken lenen, mits deze gezond zijn. 
    Het is de ECB daarentegen niet toegestaan te lenen aan landen, ook al zijn zij gezond (zoals Spanje en wellicht Italië in beginsel solvabel zijn). Dit zou zijn (ongeoorloofde) monetaire financiering. Terzijde, in de VS, Japan en de UK lenen centrale banken wel aan de overheid (z.g. kwantitatieve verruiming). Dit onderscheid tussen publiek en privaat is uit macro-economisch oogpunt discutabel, maar maakt overigens wel uit. Private partijen hoeven – indien zij gezond zijn - namelijk niet te bezuinigen – en kunnen met ECB-geld bonussen uitkeren. Landen, zoals Spanje, moeten wel bezuinigen. Dat is een non sequitur maar conform democratisch gelegitimeerde verdragen, waar ook het Nederlandse kabinet om zijn moverende redenen de handtekening onder gezet heeft.
     
    Bizarre figuur
    Tot zover wat de ECB behoort te doen en tot 2008 ook deed. In 2008 werd alles anders, slechter en met het oprekken en overtreden van mandaten vooral: ondemocratisch. Ten eerste heeft de ECB de kredietlimiet voor banken verruimd (begin 2012 met 1000 miljard, de z.g. Long-Term Refinance Operations, of LTRO). Banken kunnen zo tegen 1% lenen van de ECB (een overheidsinstantie) en dit vervolgens door lenen aan overheden tegen rentes tot 7% onder garantie van het ESM, dat gegarandeerd wordt door (andere) overheden. Een bizarre figuur, direct ten nadele van de belastingbetaler. Maar dat is nog niet eens de hoofdzaak. Naar zeggen van de ECB is dit een vorm van liquiditeitssteun aan gezonde banken. Volgens de ECB was SNS ook tot vlak voor het quasi-faillissement kerngezond. SNS kwam in afgelopen oktober nog door een Europese stress-test. Die stress-testen zijn dus een farce. De ECB fourneert belastinggeld aan insolvabele banken zoals SNS (die daar bonussen van uitkeren). Hier kan men voor of tegen zijn, maar het is niet aan de ECB dit beslissen.
     
    Ten tweede heeft de ECB obligaties van de GIPSI-landen opgekocht op de  tweedehandsmarkt (z.g. Outright Monetary Transactions, of OMT), dat is, publieke schuld overgenomen van private banken. De ECB doet dit de facto boven de marktprijs. Private risico’s zijn daarmee niet verkleind, maar zijn verplaatst naar het publieke domein. Anders gesteld, via de band van de ECB staan Europese belastingbetalers de facto garant voor GIPSI-landen, hetwelk een de facto bestaan van euro-obligaties impliceert. Daar kan men voor of tegen zijn, maar het is niet aan de ECB dit te beslissen.
      
    Naar critici als Bundesbankpresident Jens Weidmann en voormalig ECB-directielid Jürgen Stark - stellen, is de ECB met leningen aan private banken (banken lenen dit als gezegd door aan de GIPSI-landen) de facto begonnen met monetaire financiering van publieke schuld, waartoe het nadrukkelijk niet bevoegd is. Dat is een verdedigbaar standpunt. Evenwel van veel groter belang is dat de ECB  stelselmatig en grootscheeps begonnen is om met belastinggeld failliete banken te redden. Nogmaals: daar kan men voor zijn – en sommige mensen, met name bankiers en economen die bij banken werken, zijn hier ook voor- maar dit moet democratisch gelegitimeerd worden. De kwestie is: dat gebeurt niet.
     
    Niet het mandaat van de ECB
    Tot slot is de ECB lid van het z.g. troijka dat eisen stelt aan zwakke landen die lenen van het ESM. Dat er eisen gesteld worden klemt niet (ofschoon amper eisen gesteld worden aan banken), maar wel klemt het gebrek aan democratische controle bij de beslissing welke eisen opgelegd worden aan soevereine staten. Het trojka legt een opvallende voorliefde aan de dag voor privatiseringen (bijvoorbeeld van waternet, hier profiteren begeleidende zakenbanken van), verlaging van pensioenen en versoepeling van de arbeidsmarkt. De vermogensbelasting, verlagen van loonkosten van banken, het involveren van obligatiehouders bij bankreddingen, het aanpakken van belastingontduiking door multinationals; de ECB vindt dat allemaal maar niets. Dit soort zaken zouden de economie schaden. Behalve dat dit laatste discutabel is, is het nu net niet het mandaat van de ECB. De ECB heeft zich niet te richten op de reële economie en heeft daar ook nooit naar omgekeken. De ECB bekommert zich alleen – en dan alleen nog naar eigen zeggen - om de economie als het banken, de krediteuren van de landen die steun krijgen en moeten bloeden, uitkomt.  
    Dit alles zou nog tot daaraan toe zijn als de ermee gemoeide bijdragen weinig substantieel waren. Quod non. Via de ECB heeft de Nederlandse belastingbetaler naar een recente schatting (2012) van Verbon en ondergetekende een blootstelling van 58.1 miljard euro (9.6% BBP).
     
    Referendum
    Resumerend, de ECB geeft geld uit van de belastingbetaler. De ECB is daarmee een quasi-fiscale instelling geworden en is niet langer (alleen maar) de monetaire instelling die slechts de inflatie beteugelt. Bij uitoefening van deze quasi-fiscale rol, waarin niet voorzien in het verdrag van Maastricht, legt het geen verantwoording af aan de kiezer (de ECB wordt niet  gekozen) noch op een geloofwaardige manier aan een centrale Europese democratisch gelegitimeerde instantie. Zo een instantie is er namelijk niet. De ECB opereert daarmee in een politiek vacuüm. Tot dusverre is dat zeer negatief uitgepakt voor belastingbetalers en zeer gunstig voor banken. De ECB vereenzelvigt zich – bewust of niet - met banken in plaats van met burgers.
     
    Hoe dit democratische Europese gat te stoppen? In beginsel zijn er twee manieren. Dit kan opgelost door ofwel een centrale, democratisch gelegitimeerde instantie in het leven te roepen. Dat moet zijn een Europese minister van Financiën, met een Europees ministerie van Financiën, opererend in een Europees kabinet, gecontroleerd door een Europees parlement. Het is of dat ofwel opheffing van de euro. 
    Dat is nogal een dilemma. Een dilemma dat raakt aan de kern van een staat, namelijk budgetrecht en de eigen valuta. Wie moet over dit dilemma beslissen? Wie gelooft in directe democratie zal menen dat dit aan burgers voorgelegd dient in een referendum. Wie daar niet in gelooft, zal duidelijk moeten maken hoe dit dan te beslissen, waarbij doormodderen de huidige ondemocratische positie van de ECB laat voortduren.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    David Hollanders

    Docent politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam.

    Volg David Hollanders
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren