De euro: een historisch drama in tien bedrijven

    Het door de Europese elite zo bewierookte Euro Pact is inmiddels volledig vastgelopen. Het is derhalve de hoogste tijd voor reflectie, realiteitszin en serieuze aandacht voor alternatieven voor de ‘one-size-fits-none’ euro, zo betoogt Senator professor Kees de Lange.

    In 2010 werd ons voorgespiegeld dat de eurocrisis onder controle of zelfs voorbij was, en vanaf 2011 dat economisch herstel in de eurozone snel zou volgen. De prognoses van voorzichtige groei van de economie en werkgelegenheid in de eurozone moesten echter keer op keer de prullenbak in, omdat in werkelijkheid de realiteit te weerbarstig is. Europa is helaas verworden tot een kwijnend politiek en economisch zorgenkindje.

    De dimensies van de eurocrisis

    Na bijna 5 jaar ‘bail-outs’, monetaire kunstgrepen, en mooie beloftes is de ontnuchterende balans van de diverse dimensies van de eurocrisis nu de volgende: 1. Eurocrisis = Economische crisis Waar andere internationale economieën de dip van de wereldwijde financiële crisis al lang te boven zijn, bevindt de output van de economie in de eurozone zich nog ver beneden het pre-crisis niveau van 2007. Met uitzondering van Duitsland ondervinden de nationale economieën in de eurozone stagnatie en dikwijls krimp. Golven van faillissementen zijn het gevolg. Van enig uitzicht op een noodzakelijk krachtig herstel binnen afzienbare termijn is geen sprake. Bovendien werkt het in de Zuidelijke landen inmiddels ingezette proces van deflatie de komende jaren ook nog eens contraproductief;
    Europa is helaas verworden tot een kwijnend politiek en economisch zorgenkindje.
    2. Eurocrisis = Sociale crisis De werkloosheid en de armoede in de eurozone zijn niet afgenomen, maar schrikbarend  gestegen. Met name in de Zuidelijke eurolanden blijkt de massawerkloosheid met vaak bittere armoede ook nog eens structureel van aard. De economische misère daar heeft met name de werkloosheid, vooral die voor de jeugd, opgejaagd tot onaanvaardbare niveaus. Ook de sterkere eurolanden zoals Nederland blijven niet gespaard. Het vertrouwen van de burgers in hun politieke leiders is zorgwekkend laag; 3. Eurocrisis = Schuldencrisis De staatsschuldpositie van de eurozone is niet kleiner geworden, maar juist fors toegenomen. Dat is niet alleen waar in absolute zin maar, door het gebrek aan economische groei, vooral in bbp-relatieve termen. Door de voornoemde economische en sociale crisis en de hierna te noemen bankencrisis zijn de staatsfinanciën van (praktisch) alle eurolanden sterk verslechterd. Een neo-liberale bezuinigingspolitiek versterkt slechts deze trends; 4. Eurocrisis = Bankencrisis Hoewel de Europese bankensector gepoogd heeft zijn kapitaalspositie te versterken, zijn de banken zeer kwetsbaar. Door de voortdurende economische-, sociale- en schuldencrisis is het risico op wanbetaling van uitstaande leningen bij de publieke en private sector substantieel toegenomen. Juist dat wanbetalingsrisico weerhoudt de banken ervan om het door de ECB ruim en ultra-goedkoop beschikbaar gestelde geld uit te lenen aan het zieltogende bedrijfsleven; 5. Eurocrisis = Monetaire crisis De verschillen in internationale concurrentiepositie tussen de Noordelijke en de Zuidelijke landen zijn niet kleiner geworden, maar juist groter. Alleen Spanje heeft enig resultaat geboekt. De onevenwichtigheden die de gemeenschappelijke euro teweeg brengt tussen de Noordelijke (met name Duitsland) en de Zuidelijke eurolanden (met name Frankrijk en Italië) zijn nog nooit zo groot geweest. Hierdoor staat de ECB voor een ‘mission impossible’. De door de ECB tot een historisch laagtepunt gemanipuleerde rente is desastreus voor de Noordelijke landen (met name voor pensioenen en spaarders – inmiddels moet er over het aanhouden van bankdeposito’s een boeterente worden betaald), terwijl diezelfde rente voor de Zuidelijke landen, zonder een voor hen evenwichtige wisselkoers, nauwelijks enig positief effect tot gevolg heeft. De overige ECB-maatregelen zorgen er uitsluitend voor dat de armoede in Zuidelijke landen wordt ‘herverdeeld’ over de Noordelijke landen.

    Van kwaad tot veel erger

    Naast de voornoemde aspecten heeft de eurocrisis er inmiddels nog vijf extra dimensies bij gekregen: 6. Eurocrisis = Democratische en Soevereiniteitscrisis De groeiende internationale maatschappelijk tendens is er één van ‘meer’ naar ‘minder macht in Brussel’. Hoewel de burgers en de nationale parlementen door de Europese en nationale politieke leiders voortdurend wordt voorgespiegeld dat daar geen sprake van is, wordt niettemin de nationale soevereiniteit steeds verder aangetast, met name wat betreft budgetrecht en zelfbeschikking. Zo dient in bepaalde gevallen ieder land direct geld over te maken naar de Europese noodfondsen indien de leiding van deze fondsen daartoe besluit, zonder dat nationale parlementen daar dan nog iets over te zeggen hebben. Een door Griekenland voorgenomen volksraadpleging over het al of niet opgeven van de euro, werd door een gezamenlijke Frans-Duitse interventie de kop in gedrukt. De Italiaanse premier Berlusconi moest het veld ruimen, niet omdat hij zoals men zou hopen het vertrouwen van het Italiaanse parlement had verloren, maar omdat Italië en Berlusconi daartoe werden gedwongen door de ECB; 7. Eurocrisis = Rechtsstatelijke crisis Volgens de letter en de geest van het EU-Verdrag is ieder euroland individueel verantwoordelijk voor zijn eigen financiën. Dit betekent dat, behoudens in gevallen van bijvoorbeeld natuurrampen, het Verdragsrechtelijk verboden is dat andere eurolanden en/of de ECB een financieel in moeilijkheden komend euroland financieel ondersteunen (de no-bail-out bepalingen). Deze verbodsbepalingen worden sinds mei 2010 door de noodfondsen en ECB-interventies stelselmatig met voeten getreden. Inmiddels doen geruchten de ronde dat het Europese Hof van Justitie (EHvJ), dat moet gaan oordelen over de rechtmatigheid van de (door het Duitse Constitutionele Gerechtshof eerder onwettig verklaarde) directe monetaire financiering door de ECB van de zwakke eurolanden (OMT), ook die ECB-maatregel doodleuk zal accorderen, zulks omdat Europese integratie de leidraad is bij de juridische beoordeling door het EHvJ van alle aan haar voorgelegde kwesties. Kennelijk moet de euro worden gered en de eurozone volledige in stand gehouden, koste wat het kost, en ‘nood breekt wet’; 8. Eurocrisis = Intellectuele crisis Bij een eurocrisis van de huidige dramatische proporties zou men verwachten dat zich een breed intellectueel en wetenschappelijk debat zou ontspinnen over mogelijke oplossingen. Helaas is in de meeste Europese landen waaronder Nederland misleiding ons deel. Onderzoeksjournalistiek is een schaars goed geworden, en de media in eigen land praten vooral elkaar na. In Duitsland is deze situatie een heel andere, en wordt in de kwaliteitspers (die daar nog bestaat) uitgebreid aandacht besteed aan alternatieve oplossingsrichtingen. Helaas munt ook de politiek in Nederland uit door het onkritisch debiteren van eindeloze mantra’s die weinig van doen hebben met de wijze waarop economische werkelijkheden zich blijken te ontwikkelen. Intellectuele armoede zal ons zeker niet uit de problemen helpen. Zelf heb ik de weigering van de Vaste Commissie van Financiën in de Eerste Kamer om tot een hoorzitting over alternatieve monetaire strategieën te komen als een intellectueel dieptepunt ervaren; 9. Eurocrisis = Permanente Transfercrisis Door het toedoen van Mario Draghi van de ECB worden de belangen van de Zuid-Europese landen gesteld boven die van Noord-Europa. Waar onder Duisenberg en Trichet de ECB een verantwoord monetair-economisch beleid voerde, is onder Draghi de aloude wens van landen als Frankrijk en Italië om economische werkelijkheden ondergeschikt te maken aan politieke wenselijkheden tot staand beleid verheven. Een permanente transferunie is het resultaat. De bankenunie is de nieuwste uitwas van deze alsmaar uitdijende wildgroei, hoogstwaarschijnlijk gevolgd door een Europese werkloosheidsverzekering. Dit alles vindt plaats zonder besef van het feit dat dit vroeger of later voor de beter presterende landen onaanvaardbaar is; 10. Eurocrisis = Politieke crisis Over het door de Europese politieke leiders uitgestippelde beleid ter ‘redding’ van de euro zijn op lidstaat niveau bijna tien nationale regeringen gestruikeld. Ook de toch al wankele Europese politieke eenheid op dit punt is inmiddels gespleten. Waar in de ‘Duits-Franse As’ Angela Merkel en Nicolas Sarkozy aanvankelijk nog zij-aan-zij optrokken, staat François Hollande nu zij-aan-zij met Matteo Renzi lijnrecht  … inderdaad, tegenover Merkel. De Franse premier Valls beschuldigt nu zelfs Duitsland als de veroorzaker van de Franse en Zuid-Europese ellende. Zo is de euro inmiddels in de As van Europa uitgegroeid tot een politieke splijtzwam en een gevaarlijk explosief. Men hoeft niet veel historisch besef te hebben om de risico’s daarvan in te zien.

    De ravage aangericht door de eenheidseuro

    Juist omdat de zo van elkaar verschillende nationale Europese economieën middels de Europese interne markt zo sterk met elkaar verbonden zijn, is nationaal gericht monetair beleid (wat betreft wisselkoersen en rente) een absolute voorwaarde om ontstane onevenwichtigheden tussen deze nationale economieën tijdig en snel te kunnen corrigeren.  Alleen op die manier kan nationale destructieve ‘stagnatie/krimp’ of juist ‘oververhitting’ worden voorkomen. Het ‘one-size-fits-all’ element van het Euro Pact sluit nationaal gericht monetair beleid binnen de eurozone echter uit, met alle gevolgen van dien zoals iedereen die zijn ogen open heeft kan zien. De dagelijkse praktijk van de rigide eenheidseuro voor de Zuidelijke eurolanden is inmiddels algemeen bekend, niet limitatief: vernietiging van economieën en werkgelegenheid met deflatie, drastische afname van winst en inkomstenbelasting, forse stijging van beroep op sociale uitkeringen, wankele bankensolvabiliteit en sterk opgelopen staatsschulden. Tel uit je winst. Het gaat echter niet om een probleem dat is voorbehouden aan Zuid-Europa. De euro heeft ook in een (initieel) sterk euroland zoals Nederland een ravage aangericht. Dat begon bij ons al met een fors welvaartsverlies (12% koopkrachtverlies en 10% verlies reëel bbp) als gevolg van de indertijd (1999) 13% te lage euroconversiekoers van de gulden. De eurocrisis had onder meer de volgende gevolgen: economische stagnatie, oplopende werkloosheid, bijdrage aan structurele transferbetalingen aan Zuid-Europa, exportuitval op de Interne Markt, koopkrachtaantasting van inkomens, pensioenen en spaartegoeden vanwege de voor ons (veel) te lage wisselkoers van de euro en (absurd) lage ECB-rente, en als gevolg van e.e.a. een stijgende lastendruk (verdere aantasting koopkracht) en oplopende staatsschuld. De enige groeisector in ons land is die van de voedselbanken die in Nederland sinds 2002, niet geheel toevallig drie jaar na de invoering van de (girale) euro, als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten. Lang leve de euro!
    De euro heeft ook in een sterk land als Nederland een ravage aangericht
    De eurocrisis kan daarom economisch worden getypeerd als een tweezijdige ‘vraagcrisis’. De vraagcrisis wordt in Zuid-Europa veroorzaakt door (extreem) hoge werkloosheid als gevolg van de aldaar (veel) te dure euro, terwijl de oorzaak van de vraagcrisis in Noord-Europa het gebrek aan binnenlandse koopkracht is als gevolg van de aldaar (veel) te goedkope  euro. De kloof tussen Noord en Zuid is veel te groot om op afzienbare termijn te kunnen worden gedicht middels interne devaluatie (hervormingen en prijs/loonsverlagingen) in Zuid-Europa en/of interne revaluatie (loons/prijsverhogingen) in Noord Europa. Immers, de ervaring in de praktijk heeft ons geleerd dat daarmee dan een gigantische economische schade wordt aangericht.

    Ellende geen toeval, maar allang voorspeld

    Het wrange is dat al deze euro-ellende niet plotsklaps uit de lucht is komen vallen. Al direct na de totstandkoming van het Verdrag van Maastricht, begin jaren 90 van de vorige eeuw, waarschuwden experts wereldwijd (in Nederland vooral de Rotterdamse economie-hoogleraar Arjo Klamer) dat de Europese eenheidsmunt onvermijdelijk tot een gigantische economische, sociale en politieke crisis zou leiden in eurozone en daarom geen lang leven beschoren zou zijn. Immers, door verschil in karakter, kracht en ontwikkeling van de diverse nationale economieën binnen de eurozone zou de euro na verloop van tijd veel te duur worden voor de Zuidelijke eurolanden maar tegelijkertijd te goedkoop voor de meer Noordelijke lidstaten. Bij de eerste forse economische tegenwind zou ‘Leiden in last’ komen: aan de ene kant ineenstorting van economieën met massawerkloosheid en bittere armoede in de Zuidelijke lidstaten, en aan de andere kant exportvraaguitval, druk tot het verlenen van solidariteitssteun en (door onvermijdelijk ‘zachte munt beleid’) koopkrachtaantasting voor de Noordelijke lidstaten.
    Het wrange is dat al deze euro-ellende niet plotsklaps uit de lucht is komen vallen
    Al veel eerder, in de jaren 70 van de vorige eeuw, adviseerde een groep van Europese economen, de zogenoemde OPTICA GROUP, desgevraagd de toenmalige de Europese Commissie dat een Europese gemeenschapsmunt parallel aan de toen nog bestaande nationale munten ingevoerd zou dienen te worden. Ook zij wezen, met de zogenoemde theorie van de optimale valutagebieden in de hand, op de onderlinge grote divergentie van de diverse nationale Europese economieën, en stelden daarom dat wisselkoersaanpassingen en rentedifferentiatie op nationaal niveau absoluut noodzakelijk zijn om onvermijdelijk ontstane onderlinge macro-economische onevenwichtigheden snel en effectief te kunnen corrigeren. Daarbij waarschuwden zij de toenmalige Europese Commissie dat invoering van een wat betreft wisselkoers en rente ‘one-size-fits-all’ Europese gemeenschapsmunt voor de gehele muntzone economisch groeivertragend/krimpbevorderend zou uitwerken met onder meer massawerkloosheid in de Zuid-Europese landen.

    Tunnelvisie

    Desalniettemin gaat de Europese elite hardnekkig door met haar prestige project van de eenheidseuro, in een ’race to the bottom’. Alsof door een duivelse krankzinnigheid bezeten en lijdende aan een zeer ernstige vorm van ‘tunnelvisie’ (de eenheidseuro moet blijven) leidt deze elite, geheel blind en doof voor de dagelijkse harde realiteit, de burgers en bedrijven in de eurozone in een carrousel van een alles vernietigend Europees eenheids- en herverdelingsfetisjisme, met hoge snelheid uiteindelijk naar een betonnen muur die niet zal meegeven. Terwijl de conclusie natuurlijk zou moeten zijn, zeker na vijf jaar vruchteloos eurocrisis bestrijden, dat niet (alleen) de symptomen van de eurocrisis bestreden moeten worden, maar juist de hoofdoorzaak daarvan: het ‘one-size-fits-all’ element van het Euro Pact dient geëlimineerd te worden. Met nationaal gericht monetair beleid (wisselkoersen en rente-differentiatie op nationaal vlak binnen de eurozone) en individuele verantwoordelijkheid van nationale staatsfinanciën zou de eurocrisis in al zijn verschijningsvormen hoogstwaarschijnlijk niet eens zijn opgetreden, en in ieder geval in een vroeg stadium beteugeld. In dat geval zou er in alle lidstaten ook een veel groter maatschappelijk draagvlak zijn geweest voor noodzakelijke hervormingen die dan immers in veel meer rust doorgevoerd zouden kunnen worden. Het is derhalve hoog tijd voor reflectie en realiteitszin alsmede een spoedcursus ‘Gezond Verstand’, beter laat dan nooit.

    Wat nu?

    Zelfs een kind begrijpt dat de euro geen lang leven meer is beschoren, gegeven de huidige uitzichtloze situatie, en door de onderling zo economisch divergente eurolanden en de Europese politieke scheurvorming. Laten we hopen dat de elite nu snel het ‘one-size-fits-all’ Euro Pact gecontroleerd zal ontmantelen, dus nog voordat de wal het schip keert en Europa in scherven uit elkaar spat. Daarom zouden we ons nu zo zoetjes aan dus serieus moeten gaan verdiepen in ‘hoe dan verder, na de euro?’ Voornoemde econoom Arjo Klamer schreef onlangs daarover een boekje met de veelzeggende titel ‘De euro valt! En wat dan?’, een handleiding voor Nederlandse politici. Waar gaan we dan heen? Terug naar nationale munten, een euro-afsplitsing van de zwakste of juist de sterkste eurolanden, opsplitsing van de euro in Noord & Zuid, het ‘OPTICA-concept’ van nationale of Europees-regionale munten parallel aan de euro of een ‘eurovakantie’ voor de zwakste of de sterkste eurolanden? Of het enige euro-alternatief van Nederlandse makelij: ‘The Matheo Solution (TMS)’? Alles afwegende zou ‘The Matheo Solution’ inderdaad wel eens met de eer kunnen gaan strijken, bijvoorbeeld (maar niet alleen) omdat TMS het enige alternatief is dat de noodzakelijke nationale monetaire flexibiliteit eenvoudigweg aanbrengt binnen het Euro Pact ….volgens het adagium ‘United in Diversity’ (Eenheid in Verscheidenheid), want in die diversiteit ligt juist de kracht van Europa. … En laat dat nu ook net het adagium zijn waarop de Europese Unie (oorspronkelijk) is gebaseerd. Tenslotte kijk ik als Senator en burger reikhalzend uit naar een intellectuele en politieke discussie in eigen land, ondanks dat die al jaren over tijd is. Maar misschien verlang ik van de gevestigde Nederlandse orde het onmogelijke en zal de wal het schip moeten keren, met alle gevolgen van dien.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Kees de Lange

    Volg Kees de Lange
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren