© Creative Commons / by L.C. Nøttaasen

De euro: hoe we ons van die dwangbuis kunnen bevrijden

Column
110

    Politici blijven maar voortmodderen met de euro. Gevolg: economische stagnatie in Zuid-Europa, nieuwe zeepbellen in Nederland en Duitsland en toenemende verdeeldheid. Maar er is hoop: economen en beleidsmakers zijn het vaker eens over een nieuwe aanpak. Jean Wanningen legt uit hoe de euro met een doordacht ‘Maastricht 2.0’ kan overleven.

    Eurosceptici, eurorealisten en euro-adepten – ze maken elkaar nogal eens voor rotte vis uit. Maar over een ding zijn ze het eens: de invoering van de Europese eenheidsmunt was een monetaire miskleun. De droom van een gemeenschappelijke munt is ontaard in een nachtmerrie die de fundamenten van de Europese Unie aantast. Zelfs de eurogezinde Nobellaureaat Joseph Stiglitz – een uitgesproken bewonderaar van de EU – is tot de conclusie gekomen dat het doormodderen met de euro het hele Europese project bedreigt. En ook een van de belangrijkste architecten van de euro, voormalig ECB-directeur Otmar Issing, constateert dat het 'Eurokaartenhuis' op instorten staat.

    Overal in Europa vragen politici en burgers zich af wat nu eigenlijk de voordelen zijn van de euro

    Maar niet alleen economen maken zich zorgen om de gemeenschappelijk munt. Overal in Europa vragen politici en burgers zich af wat nu eigenlijk de voordelen zijn van de euro. Sinds de economische recessie en de daaropvolgende schuldencrisis ervaren we immers vooral de nadelen. Dat de euro niet de economische zegeningen heeft gebracht die ons waren beloofd, valt niet langer te ontkennen. En dat er iets moet gebeuren is nu ook de grootste eurofiel wel duidelijk. Maar wat? Zijn er minder kostbare – en meer realistische – alternatieven voor het zomaar kappen met de munt?

    Ja, die zijn er. Eind 2015 lanceerden professor Richard Baldwin en anderen namens het CEPR (Centre for Economic Policy Research) het initiatief'Rebooting the Eurozone'. Hierin pleiten de eurogezinde economen van CEPR en anderen (ik behoor daar ook toe) voor een grondige herziening van het Europact. Een groep Duitse economen, verenigd in de German Council of Economic Experts, heeft de handschoen opgepakt en komt in de publicatie'Completing Maastricht 2.0 to safeguard the future of the Eurozone' met meer uitgebreide verbetervoorstellen voor de eurozone en het Verdrag van Maastricht. Ik wil hun ideeën voor een ‘Maastricht 2.0’ kort beschrijven om daarna uiteen te zetten wat er volgens mij nog meer moet gebeuren.

    Stap 1: reparatie van de fouten

    Om de eurozone goed te kunnen laten functioneren moet volgens deze groep eerst een aantal weeffouten van de euro worden hersteld. Hun aanbevelingen richtten zich op de volgende zaken: het direct stoppen met de bail outs van zwakke eurozone lidstaten (die zijn ook verboden in het Verdrag van Maastricht); verbetering van het toezicht op de Europese systeembanken; het implementeren van een afwikkelmechanisme voor failliete staten; een rem op het aangaan van te hoge schulden door lidstaten; en het opnemen van een exit-paragraaf in het Verdrag van Lissabon voor landen die de eurozone willen verlaten. Nu is het nog zo dat als een land eenmaal in de eurozone zit er geen – formele – weg meer terug is.

    In plaats van kleiner, zijn de economische verschillen tussen de deelnemende landen alleen maar groter geworden

    Al deze voorstellen zijn inderdaad noodzakelijk. Maar is het genoeg? Ik denk het niet. De problemen in de eurozone vragen om een structurele, veel ingrijpendere aanpak. Die problemen kunnen worden onderverdeeld in politieke en economische. Om met die laatste categorie te beginnen: de euro zou er volgens de voorstanders van de munt toe leiden dat de economieën van de deelnemende landen naar elkaar toe zouden groeien. Het omgekeerde is echter gebeurd: de economische verschillen tussen de deelnemende landen zijn alleen maar groter geworden.

    Ook zou de eenheidsmunt de werkgelegenheid bevorderen. Maar ook op dat gebied gebeurde het omgekeerde: de eurozone kampt met een relatief hoge werkloosheid, zeker in vergelijking met de andere grote economische blokken in de wereld.

    De euro blijkt in de praktijk een knellende dwangbuis te zijn in plaats van een soepel gesneden maatpak

    En tenslotte – zo werd ons voorgehouden – zou de euro de economische groei stimuleren. Ook dat is tegengevallen. Enkele landen in de eurozone zijn nu, acht jaar later, nog steeds armer dan voor de crisis begon. De problemen zijn voor een groot deel te wijten aan de invoering van de euro. Over de mate waarin verschillen de meningen, maar vaststaat dat de euro oplossing van de problemen die ik hierboven heb geschetst in de weg staat. De euro blijkt in de praktijk een knellende dwangbuis te zijn in plaats van een soepel gesneden maatpak. Het zit geen enkel land in de eurozone goed. En staat herstel dus in de weg.

    Hoe is het zover gekomen?

    In het voorjaar van 2010 werd duidelijk dat Griekenland zijn schulden niet meer kon terugbetalen. Al snel volgden Portugal en Ierland, en ook Spanje kwam in de problemen. De Europese regeringsleiders, de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank hadden deze ontwikkelingen niet zien aankomen en werden er compleet door verrast. De hamvraag was toen: wat gaan we doen? Twee overwegingen bepaalden het beleid.

    Het achterliggende idee was dat de landen door te bezuinigen snel hun financiën op orde zouden krijgen en weer konden groeien. Maar ook dat pakte anders uit

    Uit vrees voor ineenstorting van het financiële stelsel en voor 'besmettingsgevaar' – als je de schulden van het ene land kwijtscheldt, staat morgen het andere op de stoep – werd gekozen voor een aanpak van Eurozone noodfondsen. In gewone mensentaal: het risico dat bijvoorbeeld Griekenland zijn schulden niet zou kunnen betalen werd overgeheveld van de banken naar de belastingbetaler, met name die in Duitsland, Frankrijk en Nederland. De voorwaarde voor het verstrekken van geld werd gekoppeld aan een uitgebreid hervormingspakket, analoog aan de afspraken die in het Stabiliteits- en Groeipact van 1997 zijn gemaakt. De landen die aanspraak wilden maken op de noodfondsen werden gedwongen bezuinigingen door te voeren. Dat beleid staat ook wel bekend staat als austerity policy.

    Het achterliggende idee was dat de landen zo snel hun financiën op orde zouden krijgen en weer konden groeien. Maar ook dat pakte anders uit. Het leidde in de zuidelijke landen tot massale werkloosheid, economische krimp en juist méér in plaats van minder schulden. Kortom, het beleid heeft niet gewerkt. De problemen zijn groter in plaats van kleiner geworden.

    Alleen een dwaas gaat dan door op de ingeslagen weg. En dat is het politieke aspect van de eurocrisis: de politieke beleidsmakers weigeren om toe te geven dat ze al jarenlang fout zitten. In plaats daarvan wordt er een beleid voortgezet dat aantoonbaar heeft gefaald. Het gevolg is dat Europa achterblijft bij de rest van de wereld.


    Jean Wanningen

    "De maatregelen in het plan van Ten Dam zie ik als de enige manier om de muntunie op een adequate wijze te laten functioneren"

    Hinken op twee gedachten

    Ik ben blij dat er langzamerhand wat beweging in die halsstarrige houding lijkt te komen. Gelukkig zijn ook eurogezinde economen gaan erkennen dat de euro als gemeenschapsmunt is mislukt. Er komen er uit die richting dus ook steeds meer ‘coming-outs’, papers, artikelen en boeken met voorstellen om het Europact te verbeteren. Ze hebben gemeen dat ze willen voorkomen dat het hele Europese project samen met het euroschip ten onder gaat. Dat zou waarschijnlijk nog veel duurder uitpakken.

    De realiteit is dat de eenheidsstructuur van de euro niet kán functioneren voor álle eurolanden

    Maar vrijwel alle verbetervoorstellen die de revue zijn gepasseerd blijven hinken op twee gedachten: verbetering ja, maar wel met handhaving van de huidige one-size-fits-all structuur van de eurozone, de structuur die de euro tot zo’n oncomfortabele en verlammende dwangbuis maakt. Het gaat de eurogezinde economen kennelijk nog iets te ver om ook te erkennen dat het probleem juist ligt in de rigide structuur van de euro zelf. De realiteit is echter dat zo’n eenheidsstructuur niet kán functioneren voor álle eurolanden. Daarvoor verschillende ze onderling teveel. In economisch opzicht, maar ook historisch en cultureel. Een gemeenschappelijke munt vlakt die verschillen niet uit. Als je niet bereid bent om dat te erkennen, is een oplossing in mijn optiek niet mogelijk.

    Het onderliggende probleem

    Ik vind de door de eurogezinde German Council of Economic Experts genoemde verbetervoorstellen zeker noodzakelijk. Maar hun maatregelen bieden om de redenen die ik hierboven beschreef onvoldoende soelaas. Ik zal uitleggen waarom. De Duitse economen concluderen terecht dat het ontwerp van de eurozone twee fundamentele zwakheden bevat. De eerste is een gebrek aan economische en begrotingsdiscipline in combinatie met het ontbreken van een sanctiemechanisme. Wat weleens wordt vergeten is dat het nu zo strenge Duitsland het eerste land was dat de in het Groei- en Stabiliteitspact afgesproken regels ongestraft aan zijn laars lapte.

    Griekenland was enkele jaren achtereen de trotse, snelstgroeiende economie van de eurozone

    Mede door het ontbreken van voldoende toezicht op de financiële sector zijn de lonen in de economisch zwakke landen te sterk gestegen. Als gevolg daarvan en door achterblijvende productiviteitsgroei verzwakte hun concurrentiepositie. Tegelijk namen de schulden – zowel privaat als die van de overheden – veel te sterk toe. Het goedkoop kunnen lenen van geld leidde na de invoering van de euro aanvankelijk tot een behoorlijke groei. Zo was Griekenland enkele jaren achtereen de trotse, snelstgroeiende economie van de eurozone. Dat camoufleerde dat er aan de economische structuur nauwelijks iets verbeterde.

    De tweede fundamentele zwakheid is volgens de Duitse economen dat de politiek een grondige sanering van de bankensector en onhoudbare staatsschulden niet wilde doorvoeren. In plaats daarvan werden de sterkere landen slachtoffer van wat een 'moral hazard' is gaan heten. Uit vrees voor het eerdergenoemde besmettingsgevaar en een dreigende ineenstorting van het financiële stelsel, werden de zwakke broeders op kosten van de belastingbetaler voorlopig 'gered'. En juist omdat de zwakke broeders weten dat ze toch wel gered zullen worden, verzuimen ze om de hervormingen door te voeren die nodig zijn om niet verder op achterstand te raken. Zo blijft de Europese bestuurlijke elite doormodderen. De cirkel is rond. En intussen wordt het onderliggende probleem – een rigide euro die niemand past – niet opgelost.

    Om deze impasse te doorbreken en om de onderlinge concurrentieverhouding tussen de sterke en zwakke eurolanden weer in evenwicht te brengen, zouden de hervormingsvoorstellen van de Duitse economen moeten worden aangevuld met extra maatregelen. En voor het vinden van die maatregelen hoeven we niet ver van huis.

    Een maatpak voor elke economie

    Inmiddels al zes jaar geleden (in 2010) presenteerde de Nederlandse euro-researcher André ten Dam onder de naam The Matheo Solution (TMS) een 10-punten plan. Dat omvat niet alleen alle door de Duitse economen voorgestelde ‘Maastricht 2.0’ maatregelen, maar heeft het in zich om drie europroblemen op te lossen die in de Duitse plannen niet of onvoldoende worden aangepakt. Dat zijn: de matige economische groei en werkgelegenheid in de eurozone (de economische problematiek); de stabiliteit van het Europese financiële stelsel (de bankenproblematiek); en de onhoudbare schulden (de schuldenproblematiek).

    Wat maakt dat plan van Ten Dam nou zo anders? Kern van The Matheo Solution is dat de euro wel blijft bestaan, maar dat er weer een eenvoudig wisselkoersmechanisme op basis van vaste, maar aanpasbare wisselkoersen wordt ingevoerd. Simpel gezegd geeft dat lidstaten die achterop zijn geraakt de mogelijkheid om hun euro te devalueren en een eigen rentebeleid te voeren. Op die manier kunnen die landen, die dan verlost zijn van een munt die voor hun economische situatie te hoog geprijsd is, weer op eigen kracht economisch herstellen. Elk land kan een rentebeleid voeren dat past bij zijn economische situatie.

    The Matheo Solution combineert de voordelen nationale munten met die van een gemeenschapsmunt – zonder de nadelen

    Ten Dam bedacht hiervoor een monetair-economische structuur op basis van nationale monetaire rekeneenheden waarbij de euro als enig en gemeenschappelijk betaalmiddel gewoon kan blijven voortbestaan. Hierdoor worden de voordelen van nationale munten gecombineerd met die van een gemeenschapsmunt, terwijl de nadelen van beide systemen worden opgeheven. En juist omdat de euro in deze monetaire structuur kan blijven voortbestaan, blijft het Europese politieke establishment daarmee het gezichtsverlies van het opheffen van de euro – en de instabiliteit die daarmee gepaard gaat – bespaard. En de Europese burger kan gewoon nog steeds overal in de eurozone met zijn euro’s betalen. De munt blijft het enige wettelijke betaalmiddel.

    Daarnaast introduceert TMS een systeem voor de herkapitalisatie van Europese systeembanken die nu 'too big to fail' zijn. En ten derde zal in het plan van Ten Dam aan het Internationale Monetaire Fonds (IMF) de bevoegdheid worden gegeven om haar befaamde schuldsaneringsmodel vrijelijk toe te passen. Inclusief het kwijtschelden van schulden die toch nooit terug kunnen worden betaald. Die kwijtschelding, zelfs een gedeeltelijke, wordt nu door de Europese Commissie en de ECB op last van Duitsland (en Nederland) krampachtig tegengehouden. Ook dat staat het opleven van de economie van de schuldenlanden in de weg.

    Met het doorvoeren van deze drie additionele maatregelen kunnen de noodfondsen worden opgeheven. De ECB kan bovendien direct stoppen met haar beleid om de euro te verzwakken en de rente zeer laag of zelfs negatief te houden. Ook het grootschalig opkopen (voor 80 miljard euro per maand) van staats- en bedrijfsobligaties kan worden gestaakt.

    Laten we massaal de politieke beleidsmakers bewegen tot een ‘Maastricht 2.0’ 

    Deze drie maatregelen ontbreken in het verhaal van de eurogezinde economen die de tekortkomingen in het Verdrag van Maastricht willen repareren, maar zijn naar mijn idee noodzakelijk om de structurele economische onevenwichtigheden tussen de eurozone landen weg te nemen. Ik zie het als de enige manier om de muntunie op een adequate wijze te laten functioneren. TMS biedt Europa een uitweg uit de impasse waarin het nu zit en de kans om eindelijk weer eens de weg omhoog in te slaan. Het is simpelweg niet langer aanvaardbaar dat miljoenen gezinnen in de eurozone al jaren werkloos zijn en dat een hele generatie Zuid-Europese jongeren geen kans heeft op een baan in eigen land. Wat teveel politici zich niet realiseren, met name Nederlandse, is dat de kosten daarvan op de lange termijn enorm zijn. De Nederlandse economie en koopkracht – vooral die van gepensioneerden – lijden onnodig door het beleid van de Europese Centrale Bank, dat de rente en de wisselkoers voor ons veel te laag houdt. Laten we daarom massaal de politieke beleidsmakers bewegen tot een ‘Maastricht 2.0’. Maar wel een die is geschoeid is op de Nederlandse The Matheo Solution.

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid