Internationale vrijhandelsverdragen

Tegen vrije handel tussen burgers, landen en continenten valt weinig in te brengen. Grote internationale vrijhandelsverdragen als CETA, TTIP en TiSA worden daarom uitonderhandeld. Maar ís bijvoorbeeld de Transatlantic Trade & Investment Partnership (TTIP) wel zo'n 'no brainer' als de voorstanders beweren? Het handels- en investeringsverdrag dat de EU en de VS nu onderhandelen levert, zeggen ze, nieuwe banen op. En het zou het mkb een impuls geven.

Klopt dat? Met vrijhandel heeft TTIP vooralsnog weinig te maken. Achter de gesloten deuren waar de onderhandelingen plaatsvinden, zijn nu lobbygroepen bezig hun belangen veilig te stellen. Er bestaan dan ook grote zorgen dat TTIP niet de belangen van de EU-burgers dient, maar vooral die van grote ondernemingen aan deze en gene zijde van de Atlantische Oceaan.

Die zorgen zijn terecht. Wat zijn bijvoorbeeld de gevolgen voor de kwaliteit van ons voedsel? Ons energiebeleid? Gaat de belastingbetaler straks opdraaien voor claims van Amerikaanse multinationals als we chloorkippen en -eieren uit onze schappen weren? Of als we kerncentrales sluiten?

Internationale vrijhandelsverdragen als TTIP, CETA en TiSA zijn complexe ondoorzichtige dossiers met mogelijk grote gevolgen. We Follow The Money – ook in Brussel.

76 Artikelen

De feiten en fabels over #TTIP

6 Connecties
58 Bijdragen

In een tiendelige serie worden de voornaamste claims van voorstanders van het omstreden TTIP handelsverdrag tussen Europa en de Verenigde Staten onder de loep genomen. Vandaag het eerste deel over de meeste elementaire claim: de economie groeit als gevolg van TTIP.

Het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) is het vrijhandelsverdrag waarmee de VS en de EU het grootste handelsblok ter wereld willen vormen. Als we de voorstanders mogen geloven zal een succesvol akkoord leiden tot vele miljarden aan extra economische groei en honderdduizenden nieuwe banen. TTIP wordt dan ook wel gepresenteerd als de goedkoopste weg om uit de crisis te komen. Maar volgens critici betekent het verdrag vooral een afbraak van de bestaande regelgeving rondom milieu, arbeid en veiligheid en is de beloofde economische groei een luchtkasteel. Het afgelopen jaar is TTIP in Nederland meer in de schijnwerpers komen te staan. En nu er meer over TTIP bekend wordt, groeit de groep mensen die zich zorgen maakt over de mogelijke gevolgen van het verdrag. Zo zijn er in Nederland inmiddels talloze debatten gevoerd, protesten op straat georganiseerd en werd Amsterdam in juli 2015 de tweede TTIP-vrije gemeente. Gemeente Tiel ging haar al voor. Desondanks blijft het belangrijk om in te gaan op het nog altijd wijdverspreide idee dat het handelsakkoord, ondanks enkele bezwaren, over het geheel genomen positief zal uitpakken. Daarom testen we in de komende twee weken tien claims van politici en onderhandelaars (over de voordelen van dit verdrag) op hun waarheidsgehalte.

TTIP heeft grote gevolgen voor de samenleving

TTIP is bijzonder ‘ambitieus’ en zal vergaande gevolgen hebben voor de gehele Nederlandse samenleving. De onderhandelingen gaan over veel meer dan alleen het opheffen van handelstarieven. Het voornaamste onderwerp van gesprek tijdens de onderhandelingen is het terugdringen van handelsbarrières, de zogenaamde non-tarifaire handelsbarrières. Hier moet de groei van de economie en banen vooral vandaan komen (claim 1 en 2). Deze barrières betreffen voornamelijk uiteenlopende regelgeving tussen de VS en de EU. Regels die zijn bedoeld om de veiligheid van producten te garanderen en om arbeidsomstandigheden en het milieu te beschermen. Het doel is deze regelgeving hetzelfde te maken of in ieder geval wederzijds te erkennen. Dat zou handel makkelijker maken en dus stimuleren. Of de regels gelijk gemaakt kunnen worden zonder te worden aangetast, is het onderwerp van claim 3. Claim 4 gaat in op het voorstel om een nieuwe bureaucratische laag toe te voegen aan de trans-Atlantische samenwerking in de vorm van een Regulatory Cooperation Body. Hiermee moet in de toekomst worden voorkomen dat de regels aan beide kanten van de oceaan onnodig uiteenlopen.

De groep mensen die zich zorgen maakt over de mogelijke gevolgen van het verdrag groeit

In claim 5 behandelen we het meest omstreden onderdeel van de onderhandelingen, het Investor to State Dispute Settlement mechanisme (ISDS). Dit stelt bedrijven in staat om overheden aan te klagen als deze beleid invoeren dat de bedrijfsvoering – lees: winstverwachting – aantast. Het gebrek aan transparantie rondom de onderhandelingen is het onderwerp van claim 6. Claim 7 gaat in op de gevolgen van TTIP voor publieke diensten als onderwijs, zorg en watervoorziening. Vervolgens richten we onze blik op de wereldwijde gevolgen van TTIP. Claim 8 behandelt de milieueffecten van TTIP, die tot nog toe nauwelijks in het maatschappelijke debat aan bod kwamen. In claim 9 gaan we in op de gevolgen van TTIP voor de rest van de wereld en we sluiten af met claim 10, waarin we de geopolitieke dimensie van TTIP bekijken. Een dimensie die volgens voorstanders het doorslaggevende argument zou zijn om dit verdrag af te sluiten.

Recente ontwikkelingen

TTIP is in een aantal andere Europese landen al langer een veelbesproken onderwerp in de media, de politiek en het publieke debat. Sinds de uitzending Lubach op Zondag op 15 maart 2015 is ook in Nederland van alles in beweging gekomen. Op basis van Kamervragen stuurt minister Ploumen bijna wekelijks brieven aan de Tweede Kamer. Er vinden publieksdebatten plaats, eens in de zoveel tijd is TTIP ‘trending topic’ op Twitter en ook de reguliere media komen langzaam in beweging. Ondertussen gaan de onderhandelingen gewoon door. Er is inmiddels een nieuw Europees Parlement aangetreden en een nieuwe Europese Commissie. Onder leiding van voorzitter Jean-Claude Juncker, voert Cecilia Malmström de leiding over het Europese Handelscommissariaat (DG Trade) en de TTIP-onderhandelingen. Sinds het begin van de onderhandelingen zijn er tien onderhandelingsrondes (de 10e ronde was op 15 juli 2015) geweest, afwisselend in Brussel en de VS. De staat van de onderhandelingen en de feitelijke vorderingen zijn niet openbaar. De Europese Commissie geeft aan dat er op vrijwel alle onderwerpen vooruitgang wordt geboekt.

De staat van de onderhandelingen en de feitelijke vorderingen zijn niet openbaar

Gelijktijdig onderhandelt de Europese Commissie over handel en investeringsverdragen met tientallen landen waaronder China, Mexico, India, Brazilië en veel voormalige koloniën. De onderhandelingen met Canada zijn inmiddels afgerond en binnenkort gaat het verdrag het ratificatieproces in. Van groot belang hierbij is het antwoord op de vraag of de nationale parlementen het verdrag tussen de EU en Canada (CETA) en TTIP ook moeten goedkeuren. Het Europese Hof buigt zich nu hierover. Ondertussen hebben 2,5 miljoen mensen in heel Europa zich uitgesproken tegen TTIP in een zelf georganiseerd burgerinitiatief. Vijfhonderd organisaties hebben zich verenigd in de Stop TTIP-coalitie. Lokaal verzet neemt toe, waarbij gemeenten zoals Amsterdam en Tiel zich tegen TTIP uitspreken.  

Claim 1: De economie groeit

Feit of fabel?

De economische voorspellingen over de opbrengsten van dit verdrag zijn gebaseerd op twijfelachtige aannames en gebrekkige modellen. Zelfs als deze zouden uitkomen zal de economische groei die TTIP brengt marginaal zijn. In tijden van economische crisis mag 119 miljard euro extra per jaar, zonder dat overheden hoeven te investeren, als een welkom cadeau worden beschouwd. De Europese Commissie die namens de Europese lidstaten de onderhandelingen voert, presenteert TTIP daarom graag als het ‘goedkoopst denkbare stimuleringspakket’, net als minister Ploumen overigens. De maximale economische winst voor Nederland wordt door minister Ploumen gezet op 4 miljard euro, ofwel 0,5 procent extra economische groei per jaar. De bovenstaande uitspraken zijn gebaseerd op studies naar de kosten en baten van TTIP door het Nederlandse onderzoeksbureau Ecorys en het Europese onderzoeksbureau CEPR. De Europese Commissie noemt de gematigd positieve uitkomsten van deze studies nog ‘conservatief’, maar volgens critici is de claim dat de Europese economie met 119 miljard euro per jaar zal groeien een luchtkasteel.

Groei dankzij harmonisering

Het harmoniseren van regelgeving vormt verreweg het belangrijkste onderdeel van de onderhandelingen en van het verdrag. Maar liefst 80 procent van de verwachte opbrengst van TTIP zou moeten voortkomen uit het gelijkschakelen en/of wederzijds erkennen van elkaars regels op het gebied van onder andere milieu en veiligheid. Dit zijn de zogenaamde non-tarifaire handelsbarrières. Harmonisering is echter bijzonder lastig en het is niet voor niets dat de VS en de EU hier al meer dan twintig jaar over praten zonder tot een oplossing te komen. Er bestaan namelijk fundamentele verschillen tussen de VS en de EU in de manier waarop regelgeving op het gebied van bijvoorbeeld chemische producten, landbouw en voedsel-/productveiligheid tot stand komt (zie later claim 3). Onafhankelijke onderzoekers van de universiteit van Manchester en Gent noemen de aanname in het door Ecorys en het CEPR onderzochte scenario − dat 50 procent van de regelgeving gelijk kan worden geschakeld − dan ook ‘overoptimistisch’. De economische opbrengst die vervolgens op basis hiervan wordt berekend is volgens hen zwaar overdreven en onhaalbaar. De eventuele opbrengst van het verdrag is namelijk afhankelijk van de hoeveelheid geharmoniseerde regelgeving en het aantal handelstarieven (zoals importheffingen) dat naar beneden gaat. Uit de bovengenoemde studies blijkt dat er alleen sprake is van 0,5 procent economische groei in het geval van een veelomvattend akkoord, waarin álle handelstarieven naar nul gaan en maar liefst 50 procent van de bestaande regelgeving wordt geharmoniseerd. In een meer realistisch en bescheiden scenario, met 25 procent geharmoniseerde regelgeving, daalt de opbrengst al snel naar € 67 miljard voor de EU en € 1,4 miljard voor Nederland.

Marginale groei

Een ander punt dat de voorstanders van TTIP zelden naar voren brengen, is dat de genoemde groeicijfers gelden voor het jaar 2027. Pas in dat jaar zal de Europese economie, als er een verdrag wordt gesloten, 0,5 procent meer groeien dan wanneer er geen verdrag wordt gesloten. Als we uitgaan van een implementatieperiode van tien jaar, waar ook de CEPR- en Ecorys-studies van uitgaan, zorgt TTIP voor een extra economische groei van slechts 0,05 procent per jaar. En dat is het meest optimistische scenario. Professor internationale betrekkingen Clive George noemt deze extra groei dan ook ‘triviaal’.

Dat de opbrengsten niet bijzonder groot zullen zijn, lijkt nu ook tot de Europese Commissie (EC) zelf door te dringen

Dat de opbrengsten niet bijzonder groot zullen zijn, lijkt nu ook tot de Europese Commissie (EC) zelf door te dringen. Waar ze voorheen pochten met 545 euro extra bestedingsruimte per huishouden dankzij TTIP, is dit bedrag nu niet meer terug te vinden op de website van de EC. Waar de Nederlandse overheid en de EC eerst claimden dat de opbrengsten van TTIP gelijk zouden worden verdeeld over alle Europese huishoudens, lijkt ook van deze ambitie nu niet langer sprake.

Verborgen kosten

Tegelijkertijd zijn aan deze marginale extra groei(beloften) wel allerlei kosten verbonden. Kosten die de voorstanders graag negeren of bagatelliseren. Het invoeren van het verdrag kost overheden namelijk geld omdat importtarieven wegvallen en omdat er geld moet worden vrijgemaakt om de eerste veranderingen op de arbeidsmarkt op te vangen.

De opbrengsten van het verdrag zullen vooral naar het internationale bedrijfsleven gaan

Het Oostenrijkse wetenschapsinstituut voor internationale ontwikkelingen, het ÖFSE, schat dat er in de implementatieperiode van tien jaar tussen de 33 en 60 miljard euro aan kosten zijn waar geen rekening mee wordt gehouden in de studies van het CEPR en Ecorys. Bovendien zijn dit kosten die uiteindelijk door belastingbetalers moeten worden opgevangen, terwijl de opbrengsten van het verdrag vooral naar het internationale bedrijfsleven zullen gaan. Daarbij is het maar zeer de vraag of deze opbrengsten vervolgens worden omgezet in werkgelegenheid (zie morgen claim 2). Hoewel de economische voorspellingen van de baten van TTIP zeer omstreden zijn, maken voorstanders hier nog altijd dankbaar gebruik van om het publiek te overtuigen. De opbrengsten zullen op zijn best triviaal zijn en aan de meeste Europese en Amerikaanse huishoudens voorbijgaan.

Aannames vrijhandel achterhaald

Het idee dat handelsverdragen en meer handel automatisch het welzijn en de welvaart in een land ten goede komt, is wijdverbreid maar misplaatst. Handel creëert winnaars en verliezers en de ongekende groei van inkomens en vermogensongelijkheid in de wereld laat zien dat de opbrengsten van globalisering ongelijk neerdalen en de verliezers niet (automatisch) worden gecompenseerd. Over de ongekende kosten voor het milieu en het klimaat of publieke dienstverlening maar niet gesproken. Ook de voormalig vaandeldragers van neo-globalisering luiden hierover inmiddels de noodklok. Het idee dat economische groei uiteindelijk goed is voor iedereen, klopt niet. Het IMF bracht onlangs een alarmerende studie uit over de gevolgen van ongelijkheid op de samenleving. Econoom Robert Went schrijft hierover: ‘Het is fascinerend om te zien hoeveel onderzoek de laatste tijd verschijnt vanuit het IMF, de OESO, de Wereldbank en andere internationale organisaties waarin heilige huisjes en axioma’s van de dominante economische logica ter discussie worden gesteld’. Het opmerkelijke hierbij is dat deze hernieuwde inzichten geen doorvertaling krijgen in het handelsbeleid van de Nederlandse regering en de Europese Commissie.

Lees verder Inklappen

Deze publicatie kwam tot stand door de samenwerking tussen de journalisten Sophia Beunder, Bas van Beek en Jilles Mast van Platform Authentieke Journalistiek (PAJ), Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en het Transnational Institute (TNI). Illustraties: Milo.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Platform Authentieke Journalistiek
Het Platform Authentieke Journalistiek wil met kritische berichtgeving een bijdrage leveren aan een eerlijkere samenleving.
Gevolgd door 627 leden