© ANP/ Lex van Lieshout

    De komende tijd zal Thomas Bollen voor FTM schrijven over geld en het monetaire stelsel. In dit eerste artikel voert hij ons terug tot de basis van zijn zoektocht naar financiële helderheid. Hij legt uit hoe zijn fascinatie voor geld ontstond en hoe de kredietcrisis hem als juist afgestudeerd econoom met de neus op de feiten drukte.

    Mijn moeder hamerde er vroeger vaak op dat geld niet gelukkig maakt. Mijn vader dacht daar heel anders over en trakteerde mij op een grote ijsco om zijn punt te maken. ‘Laat die discussie over geld maar vaker plaatsvinden,’ dacht ik dan, terwijl ik mijn smulhoorn verorberde.

    Wie geld heeft, beschikt over macht; het opent een scala aan deuren die anders gesloten bleven. Follow the Money volgt niet voor niets de geldstromen om de macht te controleren. Geld gaat ons allemaal aan, maar het huidige gesprek over financiën en monetair beleid is gekaapt door bankiers en hun complexe jargon. Financiële termen, zoals Quantitavie Easing en Collateralized Debt Obligation, zeggen de gemiddelde burger niets en daardoor lijkt het of geld een moeilijk onderwerp is. Een fabeltje dat ik niet voor goede munt aanneem. Financiële economie is in beginsel niet ingewikkeld, je moet alleen het jargon wegstrepen.

    Het huidige gesprek over geld is gekaapt door bankiers en hun complexe jargon

    Follow the Money heeft een dossier opgebouwd over ons geld. Ik ga hier de komende tijd aan bijdragen, om het maatschappelijk debat over geld en het monetaire stelsel voor iedereen toegankelijk te maken. In mijn eerste artikel wil ik het verhaal vertellen over het ontstaan van mijn eigen fascinatie voor geld en hoe ik als net afgestudeerde financieel econoom de kredietcrisis probeerde te begrijpen.

    Zet de geldpers maar aan!

    Als klein jongetje keek ik ooit naar een aflevering van ‘Het Klokhuis’ over de Nederlandsche Bank, waarin een grote drukpers met hoge snelheden bankbiljetten van 100 gulden drukte. Geboeid keek ik naar de enorme hoeveelheid geld die werd gecreëerd uit het niets. Mijn creatieve kinderbrein draaide op gelijk tempo mee en zag oplossingen voor prangende wereldproblematiek die ik enthousiast voorlegde aan mijn vader: ‘Pap, waarom printen ze niet gewoon wat extra voor alle arme mensen in Afrika?’

    Mijn vader antwoordde dat je armoede niet kunt oplossen door extra geld te drukken omdat dat geen ‘economische activiteit’ oplevert. Als de centrale bank te veel geld creëert en uitdeelt aan arme mensen, leidt dat tot ‘inflatie,’ een moeilijk woord voor stijgende prijzen. Wat die groep arme mensen kan kopen met het nieuwe geld gaat ten koste van de koopkracht van alle andere mensen. Volgens mijn vader kon je dat herverdeling noemen, of het met diefstal vergelijken. Ik begreep niet alle nuances, maar mijn fascinatie voor geld en economie was geboren.


    "Waarom printen ze niet gewoon wat extra geld voor alle arme mensen in Afrika?"

    Op zoek naar financiële onafhankelijkheid

    Op de middelbare school leerde ik dat economie het sociale domein rondom de productie en levering van goederen en diensten is. Aangezien we bijna de hele dag óf aan het consumeren, óf aan het produceren zijn, kun je haast alles wat je doet onder ‘economische activiteit’ scharen. De productie van een laptop en de distributie van een krant zijn economie, maar ook het consumeren van een biertje behoort tot het economische domein.

    Tijdens mijn studententijd sprak met name de consumptiekant van de economie mij erg aan. Om me daar op te kunnen richten had ik echter één groot probleem: ik had meer geld nodig. Een vriend nam mij mee naar het casino voor een spelletje poker en al snel was ik niet meer weg te slaan bij de pokertafel. Ik verdiende, met kansberekening en een beetje lef, genoeg geld om mijn studentenleven te bekostigen zonder dat ik ook maar iets produceerde in de reële economie, waarin concrete goederen en diensten worden verhandeld. Later opende ik een beleggingsrekening bij BinckBank om winst te maken met het verhandelen van opties. Net als poker is dat een zero-sum game, een spel waarbij je zelf niets creëert maar verdient aan het verlies van anderen.

    In de financiële economie kan je door slimme trucjes meeliften op de productie van anderen

    Gaandeweg kreeg ik door dat er naast de reële economie, waarin je hard moet werken voor je geld, ook een financiële economie bestaat waarin je door middel van slimme trucjes, geld kunt verdienen met geld en mee kunt liften op de productie van anderen. Het grote geld lonkte, en ik begon te streven naar financiële onafhankelijkheid, met het idee dat je pas echt vrij bent als je veel geld hebt.

    Crisis

    Net toen ik als afgestudeerde financieel econoom op zoek ging naar een baan in de wereld van het snelle geld, brak de kredietcrisis uit. Ik besloot tijdelijk in Spanje te gaan wonen. De economische situatie daar was echter nog slechter dan in Nederland, en regelmatig stonden de grote pleinen van Madrid vol met jongeren die protesteerden tegen ‘het financiële systeem’. Aanvankelijk moest ik hier vooral om lachen. Hoe kun je nou tegen een systeem protesteren alsof het één grote samenzwering is? Zo werkt de economie nu eenmaal, dacht ik, en dat kan je niet veranderen. Die mening bleef ik aanhangen totdat ik meermaals in het nauw kwam tijdens verhitte discussies over de crisis. Hoewel ik als financieel econoom geacht werd met antwoorden te komen, bleek ik niet te begrijpen wat de onderliggende oorzaak van de kredietcrisis was.

    "Na enige navraag bij studiegenoten bleek dat ik niet de enige was die de fundamenten van het monetaire systeem had gemist"

    Vanuit interesse — en schaamte over mijn gebrek aan kennis — ging ik op zoek naar antwoorden. Vooral het boek The Mystery of Banking, waarin de Amerikaanse econoom Murray Rothbard de praktijk van het huidige fractional-reserve banking uitlegt, maakte diepe indruk. Bij dit ‘fractioneel-reservebankieren’ lenen banken veel meer geld uit dan ze aan spaargelden in kas hebben. Zo verdienen ze rente met het uitlenen van geld dat voorheen niet bestond. Dit geld komt in omloop bovenop de reeds bestaande geldhoeveelheid en is er vervolgens niet meer van te onderscheiden. Als een gewone burger dit zou doen, zou hij worden opgepakt voor valsmunterij, maar met een banklicentie is deze private geldcreatie de normaalste zaak van de wereld. Hoewel ‘de geldhoeveelheid’ als onderwerp was behandeld tijdens mijn studie, had ik nooit geleerd over de geldcreatie door private banken, die op deze manier grootschalig plaatsvindt — laat staan dat ik begreep welke economische risico’s dit met zich meebrengt. Na enige navraag bij studiegenoten bleek dat ik niet de enige was die de fundamenten van het monetaire systeem had gemist. Mijn medestudenten hadden net als ik alleen geleerd hoe je binnen het bestaande systeem aan de knoppen draait, door bijvoorbeeld de β-coëfficiënt in het CAPM-model te gebruiken om de expected return van een aandelenportfolio uit te rekenen.

    De sturende rol van geld

    Waarom zag het overgrote merendeel van economen, bankiers en beleggers de crisis niet aankomen? Waren zij soms, net als ik, niet opgeleid om geldschepping daadwerkelijk te begrijpen, maar om zich aan te sluiten bij de geaccepteerde koers binnen de financiële wereld zonder lang stil te staan bij de potentiële effecten van monetair wanbeleid op de reële economie?

    Het nieuwe geld wordt niet aan de armen gegeven maar van bovenaf de financiële markten ingepompt

    Geld stuurt de inzet van arbeid, machines en grondstoffen, en dat is bepalend voor de ontwikkelingsrichting van de economie. In het huidige monetaire stelsel wordt geldcreatie echter ingezet om winst te maken zonder dat daarvoor reële productie nodig is. Als het op en neer schuiven van cijfertjes op een scherm meer rendement oplevert dan waardecreatie in de reële economie, beroof je de echte economie van talent. Knappe koppen gaan zich richten op het ontwerpen van nog ingewikkeldere beleggingsproducten en handelsalgoritmen in plaats van het ontwikkelen van efficiëntere zonnepanelen. Het gevolg is een scheefgegroeide economie waarin productie wordt verdrongen door financiële speculatie.

    De geldpers op volle toeren

    Zolang iedereen het geldcreatie-spel blijft meespelen wordt er, net als aan de pokertafel, bij iedere ronde een percentage afgeroomd dat verdwijnt in de diepe zakken van de bank. Maar wat gebeurt er als meerdere spelers tegelijk hun pokerchips van tafel nemen? In 2008 hebben we gezien wat het effect op de economie kan zijn als banken elkaar ineens niet meer zo makkelijk geld uitlenen en de geldhoeveelheid abrupt krimpt. In plaats van de grondoorzaak te zoeken in de buitensporige geldcreatie en die problematiek aan te pakken, richten banken en overheden zich nu echter wederom op het verruimen van de geldhoeveelheid. Dit is geen hervorming maar symptoombestrijding, die de weeffouten van het monetaire systeem in stand houdt en het risico op een nieuwe crisis vergroot — een beleid waarop steeds meer economen kritiek hebben.  

    De Europese Centrale Bank (ECB) is op dit moment bezig met de grootste geldscheppingsactie uit de geschiedenis, niet via de geldpers maar volledig digitaal. Er wordt 80 miljard euro per maand uit het niets gecreëerd om de inflatie op te krikken, met als argument dat dit goed is voor onze economie. Hiermee lijkt de ECB te geloven in dezelfde relatie tussen geldcreatie en inflatie die mijn vader me vroeger uitlegde, maar kiest de bank voor een omslachtige manier om deze inflatie te bereiken. Het nieuwe geld wordt immers niet direct in de reële economie ingebracht door het aan de gewone burger of de armen te geven, het wordt van bovenaf de financiële markten ingepompt. Dat is oneerlijk en ineffectief beleid, waarover ik in de volgende artikelen uitgebreider zal schrijven.

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid