Van stikstofcrisis tot dierenwelzijn: Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness. Lees meer

De intensieve veehouderij speelt in veel hedendaagse vraagstukken een centrale rol: de stikstofcrisis, de uitstoot van broeikasgassen, de opkomst van zoönosen. Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness.

Nederland heeft de ambitie de wereld te voeden met vlees, eieren en zuivelproducten. Jaarlijks exporteren we voor ruim 16 miljard euro aan vlees (8,7 miljard) en zuivel (8,2 miljard). Daar staat tegenover dat we granen en soja moeten importeren (ter waarde van zo’n 3 miljard euro) om al onze koeien, varkens, geiten en kippen te kunnen voeden.

Intussen wordt de grootschalige vleesindustrie een steeds groter probleem. Ze legt meer en meer beslag op de schaarse ruimte, vergiftigt de bodem en het (drink)water, en staat aan de wieg van dierziekten die soms ook mensen kunnen treffen (Q-koorts). En dan de dieren zelf. Steeds minder mensen vinden het acceptabel dat ze louter omwille van onze honger naar vlees worden geboren, vetgemest en geslacht.

In dit dossier onderzoekt Follow the Money de belangen achter de vleesindustrie, of en hoe er veranderingen mogelijk zijn, en welke krachten een omwenteling in de weg staan.

22 artikelen

© Follow the money

Groene EU-subsidie maakte de grootste Nederlandse melkveehouder alleen maar groter

2 Connecties

Relaties

Vreba Melkvee GLB
22 Bijdragen

Fosfaatplafond of niet, Vreba Melkvee, de grootste melkveehouderij van Nederland, groeide door. Tijdens een milieucontrole begin vorig jaar overschreed het bedrijf vermoedelijk zijn provinciale milieuvergunning. De gemeente en provincie weten dit, maar schuiven de verantwoordelijkheid van zich af. Ondertussen ontvangt Vreba jaarlijks tonnen subsidie uit het Europese landbouwfonds, dat milieuvriendelijke boeren een redelijk inkomen belooft.

Dit stuk in 1 minuut
  • Het Limburgse Vredepeel huisvest tien keer zoveel koeien als mensen. Het dorp is de thuisbasis van de grootste melkveehouderij van Nederland: Vreba.
  • Door zijn omvang is Vreba ook één van de grootste ontvangers van EU-subsidie. Melkveehouderijen zijn in Nederland goed voor het grootste deel van de landbouwemissie en ontvangen ook de meeste subsidie. 
  • Eén van de doelen van de EU-steun is de bescherming van het klimaat. Maar terwijl Nederland in 2015 het door Europa opgelegde fosfaatplafond overschreed, kwamen er in Vredepeel duizend koeien en een melkfabriek bij.
  • Ondertussen voldoet Vreba mogelijk niet aan de milieuvergunning en moet het steeds op zoek naar extra fosfaatrechten.
  • De lokale en provinciale overheid schuiven de verantwoordelijkheid voor handhaving van zich af, blijkt uit onderzoek van The Investigative Desk voor Follow the Money.
  • Argos wijdt zijn uitzending vanmiddag om 14.00 uur aan Kees Koolen, miljardair en oud-eigenaar van Booking.com, die is gaan boeren. Ook de samenwerking met de Van Bakels komt aan bod. 
Lees verder

Terwijl we de weg naar het erf oversteken wijst Anouk van Bakel de verte in: ‘Daar heb ik mijn hele leven gewoond.’ Tegen het licht van de ondergaande zon tekent zich een groot woonhuis af. We krijgen een rondleiding over het terrein van Vreba Melkvee, het familiebedrijf van de Van Bakels. Anouk behoort met haar 26 jaar tot de jongste generatie van de familie. Sinds 2020 is ze de bestuurder van Vreba, het thuis van zo’n 2250 koeien en met gemak de grootste melkveehouderij van Nederland. Het piepkleine Vredepeel, gelegen op de grens van Limburg en Brabant, herbergt daarmee bijna tien keer zoveel koeien als inwoners. 

Al jarenlang behoort Vreba Melkvee tot de grootste ontvangers van het Europese Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) in Nederland. Sinds de start van het nieuwe GLB in 2014 ontving het melkveebedrijf bijna 7,5 ton subsidie. De tegemoetkoming blijft jaarlijks toenemen. In 2020 mochten de Van Bakels een recordbedrag van zo’n 250.000 euro bijschrijven. 

Het merendeel daarvan bestaat uit ‘hectaresteun’: de EU keert een vast bedrag uit per hectare grond die een boer bewerkt. Gunstig voor Vreba, want met de 1000 hectare grond die de Van Bakels bewerken, behoort Vreba tot de grootste grondgebruikers van Nederland. De grond wordt hoofdzakelijk gebruikt voor de teelt van veevoer en het uitrijden van mest. De koeien in Vredepeel profiteren niet mee van de uitgestrekte weilanden rondom het erf. Die staan het hele jaar binnen.

Met de GLB-subsidies belooft Europa zijn boeren ‘een redelijk inkomen’. Ze moeten bovendien bijdragen aan ‘het duurzaam beheren van natuurlijke hulpbronnen’ en ‘de bescherming van het klimaat’. In 2014 kwam daar nog een Europese doelstelling bij: een betere verdeling van de subsidies naar landbouwers die ze het hardst nodig hebben.

Er klinkt al lange tijd kritiek op het GLB. De rijkste boeren profiteren het meest, de milieudoelen worden niet gehaald en het merendeel van het geld gaat naar vlees- en zuivelboeren, die verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de landbouwemissies.

In Nederland is dat niet anders. Melkveehouderijen zorgen voor het grootste deel van de Nederlandse landbouwemissies en ontvangen jaarlijks ongeveer de helft van de Europese inkomenssteun. Vorig jaar steeg de melkproductie voor het eerst in jaren niet. Dat is in lijn met de toekomstplannen van de Europese Unie, waarin Brussel mikt op een mondiale shift naar een meer plantaardig dieet. En dus minder melk.

Spektakel bij Van Bakel

Gesterkt door de Europese steun breidde Vreba de afgelopen jaren flink uit. Op het erf passeren we twee gigantische voederkuilen die de daarvoor geparkeerde tractors lijken te reduceren tot speelgoedformaat. We blijven staan bij een met groene golfplaten beklede stal. Het is donker binnen. Helemaal achterin steken een paar koeienhoofden door het voederhek om te eten. ‘Het zijn er vierhonderd, groot voor Nederlandse begrippen,’ licht Anouk van Bakel toe. 

Bij de volgende stal gaan we naar binnen. Koeien zover het oog reikt. Slechts een enkeling kijkt op als we binnenkomen, de rest concentreert zich op het verse hooi dat voor ze ligt. De voerwagen is net geweest. ‘Dit is de grootste stal van Nederland, net nieuw. Duizend koeien. Al lachen ze hierom in Amerika’, vertelt Peter Smeets – landbouwwetenschapper en projectleider van Living Lab Vredepeel; een duurzaamheidsproject van Vreba en andere bedrijven uit Vredepeel – die met ons meeloopt.

Het pronkstuk moet dan nog komen: een luxe stal met een glazen voorkant. Door een groot raam zien we een groep koeien voortgedreven worden door een automatisch hek. Eén voor één kiezen ze een plekje in een metalen draaimolen die een paar meter boven de grond zweeft. Van onderaf bevestigen twee medewerkers steeds vier rubberen zuignappen aan de uiers.

Aan het eind van het rondje stuiten de koeien op een laag hekje, waarna zij zich gauw omdraaien en weer gedwee de stal inlopen. ‘De melkcarrousel. Zo wordt iedere koe drie keer per dag gemolken,’ vertelt Smeets. Voor het raam staan drie rijen rode stoelen, alsof het een theater is. We zijn niet de eersten die gefascineerd naar het schouwspel kijken: ‘Het gemeentebestuur heeft hier na de installatie met grote ogen zitten kijken.’

Het illustreert de heersende gedachte bij Vreba: als wij groeien mag iedereen het weten. Toen Nederland in 2015 het door Europa opgelegde fosfaatplafond overschreed en de fosfaatproductie in de melkveehouderij aan banden wilde leggen, kwamen er in Vredepeel duizend koeien en een melkfabriek bij. Inmiddels bestaat het Vreba concern uit tientallen cv’s en bv’s.

De locatie in Vredepeel is niet de enige boerderij die de Van Bakels runnen. Op de drie andere locaties in Nederland lopen nog zo’n duizend extra koeien rond. De laatste editie van ‘Spektakel bij van Bakel’, een inmiddels jaarlijks terugkerend evenement waar men zich kan vergapen aan nieuwe en klassieke landbouwmachines, trok vijftienduizend bezoekers. De opbrengst is voor het verenigingsleven in Vredepeel. ‘Dat was dit jaar zoveel, ze krijgen het niet opgemaakt,’ lacht Smeets.

Megabedrijf

De tientallen cv’s en bv’s waaruit het Vreba-concern bestaat, vertegenwoordigen samen een waarde van tientallen miljoenen. Zo was de waarde van het machinepark op de boerderij in Vredepeel drie jaar geleden bijna 43 miljoen euro. Een stijging van 20 miljoen euro sinds 2014. In diezelfde tijd nam het eigen vermogen met 11 miljoen euro toe. Het eigen vermogen bedraagt nu 4 miljoen euro en is sinds lange tijd weer positief.

Die rode cijfers had Vreba volgens Anouk van Bakel overgehouden aan de ‘financiële crisis en de gekelderde melkprijs’. Tegelijkertijd speelde een mislukt avontuur van haar oom Willy van Bakel, die tot en met 2009 eigenaar was van Vreba Melkvee, de reputatie van Vreba parten. Tientallen Nederlandse boeren verkochtentussen 1998 en 2007 hun boerderij aan Van Bakel Onroerend Goed BV, zijn emigratiebemiddelingskantoor. In ruil daarvoor beloofde Willy hen een nieuw boerenbestaan in de Verenigde Staten. Dat eindigde in een tranendal. Willy’s bedrijf ging failliet, tientallen boerenfamilies raakten al hun bezittingen kwijt en Vreba werd opgezadeld met een miljoenenschuld.

In een documentaire van NOVA over de getroffen boeren vertelt Willy van Bakel lachend over de slappe milieuwetgeving in Amerika en hoe liters mest het bos in worden gepompt zonder dat er een haan naar kraait. Ook The Wall Street Journal besteedde aandacht aan het sprookje dat uitmondde in een nachtmerrie. Uiteindelijk beet zelfs de FBI zich vast in de zaak, met vermoedens van ‘oplichting’ en een ‘piramidespel’. Volgens Vreba concludeerde de FBI dat juist Willy ‘financieel het meest geleden heeft’.

Lees verder Inklappen

Debacle bij Van Bakel

Die rappe groei gaat niet zonder slag of stoot. Binnenkort volgt er een nieuwe hoorzitting in een slepend conflict tussen Vreba en het ministerie van Landbouw. Vreba claimt in 2018 te weinig fosfaatrechten te hebben ontvangen, ‘terwijl het ministerie hun uitbreidingsplannen had goedgekeurd en ondertekend’. Het ministerie stelt dat Vreba niet had moeten uitbreiden, maar had moeten verduurzamen. Tijdens de zitting vertelde Anouk van Bakel hoe Vreba noodgedwongen fosfaatrechten heeft moeten verkopen, om er vervolgens direct meer terug te leasen zodat ze aan de milieuwetgeving bleven voldoen, schrijft Marianne Vogelaar, een journalist van Boerderij.nl die Vreba al jaren volgt.

In een andere zaak – begin 2021 – over de overschrijding van het aantal toegestane koeien in Vredepeel kreeg Vreba ongelijk: het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) stelde dat het bedrijf ‘enorme investeringen’ had gedaan terwijl duidelijk was dat een ‘ongeremde groei van de melkveehouderij’ niet mogelijk was. Integendeel: er zouden maatregelen komen om de fosfaatproductie te beperken. 

Door het conflict met de overheid zijn de Van Bakels op zoek naar meer fosfaatrechten. Daarom koopt Vreba koeien en fosfaatrechten van andere boerderijen op. Kees Koolen, miljardair en oud-eigenaar van Booking.com, investeert in nieuwe locaties die Vreba gebruikt. Via zijn bedrijf Dutch Dairy Genetics kocht hij de afgelopen jaren meerdere boerderijen. Twee daarvan worden gehuurd en gerund door de familie Van Bakel. Daarnaast is Koolen via een recht van opstal eigenaar van de nieuwe zuivelfabriek, waarover Vreba nu in conflict is met de gemeente.

Per 14 februari 2022 moest Vreba stoppen met zelfzuivelen, op straffe van 10.000 euro per week

In februari 2021 constateerde de inspectiedienst van de gemeente Venray dat ‘er sprake is van illegale gebouwen en activiteiten’ op het terrein van Vreba: acht bouwwerken – waaronder de nieuwe melkfabriek. Dankzij die melkfabriek valt Vreba binnen een speciale regeling voor ‘zelfzuivelaars’. Melkveehouders die meer dan de helft van de melk zelf verwerken tot een eindproduct mogen een lagere fosfaatuitstoot per koe rekenen. Als de gemeente de fabriek niet legaliseert – en Vreba dus buiten de regeling valt – heeft het bedrijf nog meer fosfaatrechten nodig en kunnen de kosten voor het leasen van extra fosfaatrechten oplopen tot ruim 3 miljoen euro.

Dat lijkt nu te gebeuren. Op 14 december 2021 besloot de gemeente Venray dat het zelf verwerken van melk ‘niet-agrarisch’ is, en daarmee in strijd met het bestemmingsplan. Vreba moest per 14 februari 2022 alsnog stoppen met zelfzuivelen, op straffe van 10.000 euro per week. Ook deze beslissing vocht het bedrijf aan. 

Niemand van de gemeente heeft Vreba tijdens een eerder bedrijfsbezoek, toen ze de melkcarrousel bewonderden, ‘op strijdigheid met het bestemmingsplan’ gewezen, zegt Smeets. Dat gebeurde pas nadat wethouder Jan Loonen via een motie van wantrouwen werd weggestuurd: ‘Toen veranderde de gemeente opeens van standpunt over melk als niet-agrarische activiteit.’ In maart, deze maand nog, volgt een nieuwe hoorzitting. Ruim een jaar na de ‘ontdekking’ door de inspectiedienst is de melkfabriek nog geen dag gestopt met draaien. 

Cor Vervoort, wethouder Venray

Ik denk dat Vreba de situatie iets te rooskleurig inschat

Als we vragen waarom Vreba al die bouwwerken zonder vergunning heeft neergezet, reageert Willem de Boer, mede-bestuurder van het Vreba-concern en de man die onze juridische vragen beantwoordt, als door een wesp gestoken. Op plotseling strenge toon bijt hij ons toe dat Vreba het ‘onfortuinlijk’ vindt dat de brief van de inspectiedienst ‘in het publieke domein’ is gekomen, en dat hij met ons geen ‘welles-nietesdiscussie’ wil voeren. Smeets valt hem bij en stelt dat het ‘staande praktijk’ is om bouwwerken te plaatsen voordat alle vergunningen rond zijn ‘als er zicht is op legalisatie’. De gemeente zou er zelfs van ‘op de hoogte zijn geweest en hun medewerking hebben toegezegd’.

Wanneer we deze uitspraken later voorleggen aan Cor Vervoort, de verantwoordelijke wethouder, blijft het even stil aan de andere kant van de lijn. Hij wil er niet veel over zeggen: ‘Ik denk dat Vreba de situatie iets te rooskleurig inschat. De gebouwen die daar zonder vergunning staan, zijn er zonder ons medeweten gekomen. Daar wil ik het bij laten.’

De fosfaatproblematiek weerhoudt Vreba niet van verdere investeringen. Vreba wil de komende vijf jaar 60 miljoen euro in uitbreiding van de veestapel (die volgens Vreba nu al is voltooid) en melkverwerking op het eigen bedrijf steken. Dat schrijft Vreba althans in 2019 in de subsidieaanvraag voor Living Lab Vredepeel, een duurzaamheidsproject waarin Vreba samen met de gemeente, de provincie en lokale ondernemers wil samenwerken om de uitstoot van methaan, nitraat en fosfaat in De Peel tegen te gaan.  De extra omzet zou het bedrijf in duurzame innovaties steken. Tegelijkertijd zijn de eerdere uitbreidingen nog niet gelegaliseerd. Daarom ligt bij de gemeente het verzoek om het bestaande bouwvlak te vergroten van 9 naar 16 hectare, om de nu nog illegale bouwwerken te legaliseren.

Door de starre houding van de gemeente Venray staat Living Lab Vredepeel nu op de tocht. Eerst moeten alle ‘publiekrechtelijke problemen (ruimtelijke ordening, bouwen en milieu)’ worden opgelost, schrijft de gemeente in een adviesnota aan de Provincie Limburg.

Volgens de provincie ‘geldt de strengste normering’. Op de dag van de controle voldeed Vreba daar niet aan

De belangrijkste bevinding benoemt de gemeente daar niet eens in. Tijdens dezelfde controle die de illegale bouwwerken aan het licht bracht, maakten de ambtenaren van de gemeente ook een milieurapportage op. Daaruit bleek dat Vreba’s koeien op dat moment jaarlijks 20.193,3 kg ammoniak zouden produceren. Ruim binnen de door de gemeente in 2008 verleende vergunning (max. 28.609 kg), zo oordeelde het controleteam. 

Maar in 2018 verleende de provincie Limburg een veel strengere milieuvergunning: maximaal 2220 koeien met een ammoniakproductie van 19.996 kg NH3 (ammoniak) per jaar. Volgens de provincie moeten ‘beide vergunningen worden nageleefd’ en ‘geldt de strengste normering’. Op de dag van de controle voldeed Vreba daar niet aan. Of dat betekent dat Vreba daarmee de vergunning overtrad, is niet vast te stellen: daarvoor moet de provincie de jaarlijkse uitstoot meten, en dat is niet gebeurd. Hoe kan het dat een bedrijf dat steeds moet investeren in fosfaatrechten en zijn milieuvergunning vermoedelijk overschrijdt, inkomenssteun krijgt van de EU? 

Zijn doel voorbij

‘In 1956 was hier niets, alleen moeras. Vredepeel was een ontginningsgebied.’ In het kantoor van Vreba staat een dienblad vol met verschillende zuiveldranken op tafel. Onaangeroerd: iedereen aan tafel drinkt thee of koffie. Anouk Van Bakel vertelt hoe haar overgrootvader jaren geleden een ‘pioniersboerderij’ in handen kreeg: ‘In de jaren vijftig was er grote vraag naar boeren. Zijn oude boerderij moest plaatsmaken voor luchtmachtbasis De Peel. Hij werd verplaatst, kreeg wat koeien en varkens en mocht gaan boeren. Dat was het begin van Vreba.’ 

Zulke pioniersboerderijen waren onderdeel van de landbouwvisie van Sicco Mansholt, tussen 1945 en 1958 minister voor Landbouw. Na de verschrikkingen van de hongerwinter werd voedselzekerheid zijn hoogste doel. Onder het motto ‘nooit meer honger’ zette de Nederlandse landbouw enorme stappen op het gebied van modernisering, mechanisatie en verhoging van de productie. Met succes. In 1958 mocht hij zijn kunstje als landbouwcommissaris voor de Europese Commissie overdoen en stond hij aan de wieg van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid; het begin van de Europese Landbouwsubsidies.

Met ongeveer 30 procent van de totale EU-begroting vormen die subsidies nog steeds Europa’s grootste kostenpost. Ondanks dat de inkomenssteun in de jaren negentig veranderde in een hectaresteun profiteren nog steeds de grote, vaak toch al rijke boeren. In 2019 ontving 20 procent van de Europese boeren 80 procent van de Europese subsidies. In Nederland is de situatie niet veel beter. In 2017 ging ruim één derde van de subsidies naar boeren die met deze steun bruto tweemaal modaal of nog meer verdienden. Geld dat minder vermogende boeren goed kunnen gebruiken. 

Ook de mooie woorden over het klimaat – sinds de jaren negentig op de agenda en vanaf 2014 een van de belangrijkste doelstellingen – worden niet waargemaakt. De Europese Rekenkamer concludeerde in de zomer van 2021 dat de emissies van landbouwbedrijven tussen 2014 en 2020 niet zijn afgenomen, terwijl de EU hier toch 100 miljard (!) euro voor had vrijgemaakt – de helft van haar totale klimaatuitgaven. En hoewel in Nederland de CO2-emissie per kg geproduceerde melk daalde, groeide de melkproductie in diezelfde periode harder. Sinds 2014 nam de uitstoot van de Nederlandse landbouw toe: van 25,7 naar 26,1 megaton CO2 equivalent in 2020, ongeveer 16 procent van de totale Nederlandse CO2-uitstoot.

In de Nederlandse melkveehouderij dragen de subsidies samen met de lage rentabiliteit, de hoge leeftijd van veel ondernemers en het gebrek aan opvolgers vooral bij aan schaalvergroting. Sinds 2014 verdwenen er ruim tweeduizend melkveehouderijen, terwijl het aantal hectare grond en het aantal koeien per bedrijf in die periode toenam. Zo ontvangen de grote spelers naar rato dus steeds meer geld. 

De schaalvergroting hangt samen met de wens vanuit de politiek en samenleving voor een grondgebonden kringlooplandbouw. Melkveehouders moeten een steeds groter deel van hun eigen veevoer zelf produceren en genoeg ruimte hebben om geproduceerde mest op eigen land uit te rijden. Als je meer koeien wil, heb je dus ook meer land nodig. Investeren in landbouwgrond wordt daarom steeds belangrijker. Aan de klimaatdoelstellingen draagt dat onvoldoende bij: de melkveesector is al jaren verantwoordelijk voor zo’n 65 procent van de totale landbouwemissies.

Alle ballen op innovatie

Moet dat EU-geld niet anders verdeeld worden? Méér klimaat, minder vee? En dus minder geld naar toch al rijke boeren? Volgens Vreba is dat de verkeerde conclusie. ‘Zonde, want dat geld besteden we liever anders,’ antwoordt Anouk van Bakel als we haar de vraag voorleggen. ‘Dan moeten we twee ton meer verdienen om dat te compenseren en daar draait de consument dan voor op.’ Achter haar hangt een grote poster over duurzame melkproductie. Een getekende koe lacht ons toe.

‘Nederland is van oudsher een innovatieland. De innovaties die we hier doen zorgen er op termijn voor dat andere landen ook op hoogwaardige en milieuvriendelijke wijze genoeg voedsel kunnen produceren. We willen onze kennis exporteren’, vult Smeets aan. Hij klikt op de beamer die voor hem staat. Op een groot scherm verschijnt een powerpointpresentatie. 

Op de eerste slide verschijnen alle doelen van het GLB. Bij ieder doel staat uitgelegd hoe Vreba de afgelopen jaren stappen in de goede richting heeft gezet. Binnenkort moet het bedrijf zelfs ‘CO2-negatief’ zijn. Trots vertelt Smeets hoe Vreba binnen enkele jaren een klimaatneutrale stal wil plaatsen: de zogenoemde ‘Remedystal’. 

‘Als koeien plots in een open weiland komen, worden ze zenuwachtig en gaan ze bokken. Men verwart dat met blijdschap’

Over een bestaande stal wordt een gesloten kap geplaatst die verbonden is met een luchtcirculatiesysteem. Omdat er dan geen lucht meer ontsnapt, kan alle methaan worden afgevangen, weggezogen en buiten de stal worden gezuiverd. Dat dringt de ammoniakemissie drastisch terug. ‘Het patent is al toegekend, het is alleen nog wachten op de goedkeuring van de provincie,’ klinkt het hoopvol. 

De stal zou ook bijdragen aan het welzijn van de koeien: ‘Vanaf 18 graden krijgen koeien hittestress, dan corrigeert een koe dat door minder melk te produceren. De airconditioned Remedystal is daar een oplossing voor.’ Dat is echter niet het hele verhaal: ‘Dat klopt, de koeien komen dan niet meer buiten. Maar dat vinden ze niet erg’, zegt Smeets. 

En de vrolijk rondspringende koeien tijdens de jaarlijkse weidegang dan? ‘Je kan het vergelijken met pleinvrees, koeien zijn van nature bosdieren en gewend aan beschutting. Als ze plotseling in een open weiland komen, worden ze zenuwachtig en gaan ze bokken en springen. Men verwart dat met blijdschap.’ Anouk van Bakel merkt op dat ‘ook op boerderijen waar koeien wel de wei ingaan ze 80 procent van het jaar op stal staan’.

Als we de uitspraken voorleggen aan Kees van Reenen – deskundige gedrag en welzijn rundvee aan de Universiteit van Wageningen – reageert hij verbaasd: ‘Hittestress is inderdaad een probleem bij melkkoeien, maar van koeien met pleinvrees heb ik nog nooit gehoord. Het rondspringen lijkt op spelgedrag van kalveren en is dus eigenlijk een soort terugkeer naar de jeugd; die koeien zijn gewoon heel enthousiast. Grasvlaktes vormden juist de natuurlijke habitat van hun wilde voorouders.’

Wel of geen pleinvrees, het lijkt riskant om volledig te vertrouwen op nieuwe technologieën. Vreba’s nieuwste stal (die met duizend koeien) is ook uitgerust met allerlei snufjes: speciale klepjes in de stalvloer zouden de ammoniak, die opstijgt uit de mest tegen moeten houden. Maar dat blijkt een stuk minder goed te werken dan gehoopt, verzucht Anouk van Bakel: ‘Die sluiten nu niet meer. Terwijl we van de overheid juist deze vloer moesten leggen om te mogen uitbreiden.’ 

Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving moeten boeren zich niet blindstaren op nieuwe technologie, blijkt uit het rapport Samen naar een houdbaar voedselsysteem: ‘Zelfs als alle, op dit moment bekende innovatie maximaal en effectief wordt ingezet, zou de Nederlandse landbouw in 2050 nog steeds net zoveel uitstoten als heel Nederland volgens het Klimaatakkoord zou mogen.’ Het inkrimpen van de veestapel is ‘noodzakelijk’.

Melk is goed voor elk

Is er wel zoveel melk nodig? Volgens Smeets wel: ‘Melk is het enige product dat in de natuur ontstaan is met voeding als doel. De evolutie heeft daar miljoenen jaren over nagedacht. Alle andere natuurproducten, die als voeding worden gebruikt, hebben dat niet als primair doel. Melk als voeding komt uit onszelf.’ 

Smeets staat iedere dag op met een glaasje karnemelk. Dat moet voor iedereen mogelijk worden: ‘Momenteel is de melkconsumptie in Zuid-Azië en Afrika lager dan wordt aangeraden, terwijl de grootste bevolkingsgroei daar gaat plaatsvinden.’ Hij doelt op een wetenschappelijk rapport in The Lancet, waarin toekomstige landbouw ‘binnen de grenzen van onze planeet’ wordt geschetst. 

In het rapport vermelden de wetenschappers ook dat melk ‘optioneel’ is in het ideale dieet van de toekomst, als er voldoende alternatieven met dierlijke eiwitten voorhanden zijn. En Europa en Noord-Amerika consumeren juist te veel zuivel. Zelfs een ‘kleine toename van zuivelconsumptie’ zou een planeetvriendelijke landbouw in 2050 al onmogelijk maken.

Maar dat is buiten de technische innovaties zoals de Remedystal gerekend, reageert Smeets. Al zegt hij ook dat het ‘tamelijk speculatief is om een voorschot te nemen op de vraag of het lukt om de uitstoot vergaand te reduceren. Dat moet nog maar eerst bewezen worden.’

Grenzen aan de groei

Met de aanhoudende fosfaatproblematiek en het mogelijk overschrijden van de milieuvergunning zijn de grenzen aan de groei in Vredepeel in zicht. Volgens Anouk van Bakel zijn ‘er geen concrete groeiplannen meer en is Vreba alleen nog bezig met duurzaam innoveren’. Het lot van Vreba ligt nu in handen van de provincie en de gemeente. Maar die tonen zich op het gebied van milieuovertredingen een stuk minder standvastig dan bij overtredingen van het bestemmingsplan. De gemeente Venray wist namelijk al jaren van de provinciale vergunning, want de Provincie stuurde deze bij uitgifte in 2018 speciaal op. 

Waarom is de verouderde gemeentelijke vergunning niet aangepast? ‘Het gaat om twee verschillende wettelijke kaders en twee verschillende bevoegde gezagen,’ reageert de gemeente schriftelijk. Op de vraag waarom de nieuwste vergunning niet is gehandhaafd, wijst de gemeente naar de provincie: ‘​​Onze toezichthouders controleren vergunningen die door de gemeente zijn verleend. De vergunning uit 2018 is verleend door de provincie en de provincie is dus ook bevoegd voor toezicht op die vergunning (en de daarbij behorende ammoniakuitstoot).’

De toezichthouder heeft al jaren geen controle bij het bedrijf uitgevoerd en dus ook geen overtreding geconstateerd

De provincie is zich juist van geen kwaad bewust: ‘Zelfs al zouden we op de hoogte zijn van een door de gemeente Venray geconstateerde milieuovertreding, dan nog kunnen we niet handhavend optreden.’ Dat doen ze alleen als zij een overtreding van hun eigen vergunning zouden constateren. Maar de toezichthouders hebben ‘al jaren geen controle bij het bedrijf uitgevoerd en dus ook geen overtreding geconstateerd’. Dat komt omdat Vreba bij de provincie bekendstaat als een bedrijf met een ‘beperkt milieurisico’. 

Zo schuiven lokale en provinciale overheid de verantwoordelijkheid van zich af. Wel vormen onze vragen voor de provincie aanleiding om ‘op korte termijn een controle in te plannen’. Aan de groeimogelijkheden van Vreba lijkt daarmee definitief een einde te komen.

The Investigative Desk is een collectief van gespecialiseerde onderzoeksjournalisten. Meer informatie op www.investigativedesk.com. Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Vanmiddag om 14.00 uur in de uitzending van Argos: Kees Koolen, miljardair en oud-eigenaar van Booking.com, die inmiddels ook is gaan boeren en samenwerkt met de Van Bakels.