De Grote Gore Rotrochel

2 Connecties

'Waar zijn de sociale wetenschappers die economen wijzen op hun fouten?' vraagt FTM columnist Ewald Engelen zich af.

In zijn column in de Guardian van 16 april werpt Additya Chakrabortty de pertinente vraag op waarom sociologen, politicologen, geografen en antropologen zich niet met wat meer agressie op de steken hebben gestort die economen – zie de crisis – hebben laten vallen. Als economie ons in de steek heeft gelaten, waar zijn dan de nieuwe, frisse perspectieven, duidingen, diagnoses en oplossingen?

 

Decennia lang gekoeioneerd door het imperialisme van Gary Becker en de zijnen – die meenden dat ieder menselijke gedrag gereduceerd kon worden tot de kosten-batenanalyse van die stakker die de pagina’s van de economische handboeken bevolkt: de homo economicus – zou de crisis het moment bij uitstek zijn voor een lekker potje ‘reverse imperialism’. Per slot van rekening heeft de crisis geleerd dat paniek, kuddegedrag, zotteklap en opvliegers bepalender zijn voor het menselijk gedrag dan nuchtere rationaliteit.
 
Bodybuilders
Niets daarvan. Op wat verdwaalde zotten na zijn de meeste sociale wetenschappers hun gewone, irrelevante gang gegaan. Veel identiteitsonderzoek, veel gebazel over sociaal kapitaal, de creatieve klasse, veel kiezersonderzoek en vooral veel, heel veel, ontstellend veel, onthutsend veel beleidsonderzoek. Bladerend door gerenommeerde Britse sociologie tijdschriften constateert Chakrabortty teleurgesteld dat het over van alles gaat behalve over de grootste financiële crisis sinds 1929. ‘Scroll through the press-released research, and you will not come across anything that deals with the banking crash. Instead in April 2010, amid the biggest sociological event in decades, the BSA put out a notice titled: older bodybuilders can change young people’s view of the over-60s, research says.’
 
In Nederland is het geen zier beter. Ook hier draait het sociaalwetenschappelijk circus door alsof er sinds 2008 niets is veranderd; ‘partying like it’s 1999’. Kijk maar naar de laatste lichting prijswinnaars van NWO. En ook hier zijn het van de weeromstuit nog steeds de economen die hun eigen ramp becommentariëren alsof ze door een meteoriet is veroorzaakt. Ik ben zo ongeveer de enige niet-econoom die tot het heilige der heilige van de publieke media heeft weten door te dringen om daar – godbetert – te worden aangekondigd als … econoom.
 
Rotrochel
De verlegenheid van de sociale wetenschappen in het aangezicht van de grootste crisis sinds 1929 is een alarmerend brevet van onvermogen; als je hier niets over te zeggen hebt ben je als sociale wetenschapper geen knip voor je neus waard. Dit is potdomme waar de sociale wetenschappen voor zijn opgericht: voor het doen van systematisch onderzoek naar de causale oorzaken van grote maatschappelijke crises en veranderingen. Jongens, dit is ‘the big one’, de crisis waar je je hele carrière naar hebt uitgezien, die je loopbaan betekenis en gravitas moet geven, en wat doe je? Je loopt er met een grote boog om heen, als was het weer zo’n gore rotrochel van de geschiedenis, net als de val van de muur en 9/11.
 
Institutionele oorzaken
Omdat ik er geen moer van geloof dat mijn collega’s afgestompte ambtenaren zijn, moet hun verlegenheid andere, institutionele oorzaken hebben. Publicatiecultuur, subsidie-eisen, de inrichting van het wetenschappelijk onderwijs – het beloont veiligheid en conservatisme en straft vernieuwing en verandering. Ik heb het aan den lijve ervaren. Een eenmalige cursus over de oorzaken van de crisis past niet in het reguliere onderwijs en kon alleen bij het IIS onderdak krijgen. Mijn afdelingsvoorzitter liet weten er niet content mee te zijn; eenmalige cursussen zijn inefficiënt. Onderzoek hetzelfde laken een pak; pas vier jaar na de crisis zijn Engelstalige tijdschriften gaan inzien dat de crisis een eigenstandig onderwerp is dat ook academisch relevant zou kunnen zijn. En dat terwijl de maatschappelijke vraag naar duiding, diagnose en oplossingen schreeuwend groot is.
 
Het onvermogen van universiteiten om adequaat op deze kennisvraag te reageren is dodelijk. De maatschappelijke functie van universiteiten is nu eenmaal dat van een repositorium van gecorroboreerde, systematisch geordende kennis dat door de beheerders ervan – academici – wordt gebruikt voor het analyseren en beantwoorden van actuele maatschappelijke vraagstukken. En als je jezelf dan verliest in academische masturbatie – wat toch het merendeel van de academische productie is – loop je levensgroot het gevaar om dat kostbare en zuurverdiende mandaat naar de verdommenis te helpen. En dan kan je er nog zoveel Ad Prinsen tegen aan gooien om de valorisatie van je onderzoek te meten, zoals het AISSR doet, maar dat is dan toch echt voor de kat z’n…
 
Het maatschappelijk nut van onderzoek zit ‘m niet in amateuristische zoektochten op internet naar welke kut van een Kamerlid welke natte scheet van een wetenschapper heeft geciteerd, maar in het stellen van de juiste vragen over de grote kwesties van vandaag. Als je daar niets over te melden hebt, heb je aan een universiteit niets te zoeken.

 

Ewald Engelen
Ewald Engelen
FTM-columnist van het eerste uur, financieel geograaf aan de UvA en actief voor de Partij voor de Dieren.
Gevolgd door 2209 leden