Vergroening en verduurzaming zijn nodig als klimaatoplossing. Pakken ze ook zo uit of zijn het nieuwe verdienmodellen? Lees meer

Terwijl de noodzaak om klimaatverandering tegen te gaan evidenter is, bloeit de markt voor vergroening op. Wie verdient er aan de wens voor een groenere wereld? Follow the Money onderzoekt of vergroening en verduurzaming uitpakken zoals ze bedoeld zijn, of dat het enkel leidt tot nieuwe verdienmodellen.
 

14 artikelen

© Leon de Korte

De helft van Europa’s ‘donkergroene’ fondsen investeert in de fossiele industrie of de luchtvaart

Geld verdienen en tegelijkertijd een betere wereld scheppen. Wie wil dat nu niet? Alleen al in Europa investeren beleggers biljoenen in fondsen die groene groei beloven. Waar gaat dat geld eigenlijk naartoe? Follow the Money, Investico en negen toonaangevende Europese media onderzochten de portfolio’s van alle Europese beleggingsfondsen die zichzelf ‘donkergroen’ noemen. Wat blijkt: bijna de helft investeert ook in de fossiele industrie of de luchtvaart.

0:00

Midden op het podium van een chique Rotterdamse evenementenlocatie staat in de lente van 2022 een smeltend ijsbeertje. Terwijl de ijssculptuur druppel voor druppel zijn vorm verliest, luistert de volgepakte zaal met Earth-water drinkende toeschouwers aandachtig naar Rutger Bregman, die uitlegt dat we ‘in een klimaatnoodtoestand leven’ en zich afvraagt ‘hoe de historici van de toekomst op ons zullen terugkijken’.

Ook Karin Pasha neemt het woord. Ze is duurzaamheidsspecialist bij Actiam, een grote Nederlandse vermogensbeheerder. Ernstig stelt ze haar toehoorders een retorische vraag. ‘Hoe ziet een wereld eruit waarin het woord “ijsberen” nog maar één betekenis heeft? Namelijk: lopen piekeren over de vraag: “Hadden we maar…?” De klimaatcrisis is de meest fundamentele mondiale uitdaging waarmee wij te maken hebben.’

Actiam, dat plusminus 20 miljard beheert, biedt zijn beleggingsfondsen rechtstreeks aan particuliere investeerders aan, en via grote banken, zoals de Rabobank en de ING Bank. Het presenteert zich als een fondshuis dat niet alleen naar financieel rendement kijkt. ‘U wilt impact: op onze planeet, op het klimaat, op de rechten van de mens’, meldt de vermogensbeheerder. ‘Zó beleggen dat de wereld duurzamer, schoner en rechtvaardiger wordt.’ Op de site zien we plaatjes van windmolens, zonnepanelen en bomen die uit stapeltjes geld groeien.

Wat is een beleggingsfonds?

Beleggingsfondsen zijn pakketten geselecteerde aandelen of obligaties in tientallen tot honderden bedrijven. Met zo’n pakket kun je als belegger in één keer in een groot aantal waardepapieren van verschillende bedrijven investeren, waardoor je de risico’s spreidt. Deze pakketten zijn onder ‘gewone’ beleggers erg populair: in de EU wordt grofweg 8,2 biljoen euro via zulke fondsen belegd.

De pakketten worden, uiteraard tegen een fee, samengesteld door ‘fondsmanagers’: financiële experts die bij een bank of vermogensbeheerder werken en daar fondsen samenstellen in duizend-en-een verschillende smaken. Er zijn fondsen die zich speciaal richten op Zuid-Amerikaanse tech-obligaties, fondsen die precies de Nasdaq volgen en fondsen die uitsluitend in Aziatische energiebedrijven zitten. Allemaal proberen ze een niche te vinden die een specifieke groep potentiële beleggers aanspreekt.

Lees verder Inklappen

De realiteit is minder rooskleurig. We achterhaalden de volledige portfolio's van de fondsen die Actiam zelf het allerduurzaamst noemt. Deze dertien fondsen bezitten aandelen en obligaties ter waarde van ruim 5 miljard euro. Ongeveer 170 miljoen euro daarvan is belegd in bedrijven als het Chinese kolenmijnbedrijf Huaibei Mining, het Oostenrijkse olie- en gasbedrijf OMV, de Noorse fossiele reus Equinor en zelfs Xinjiang Zhongtai Chemical – gelegen in de Chinese regio waar dwangarbeid en mensenrechtenschendingen lastig zijn uit te sluiten. Daarnaast vonden we investeringen in luchtvaartmaatschappijen als Lufthansa, Air Canada en Japan Airlines. Ook luchthavens in onder meer Maleisië, Thailand en Nieuw-Zeeland maken deel uit van Actiams duurzaamste fondsen.

3 procent van het geld dat beleggers met een duurzaam geweten aan Actiam toevertrouwen stroomt dus naar grijze bedrijven. Maar ook de rest van de beleggingen is niet direct groen. De bedrijven waar Actiam het grootste deel van het geld van haar klanten in belegt, zijn Apple (180 miljoen euro), Microsoft (156 miljoen), Alphabet (het moederbedrijf van Google, 110 miljoen), Amazon (77 miljoen) en Nestlé (50 miljoen). Deze bedrijven zijn niet per se grijs, maar staan evenmin dichtbij het donkergroene imago van windmolens en beschermd poolgebied waarmee de belegger in de folders, op de website en tijdens evenementen verleid wordt.

The Great Green Investment Investigation

Actiam is geen uitzondering. Uit onderzoek van het door Follow the Money en Investico opgezette pan-Europese onderzoeksproject The Great Green Investment Investigation, waarin toonaangevende Europese media zoals Le Monde, Handelsblatt en El País samenwerken, blijkt dat bijna de helft van alle Europese beleggingsfondsen die zichzelf ‘donkergroen’ noemen, in werkelijkheid ook in de luchtvaart of in de fossiele industrie belegt.

The Great Green Investment Investigation richt zich op 1141 Europese beleggingsfondsen die zichzelf het allerduurzaamst noemen. Onder de aanbieders ervan bevinden zich bekende vermogensbeheerders: BNP Paribas, Robeco en BlackRock.

Bij de ‘donkergroene’ fondsen vonden we duizenden beleggingen in bedrijven als Total, Lufthansa, Shell en BP. De totale waarde daarvan: 8,5 miljard

Van driekwart van hen konden we de volledige portfolio's achterhalen. Deze portfolio’s bestaan uit tienduizenden beleggingen in aandelen en obligaties, met een gezamenlijke waarde van 619 miljard euro. Ondanks de expliciet ‘donkergroene’ belofte van deze fondsen vonden we duizenden beleggingen in bedrijven als Total, Lufthansa, Shell en BP. De totale waarde van deze grijze beleggingen is 8,5 miljard euro. 

Dat maakt de rest overigens niet expliciet groen, laat staan donkergroen. De populairste beleggingen in de duurzaamste fondsen van Europa zijn Microsoft (8,2 miljard euro), farmaceut Novo Nordisk (7,6 miljard), Apple (6,7 miljard), Alphabet (4,4 miljard) en farmaceut Thermo Fisher (4,1 miljard). Ook McDonald’s, Coca-Cola, Pepsico, L’Oréal en Louis Vuitton Moët Hennessy staan hoog op de lijst.  

Joost Schmets van de Vereniging Effecten Bezitters (VEB): ‘Dat mag je een schande noemen. Het is exemplarisch voor de manier waarop de beleggingsindustrie richting verduurzaming slalomt. Moed en de echte wil om te veranderen ontbreekt.’

 

4,18 biljoen euro

Al zolang er wordt belegd, bestaan er investeerders die weigeren geld te verdienen ten koste van andere mensen of het milieu. Zo sloten religieuze bewegingen in de achttiende eeuw ‘onethische praktijken’ als slavenhandel en tabak uit en waren er in de twintigste eeuw beleggers die weigerden te verdienen aan de oorlog in Vietnam of het apartheidsregime in Zuid-Afrika. 

In Nederland kwam duurzaam beleggen in de jaren ’80 en ’90 langzaam van de grond. Marilou van Golstein Brouwers, van 2003 tot 2019 algemeen directeur van Triodos Investment Management, was een van de pioniers in groene beleggingsfondsen. ‘Het eerste beleggingsfonds had een waarde van 25 miljoen gulden en richtte zich op de financiering van grond voor biologische landbouw,’ zegt Van Golstein Brouwers. ‘Het was nog piepklein.’ Dat blijkt ook uit onderzoek van hoogleraar finance Bert Scholtens. 

Sinds de jaren ’80 beperkte het deel van het vermogen dat via duurzame beleggingsfondsen werd geïnvesteerd, zich tot hooguit een paar procent. 

Dat veranderde in 2015. Het Klimaatakkoord van Parijs werd dat jaar gesloten, de Verenigde Naties stelden de duurzame ontwikkelingsdoelen vast, Paus Franciscus riep de mensheid in de encycliek Laudate Si op zuinig te zijn op de schepping en in Nederland won Urgenda de Klimaatzaak tegen de overheid. Beleggers reageerden hierop. Het gaat hen niet langer om financieel rendement alleen: steeds vaker willen beleggers met hun investeringen ook een betere wereld helpen scheppen.

Elk jaar introduceren vermogensbeheerders honderden nieuwe beleggingsfondsen die duurzaamheid hoog in het vaandel voeren

Banken en vermogensbeheerders geven gehoor aan deze roep om duurzaamheid van de potentiële klant. Was duurzaam beleggen eerder een nicheproduct dat werd aangeboden door alternatieve financiële instellingen – denk aan ASN, Triodos en het Andere Beleggingsfonds – inmiddels zijn de conventionele financiële instellingen massaal op het duurzame beleggen gesprongen. Elk jaar introduceren ze honderden nieuwe beleggingsfondsen die duurzaamheid hoog in het vaandel voeren. 

Uit onderzoek van financieel dienstverlener Morningstar blijkt dat van elke tien euro in Europese beleggingsfondsen inmiddels vijf euro verkocht wordt als ‘duurzaam’. Dat is een totaal belegd vermogen ter waarde van 4,18 biljoen euro – een bedrag vergelijkbaar met de beurswaarde van Alphabet, Walmart, Nestlé, ExxonMobil, Coca-Cola, Pfizer, ASML, Toyota, Walt Disney en Shell samen.

Donkergroen

Een deel van dat geld zit in zogeheten 'artikel 9-fondsen'. Dat is een term met juridische implicaties. Jarenlang was ‘duurzaam’ een term die je overal probleemloos op kon plakken, maar sinds enkele jaren probeert de Europese Unie daar iets tegen te doen. In 2018 kwam de EU met het Sustainable Finance Action Plan, een strategie om geldstromen van bedrijven die bijdragen aan de opwarming van de aarde – zoals fossiele bedrijven – naar duurzame initiatieven te verleggen. Een belangrijk onderdeel van dat plan is de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR). 

Volgens die nieuwe regels, die sinds 2021 officieel van kracht zijn, moeten fondsmanagers verplicht een inschatting maken van de duurzaamheid van hun fondsen. Ze kunnen kiezen uit drie smaken: grijs, lichtgroen en donkergroen. Grijze fondsen (officieel: artikel 6- en artikel 7-fondsen) hoeven slechts een analyse te maken van de duurzaamheidsrisico's die zij lopen. Lichtgroene fondsen (officieel: artikel 8) moeten duurzame doelen nastreven en toelichten op welke manier ze dat doen.

En dan zijn er dus de artikel 9-fondsen. Deze categorie wordt in de markt alom aangeprezen als de allerduurzaamste vorm van beleggen. ABN Amro, Robeco, Rabobank, Deutsche Bank, BNP Paribas, Unicredit, ING Bank en Actiam noemen ze ‘donkergroen’. Deze categorie heeft de hoogste duurzaamheidseisen.

Fondsen die zichzelf de artikel 9-status aanmeten, moeten een expliciet sociaal of milieudoel nastreven, bijvoorbeeld door mensenrechtenschendingen of milieuvervuiling tegen te gaan. Bovendien mogen zij op geen enkele manier ‘significante schade’ toebrengen aan andere duurzame doelen. Ook wanneer een artikel 9-fonds alleen het voorkomen van mensenrechtenschendingen nastreeft, mogen de beleggingen geen enkele significante schade aan het klimaat of de natuur toebrengen.

Geen significante schade

Waar de grens voor significante schade precies ligt, is niet uitgekristalliseerd. Volgens Joost Schmets van de VEB is dat het gevolg van ‘stevig lobbywerk’ door de financiële sector. 

Toch lijkt glashelder dat fossiele investeringen er niet in thuishoren. ‘Ik zie niet hoe je met investeringen in fossiele energie geen significante schade aan het milieu kunt toebrengen,’ zegt ESG-expert Ruud Winter. Sjors Vogelsang, die als jurist advies geeft over financieel toezichtrecht, is stellig: ‘Een fondsbeheerder die een fonds ‘artikel 9’ noemt terwijl daarmee deels wordt geïnvesteerd in fossiele bedrijven, is in overtreding.’ Ook de VEB meent dat ‘hoewel 100 procent duurzaam als criterium is losgelaten, het duidelijk is dat de portfolio's daar heel dicht tegenaan moeten zitten.’

ESMA, de Europese financieel toezichthouder

Financiële producten die duurzaamheid als doel hebben, zouden alleen duurzame investeringen moeten doen

In een poging duidelijkheid te scheppen, vatte de Europese financiële toezichthouder ESMA (European Securities and Markets Authority) het afgelopen zomer zo samen: ‘Financiële producten die duurzaamheid als doel hebben, zouden alleen duurzame investeringen moeten doen.’ In een gesprek met The Great Green Investment Investigation licht de autoriteit dat als volgt toe: ‘Er bestaat inderdaad geen expliciet verbod op investeringen in fossiele brandstoffen, maar toch lijkt het erg lastig om dit soort investeringen “duurzaam” te noemen, omdat er geen enkele significante sociale- of milieuschade mag zijn. [..] Het lijkt inderdaad erg lastig te beargumenteren dat investeringen in de fossiele industrie aan dat criterium voldoen.’

Volgens Hadewych Kuiper, directeur bij Triodos Investment Management, laat de regelgeving geen ruimte voor misverstanden: ‘Voor ons is het glashelder: beleggingen in fossiele bedrijven horen niet thuis in een artikel-9 fonds.’

De prospectussen van artikel 9-beleggingsfondsen lijken eveneens duidelijk. ‘Het duurzaamheidsbeleid van het Fonds is erop gebaseerd dat ondernemingen die niet voldoen aan minimale criteria worden uitgesloten van belegging’, staat in het prospectus van een donkergroen Actiam-fonds. 

Daarom spitst The Great Green Investment Investigation zich toe op deze donkergroene artikel 9-fondsen. Omdat zij geen significante schade mogen veroorzaken, zouden zij volgens experts in elk geval niet in de fossiele industrie of in luchtvaartbedrijven mogen beleggen. 

Steenkool, olie, gas en vliegtuigen

Toch vonden we in bijna de helft van de Europese fondsen met een artikel 9-classificatie beleggingen in de fossiele industrie of in luchtvaartbedrijven. Groen geld stroomt naar investeringen in grote oliebedrijven (onder meer Shell, Total, BP en Saudi Aramco), luchtvaartmaatschappijen) waaronder Lufthansa, Delta en Air France-KLM) en steenkoolgiganten (zoals RWE, Glencore en Uniper).

Actiam: ‘Als die cijfers kloppen, dan past dat niet in de manier waarop wij beleggen’

We legden deze resultaten voor aan Dennis van der Putten. Hij is hoofd duurzaamheid bij Actiam en is verantwoordelijk voor de duurzame beleggingsstrategie van het bedrijf. Wanneer we hem voorleggen dat een artikel 9-fonds van Actiam onder meer in Equinor en Repsol belegt – oliebedrijven die ten minste 90 procent van hun omzet uit fossiele energie halen – reageert hij verbaasd: ‘Als die cijfers kloppen, dan past dat niet in de manier waarop wij beleggen.’ 

Follow the Money en Investico hebben inmiddels de volledige onderzoeksresultaten aan Actiam gestuurd, inclusief lijsten met alle beleggingen in de fossiele industrie en de luchtvaart waar de vermogensbeheerder met zijn donkergroene fondsen in participeert. Het gaat om 279 beleggingen met een totale waarde van bijna 170 miljoen euro. Hoewel Van der Putten stelt dat dit ‘niet past’ bij de manier waarop Actiam wil beleggen, divesteert de vermogensbeheerder niet, zelfs niet uit bedrijven die meer dan 85 procent van hun omzet uit fossiele energie halen. Bedrijven als Equinor, Tokyo Gas, Repsol en OMV blijven gewoon deel uitmaken van de portfolio’s. Ook in luchtvaartmaatschappijen blijft Actiam actief: ‘Zij investeren in duurzame brandstoffen en hebben doelen gesteld om de uitstoot te verminderen,’ laat Actiam in een reactie weten.  

Van der Putten benadrukt dat de portfolio’s van Actiams artikel 9-fondsen ‘transparant’ zijn. Als we vragen waar staat uitgelegd dat een van zijn fondsen belegt in Tokyo Gas, een fossiel bedrijf uit Japan, duurt het lang voor hij dat op pagina 97 van het jaarverslag heeft teruggevonden. ‘Als je je best doet, kun je het vinden. Ik heb ook niet gezegd dat het makkelijk was.’ Als we Van der Putten wijzen op de verplichting om in artikel 9-fondsen zo transparant mogelijk te zijn jegens beleggers, zeker in het geval van fossiele investeringen, erkent hij dat Actiam hier nog stappen in kan zetten. ‘Het vergroten van de transparantie is een handschoen die ik van harte opneem,’ zegt Van der Putten. 

Beleggers betalen extra voor de duurzame belofte. De financiële sector blijkt voor duurzame fondsen hogere kosten te rekenen: een opslag van 7,7 tot 8,3 basispunten

Uit onderzoek van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) blijkt dat eind 2021 Nederlandse retailbeleggers 39,2 miljard euro investeerden in fondsen die zichzelf op de een of andere manier duurzaam noemen. Dat is 38 procent van het totale Nederlandse vermogen in beleggingsfondsen. Het maakt bovendien een enorme groei door: in 2019 was het nog 19 procent. 

Die groei blijkt zich te continueren. Uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) blijkt dat 60 procent van de Nederlandse beleggers naar eigen zeggen een deel van hun portefeuille duurzaam investeert. Fondsen die zichzelf duurzaam noemen worden door alle grote financiële instellingen van Nederland aangeboden, waaronder ABN Amro, ING, Rabobank, Robeco, Nationale Nederlanden en Kempen.

Beleggers betalen extra voor de duurzame belofte. Uit een recent experiment van Paul Smeets, hoogleraar filantropie en duurzame financiering aan de Universiteit van Amsterdam, blijkt dat de financiële sector hogere kosten rekent voor duurzame fondsen. Hij noemt dat een greenium (een groene premie). Die opslag varieert van 7,7 tot 8,3 basispunten. Dit betekent dat fondsmanagers op het totale Nederlandse vermogen in ‘duurzame’ beleggingsfondsen jaarlijks een extra premie in rekening brengen ter waarde van tientallen miljoenen euro.

ABN Amro zegt geen verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor wat er in de fondsen zit die zij op haar website aanbiedt

‘En dat terwijl de managers van duurzame fondsen dezelfde of zelfs minder moeite doen om het fonds samen te stellen,’ licht Smeets toe. ‘Ze keken buiten duurzaamheidsfactoren bijvoorbeeld niet naar andere financiële data. Nu uit jullie onderzoek blijkt dat duurzame fondsen bovendien gewoon in olie- en gasbedrijven investeren, lopen beleggers mogelijk een dubbel risico: ze betalen meer voor een duurzaam fonds dat in werkelijkheid helemaal niet groen is.’

ABN Amro zegt geen verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor wat er in de fondsen zit die zij op haar website aanbiedt: ‘De fondsen waar je naar verwijst zijn geen ABN Amro-producten, maar fondsen van een derde aanbieder. Ze zijn beschikbaar via Euronext. Klanten van ABN Amro kunnen die aankopen via de beleggingsfaciliteiten die ABN Amro aanbiedt. Het is ondoenlijk voor ABN Amro om alle publiek beschikbare fondsen op duurzaamheidscriteria te beoordelen.’ 

De Rabobank zegt evenwel een ‘transitieperiode van circa 1 jaar’ te hanteren: ‘Zo willen we de aanbieders van beleggingsfondsen de kans geven om hun duurzame strategie uit te werken. Na de transitieperiode zullen we beoordelen of de door de aanbieders gekozen classificaties in onze ogen terecht is. Wanneer dit niet het geval is, zullen we passende maatregelen treffen.’

Niemand grijpt in  

Volgens Tariq Fancy legt het onderzoek van The Great Green Investment Investigation een groot probleem bloot. Fancy was tot 2019 chief investment officer bij de duurzame beleggingstak van BlackRock, ’s werelds grootste vermogensbeheerder, maar stapte gedesillusioneerd op en schreef daarover het essay The Secret Diary of a ‘Sustainable Investor’

Myriam Vander Stichele

Als de AFM hier niet of te laat ingrijpt, is dat een enorm risico. De geloofwaardigheid van duurzaam beleggen staat op het spel

Fancy meent dat fondsen die zichzelf duurzaam noemen, meer kwaad dan goed doen. ‘Het suggereert dat er een makkelijke oplossing bestaat. Je vertelt mensen dat ze de markt kunnen verslaan én klimaatverandering kunnen oplossen, het enige wat ze moeten doen is in een duurzaam fonds stappen. Een Nobelprijs-winnende econoom als Bill Nordhaus kan dan vanaf de zijlijn roepen dat dat onvoldoende is, dat we eigenlijk een CO2-belasting nodig hebben, maar naar hem luistert dan niemand meer. Iedereen gelooft liever in het sprookje dat het makkelijk is.’

Ook volgens Myriam Vander Stichele valt niet uit te leggen dat bijna de helft van de donkergroene fondsen in Nederland in de fossiele industrie of de luchtvaart investeert. Vander Stichele maakte deel uit van een expertgroep die voor de Europese Commissie het fundament legde voor de Europese wet- en regelgeving inzake duurzaam beleggen. Een van haar speerpunten was dat toezichthouders meer macht moeten krijgen om in te grijpen. Dat vindt ze nog steeds: ‘Fondsen met een duidelijke duurzame doelstelling zouden niet mogen investeren in aandelen van fossiele bedrijven. Ze kunnen hun duurzame belofte dan niet waarmaken. De toezichthouder heeft het mandaat om misleidende fondsen te beboeten.’ 

Dat mandaat ligt bij de nationale toezichthouders, die op verschillende manieren kunnen ingrijpen: van een officiële waarschuwing uitdelen, via een boete opleggen tot een vergunning intrekken.

In Nederland vervult de Autoriteit Financiële Markten (AFM) die taak. In een gesprek met Follow the Money en Investico laat de AFM weten dat de onderzoeksresultaten ‘interessant’ te vinden. ‘Als je zegt dat je duurzame beleggingen als doel hebt, moet je dat ook echt doen,’ zegt Raoul Köhler, coördinator duurzame financiering bij de AFM. ‘Wij vinden het bijzonder als een partij die zegt duurzame beleggingen als doel te hebben, eigenlijk aandelen van bedrijven koopt uit de fossiele industrie. We kunnen niets per definitie uitsluiten, maar dit lijkt ons een lastig verhaal.’

Volgens Vander Stichele is het van groot belang dat de AFM in actie komt. ‘Als de AFM hier niet of te laat ingrijpt, is dat een enorm risico. De geloofwaardigheid van duurzaam beleggen staat op het spel.’ De VEB is het met haar eens: ‘De grootste cynicus van allemaal is de teleurgestelde idealist. We lopen het risico dat een grote groep beleggers die duurzaamheid laat meespelen bij hun fondskeuze, teleurgesteld wordt en hun geloof in een duurzame economie verliest.’

En jouw beleggingsfonds dan?

Beleg jij in een fonds dat zichzelf op 30 juni 2022 als artikel 9 had aangemerkt? Dan kun je in deze database terugvinden of – en zo ja, welke – grijze beleggingen wij daarin tegenkwamen. 

Omdat fondsnamen vaak op elkaar lijken, waardoor verwarring kan ontstaan, is deze database alleen doorzoekbaar op ISIN-nummer (een unieke code waarmee beleggingsfondsen worden geïdentificeerd). Dit nummer kun je terugvinden in de officiële documenten van je fonds, of je kunt het opvragen bij je bank of vermogensbeheerder. 

In het prospectus of bij je bank of vermogensbeheerder kun je opvragen of jouw fonds een artikel 9-classificatie heeft.

Lees verder Inklappen
Methodologie

Hoe groen zijn Europa’s donkergroene fondsen? Om die vraag te beantwoorden legden Follow the Money en Investico een lijst aan van alle beleggingsfondsen die in Europa verhandeld worden en die van zichzelf zeggen dat ze artikel 9 zijn. Dit leverde in totaal 1141 fondsen op. 

Vervolgens hebben we op Bloomberg, ’s werelds meest omvangrijke financiële database, de volledige portfolio’s van deze fondsen gedownload (peildatum: 30 juni 2022). Van enkele fondsen die niet in Bloomberg te vinden waren, hebben we de portfolio’s handmatig opgezocht en toegevoegd. In totaal konden we van 838 fondsen het portfolio vinden, oftewel van 73 procent van alle artikel 9-fondsen. Op de peildatum hadden deze fondsen beleggingen ter waarde van 619 miljard euro uitstaan.

Een beleggingsfonds neemt doorgaans – via aandelen en/of obligaties – deel in enkele tientallen tot een paar honderd bedrijven. De database die wij bouwden, bevat dus vele duizenden beleggingen. Die hebben we vervolgens geanalyseerd op hun duurzame karakter. 

Gelukkig konden we daarbij gebruik maken van de expertise van anderen. De Duitse non-profit organisatie Urgewald analyseert bijvoorbeeld al jaren de steenkoolindustrie. Steenkool is de meest vervuilende fossiele brandstof: wil je niet investeren in klimaatverandering, dan zul je je in elk geval verre moeten houden van bedrijven die in de steenkoolketen actief zijn. Urgewald kijkt daarbij naar de hele keten: bedrijven die steenkool winnen, transporteren en verbranden. 

Daarbij hanteert Urgewald drempelwaarden. Een bedrijf telt alleen als steenkoolbedrijf wanneer het aan één van deze criteria voldoet: 

  1. het haalt 20 procent of meer van zijn omzet of energieproductie uit steenkool; 
  2. het wint jaarlijks minstens 10 miljoen ton steenkool of heeft voor minstens 5 gigawatt aan steenkoolcentrales staan; 
  3. het bedrijf ontwikkelt nieuwe kolenmijnen, nieuwe kolencentrales, of andere nieuwe steenkoolinfrastructuur.

Op de lijst staan 1064 bedrijven en meer dan 1800 dochterondernemingen die actief zijn in de steenkoolwaardeketen. Bijna de helft daarvan is van plan hun kolenactiviteiten verder uit te breiden, slechts vijf bedrijven heeft een geloofwaardig plan om zijn steenkoolafhankelijkheid bijtijds af te bouwen. Meer informatie over de methodologie van Urgewald vind je hier.

Urgewald maakte een vergelijkbare lijst van olie- en gasbedrijven, met één uitzondering: het kijkt alleen naar olie- en gaswinning en -exploratie (upstream) en nieuwe olie- en gasinfrastructuurprojecten (midstream expansie) van olie en gas. Het gebruik of verbranden ervan (downstream) blijft buiten zicht, omdat olie en gas een veel breder scala aan toepassingsmogelijkheden kennen dan steenkool en daarom lastiger te beoordelen zijn. De methodologie van Urgewalds olie- en gaslijst vind je hier.

Aan Urgewald danken we zodoende een lange lijst met bedrijven die actief zijn in de fossiele keten, zonder geloofwaardige klimaatstrategie. Daaraan hebben we aan de hand van de sectorclassificatie van Bloomberg een lijst toegevoegd met bedrijven in de luchtvaartsector, omdat in deze sector groei en een geloofwaardige klimaatstrategie elkaar uitsluiten.

Tenslotte de obligaties: ook fossiele bedrijven kunnen duurzame obligaties uitgeven, waarmee op de kapitaalmarkt geld wordt opgehaald om bijvoorbeeld een windmolenpark te bouwen. Om te voorkomen dat we deze obligaties als ‘grijs’ zouden aanmerken, gebruikten we de expertise van het Climate Bonds Initiative (CBI), een internationaal financieel onderzoeksbureau uit Londen. CBI identificeert alle obligaties die zichzelf ‘groen‘ noemen en analyseert of dat terecht is. Wanneer een groene obligatie van een ‘grijs’ bedrijf door de ballotage van het CBI kwam, is die ook in onze database als groen aangemerkt. Informatie over de methodologie van het CBI vind je hier

Zo konden we een lijst samenstellen met beleggingen in aandelen en obligaties die als ‘grijs’ kunnen worden aangemerkt. Deze beleggingen hebben we vervolgens gematched met onze database met duizenden beleggingen uit de portfolio’s van artikel 9-fondsen.

Laat daarbij duidelijk zijn dat ons criterium voor een ‘verkeerde’ investering zeer specifiek is: wij hebben gekeken naar beleggingen die een bijdrage leveren aan de opwarming van de aarde. Artikel 9-fondsen hanteren zelf echter een veel breder duurzaamheidsbegrip: ze beloven immers ook geen significante sociale of milieuschade aan te richten. Dergelijk onduurzaam gedrag lieten we buiten beschouwing. Desondanks zakt een groot deel van de Europese artikel 9-fondsen voor deze toets.

Lees verder Inklappen